Verhalenlezen.nl - Voor al uw verhalen en sprookjes. Ook hebben we liefdes verhalen en erotische verhalen.

De schaduwmeester deel 1.

U leest om dit moment het verhaal De schaduwmeester deel 1 gepost door Jiska M Spoelder. Dit verhaal is gepost in de categorie spannende verhalen. Wilt u een zelf geschreven, of een mooi verhaaltje posten? Klik daarvoor hier.

Wilt u terug naar spannende verhalen?
Categorie: spannende verhalen
Gepost door: Jiska M Spoelder
Gepost op: 2007-9-10

Verhaal:

De schaduwmeester deel 1
Dit verhaal speelt zich af in een kland hier ver vandaan, waar het zwaard en magie nog regeert. Dit land is een groot continent, waar ons verhaal zich afspeelt in een vrij grote havenstad genaamd Kelte.
Het begint al te schemeren in de havenstad Kelte, als er in de herberg een in het zwart geklede man binnenstapt. Hij draagt een geheel zwarte wapenrusting, en achter zijn rug zijn twee zwarte punten te zien. Zijn gezicht is bedekt met een zwart masker, zijn haar is zwart als zijn wapenrusting. Hij loopt beheerst en rustig de herberg in, alsof hij er eerder is geweest, al kent niemand de man zelf. Hij loopt tussen twee personen die met elkaar aan het spreken waren door en gaat in de donkerste hoek zitten. Voorzichtig loopt een van de dochters naar de man. “Meneer, wilt u wat eten of drinken,” vraagt ze, zichtbaar onder de indruk van de persoon tegenover haar. Hij antwoord met jonge, vriendelijke en vooral beleefde stem, geheel anders als het normale volk in de herberg. “Ik zou graag een stuk brood en een fles wijn hebben jongedame, ik heb lang gereisd en ben toe aan een goed glas van jullie dure wijn. Zeg tegen de waard dat het niet aangelengd mag zijn, aangezien ik weet dat hij daarvan houd,” zegt de man, de jonge meid strak aankijkend, met ogen die haar doorboren tot in haar binnenste. “Is goed meneer, ik zal uw bestelling halen,” ze loopt achteruit, met een klein beetje vrees in haar ogen. Als er genoeg afstand is tussen haar en de man, loopt ze vlug richting de bar en de keuken. De man aan de tafel begint rond te kijken, als er bij de ingang een beetje rumoer klinkt. De man kijkt, terwijl een heel groot deel van de aanwezigen hun hoofden de andere kant opdraait. Hij ziet hoe twee mannen het meisje, met een dienblad lastigvallen. Op het dienblad ligt een groot brok brood en een gesloten fles wijn. Als een van de mannen zijn hand uitsteekt naar de wijn, komt de man in beweging. Voordat de man de wijn te pakken heeft klinkt er een harde stem. “Raak die fles aan en dat is het laatste wat je aanraakt,” zijn tweede hand is ook een waas en de ander krijgt ook een zwaard op de keel. “Laat dat ook uit je hoofd, dames moet je met respect behandelen, en mijn wijn stelen is een heel slecht idee. Ik heb die verdiend, dus afblijven.” De mannen kijken hem met een mengeling van arrogantie en angst aan. Twee vuisten dreunen tegen hun kinnen aan. Ze belanden met hun hoofd tegen de muur. “Zeg maar tegen jullie leider dat Ra’Zhor weer terug is, en dat hij binnenkort weer orde op zaken gaat stellen.” De mannen kijken nu bevreesd naar hem. Hij heeft zijn zwaarden net zo snel opgeborgen als hij ze tevoorschijn haalde. Hij pakt het dienblad aan van het meisje. “Is alles goed met je,” vraagt hij haar, nu met een bezorgde stem. “Ja meneer, alles is goed met mij, bedankt,” stamelt ze verbouwereerd. De man loopt weer naar de tafel, maar nu gaat iedereen voor hem aan de kant. Nu zien de mensen pas, dat er een grote kracht van de persoon afstraalt en hij loopt met een zelfverzekerde tred. Hij gaat aan de tafel zitten en haalt een mes uit het niets tevoorschijn. Met dat mes begint hij zijn brood te snijden. Een snelle beweging en de wijnfles is open, waarnaar hij een beker ermee vult. Hij trekt zijn masker naar beneden en er verschijnt een knap gezicht van een jongeman, waarnaar hij begint te drinken en te eten. Dan tijdens het eten komt er een dame aangelopen.
