Verhalenlezen.nl - Voor al uw verhalen en sprookjes. Ook hebben we liefdes verhalen en erotische verhalen.

De bekentenis.

U leest om dit moment het verhaal De bekentenis gepost door Petar Molic. Dit verhaal is gepost in de categorie griezel verhalen. Wilt u een zelf geschreven, of een mooi verhaaltje posten? Klik daarvoor hier.

Wilt u terug naar griezel verhalen?
Categorie: griezel verhalen
Gepost door: Petar Molic
Gepost op: 2008-10-19

Verhaal:

De bekentenis
1.

Het staccato van onze voetstappen weergalmde doorheen de lange, brede gang van het ziekenhuis. Marie, mijn vrouw, liep zwijgend naast mij, terwijl mijn schoonzus Catherine twee stappen achterop bleef. Bijna aan het einde gekomen, bleef ik met een ruk voor het nummer 103 staan en draaide me ongeduldig om. Catherine knikte even met het hoofd en aarzelend opende ik de deur. Op de tippen lopend slopen we het steriele kamertje binnen en ik keek gespannen naar het enige bed dat er was. Het stond voor het venster in de verste hoek en daarop lag een uitgemergelde gedaante! Bewegingsloos uitgestrekt op een wit laken, het hoofd achterover gedrukt. Een bijna schedel overtrokken met een doorzichtige, perkamentachtige huid. Diepliggende gesloten ogen, gapende tandeloze mond. Diep in de neusgaten staken twee plastiek slangetjes en een naald in de linker arm geprikt, was met pleister bevestigd. Het daaraan verbonden transparante leidinkje kronkelde naar de baxter toe die aan een metalen L-vormige staander hing. Op de borst kleefden elektrische draden die naar een piepende cardiograaf kronkelden. De hartslag was duidelijk zeer hoog.
Aarzelend schoof ik naar het ijzeren bed toe, bevreesd voor wat ik ging ontdekken. Mijn echtgenote bleef achter mijn rug staan, maar mijn schoonzus liep naar de overkant en zette zich op de bedrand naast het roerloze lichaam.
Als door een vuistslag getroffen bleef ik staan. Voor mij lag een levend skelet! Nooit voordien zag ik een menselijk wezen in een dergelijke toestand. Of toch, op foto's van concentratiekampen. Maar dit was mijn vader!
Ik ben niet sentimenteel, volgens mijn collega’s eerder hardvochtig, maar nu liet ik de tranen de vrije loop. Heel voorzichtig raakte ik de dunne arm aan die langs het krachteloze lichaam lag en voelde een wee gevoel in de maag. Overal hematomen. Behoedzaam draaide ik het beenachtig bovenlichaam opzij, schoof voorzichtig het witte hemd omhoog en inspecteerde de rug. De linkerkant was één grote, donkere vlek. Vervolgens onderzocht ik het hoofd en vloekte luid, al was ik helemaal niet verbaasd om daar een grote bult met een dikke korst op een genezende wonde te vinden.
Tijdens de eerste nacht uit bed gerold, vertelde moeder. Een vrije val van zeventig centimeter alvorens pardoes tegen de vloer te smakken. Voor onbepaalde tijd bewusteloos totdat een nachtverpleegster hem had gevonden. Totaal versuft, schreef ze in haar verslag. Opgelegd door de directie? Coma was het juiste woord, maar niemand durfde het uit te spreken. Versuft! Dat vroeg minder uitleg.
Klaarblijkelijk had niemand van de familie dat zwakke lichaam na de val nader bekeken! Ook geen foto's gemaakt! In hun kinderlijke naïviteit lieten ze zich gemakkelijk door de dokters overtuigen en slikten hun uitspraak als verzen uit de Bijbel: "De man is versleten, hij is op en de dood zou een verlossing wezen."
Geen enkele verpleegster wilde iets over het ongeval kwijt en wie meer uitleg durfde vragen, kreeg als antwoord dat hij met de dokter moest spreken! Waarom reageerde niemand?

