Verhalenlezen.nl - Voor al uw verhalen en sprookjes. Ook hebben we liefdes verhalen en erotische verhalen.

De brave man.

U leest om dit moment het verhaal De brave man gepost door Petar Molic. Dit verhaal is gepost in de categorie spannende verhalen. Wilt u een zelf geschreven, of een mooi verhaaltje posten? Klik daarvoor hier.

Wilt u terug naar spannende verhalen?
Categorie: spannende verhalen
Gepost door: Petar Molic
Gepost op: 2008-11-1

Verhaal:

De brave man
Naar een ware gebeurtenis

Zaterdagmorgen, 1998, twintig kilometer van Banja Luka

Ibrahim Spaho liep rusteloos van de ene kamer naar de andere. Overal wachtte hem hetzelfde, ontmoedigend tafereel. In de keuken lagen brokstukken verspreid van kapotgeslagen meubels. De elektriciteitsdraden waren brutaal uit de muur getrokken en de zekeringenkast bungelde aan een resterende draad. In de slaapkamer stond een onbruikbaar geworden bed waarop de resten lagen van de aan flarden gesneden matras waarvan de inhoud overal verspreid lag. Het lattenwerk was volledig tot brandhout gereduceerd. Om toegang te krijgen, hadden de vandalen het venster naast de achterdeur verbrijzeld.
De vijftigjarige man schudde wanhopig het hoofd en mompelde onverstaanbare woorden. Hij had ontdekt dat de vandalen het venster naast de achterdeur hadden verbrijzeld om zo toegang te krijgen.
“Gelukkig moeten Mirjana en Ethan dit niet zien,” dacht hij.
Machteloze woede maakte zich van hem meester. Hij sloeg zijn vuisten tot bloedens toe tegen de muur in de gang.
Al die moeite voor niets! Tranen schoten in zijn blauwe ogen en hij keerde met langzame passen naar de woonkamer terug. Grote letters in rode verf op de muren geklad, keken hem uitdagend aan.
“Turkse hoerenzonen”, las hij.
“Zal het dan nooit een einde nemen?” vroeg hij zich af.
De man was amper vijftig, maar zag er wel tien jaren ouder uit. Grijze, kortgeknipte haren, brede, platte neus, gerimpeld gezicht. Hij liep voorovergebogen, onderhevig aan een chronische rugpijn. Artrose, had zijn dokter gezegd.
De oorlog had hem zowel op fysiek als op mentaal vlak jaren verouderd.
Hij slaakte andermaal een diepe zucht als hij de woorden op de andere muur las.
“Varkens worden hier geslacht!”

Toen in 1992 de oorlog in Bosnië was uitgebroken, nadat Izetbegovic de onafhankelijkheid had uitgeroepen, begreep Ibrahim Spaho onmiddellijk dat de Bosniakken die in het noorden van het land leefden, het hard te verduren zouden krijgen. Hun kleine gemeenschappen, temidden een Servische meerderheid, hadden geen schijn van kans om te overleven. Diegenen die bleven werden verdreven of vermoord.
Ondanks het feit dat hij met een Servische gehuwd was, bleef hij toch een “Vuile Turk”, de naam die de opgehitste, nationalistische Serviërs aan de Bosniakken gaven. Om deze houding te begrijpen moet men teruggaan tot in 1389, toen de Turken het Servische leger verpletterden en een groot deel van de Balkan bezetten om er vijfhonderd jaar lang hun gezag te laten gelden. De Bosniakken zijn afstammelingen van diegenen die zich toen tot de Islam bekeerden om zo werk te kunnen krijgen. Ze behoren tot dezelfde bevolkingsgroep als de Serviërs, maar die zagen dat helemaal anders en beschouwden de Bosniakken verkeerdelijk als Turken.

