Verhalenlezen.nl - Voor al uw verhalen en sprookjes. Ook hebben we liefdes verhalen en erotische verhalen.

Het spartelmeisje en de dood .

U leest om dit moment het verhaal Het spartelmeisje en de dood gepost door Rudolf Paul. Dit verhaal is gepost in de categorie liefdes verhalen. Wilt u een zelf geschreven, of een mooi verhaaltje posten? Klik daarvoor hier.

Wilt u terug naar liefdes verhalen?
Categorie: liefdes verhalen
Gepost door: Rudolf Paul
Gepost op: 2009-3-23

Verhaal:

Het spartelmeisje en de dood
Hij stapte de bijna verlaten kantine binnen. Slechts een andere klant, een heer op leeftijd die aan een tafeltje in de hoek mismoedig voor zich uit zat te staren.
‘Weer koffie zwart met appeltaart, meneer?’ De vrouw lachte hem vriendelijk toe, een leeg kopje in haar hand klaar om die vol te schenken.
‘Graag,’ mompelde hij. Hij staarde opzij naar het nieuwe meisje dat in het aangrenzende keukentje met iets bezig was.
‘M’n vakantiehulpje, m’n dochter,’ glimlachte de vrouw. ‘Alleen voor de herfstvakantie. Tja, op die leeftijd wil je er wel wat centjes bijverdienen, zij en haar vriendje. Die wil er een brommer voor kopen – vind ik maar niks eigenlijk.’
‘Haar vriendje? Werkt die hier ook?’
‘In de cd-zaak hier schuin tegenover,’ wees de vrouw. ‘Maar Nico – zo heet haar vriend – vindt het daar zo leuk dat hij erover denkt van school te gaan als ze hem daar een vaste baan geven. Vind ik zelf niet zo’n goed idee – hij kan zo goed leren, zonde, maar ja, op die leeftijd weten ze zelf alles beter, hè.’
Eventjes kreeg het gevoel dat hij en de vrouw daar stonden als de zorgzame, bezorgde ouders van een stel pubers.
Ze had het kopje volgeschonken. Hij legde het geld gepast voor de koffie en appeltaart boven op de toonbank.
‘Moniek, haal jij even die verse appeltaart van achteren voor deze meneer – mijn trouwste klant. Je weet wel die we vanmorgen hebben aangesneden.’
Maar inplaats van de taart op te halen kwam Moniek lachend naar hen toe. Hij knikte naar haar en zei: ‘Hallo Moniek, ik ben Hans Keeve. Ik kom hier bijna iedere morgen voor onbijt – koffie en appelpunt, vaste prik.’
Tot zijn verrassing stapte het meisje met kwieke pasjes om de toonbank heen en gaf hem een hand. ‘Moniek van der Sluis.’
De vrouw achter de toonbank scheen verlegen met de situatie, twijfelde even, en gaf hem toen ook maar een hand. ‘Anna van der Sluis, moeder van…’
Even stonden ze daar met z’n drieën, niet wetend wat te zeggen.
Hij had nooit eerder zijn naam genoemd in het winkelcentrum, het leek hem niet iets wat je als klant zomaar deed, jezelf voorstellen aan winkelpersoneel. Vreemd om dat hier juist wel te doen.
‘Leuke naam, Hans Kever,’ zei Moniek. ‘Makkelijk te onthouden.’
’Hoezo? Het is trouwens Keeve… zonder ‘r’, niet Kever, ik ben geen insect!’
‘Van dat liedje,’ lachte ze. “Hansje Pansje Keever -’ zong ze. Ze bewoog haar hoofd van zij tot zij. Haar paardenstaartje zwiepte mee.
‘Ga door,’ lachte hij, ‘hoe gaat het verder?’
‘ – die klom eens op een heg
neer viel de regen
die spoelde alles weg
op kwam de zon
die maakte alles droog
Hansje Pansje Keever
Die klom toen weer omhoog.’
Hans en Anna klapten uitbundig in hun handen. Zelfs de oude man in de hoek applaudiseerde mee.
‘Dat liedje herken ik,’ riep Hans, ‘althans de melodie. Het is geloof ik een Engels kinderliedje.’
‘Wilt u het in het Engels horen? Kan ik ook, hoor.’
Hans knikte. Anna glimlachte haar bemoedigend toe.
Weer zong ze, ze maakte er nu ook grappige gebaartjes bij:

‘Itsie Bitsie Spider went up the water spout
down came the rain and washed the spider out
up came the sun and dried up all the rain
and Itsie Bitsie Spider went up the spout again.’