Terug thuis bij moeder, genietend van een kopje koffie vooraleer terug naar het zuiden af te reizen waar wij woonden, uitte ik onverbloemd mijn mening. Daarbij veroordeelde ik zowel de onverantwoorde handelswijze van de dokters als de passieve houding van mijn broers.
Zakelijk legde ik moeder uit dat zij het ergste mocht verwachten en raadde haar aan om, zolang ze dat nog kon, geld van de bank op te halen. Indien vader stierf, dan zouden automatisch alle rekeningen geblokkeerd worden. Uiteindelijk raadde ik haar aan om zo snel mogelijk het huis aan Lucas te geven. Als vrijgezel woonde hij daar terwijl alle andere broers hun eigen huis bezaten.
Onverwacht heftig en zonder nadenken reageerde Catherine als een sissende slang.
"Waarom moet HIJ ALLEEN dit huis krijgen?" Dit was geen vraag maar een gefrustreerde reactie op gedwarsboomde hebzucht! Dat vriendelijke poppengezicht smolt weg als een wassen masker in de zon en onthulde een lelijke, verwrongen grimas met bliksemden ogen. Op dat moment ontdekten wij allemaal de demon die zolang in dat liefelijke omhulsel had gescholen. Te laat begreep zij haar fout en probeerde vruchteloos de situatie nog recht te zetten door te zeggen dat ze het verkeerd had begrepen. Wat viel er daar verkeerd te begrijpen?

2

Waarschijnlijk als gevolg van mijn lastige vragen aan het personeel, deed men alsnog een bijkomend onderzoek. Puur komedie om zand in de ogen te strooien! De diagnose bleef trouwens onveranderd: de coma had niets met de val te maken! Waarom lieten we hem niet in vrede sterven?
Voor mij bleef er maar één logische verklaring voor de comateuze toestand, maar die werd door de diagnose teniet gedaan. Wat kon ik daartegen ondernemen? Het leek mij alsof alleen gefortuneerde tachtigers nog het recht op verzorging hadden! Arme sukkels negeerde men gewoonweg, liet ze wegkwijnen of verhongeren.
Bij een jongere patiënt zou dat heel wat stof hebben doen opwaaien! Welke rol speelde mijn schoonzus in dit dramatisch stuk?

Buiten alle verwachtingen overleefde vader het en kwam tot het bewustzijn terug. Twee dagen later ging ik moeder afhalen en samen bezochten we de herrezen Renaat Doom. Een mirakel, fluisterde men! Hoe dan ook, wat een metamorfose! Niet dat hij als een gek ronddanste, maar hij was helder van geest en vertelde voortdurend schunnige grappen aan de verpleegsters. Hoe dan ook, hij had de crisis overleefd.
We discuteerden kort met elkaar. Hij was duidelijk opgetogen en wilde zo snel mogelijk naar huis terug. "Goed eten en krachten verzamelen en binnen een paar dagen ben je thuis," vertelde ons de dokter tijdens zijn dagelijkse rondgang, blijkbaar verwonderd dat de ouwe het had overleefd. Inderdaad een taaie rakker, dacht ik vol fierheid. "Is dat die idioot die beweerde dat vader versleten en totaal opgebruikt was?" vroeg ik duidelijk hoorbaar toen de dokter de kamer verliet. Ik hoopte dat hij op zijn stappen zou terugkeren, maar daarvoor moest hij lef hebben. Ik wachtte tevergeefs.
Een uur later vertrokken wij met de belofte om zo snel mogelijk terug te komen. Meteen nam ik mij voor om voortaan meer tijd met mijn ouders door te brengen. Moeder bleef opmerkelijk zwijgzaam, afwezig en in gedachten verzonken, maar ik zocht er niets achter. Nog niet.
Totdat ze me enkele dagen later terug opbelde. “Vader zou nooit meer naar huis komen,” zei ze vlakaf. Op aanraden van Catherine had ze in het bejaardentehuis een kamer voor hem gereserveerd! Hoe kon zij hem dit aandoen? Dat betekende onvermijdelijk zijn dood, schreeuwde het in mij. Wat een lef had ze ook nog om dat tehuis als een paradijs te beschrijven.
"Maar waarom ga je er dan zelf niet naartoe?" vroeg ik verbouwereerd, keek enkele tellen lang naar de hoorn en kletste die verontwaardigd op het toestel. Catherine hield duidelijk de teugels in handen.
Schandalig! Zijn leven lang had vader veertien uur per dag gewerkt. Met pensioen, in regen en wind op de fiets, later op de brommer, deed hij dagelijks de boodschappen. Heel zeker een brombeer, maar je kon steeds op hem rekenen. Verschillende hypotheses dwarrelden door mijn hoofd, de ene fantastischer dan de andere.
De volgende dag telefoneerde moeder. Onbewogen vertelde ze dat vader terug in coma lag.
"Plotseling heeft hij geweigerd om te eten en hij sprak met niemand meer. Hij heeft de ogen gesloten en is in een lethargische toestand verzonken. Nu moeten ze hem opnieuw intraveneus voeden," zei ze gevoelloos.
Een paar dagen later was het dan zover. Zonder enige emotie informeerde ze me dat vader eindelijk uit zijn lijden verlost was. Hij keerde geen enkele keer tot bewustzijn terug.