Ibrahim had het zekere voor het onzekere genomen en ontvluchtte de nationalistische waanzin. Zijn oudste zoon was met een Kroatische getrouwd, leefde in Zagreb en was er tijdens de oorlog ook gebleven. Samen met Mirjana en Ethan, zijn jongste zoon, overleefden ze een gevaarlijke tocht doorheen vijandelijk gezinde gebieden, en vonden toevlucht bij een ver familielid in Sarajevo. Hij had er nooit aan gedacht om naar het buitenland te trekken, want hij had nooit kunnen vermoeden dat het leven in Sarajevo een hel zou zijn. Op het nippertje had hij daar zelfs een treffer van een sluipschutter overleefd.
Gedurende de drie jaar oorlog was Sarajevo door de Serviërs van de buitenwereld afgesloten en had voortdurend onder zwaar geschut gelegen, terwijl snipers regelmatig vanuit de heuvels op onschuldige wandelaars schoten.
Toch had zijn familie het overleefd en drie jaar na de oorlog mocht hij eindelijk naar zijn oorspronkelijke woning terugkeren, zoals dat vastgelegd was in de Dayton akkoorden. Hij hoopte nu dat betere tijden zouden aanbreken.
Hulporganisaties boden hulp aan alle oorspronkelijke families en vooral THW was zeer bedrijvig. Zij hadden hem het nodige bouwmateriaal geleverd om zijn vernietigd huis te renoveren, al was heropbouwen daarvoor een passender woord.
Aanvankelijk werkte hij met zijn twee zoons. Samen metsten ze de ruwbouw, plaatsten het dak, vensters en deuren. Toen enkel nog het binnenwerk overbleef, moest de oudste zoon aan verdere hulp verzaken want zijn vrouw was ondertussen zwanger geworden en hij wilde zoveel mogelijk in haar gezelschap blijven.
De heropbouw had verschillende maanden geduurd, want ze konden slechts tijdens het weekends werken. Zoals alle betroffen families in het kleine dorp. De oorlog was voorbij, maar de haat bleef alomtegenwoordig. De Serviërs deden alles om hun definitieve terugkeer te verhinderen, maar door de tegenwoordigheid van de Britse SFOR troepen, kon meermaals het ergste vermeden worden.
“Tijd heelt wonden, maar in Bosnië zal het generaties duren vooraleer alle wonden geheeld zijn,” herhaalde hij steeds maar aan zijn zoon, hopende dat die een betere toekomst zou kennen.
De schade die hij nu opnam, was een bewijs van de immense haat die de verschillende etnische groepen uiteendreef. De week ervoor had hij eindelijk de laatste, grote werken uitgevoerd en een minimum aan meubilair geplaatst. Tafel, stoelen en bed.
“De Četniks weten dat alle families binnen enkele weken definitief zullen terugkeren,” dacht hij en kreeg daarbij een bittere smaak in de mond. Hij was hier om een paar kleinigheden op te knappen, te kuisen en het huis klaar te maken voor de grote verhuis.
“Verdorie, ik heb onze oudste al een brief geschreven dat we vanaf volgende week hier zullen wonen!” herinnerde hij zich.
“Maar dit hier kan ik Mirjana en Ethan onmogelijk laten zien,” besloot hij als hij uit een tijdelijk, lethargie wakker schrok. Hij keek nog even rond en verliet dan deze troosteloos, uitziende omgeving.
“Hopelijk kan THW mij verder helpen,” dacht hij en liep in de richting van haar kantoor dat aan het einde van het dorp lag.
De dag was al bijna voorbij toen Ibrahim Spaho zijn Volkswagen omgekeerd voor de achterdeur manoeuvreerde. Zijn gezicht had een volledige metamorfose ondergaan. De gebarsten lippen waren hard opeen geperst. Gloeiende ogen en vastberaden blik.
Hij opende de deur en ontlaadde ijlings de koffer. Twee emmers met witte verf, schilderborstels en reinigingsmateriaal, een materiaalkoffer en talrijke houten planken.
Hij was die dag druk in de weer geweest. De verantwoordelijken in het THW kantoor hadden een afgevaardigde naar zijn huis meegestuurd om een inventaris op te maken van al wat er door de vandalen was stukgegaan en zij hadden hem verf en hout geleverd. Voordat hij dit echter ging afhalen, was hij eerst naar Travnik gereden om er een goede vriend te bezoeken. Hij wist dat die hem het soort materiaal kon leveren dat hij voor zijn nieuwe plannen nodig had.
Toen hij bijna alles uitgeladen had, begon hij meteen te werken. Hij herstelde eerst de elektriciteit, want het begon al donker te worden. Met houten planken sloot hij de opening van het kapotte venster af. Uiteindelijk zette hij zich aan het schilderen en liet alle muuropschriften verdwijnen.
Laat in de nacht na een stevige slok grappa gedronken te hebben, legde hij zich te slapen op wat er van de matras nog overgebleven was.