Weer werd er geklapt. Een klant die net binnenkwam klapte mee.
Anna keek toe als een trotse, vertederde moeder. ‘De taart, Moniek. Waar wij vanmorgen ook al een stukje van hebben geproefd. Je zou haast denken dat er iets in zat.’
‘Yeah, spacecake,’ riep Moniek terwijl ze naar de keuken hipte.
Ze gaf hem zijn kop koffie en zei; ‘Moniek komt het u zo wel brengen.
Hij slenterde neuriëd naar zijn vaste plekje, het tafeltje bij het raam vlak bij de ingang waar gerookt mocht worden. Hij zette de koffie neer, hing zijn jas over de stoelleuning en ging zitten maar stond direct weer op om z’n pakje sigaretten uit z’n jaszak te halen. Struikelend over de stoelpoot en half-omdraaiend botste hij frontaal tegen het meisje op dat hem met een bordje met appeltaart in een hand en een servetje en fork in de andere gevolgd was.
‘Oeps, sorry hoor.’ Ze spartelde tegen hem aan. Haar kleine borstjes streken tegen zijn lijf ter hoogte van zijn middenrif. Hij maakte nog meer onhandige bewegingen en zij gieghelde luid.
‘Oeoe,’ schaterde ze, ‘ik dacht dat u me ging kietelen. Sorrie hoor, komt door Niko, die doet dat ook altijd bij me als ik iets in beide handen heb en me niet kan verweren.’ Ze zette gauw de spullen neer en weer streek ze even tegen hem aan.
Alsof hij een lichte stroomstoot had gevoeld deinsde Hans achteruit. Die kleine vreemde borstjes. Die had hij duidelijk tegen zich aan gevoeld. Hij wist niet eens dat ze al borstjes had, zo jong en fris en jongemeisjesachtig zag ze er uit. Maar natuurlijk, op die leeftijd… hoe kon hij zoiets denken.
‘Mijn schuld,’ zei hij. ‘ik ben ook zò onhandig…, licht motorisch gestoord ben ik…’
‘Nee, echt, komt door mij, door Nico, mijn vriend, hij hoeft maar zò te doen - ,’ ze maakte kietelbewegingtjes met haar wijsvingers, ‘- en ik heb het niet meer, ik kan daar absoluut niet tegen.’
Die borstjes, ze waren bij haar nog nauwelijks te ontdekken, bij zo’n spichtig vogeltje - een platborstje.
‘Sorry hoor,’ zei ze nogmaals.
‘Nou, dan zijn we maar allebei een beetje sorry, geeft niks,’ mompelde hij. Hij ging weer zitten.
Het spartelmeisje, zoals hij haar voortaan in gedachten bij zichzelf zou gaan noemen, huppelde met kwieke pasjes terug naar de toonbank vanwaar haar moeder alles met een brede glimlach had gevolgd.
De plek net boven zijn buik waar zij met haar tietjes tegen hem aan had gesparteld, gloeide. De hele tijd dat hij daar van z’n koffie en appeltaart zat te genieten.

Als ik niet gauw aangeraakt word door een vrouw… if I’m not touched by a woman soon … laat Will Self zijn hoofdpersoon zeggen in My Idea of Fun, het boek dat hij tot twee uur ‘s nachts had liggen lezen, “dan ga ik dood… dan los ik op in het niets”. Maar hij wàs zojuist aangeraakt. Door het meisje. Moniek, het spartelmeisje. Heel vluchtig en per abuis misschien, maar toch…
Hij voelde zich enigszins tot leven gewekt in dit dodenrijk, deze overdekte ruimte in het winkelcentrum van Paddepoel. Overal hing een lichte waas, een grijze mist bijna, een nevel. Grijze of beige-geklede figuren, the living dead, schuifelden voorbij het grote raam, oude mannen en vrouwen die verdwenen om de hoek bij de Hema of die plaats namen op de metalen bankjes in het midden van de open ruimte onder het immense glazen dak - so many, I had not thought death had undone so many.
Wie zag hij daar op een bankje bij een prullenbak? Old soldiers never die, they just fade away. Was dat niet die bekende oudverzetsstrijder die daar zat, licht bebaard, pijp in z’n bibberhand, iets wits in z’n knoopsgat, een anjer, verbaasd om zich heen kijkend? – Mein lieber Gott, waar bin ik noe terechtgekommen, nog maar net bei mein frau in Delft in de grafkelder en noe hier?
He who was living is now dead
We who were living are now dying
With a little patience