De begrafenisplechtigheid was een hypocriet schouwspel! De doodskist stond vooraan in de kerk, met in een halve cirkel erom heen de rouwende familieleden. Ik mocht aan moeders linkerkant terwijl mijn broers rechts van haar en alle kleinkinderen achter ons op de tweede rij zaten. Gedurende de ceremonie bestudeerde ik zo onopvallend mogelijk de gezichten om me heen. Sommigen weenden geruisloos en anderen snikten gedempt. Catherine echter produceerde een luidruchtig gesnotter en bewoog theatraal een zakdoekje van het ene oog naar het andere. Een Hollywood-waardig spektakel. Moeders gezicht bleef stoïcijns, zonder ook maar een traan te laten.
Aan het einde van de mis schilderde de pastoor het voorbeeldig leven dat de afgestorvene had geleid. Hij benadrukte vooral zijn liefde voor Melissa, het jongste kleinkind en Catherine's dochter, zijn oogappel en de welgekomen zonnestraal in zijn laatste eentonige levensjaren! Geen enkel woord voor de andere kleinkinderen!
Deze voorstelling was niet zijn initiatief, want hij kende nauwelijks de familie Doom. Met verbazing ontdekte ik een nieuwe Catherine met Spielberg allures. Dit was duidelijk haar enscenering! Op een zeker ogenblik riep de geestelijke Melissa naar voor en het onschuldige, verdrietige kind mocht een gedichtje voorlezen en voor opa een kaarsje aansteken. Op het einde van de plechtigheid kreeg ze het dan als aandenken geschonken.
Gewetenloos gebruikte Catherine Melissa voor haar egoïstische doeleinden. Het voorbereiden van de tweede act: moeders leven controleren.
Buiten gekomen, nog voordat het stoffelijk overschot in de lijkwagen zat, haastten de familieleden zich hals over kop naar de tegenovergelegen kroeg. Toen de zwarte wagen naar het crematorium wegreed, stonden daar enkel nog mijn echtgenote, dochter en zoon!
Een goed man had ons definitief verlaten.
Gedurende de maaltijd, alsof ze plots van een zware last bevrijd was, slaakte Catherine Spielberg een diepe, duidelijk hoorbare zucht en zei: "Het was tijd dat het voorbij was."
In één flits verdampte dat beweende masker en onthulde een totaal ander gezicht. Lief, glimlachend, opgetogen en autoritair. Ze zat aan moeders rechterkant. Hoe kon het ook anders want zij was immers de regisseur die deze maaltijd had georganiseerd. Luidruchtig zoals steeds, animeerde ze het tafelgesprek. Zij voerde nu het bevel.
Vader behoorde definitief tot haar verleden.