Zondag, 1998

De ganse dag probeerde hij met de brokstukken van het meubilair en het ontvangen hout een paar primitieve stoelen te vervaardigen. Hij slaagde er ook in de tafel enigszins bruikbaar te maken, al stond die er nu wat onvast bij.
Tegen de avond haalde hij een sporttas uit de koffer en bracht die naar de keuken. Zijn ogen kregen een haast waanzinnige glans en de trek om de samengeperste mond liet hem er nog grimmiger uitzien. Voor het eerst zou hij dat doen wat andere families al lang deden. Iets dat door de Internationale gemeenschap ten stelligste afgekeurd werd. Hij stond bekend als een goedmoedig man die steeds alle regels had gerespecteerd, maar nu had hij duidelijk genoeg van schone, maar inhoudsloze woorden. Zijn toekomst en die van de familie stond op het spel. Ditmaal zou hij niet meer voor de laffe vijand wijken.
Het lange wachten begon, want bij wat hij voorhad wilde hij zeker niet gestoord worden. Toen het dorp eindelijk in een ondoordringbare duisternis was gedompeld, maakte hij in de keuken licht. Behoedzaam verspreidde hij de inhoud van de sporttas op de koude betonnen vloer. De tien olijfkleurige bollen die hij netjes in een rijtje zette, vertoonden een platte boven- en onderkant terwijl de mantel van de op dennenappels lijkende tuigen, uit gewafeld ijzer bestond. Er gaapte ook een donkere opening in het platte bovendeel. Naast deze bollen legde hij een rol zeer fijne ijzerdraad en een zijdelinkse snijtang.
Uit de kartonnen doos die hij als laatste uit de sporttas had genomen, haalde hij een mechanisme dat uit twee naast elkaar lopende delen bestond. Het cilindrische lichaam bevatte drie smaller wordende trappen van verschillende lengte en doorsnede. Eerst was er een breed bovenstuk waarin slagpin en slaghoedje staken, dan een smaller en kort stuk waarop schroefdraad getrokken was, en uiteindelijk een lang kokertje voor de tijdsontsteking die uitmondde op een verdikking waarin de initiale springstof zat. De metalen hefboom was aan de bovenkant door een pin met ring op zijn plaats gehouden en liep evenwijdig met het lichaam, maar was wel iets langer. De totale lengte bedroeg ongeveer tien centimeter. Iedere militair van om het even welke nationaliteit zou dit onmiddellijk als een granaatontsteker geïdentificeerd hebben.
Ibrahim klemde de bovenkant van de ontsteker tussen duim, wijs- en middelvinger van de linkerhand, het uiteinde schuin naar boven gericht. Vervolgens nam hij een granaat, kantelde de bovenkant en schoof de opening over de rode koker totdat hij een weerstand voelde. Nu draaide hij zijn linkerhand naar boven zodat de dennenappel vertikaal op de onzichtbare cilinder stond en schroefde de granaat voorzichtig op het lichaam van de ontsteker. Dit ritueel herhaalde hij nog negen keer.
Uit de gereedschapskoffer haalde hij een hamer, schroevendraaier, ovaalvormige, regelbare loodgieterbeugels waarin gemakkelijk een tennisbal paste, ijzeren ringetjes met houtschroef, lange spiraalveren en een hamer.
Hij ging heel methodisch tewerk.
De installatie begon bij de vensters. Aan beide kanten van het kozijn bevestigde hij een beugel en blokkeerde daarin telkens een granaat met behulp van de spanschroeven. Hij draaide de granaat dusdanig dat de ring in de ontsteker naar binnengedraaid was. Op elke stijl van het venster, alsook op de dwarsverbinding, schroefde hij twee ringetjes. Alle vensters in het huis ondergingen hetzelfde lot. De constructie op de achter- en voordeur verschilde een weinig, want hier werden twee granaten aan de openingskant van de deur naast de stijlen bevestigd, gelijkmatig over de hoogte verdeeld. De ringetjes werden hier naast de stijlen geschroefd en eindigden in het midden van de hoogste en de laagste horizontale verbindingsstukken.
Na een uur of zowat controleerde hij opnieuw zijn werk en zuchtte voldaan. Hij wist dat het gevaarlijkste nu pas begon.
Zonder tijd te verliezen begon hij opnieuw bij de vensters. Daar knoopte hij een metalen draad aan de ring van de granaatontsteker, schoof de draad door alle ringetjes en verbond het uiteinde dan met de ring van de veiligheidspin in de rechter granaatontsteker. Dan knipte hij de gespannen draad middendoor en bevestigde beide uiteinden aan een spiraalveer, speciaal berekend om ervoor te zorgen dat het beweegbare deel van het venster een dertigtal centimeter kon geopend worden voordat er weerstand op de draad zou komen. Dit zorgde ervoor dat de draad steeds gespannen bleef. Hij spande ook een horizontale draad in het midden van de vensterhoogte. Hetzelfde deed hij voor de achterdeur. Telkens liep er een draad langs de boven als aan de onderkant. Vooraleer het werk bij de voordeur af te sluiten, maakte hij de bescherming van de veiligheidspinnen los.
Een kleine weerstand op de draad zal nu onvermijdelijk de pin uit zijn ligplaats trekken waardoor een interne pin de hefboom opzij drukt en de slagpin vrijmaakt. Die percuteert het slaghoedje, dat de vertragende lont in de koker ontsteekt.
Eenentwintig, tweeëntwintig, ...vijfentwintig.
De initiale springstof explodeert en doet de lading TNT in de mantel ontploffen, sprak een interne stem, terwijl hij zich aan de lessen tijdens zijn militiedienst herinnerde.
De ganse karwei duurde ditmaal meer dan een uur en het was bijna middernacht toen hij het gevaarlijkste deel van de operatie aanpakte. Hij moest er vooral op letten dat hij niet teveel spanning op de draad uitoefende en vooral het plaatsen van de veren vroeg om heel wat koelbloedigheid. Toen hij de draad aan het laatste ringetje had geknoopt, zuchtte hij opgelucht en draaide snel de sleutel in het slot.
“Tot volgende week,” fluisterde hij zacht, een voldane grijns op het gezicht, maar zweet parelde op zijn voorhoofd. Enkele tellen later was hij op weg naar Sarajevo voor een lange, eenzame en vermoeiende nachttocht.

