Verhalenlezen.nl - Voor al uw verhalen en sprookjes. Ook hebben we liefdes verhalen en erotische verhalen.

Liefde en Paniek.

U leest om dit moment het verhaal Liefde en Paniek gepost door Annelotte Suvaal. Dit verhaal is gepost in de categorie liefdes verhalen. Wilt u een zelf geschreven, of een mooi verhaaltje posten? Klik daarvoor hier.

Wilt u terug naar liefdes verhalen?
Categorie: liefdes verhalen
Gepost door: Annelotte Suvaal
Gepost op: 2009-1-25

Verhaal:

Liefde en Paniek
>Liefde en Paniek<

1.Vreemde ontmoeting

Een harde klap van beneden deed me opschrikken uit het boek waarmee ik bezig was -Romeo en Julia- voor school. Het klonk niet zo zeer als een knal waarbij een vaas omvalt, of waarbij tientallen borden en pannen op de keukenvloer in scherven uiteen vallen. Het klonk eerder als een soort ontploffende pudding, een gedempt geluid; alsof het explodeerde in de oven..
Ik bleef doodstil zitten, wachtend tot ik het woedende gebrul van Jeffrey mijn vader zou horen. Of het paniekerige gejammer van Rose nadat een van haar “culinaire” experimentjes uit elkaar was geknald. Ze was niet bepaald geen goede kokkin, neem dat maar van mij aan. Mijn vader zorgde er dan ook wel voor dat zijn vrouw uit de buurt bleef van pannen en ovens, in haar geval dodelijke moord-wapens. Maar het bleef stil, op wat plotseling gelach na. Ik kon mezelf wel voor mijn kop slaan. Dat was Gianna. Mijn zus, die een vriendin op bezoek zou hebben om samen een natuurkunde project nog even snel af te maken voor de school zou beginnen.
Met een zucht legde ik het beroemde boek van Shakespeare naast me op de sprei, en liep naar beneden. Als Rose er nu niet was, dan zou ze over een paar uur vast komen. En wat Gianna ook voor een ravage zou achterlaten, als mijn ouders dat te zien zouden krijgen was niet alleen mijn zus de schuldige.
“Giann! Dat kan je toch niet menen hè!” Riep ik uit, terwijl ik de keuken –of wat er nog van over was- waarnam. Gianna stond alleen op de keukenvloer tegen het aanrecht aangeleund, haar handen nog steeds in een beschermend gebaar voor zich houdend. Op het keuken-eilandje dat normaal gesproken pijnlijk schoon was stond een halve, nagebauwde vulkaan van papier-machè. Hàlf, de rest lag in gescheurde stukken op de grond, midden in een soort kleverig goedje dat een vreemde rood, oranje- achtige kleur had. Het zat in kleverige klodders overal aan vast geplakt, niet alleen op de keukenvloer en in Gianna’s haar, maar ook op het plafon en aan de keukendeur. Ik kreunde. Niet te geloven, wat ze nu weer voor elkaar had gekregen. Gianna’s van schrik versteende gezicht vertrok tot een brede glimlach. Ze beet op haar gestifte onderlip om haar lachen in te houden, maar toen haar vriendin Hannah even later door de deur naar binnen wandelde –een vreselijke gil gaf en toen in lachen uitbarstte- kon ze het niet meer ophouden en barstte ze ook in schaterlachen uit. Ik glimlachte ook, een beetje schaapachtig, aangezien ik eigenlijk nog niet helemaal klaarwakker was.
“Wow.” Mompelde ik, nog zoekend naar de juiste woorden. Opnieuw keek ik naar Gianna, haar mooie roodbruine krullen kleefden aan elkaar, klodders rode drap dropen vanaf haar haarlijn over haar gezicht.
“Als jij het maar opruimt.” Mompelde ik, terwijl ik aanstalten maakte om weer naar boven te lopen, om acht uur zou ik weg moeten, balen. Nu had ik het Romeo en Julia boek nog niet helemaal uit.