3

Een paar dagen later vielen de puzzelstukjes eindelijk bijeen. Moeders notaris stuurde alle broers een uitnodiging om in zijn kantoor een akte te ondertekenen waardoor we op ons erfdeel verzaakten. Eerst vond ik dat normaal maar de omstandigheden van vaders dood bleven door mijn hoofd spoken. Dezelfde dag nog vroeg moeder me ongeduldig om zo snel mogelijk de volmacht voor mijn broer terug te sturen, zodat hij in mijn naam de akte mocht tekenen. Zonder enige begroeting, noch een vraag naar het welzijn van de familie. Koel en zakelijk. Een bevel. Ze weigerde me zelfs te zeggen om hoeveel het ging want dat waren mijn zaken niet, zei ze en verbrak abrupt de verbinding. Ik belde meteen de notaris en eiste een schriftelijk situatie van het erfgoed.
Twee dagen later kreeg ik de gevraagde inlichtingen. Honderdduizend euro, het huis niet meegerekend. Dat stelde vaders dood plots in een volledig ander daglicht. Was geld de reden waarom hij moest sterven? Ik belde het ziekenhuis, dreigde met een proces en kreeg het antwoord dat mijn vermoedens bevestigde: nadat vader bij zijn aankomst in het ziekenhuis een sedatief had gekregen, bleef Catherine die eerste nacht aan zijn bed. Toen het ongeval echter gebeurde, had ze het ziekenhuis al verlaten. Maar niemand kende het juiste tijdstip van het ongeval, dacht ik verbitterd.
Ik belde moeder en zei brutaal wat ik van haar dacht.
"Je verdient vaders erfdeel niet en je zult het ook niet krijgen. Je wilde die spaarcentjes voor jou alleen en daarom moest vader in het rustoord!" De verbinding brak af.
Catherine was op de hoogte van de spaarcentjes! In de nacht dat vader uit bed viel vertoefde ze in het gebouw. Toen hij overleefde, overtuigde ze moeder om hem naar het rustoord te brengen. "Moeder, je bent te oud om voor hem te zorgen. Hij zal het goed hebben in het rustoord." Moet ze gezegd hebben. Zij beïnvloedde sterk mijn moeder en hoopte waarschijnlijk van de jackpot te kunnen profiteren van zodra vader er niet meer was.
Eigenaardig toch dat hij plots met eten ophield. Iemand moet het hem verteld hebben, schreeuwde het in mijn binnenste.
Ik kende mijn vader en wist dat hij de dood zou verkozen hebben boven de opsluiting in een rustoord. Hij had altijd de wens uitgesproken om thuis te sterven. Catherine moet gevreesd hebben dat ik hem over haar rol zou inlichten. Hoe gemakkelijk moet het voor haar geweest zijn, aangezien ze iedere dag liefdevol naast hem aan het ziekenhuisbed zat? De verpleegsters spraken nog altijd met veel lof over haar toewijding. Tot in de dood. Het personeel had deze roerende taferelen van op afstand aanschouwd, zonder ooit te kunnen horen wat die lieve schoondochter hem zoal vertelde.
"Vader, moeder heeft een kamer voor jou in het rustoord genomen." Een eenvoudig zinnetje, een geheimpje zo liefdevol in het oor gefluisterd maar waarin haar eigen rol ontbrak. Meer hoefde ze niet te zeggen. Elf woorden als genadestoot, dodelijker dan om het even welk wapen, maar zonder enig risico voor de dader. Vaders laatste bewuste gedachten aan zijn vrouw moeten vol haat geweest zijn. Moeder had de verkeerde persoon vertrouwd!
In machteloze woeden greep ik de telefoon. Mijn schoonzus was verbaasd mijn stem te horen, maar vooraleer ze iets kon zeggen, schreeuwde ik:
"Jij feeks, je hebt hem uit bed gestoten en later heb je hem verteld dat moeder hem in een rustoord wilde steken!" Ik hoorde haar zwaar hijgen, maar ze slaagde er niet in om me iets zinnigs te vertellen.
"Hoe, hoe…" Even werd het stil maar dan hoorde ik een doffe val en begreep dat er iets ernstigs was gebeurd. Ik verbrak de verbinding en waarschuwde mijn moeder.