“Is het waar,” vraagt ze. “Is de grote Ra’Zhor terug gekomen, waar is hij.” De man kijkt haar aan, en zegt dan. “ Mevrouw, als ik dat zei gelooft u mij toch niet, en daarnaast, sommige dingen moeten geheim blijven.” De dame gaat aan zijn tafel zitten en schuift een beurs naar voren. “Ik zal u betalen voor de informatie, in de beurs zit een klein kapitaal.” De man kijkt haar aan, hij schuift de beurs terug en zegt dan met een vreemde ondertoon in zijn stem. “Ik weet dat ik eruitzie als de eerste de beste huurling, maar bloedgeld word niet aangenomen, ik heb mijn eer, ik kom uit een goed huis, en ben geen verrader. Eer en eerlijkheid hebben geen prijs.” De vrouw kijkt verschrikt. De man kijkt haar aan en zegt dan. “Mevrouw, als u denkt dat die vijf man u ook maar en seconde zouden kunnen beschermen, heeft u het verkeerd, zij zouden sterven alvorens u ook maar een kik zou kunnen geven.” Met een kille blik in zijn grijze ogen verschijnt er ook iets anders, een vreemd gevoel in de buik van de dame. Hij kijkt haar aan zoals een roofvogel naar een mens kan kijken, met doorborende ogen. “Ik….,” stamelt de vrouw aan de tafel. “Ik moet gaan,” ze staat op en lijkt volledig verward door zijn blik en uitspraak. Ze loopt de herberg uit, achtervolgt door twee gespierde mannen. De jongeman lijkt zijn kalmte weer te hebben weergevonden en begint weer met smaak te eten en te drinken. Na het eten, schuift hij zijn masker weer voor zijn gezicht en staat hij op. Hij loopt naar de bar en fluistert daar wat in het oor van de waard. Die knikt en de man vertrekt. Hij loopt wat door de stad als er een felgekleurd persoon hem tegenhoud. “Goedendag, jij beweert dat hij is wedergekeerd, maar niemand heeft hem gezien sinds hij tien jaar geleden zonder een spoor vertrok. Waar haal jij de informatie vandaan,” hij kijkt naar de gemaskerde met een spoor van wantrouwen, voorzichtig glijdt de hand van hem naar een schede, waar een zwaard aanhangt. “Ik zou dat niet doen Raman, dat zou niet slim zijn, om je oude vriend neer te sabelen, helemaal niet aangezien deze oude vriend ervarener en beter is met het zwaard.” Raman kijkt hem verschrikt aan. “Ben jij het echt , maar je lijkt zo jong, jij bent de enige die zo zou praten tegen de kapitein van de wacht, jij moet het wel zijn, oude vriend,” hij omhelst de man. “Het is goed jou weer te zien Raman, kapitein van de wacht, dan is er in ieder geval iemand uit het gilde goed terecht gekomen. Waar zijn Teresa en Ananita.” “Mijn vriend, Teresa is waar ze hoort, in het gilde, en Ananita, ik zou willen dat ik dat wist, we verdenken haar namelijk van verscheidene brute moorden.” De jongeman kijkt verschrikt op. “Nee toch,” hij grijpt naar zijn borst. Raman knikt. “Toen jij wegging is ieder zijn eigen weg gegaan, Ananita is uit het gilde gestapt, al kon je het zonder jou geen gilde noemen, jij was het hart. Ik ben al snel naar de wacht gegaan, aangezien ze me er nodig hadden en Teresa die hoopte nog dat je ooit terug zou komen, die heeft je het ook nooit vergeven dat je bent weggegaan zonder het te vertellen aan haar. Ze hield van je.” Hij knikt. “Ik weet het, en ik vind het vervelend, maar ik had toen ik vertrok mijn redenen, ik moest wel, als ik jullie alles vertelt had, dan hadden jullie me niet laten gaan en waren jullie en ik allemaal dood geweest.” Raman kijkt hem verschrikt aan. “Is het zo erg vriend,” de ander knikt en wijst dan naar boven. “Het is erger, ze zijn me nu al op het spoor, Raman, vlucht nu je nog kan, ik zie je binnen een uur op de oude plek.” Raman knikt en rent weg. De jongeman haalt een van zijn zwaarden tevoorschijn, waarnaar hij een incantatie prevelt, zijn zwaard begint te gloeien. Dan haalt hij uit, en lijkt het alsof hij midden in de zwaai een kleine weerstand voelt, het zwaard gloeit tijdens die weerstand extra op en snijdt dan weer verder alsof er niets aan de hand was. De jongeman hangt zijn neus in de lucht en ruikt. Hij steekt zijn zwaard de lucht in en roept iets, een grote lichtflits laat de jongen in het niets verdwijnen.