De oude man boog zich voorover om beter opzij te kunnen kijken. Het witte iets viel op de grond. Hij probeerde zich te bukken om het op te rapen maar het ging niet.
Men and bits of paper, whirled by the cold wind
That blows before and after time,
Wind in and out of unwholesome lungs
Time before and time after.
Eructation of unhealthy souls
Into the faded air

‘Zal ik u even bijschenken, meneer Kever? Het tweede kopje is gratis.’ Het spartelmeisje stond naast hem met de glazen koffiekan. Ze had even zijn schouder aangeraakt.
‘Graag. En ik ben geen Kever maar Keeve – geen insect dus, geen ungeheueres Ungeziefer
Het meisje concentreerde zich op het inschenken. Ze scheen hem niet gehoord te hebben.
Hij wees door het raam naar de winkelende menigte. ‘Wat vind je hiervan, Moniek, al die oude mensen hier? Je ziet vrijwel geen jongeren.’
Ze keek. ‘Ach, het is eens wat anders, meestal heb ik jonge kinderen om me heen. Ik heb een vrijwilligersbaantje bij de peuterspeelzaal, één middag in de week. Erg leuk, een beetje spelletjes met ze doen, veel knuffelen, liedjes zingen, sprookjes vertellen –‘
‘Ah, vandaar dat je al die kinderliedjes kent.’
‘Ja er zijn liedjes voor bijna alles, de molen, de bus, dieren – ook in het Engels.’
Nu begreep hij het. Als hij haar zou vertellen dat hij het zwarte schaap van de familie was, zou zij spontaan losbarsten met Ba ba blacksheep.
‘Ik zou graag kinderjuf willen worden; erg leuk lijkt me dat. Maar je moet oppassen dat je zelf niet te veel een kind wordt: laatst moest onze leidster naar een deftig officieel diner – haar man is iets hoogs bij de gemeente – de burgemeester was er ook bij, en toen de soep werd geserveerd, riep ze voor ze wist wat ze deed “Wie het eerst z’n bordje leeg heeft!" Je had de blikken van die vips moeten zien, zei ze.’
Hans lachte. ‘Leuk – iemand die zichzelf eventjes vergeet … Zeg, je had het over sprookjes, hè: hou je zelf ook van sprookjes? Heb je dat sprookje wel eens gelezen van een man die wakker wordt en ontdekt dat hij veranderd is in een reusachtige kever? Nou ja, het is eigenlijk een anti-sprookje en ook niet geschikt voor kinderen. Het loopt ook slecht met hem af, hij gaat dood, hij verlangt eigenlijk alleen maar naar wat menselijke warmte, hij wil graag bij de familie horen…’
‘Nee.’ Ze keek hem onderzoekend aan. 'Heet hij Hans Kever misschien?’
‘Gregor,’ zei hij schor. Hij kreeg het er warm van. ‘Gregor Samsa. Ik heb het verhaal vele malen gelezen…’
‘Zou ik ook best willen proberen. Als u de titel even voor me opschrijft ga ik het opzoeken in de bieb. Moet nu even verder met de koffiekan.’
Hij bleef naar haar kijken terwijl ze langs de tafeljes liep en zich daarna bij haar moeder voegde. Moeder en dochter, ze leken in vrijwel niets op elkaar. Het magere wichtje met de kwieke pasjes en gebaren en de gemoedelijke vrouw met haar grote ronde borsten –
her friendly bust
Gives promise of pneumatic bliss
Alleen hun lieve glimlach, dat was een familie-glimlach, daarin herkende je moeder en dochter.
Zijn o zo succesvolle broer Bas, twee jaar ouder dan hij, acht-en-dertig, loerde ook altijd naar vrouwen; maar die kleedde hij dan uit. Bas ging vooral voor jonge vrouwen van om en nabij de vijf-en-twintig, Harener huppelkutjes, noemde hij ze. Die kwam je aan de andere kant van de stad tegen, niet hier. Op z’n werk of in de chique winkelstraat van Haren, secretaressetrutjes of doktersassistentes of winkelmeisjes in dure modezaken. Jong en opwindend, zei Bas, met mooie lange benen en geschoren kutjes. Vrouwen van onze leeftijd, beweerde hij, zo van tegen de veertig, hadden altijd van die grote bossen haar, een oerwoud, je hebt een kapmes en een zaklantarn nodig om er je weg te vinden.
Toen Bas dit zei, over die oerwouden bij vrouwen, had hij zelf moeten denken aan ‘Op het midden van onze levensweg bevond ik me in een donker woud...’
Bas was die grove beschrijving van overdadige haargroei eens tegengekomen in een van de vele amerikaanse flutromannetjes die hij las. En tot de zijne gemaakt: Women my age… it’s like a jungle down there! You need a machete and a flashlight! Bas was nogal kruisgericht, altijd al geweest, op het maniakale af, altijd had hij het er over, over wie hij allemaal aan zijn pik had geregen, wie er nu weer aan het eind van zijn paal had liggen spartelen, over zijn “ferme jongen”, zijn “stoere knaap”, waar iedere mooie jonge vrouw zich op vastprikte. Of het allemaal waar was…?