We zaten allemaal rond het ziekenhuisbed. Mijn broers, mijn vrouw en ik. Catherine lag roerloos op de rug uitgestrekt, twee buisjes in de neus, ogen gesloten en het hoofd licht achterover gebogen. Het was een jaar geleden dat Catherine het slachtoffer werd van een hersenbloeding op het ogenblik dat ik met haar telefoneerde en van moord beschuldigde. Sindsdien lag ze in coma.
Niemand kende mijn verschrikkelijk geheim. Ook mijn vrouw niet. Lafhartig verklaarde ik toen dat Catherine ineengestort was kort nadat ze mijn stem had herkend. Frank, haar man, had me echter nooit geloofd.
Vanaf die dag bezochten mijn vrouw en ik haar wekelijks. Uit schuldgevoel?
In ieder geval zou dit nu de laatste keer zijn want mijn broer had namelijk besloten om de hartmachine stop te zetten. De dokter zat naast de schakelaar en liet weten dat hij op Franks teken wachtte. Deze knikte woordloos, stond aarzelend recht, naderde voorzichtig het bed en nam de linkerhand van zijn vrouw tussen beide handen. Er liepen dikke tranen over zijn wangen, maar hij bleef stom, vond de gepaste afscheidswoorden niet, wist niet wat te doen. Op dat ogenblik begon Catherine te rochelen. Dat was al eerder gebeurd, maar nu klonk het gans anders dan het gebruikelijke onverstaanbare gekreun. Alsof de klank vanuit een diepe waterput kwam, een stem die nu verstaanbare woorden fluisterde, woorden die een zin vormden, tot driemaal toe herhaald, telkenmaal luider en nadrukkelijker. Bij de derde maal ging de stem over in een gepijnigde, beschuldigende schreeuw die door merg en been drong.
"Neen, neen, ik ga niet naar dat rustoord…" Dan werd het muisstil. Vol onbehagen ontdekte ik Catherine's verstarde gezicht. Ik huiverde als ik in de glazige, wijd open gesperde ogen keek. Afgrijselijk. De vertrokken mond gaapte wagenwijd open, terwijl het gefolterd gezicht immense pijn weerspiegelde. Een akelig, perkamentkleurig masker als uit papier-maché gegoten dat geen enkele gelijkenis met Catherine vertoonde. Het herinnerde me aan mijn vader de eerste keer in het ziekenhuis. Werden wij allemaal gek? Niemand sprak een woord. Na een tijdje stak de dokter de hand uit, legde die tegen de witte hals en huiverde licht.
"IJskoud," mompelde hij.
"Aan wat kunnen wij deze vreemde transformatie toeschrijven?" vroeg ik mij af en keek stiekem naar de anderen. Op alle gezichten las ik een mengeling van angst en ongeloof. Misschien zouden de wetenschapsmensen ooit wel een zinnige uitleg vinden voor dat angstaanjagende gezicht en de uitgesproken woorden, maar wie zou ons kunnen laten geloven dat die akelige grafstem niet die van onze vader was geweest?




Aantal keer bekeken: 1856
Waardering: 7.14 op 10
Geef een cijfer:

Alle rechten voorbehouden 2005-2018 - www.verhalenlezen.nl


Verhalen

Wilt u een verhaaltje lezen uit één van de onderstaande categorieën? Klik dan gewoon op een categorie en u komt op de pagina met de verhalen van deze bepaalde categorie.

Verhalen posten

Hebt u zelf een verhaaltje geschreven? Of een onvergetelijke blunder tegengekomen, of iets anders. En je wilt er anderen mee amuseren, lezen? Met verhalenlezen.nl kan dat geen probleem zijn. Klik hier om een verhaal te posten!


Statistieken

Totaal verhalen: 5175
Totaal categorieën: 10
Totaal 10 bezoekers online