Twee dagen later, Sarajevo

Zij zaten met vier rond een vierkantig tafeltje in een keukentje, gezellig te praten en genietend bij een kopje sterke, Bosnische koffie. Mirjana en Ibrahim Spaho, Aida en Senad Pasic. Beide families waren met elkaar verwant en leefden sinds de oorlog onder hetzelfde dak.
Aan deze situatie zou nu een eind komen en ze discuteerden uitgelaten over toekomstige projecten, mogelijkheden en het onzinnige van de politiek. Nog drie nachten vooraleer ze elkaar vaarwel zouden zeggen, vooraleer de familie Spaho eindelijk huiswaarts zou keren. Na zes lange jaren.
Er heerste een uitgelaten stemming.
Dan rinkelde de bel. Senad, de goeduitziende, veertigjarige gastheer sprong recht en ijlde naar de deur. Enkele tellen later stond hij terug in de keuken, op de voet gevolgd door twee politiemannen.
“Ibrahim Spaho?” vroeg de jongste van de twee, terwijl zijn maat het gezelschap in zich opnam. Hij las de naam op een stuk papier.
“Dat ben ik,” reageerde de genoemde met een vriendelijke lach op het gezicht.
“Je hebt een huis in Banja Luka?”
“Niet direct, maar in een dichtbijgelegen dorpje,” antwoordde Ibrahim, nu duidelijk nieuwsgieriger.
“Wanneer ben je daar voor het laatst geweest?” De oudere politieman trad kordaat naar voor en nam het initiatief. Hij hield een bruine map in de hand, sloeg die open en bestudeerde enkele vellen papier.
“Verleden zondag. Ik ga er elk weekend naartoe om werken uit te voeren. Volgende week keren wij definitief naar ginder terug,” antwoordde hij stralend.
“Ik denk dat dit niet mogelijk zal zijn,” repliceerde de politieman, zonder op te kijken, terwijl hij met gefronste wenkbrauwen iets aan het lezen was.
Ibrahim voelde zich nu plots bevangen, maar liet dat niet meteen merken.
“Zijn er dan nieuwe problemen met de administratie opgetreden?”
“Was het maar dat, mijnheer Spaho.” De stem van de politieman was nu plots zachter geworden. Hij keek van de een naar de andere en vroeg zich blijkbaar af of hij Ibrahim al dan niet apart zou nemen.
“Gisteren namiddag is er iemand in jouw woning binnengedrongen. Ik neem aan dat je weet wat hem overkomen is?”
Ibrahim zweeg en zweetdruppels verschenen op zijn voorhoofd. “Dus ze hebben opnieuw getracht om mijn huis binnen te dringen,” schoot het door zijn hoofd.
Hij kon best raden wat er moest voorgevallen zijn. Toch voelde hij een zekere voldoening. Ditmaal ben ik hen te slim af geweest. Maar krijg ik hierdoor problemen? Hij dacht van niet.
“Wekenlang heb ik mijn huis heropgebouwd, maar verleden week hebben smerige Četniks de ganse inboedel vernietigd! Daarom heb ik mijn huis tegen verdere inbraken beschermd!” bromde hij woedend.
“De man die jouw huis wilde betreden is nu dood.” vervolgde de wetsdienaar met dezelfde monotone stem. Nu pas drong het tot Ibrahim door dat de man zich blijkbaar niet helemaal op zijn gemak voelde. Ook de anderen aan tafel keken hem vragend aan, want ze begrepen er niets van terwijl ze aanvoelden dat Ibrahim heel goed wist waarover het ging.
“Zie je wel, ik had gelijk. Ze wilden opnieuw alles kapotmaken. Die smerige Četniks doen alles om te verhinderen dat wij in onze geboorteplaats terugkeren en …”
“Mijnheer Spaho,” onderbrak de politieman hem scherp, “ik begrijp je, maar ditmaal is het…”
Ibrahim sprong nu woedend recht.
“Je gaat me toch niet aanhouden omdat ik een Četnik belet heb mijn eigendom te vernietigen. Hebben wij ons niet lang genoeg laten vernederen en onderdrukken? Je bent toch ook een Bosniak?”
“Kalm, mijnheer Spaho, daarover gaat het hier niet. Je weet dat ik aan jou kant sta, maar ik heb nog enkele vragen…”
“Ik hoop alleen dat de explosie niet al te veel schade heeft aangericht.” Ibrahim zette zich terug en vertelde in het kort aan de anderen hoe hij met handgranaten alle toegangen tot het huis had beveiligd. Daarbij refereerde hij naar de opgedane ervaring bij het JNA, die hem goed van pas was gekomen.
De politieman wachtte geduldig totdat de woedende man uitgeraasd was.