Hoe konden twee broers zoveel van elkaar verschillen? Twee uitersten. Hijzelf was nog nooit met een vrouw naar bed geweest, had nog nooit een vrouw in levende lijve naakt gezien, laat staan aangeraakt. Angst, hij wist het: angst voor The awful daring of a moment’s surrender.
Je moet vrouwen iets te bieden hebben, had Bas beweerd. Maar Hans had niemand iets te bieden. Zijn broer wel: een goede baan, een snelle auto, een luxe appartement in Haren, zijn vlotte babbel, zijn uiterlijk… Hijzelf was de mislukkeling van de familie,the loser, hij had niks met zijn leven gedaan, I have measured out my life with coffee spoons. Hij had een vrouw niets te bieden of het zou zijn belangstelling en kennis van literatuur moeten zijn, een gevolg van zijn studie Algemene Literatuurwetenschap, die tot niets had geleid – geen baan althans. Wat daar van overgebleven was, van die jaren intensieve studie, waren de flarden poézie in drie moderne talen die nog dagelijks door zijn hoofd spookten, die hem te pas en te onpas te binnen schoten.
‘Heeft u het voor me opgeschreven?’ Hij voelde haar hand even zijn schouder aanraken. Het spartelmeisje. ‘Dat boek over een meneer die verandert in een kever.’
‘Nee nog niet; zal ik direct even doen. Ik kan je mijn exemplaar lenen maar die is in het Duits – Die Verwandlung.’ Hij haalde zijn notitieboekje en vulpen tevoorschijn.
‘Ik kijk wel in de bieb.’ Ze las de naam van de auteur die hij voor haar opschreef. ‘Rare naam’, zei ze. ‘Het geluid van een een kefhondje.’
‘Misschien vind je het niks. Als je wil, en als je er tijd voor hebt, kunnen we het er even over hebben als je het gelezen hebt.’
Ze gaf hem een glimlach en weer kneep ze hem eventjes zachtjes in zijn bovenarm.
‘Dat zou ik fijn vinden – het is soms toch niet druk.’ Ze keek naar buiten.
‘Kun je wel tegen die rokerigheid in het winkelcentrum,’ vroeg hij haar. Hij doofde zijn peuk in het halfvolle asbakje op tafel.
‘Eigenlijk niet, nee.’
‘Weet je, ik las laatst in een verhaal dat mensen die onlangs begraven of gecremeerd waren plotseling weer opdoken in een ander stadsdeel waar ze na hun dood nog rustig een poosje incognito mochten verderleven. The North London Book of the Dead , heet het verhaal. Doet me denken aan deze noordelijke stadswijk van Groningen. Die wordt bevolkt door enkel mensen die aan longkanker zijn overleden. Ze komen na hun dood van de begraafplaats en het crematorium hier een paar honderd meter verderop deze kant op. En ook wel uit andere plaatsen in het land. Ze mogen van God in dit winkelcentrum en de bejaardenhuizen in de buurt nog een tijdje onopvallend postuum blijven voortbestaan en doorpaffen. Als levende doden - the living dead. Tot ze geleidelijk aan in het niets oplossen’.
Ze keek hem bevreemd aan, een engelachtige vage glimlach op haar gelaat. ‘Wat zegt u toch rare dingen!’ Ze schudde haar hoofd en nam het asbakje weg. ‘Ik zal even een nieuwe voor u halen.’
‘Ik probeer al tientallen jaren om er mee op te houden – met roken, bedoel ik.’
‘Weet u, ik heb een paar weken geleden mijn vriend daar van af geholpen. Ik zei tegen hem dat ik het vies vond, dat als ik hem zoende het net was of ik een asbakje aflikte en dat ik hem niet meer zou zoenen tot hij ermee opgehouden was en hij niet naar vieze tabak proefde.’
‘En werkte dat?’
Ze knikte. ‘Binnen een week was hij er van af. Kun je nagaan – hij had vanaf z’n twaalfde gerookt.’
‘Zou dat ook voor mij werken,’ vroeg hij zich mompelend af.
Ze kreeg een kleur. ‘U bedoelt… dat ik u zoen als u… ik weet niet… mijn moeder misschien. Mam, deze meneer… Hans wil graag…’
Haar moeder liep op hen toe.
Het bloed steeg naar zijn hoofd. ‘Nee, zo bedoelde ik het niet…’
Inside my brain a dull tom-tom begins
Absurdly hammering a prelude of its own,
Capricious monotone
That is at least one definite ‘false note’.
- Let us take the air, in a tobacco trance