“Mevrouw Teresa, er is nieuws dat Ra’Zhor weer terug is in Kelte, er is een persoon die dat verkondigd.” “Is er ook iemand die hem gezien heeft, of dat niet.” “Nee mevrouw, niemand, tot nu toe in ieder geval, al spreken de mensen wel over een grote lichtflits in het nieuwe gedeelte, onze spionnen weten niet wat of wie het was. Alleen dat er niets kapot was.” “Zoek uit of het spinnengilde verantwoordelijk is ervoor, als dat het geval is, wil ik weten hoe ze het hebben gedaan, zodat wij dat ook kunnen gebruiken. Als het niet de spinnen waren, wil ik weten wie of wat die explosie veroorzaakte. Die persoon is namelijk gevaarlijk en ik wil niet dat de spinnen hem of haar in handen krijgen dan.” “Is goed mevrouw, ik zal ervoor zorgen.” Teresa gaat bedenkelijk zitten aan de tafel. “Hij is weer teruggekeerd, het is tien jaar geleden dat hij vertrok, hij liet niemand iets weten, behalve een klein briefje aan mij. Ik moet helaas vertrekken, probeer mij niet te volgen, ik kom terug. Hij zei verder niets, maar vertrok. Ik mis hem nog elke dag, maar ik denk niet dat ik hem nog wil zien, ik kan hem niet onder ogen komen. Ik heb zijn gilde kapot gemaakt, zijn levenswerk. Hij zal mij niet willen zien, hij mag mij niet meer, hij haat mij. Nee Teresa niet zo denken. Zo was hij niet, zo is hij nooit geweest. Hij hield van je en zal nog van je houden, hij was nooit gevlucht, als hij het niet moeilijk had. Nee, hij is terug, maar hoe past die explosie in het verhaal, ik wist niet dat Ra’Zhor een explosie kon veroorzaken, en daarnaast zou hij het nooit doen, hij houd teveel van deze stad. Er is iets wat ik niet begrijp, waarom zijn er tegenwoordig veel meer tovenaars in de stad dan vroeger. Dat zal ik onderzoeken, en hopelijk zal ik hem zien, ik mis hem,” met die gedachte pakt ze haar cape en verdwijnt ze door de deur uit haar kantoor.
“Raman, ben je daar, ik ben het Ra’Zhor. De tegenstanders waren niet zo lastig, het waren verkenners, ik ben bang dat ik gevolgd ben. Mijn stad is niet meer veilig, en dus gaat iemand boeten.” Raman legt zijn hand op de schouder van Ra’Zhor. “Kijk wel uit, mijn vriend, want ik ben nu aan de andere kant van de wet, en dus zal ik je moeten arresteren als ik je zie.” “Niet meer Raman, als ik het goed zag, is je bureau vernietigd, de wacht uitgeroeid,” zegt Ra’Zhor tegen hem. Raman kijkt hem verschrikt aan. “Wat bedoel je en hoe kun jij binnen een korte tijd van de ene kant naar de andere kant van de stad reizen. En dan ook nog ongehoord achter mij komen, je was altijd goed, maar niet zo goed,” zegt Raman, zijn zwaard tevoorschijn halend, als hij uit wil halen achter hem, ziet hij nog net hoe een schaduw