“Val, wil je alsje- alsje - alsjeblieft helpen?” Hoorde ik Gianna smekend roepen. Ik rolde met mijn ogen en liep de trap verder op. Ze haar vriendin toch bij zich die haar kon helpen? En trouwens, ik zou niet weer te laat willen komen op school. Dat was wel het laatste wat ik zou willen, want vandaag was de klassenindeling.
De schooldirecteur had vastgesteld dat er teveel leerlingen waren in deze enige school in het kleine dorpje Tellum, en er was niet genoeg geld om lokalen bij te bouwen. Leerlingen zouden worden overgeplaatst naar een andere school zo dicht mogelijk in de buurt, en al weken lang stond dit in het middelpunt van de belangstelling. Wat als je werd overgeplaatst? Maar zo’n vijfentwintig leerlingen zouden daadwerkelijk worden overgeplaatst, de rest zou gewoon in een andere klas komen. Maar toch.. Wat als je een van de vijfentwintig ongelukkigen zou zijn? Het was de grootste angst van elke leerling van de Tellum High School. Je vrienden verlaten en opnieuw beginnen in een andere buurt, of zelfs een ander dorp! De bewoners van Tellum waren hier meestal ‘geboren en getogen’, en niet gewend aan veel verandering in hun leven. Wat dat betreft zat het met mij wel goed, ik woonde hier per slot van rekening nog maar een jaar.
Zelf begreep ik hele overplaats gedoe nog niet helemaal, hoe kunnen ze ouders dwingen om hun kinderen verder van huis naar een andere school toe te sturen? Ze hadden toch niet voor niks gekozen voor Tellum HS?
Toch kreeg ik een raar gevoel in mijn maag als ik dacht aan het feit dat ik misschien wéér naar een andere school zou moeten. Nieuw zijn is vreselijk eng, iedereen kijkt je aan en ik sta niet bepaald graag in de schijnwerpers. Opvallen is een ding waar ik nooit aan zou doen, ik probeerde gewoon zo normaal mogelijk te zijn. Een onmogelijke missie, aangezien ik zo anders was dan alle anderen hier in Tellum. Dit dorp was klein. Klein in de zin dat iedereen iedereen kende, iedereen alles wist over alles en iedereen, in de zin dat als er een onbenullig klein meisje van zestien hier wordt overgeplaatst gelijk het hele dorp je naam kent en alles over je denkt te weten. Alle sàppige roddels tenminste. Toen ik hier voor het eerst kwam ging het gerucht dat ik een crimineel verleden had, gelukkig was dat gerucht al snel niet echt meer sensationeel aangezien ik er niet bepaald crimineel uit zie.
Vandaar dus dat er een frons ontstond op mijn voorhoofd terwijl ik dacht aan mijn aller eerste week hier in Tellum, en aan dat ik misschien precies hetzelfde zou moeten doorstaan maar dan alleen op weer een nieuwe school.
Misschien.
De kans was erg klein dat nou juist ìk gekozen zou worden, ík, die behalve het feit dat ik nieuw was een tijdje geleden, zo vreselijk doodgewoon en normaal was. Het zou van zichzelf spreken dat de wat meer onhandelbare leerlingen gekozen zouden worden, die wilde de school natuurlijk kwijt. Mijn cijfers waren tamelijk goed, gemiddeld tussen de zevens en achten waar voor talen af en toe een negen of tien tussen zat. Ik zou mezelf niet zo snel plaatsen onder het kopje onhandelbaar.
Opgelucht haalde ik adem.
Mijn maag ontwarde zich uit de knoop waarin hij de laatste vijf seconden in vast had gezeten. Snel holde ik naar mijn kamer om het boek van Shakespeare op te pakken en in mijn schooltas te proppen.