“Mijnheer Spaho, je hebt blijkbaar niemand van jouw voornemen op de hoogte gebracht,” zei hij dan. Zijn jongere collega bleef op de achtergrond en voelde er weinig voor om zich in de debatten te mengen.
“Neen, of moest ik het misschien in grote letters op de deur plakken?” klonk het honend antwoord.
“Het zou inderdaad geholpen hebben om dit drama te vermijden.”
“Die hebben het zelf gezocht. Ik heb niemand uitgenodigd om bij mij in te breken en rotzooi te maken.”
“Niemand heeft ingebroken, mijnheer Spaho.”
“Maar hoe kon die kerel dan binnengeraken want ik ben er zeker van dat ik de deur afgesloten heb.” Ibrahims stem stokte ineens, alsof het plots begon te dagen.
“Maar dat kan toch niet?” schoot het door zijn hoofd.
“Hoe is die binnengeraakt,” vroeg hij nadrukkelijk, maar met schorre stem. Rondom de tafel werd het muisstil.
“De man had een sleutel, mijnheer Spaho.”
“Neen, dat kan niet. Ik heb aan niemand een sleutel gegeven!” schreeuwde Ibrahim ontzet. Ook zijn vrouw werd onrustig en keek van de politieman naar haar echtgenoot. Ze begreep dat er iets ernstigs gebeurd was en dat de politie hen niet had opgezocht om de rechten van een Četnik te verdedigen. Haar smekende blik probeerde een antwoord op het gezicht van haar echtgenoot af te lezen.
“Zeg dat ik het verkeerd heb,” stotterde ze voor zich heen.
“De man was niet meteen dood, want hij hield een grote doos voor zich en die heeft talrijke scherven opgevangen. Nochtans was er weinig hoop dat hij het zou halen en tijdens het transport naar het ziekenhuis is hij dan ook gestorven. Toch heeft hij nog de tijd gehad en de helderheid van geest om een boodschap te laten opschrijven.”
“Een boodschap?” vroeg Ibrahim met hese stem. Hij vreesde het ergste, maar wilde geloven dat hij het verkeerd voor had.
“Ja.” De man in uniform keek op een blad papier waarop een zinnetje gekrabbeld stond en vervolgde:
“Het klonk als, vergeef mij, ik wilde enkel een paar dingen in het huis zetten. Het moest een verrassing zijn…”
“Een paar dingen? Ik begrijp er niets van. Wie zou er mij een paar dingen gaan schenken?” Zijn stem had alle kracht verloren.
“Een televisie en een satelliet decoder met antenne…”
De politieman wist dat de tijd nu gekomen was om hen alles te vertellen. Hij haatte dit moment, maar het was zijn taak.
“Toen ik telefonisch de gegevens gekregen heb, heb ik die voor alle zekerheid nog een keer gecheckt, mijnheer Spaho. Er is geen twijfel mogelijk betreffende de identiteit van het slachtoffer. Het is geen inbreker geweest. De arme kerel wilde jullie met een geschenk verrassen, maar hoe kon hij weten dat je drastische maatregelen had genomen om te beletten dat er iemand tijdens jouw afwezigheid het huis zou betreden. Je hebt niemand op de hoogte gebracht! De verrassing was aan zijn kant en die is dodelijk geweest.”
“Wie was dat dan?”
“Het spijt me, mijnheer Spaho. De man heette Zlatko.”
De stilte werd verbroken door een hartverscheurende, door merg en been dringende kreet. Mirjana was recht gesprongen en ze rende met gebalde vuisten naar haar echtgenoot toe. Die stond voorovergebogen en zijn ganse lichaam beefde.
“Hoe kon je, jij hebt onze zoon vermoord!” Haar vuisten trommelden wild op de rug van de gebroken man die zich plots onwel voelde. Op hetzelfde ogenblik herinnerde hij zich dat hij hun oudste zoon een sleutel van het huis had gegeven toen ze de vensters en deuren hadden geplaatst. Alles werd wazig voor zijn ogen. “Dat was de laatste maal dat Zlatko mij een handje is komen toesteken,” schoot het door zijn hoofd terwijl hij in de verte Mirjana’s beschimpende woorden hoorde, maar haar slagen voelde hij niet meer.
“Vergeef mij, Mirjana,” fluisterde hij en begon naar adem te snakken. De politieman zag dat er iets verkeerd was en rende op de man toe, maar voordat hij hem kon bereiken, viel Ibrahim als een blok achterover op de grond. Het gerimpeld gezicht en de lippen waren blauw aangelopen. De glazige ogen stonden wijd opengesperd en zagen niets meer.