wegvlucht. En daarna, hoe een fel licht door het schaduwachtige wezen snijd. “Raman, kijk uit achter je,” schreeuwt de net aangekomen persoon. Raman draait zich om en haalt uit naar de schaduw. “Raman, dat werkt niet, laat mij maar,” zegt hij, een mes in zijn hand halend en die naar de schaduw gooiend in een vloeiende beweging. Ra’Zhor begint te dansen, met wilde bewegingen zwaait hij en draait hij rond, na vele seconden stopt hij, terwijl naast hem twee schaduw-achtige wezens opduiken. Raman schreeuwt. “Kijk uit, naast je, er staan er twee naast je.” Hij duwt Ra’Zhor aan de kant en gaat tussen hem en de schaduwen instaan. Ra’Zhor legt zijn hand op de schouder van Raman en zegt dan. “Dit zijn mijn schaduwen, ze doen niets, tenzij ik ze dat opdraag. Dit zijn mijn schaduwen, en een zal jouw vergezellen en een gaat met mij mee, jij kunt met jouw wapen niets doen, ik daarentegen kan veel doen met de mijne. Deze schaduw, zal je zowel beschermen als mij waarschuwen. Zodat jij veilig bent, mijn goede vriend.” De twee kijken elkaar aan. Raman schud zijn hoofd. “ Nee, we gaan de strijd in zoals we altijd deden, als broeders,” hij pakt de hand van Ra’Zhor. “Wij zullen ze grijpen en verslaan, want ik houd net als jou heel veel van deze stad, en ik zal en kan hem niet verloren zien gaan. Ze willen jou hebben mijn broeder, ik zal jouw schild zijn.” “Nee, Raman, jij zult niet als schild fungeren, daar ben je te waardevol voor. Jij zult als mijn legale deel fungeren, ik zal net als vroeger me in de schaduwkant moeten bewegen, jij kunt dat niet meer, dus zal ik proberen op die manier informatie te krijgen.” “Doe voorzichtig Ra, ik wil je niet arresteren, of lijken vinden. Ik werk bij de wacht en dat is mijn eerste prioriteit.” Ra’Zhor knikt en geeft zijn vriend een hand, dan als bij toverslag is hij verdwenen. Raman krabt op zijn hoofd en loopt dan weg, op de voet gevolgd door het zwevende, halfdoorzichtige schaduwwezen. Raman steekt nog snel zijn zwaard weg voor hij de straat in loopt.

Word vervolgd


Aantal keer bekeken: 2382
Waardering: 6.55 op 10
Geef een cijfer:

Alle rechten voorbehouden 2005-2018 - www.verhalenlezen.nl


Verhalen

Wilt u een verhaaltje lezen uit één van de onderstaande categorieën? Klik dan gewoon op een categorie en u komt op de pagina met de verhalen van deze bepaalde categorie.

Verhalen posten

Hebt u zelf een verhaaltje geschreven? Of een onvergetelijke blunder tegengekomen, of iets anders. En je wilt er anderen mee amuseren, lezen? Met verhalenlezen.nl kan dat geen probleem zijn. Klik hier om een verhaal te posten!


Statistieken

Totaal verhalen: 5175
Totaal categorieën: 10
Totaal 13 bezoekers online