Moeder en dochter stonden bij zijn tafel met lachende en blijde gezichten. Hij hoorde nauwelijks wat er gezegd werd.
‘… dat als hij nu ophoudt met roken… dat jij over een paar dagen…. een weddenschap…’
‘Dat is goed,’ zei Anna. ‘Dat wil ik wel voor je doen. Dan kun je voortaan daar zitten.’
Ze wees op de tafeltjes dicht bij de toonbank waarboven een niet-roken bordje hing.
Hij stond stuntelig op, weer hij dreigde hij te struikelen over een stoelpoot. Moniek moest hem even bij de bovenarm vasthouden.
And I must borrow every changing shape
To find expression … dance, dance
Like a parrot, chatter like an ape.
Let us take the air, in a tobacco trance -

‘Afgesproken,’ zei hij schor. ‘Tot morgen. Dat tafeltje.’ Hij maaide met z’n arm in de richting van de toonbank en verliet de zaak, nagestaard door Moniek en Anna.

***

Voetnoot:

Ik zal even mijn bronnen vermelden, misschien hoort dat zo. Een poosje geleden werd Ilja Pfeijffer beticht van plagiaat omdat hij verzuimd had te vermelden dat hij gebruik had gemaakt van een aantal dichtregels van T.S.Eliot. Vandaar.

He who was living is now dead
We who were living are now dying
With a little patience
(T.S.Eliot: The Waste Land, What the Thunder Said)

so many, I had not thought death had undone so many
(T.S.Eliot: The Waste Land, The Burial of the Dead).

Men and bits of paper, whirled by the cold wind
That blows before and after time,
Wind in and out of unwholesome lungs
Time before and time after.
Eructation of unhealthy souls
Into the faded air
(T.S. Eliot: Four Quartets)

her friendly bust
Gives promise of pneumatic bliss
(T.S.Eliot: Whispers of Immortality)

“Women my age… it’s like a jungle down there! You need a machete and a flashlight!’
(David Amsden: Important Things That Don’t Matter – page 259)

The awful daring of a moment’s surrender
(T.S.Eliot: The Waste Land, What the Thunder Said)

I have measured out my life with coffee spoons
(T.S.Eliot: The Love Song of J. Alfred Prufrock)

Inside my brain a dull tom-tom begins
Absurdly hammering a prelude of its own,
Capricious monotone
That is at least one definite ‘false note’
-Let us take the air, in a tobacco trance
(T.S. Eliot: Portrait of a Lady)

And I must borrow every changing shape
To find expression … dance, dance
Like a parrot, chatter like an ape.
Let us take the air, in a tobacco trance –
(T.S.Eliot: Portrait of a Lady)





Aantal keer bekeken: 1724
Waardering: 3.25 op 10
Geef een cijfer:

Alle rechten voorbehouden 2005-2018 - www.verhalenlezen.nl


Verhalen

Wilt u een verhaaltje lezen uit één van de onderstaande categorieën? Klik dan gewoon op een categorie en u komt op de pagina met de verhalen van deze bepaalde categorie.

Verhalen posten

Hebt u zelf een verhaaltje geschreven? Of een onvergetelijke blunder tegengekomen, of iets anders. En je wilt er anderen mee amuseren, lezen? Met verhalenlezen.nl kan dat geen probleem zijn. Klik hier om een verhaal te posten!


Statistieken

Totaal verhalen: 5175
Totaal categorieën: 10
Totaal 10 bezoekers online