Epiloog

Ibrahim Spaho stierf aan een aortabreuk. Hij was altijd een brave man geweest die geweld had gehaat en die nooit iemand kwaad had berokkend. Hij wilde met zijn familie gelukkig zijn en zijn leven lang had hij alles voor haar gedaan. Om haar toekomst te verzekeren had hij de radicale beslissing genomen zijn eigendom met alle middelen te verdedigen. Uiteindelijk heeft hij daarmee zijn ganse familie vernietigd!
Mirjana Spaho moest langdurig behandeld worden en toen ze na twee jaar uit de psychiatrische instelling ontslagen werd, pleegde ze kort daarop zelfmoord omdat niemand haar kon vertellen waar haar jongste zoon gebleven was. Die was op de dag van zijn vaders dood uit Sarajevo verdwenen en niemand heeft ooit iets nog van hem gehoord. Een maand na de feiten schonk Tanja Spaho, Zlatko’s vrouw, het leven aan een flinke zoon die ze de naam Zlatko heeft gegeven.
petar.molic@skynet.be


Aantal keer bekeken: 3198
Waardering: 7.47 op 10
Geef een cijfer:

Alle rechten voorbehouden 2005-2018 - www.verhalenlezen.nl


Verhalen

Wilt u een verhaaltje lezen uit één van de onderstaande categorieën? Klik dan gewoon op een categorie en u komt op de pagina met de verhalen van deze bepaalde categorie.

Verhalen posten

Hebt u zelf een verhaaltje geschreven? Of een onvergetelijke blunder tegengekomen, of iets anders. En je wilt er anderen mee amuseren, lezen? Met verhalenlezen.nl kan dat geen probleem zijn. Klik hier om een verhaal te posten!


Statistieken

Totaal verhalen: 5175
Totaal categorieën: 10
Totaal 12 bezoekers online