Het was zo’n twintig minuten fietsen geweest, en ik had de tijd verkeerd ingeschat. Ik was een van de eerste leerlingen op het enorm grote, grijs betegelde plein. De muren van dit schoolgebouw voelden mij nog niet helemaal vertrouwd aan, en ik zou makkelijk kunnen verdwalen in het bizarre complex van verschillende gebouwen. Voor me staarde het bord waarop met grote blauwe letters: “Tellum High School” op stond me aan, waaronder een brede deur de hoofdingang presenteerde. Een paar laatstejaars hingen een beetje rond voor het hoofdgebouw en probeerden met stukjes kouwgom het bord te raken. Onder die kinderen ontdekte in Ginny, een vreselijk aardig meisje dat me de eerste dag een rondleiding had gegeven. Ze was erg populair onder degene die haar konden waarderen, maar sommige meiden konden haar niet uitstaan. Vast vanwege haar mooie uiterlijk en perfecte lichaam. Dat was overigens een best goede reden, als ze niet zo aardig geweest was zou ik haar alleen al moeten haten omdat ze zelfs in een verrotte jutezak er nog als een engeltje zou uitzien. Met jongens had ze dus zeker geen problemen.
Ook nu weer was ze omringd door een paar oudere jongens, ongetwijfeld van een andere school, misschien wel ook van de universiteit aangezien haar oudere broer daar connecties had.
Toen ze mij opmerkte maakte ze zich los van de groep aanbidders en vriendinnen, die nog steeds verveeld kauwgom stukjes gooide naar het toegangsbord. De directeur was er zeker nog niet.
“Valerie?” Ze keek me met een schuin hoofd aan terwijl ze op me af stapte. Ik merkte dat ik er vast een beetje eenzaam bij stond, starend in de verte midden op het plein. Snel toverde ik een scheve, maar vrolijke glimlach op mijn gezicht.
“Hey Ginny.”
“Wat ben je vroeg. Behalve wij is er nog niemand.”
Haar blonde haren vlogen als een soort aureool om haar bleke gezicht, en grote blauwe ogen omlijst met gekrulde zwarte wimpers keken me verwonderd aan. Ik stond dan ook niet bepaald bekend als een vroeg komer.
“Tja.. Ik dàcht dat ik laat zou zijn.”
Ik voelde de frons op mijn voorhoofd dieper worden terwijl ik dacht aan de mogelijke overplaatsing naar een andere school die vandaag zou plaatsvinden. Ginny merkte mijn gepeins op, en het leek wel alsof ze mijn gedachten kon lezen.
“Echt hè, ik ben zo zenuwachtig! Ik denk dat ik zal gaan flouwvallen als ik naar een andere school zou moeten...” Zuchtte ze. “Ben je daarom zo vroeg?”
We liepen langzaam slenterend richting het hoofdgebouw. De jongens keken ons vreemd aan. Vast verbaasd dat een populair meisje uit de zesde zou willen omgaan met een uk als ik, nog maar in de vierde. Ik was per slot van rekening ook nog eens een nieuwkomer! Een jongen met zwart, rossig haar leek iets te willen roepen maar hield zich op het aller laatste moment in. Een andere wat oudere knul, stompte hem plagerig tegen zijn schouder waardoor een soort gevecht ontstond. Lachend stoeiden ze een beetje in het rond, maar de blikken richting Ginny en mij waren me niet ontgaan.
“Eh.. Ik denk dat je aanbidders je weer terug willen.”
Ze gooide haar hoofd in haar nek en lachte hard.
“O, dat zijn maar een paar vrienden van mijn broer. Van die kerels die niet naar hun colleges gaan om rond te hangen bij middelbare scholen zoals deze. Ze hebben hier een paar jaar geleden ook gezeten weet je. Ze voelen zich erg volwassen tussen al die ‘kleine’ scholieren.”
“Hoe gaat het trouwens met je broer? Haalt hij nog goede cijfers na dat... incident?”
Ik aarzelde bij dat laatste woord. Er was inderdaad een vreemd ongeluk gebeurd tijdens een studenten- feestje in een of andere kroeg. Ginny’s broer Thomas was dronken geworden en een paar meiden hadden drugs in zijn drankjes gestopt. Vervolgens was hij bewusteloos neergevallen op de dansvloer en moesten ze in het ziekenhuis zijn maag leegpompen om van de troep in zijn lichaam af te komen. Ze wisten niet zeker of hij het wel zou overleven, maar tot ieders opluchting was hij volledig hersteld. Het was een zware tijd voor hem èn voor Ginny, maar hij was ook gelukkig snel achter de rug geweest. Toch hadden mijn woorden haar geraakt. Ze hield veel van haar broer, en hij was een erg aardige jongen, inmiddels al bijna een man.
“Wat zal ik zeggen..” Ze keek een beetje gepijnigd uit haar ogen. “Hij doet vast wel zijn uiterste best, maar toch kan hij zijn hoofd er nog niet helemaal bij houden. Mijn ouders hebben besloten dat hij maar weer terug naar huis moet. Dan kunnen zij erop letten dat hij weer naar colleges gaat en goed studeert. Zijn laatste examen ging niet helemaal zoals het zou moeten gaan, maar aangezien dat ongeluk mag hij het overdoen volgende week. Hij studeert zich helemaal kapot!”
Ze grinnikte, alsof het iets grappigs was en ik lachte mee.
“Ik weet zeker dat hij het gaat halen hoor! Hij is slim genoeg.”
“Ginn, kom je nog?” Riep de jongen met het rossige, zwarte haar. Hij leek eindelijk al zijn moed bij elkaar te hebben geraapt om Ginny erop te wijzen dat hij haar aandacht weer terug wilde.
Ginny grijnsde en gebaarde naar hem dat ze eraan zou komen.
“Soms zijn het net irritante hondjes, alsmaar willen ze aandacht. Vorige keer zaten ze met mijn vriendin te flirten en nu doen ze alsof er niks is gebeurd! Tja, ik zie je wel weer Val.” Ze schonk me een glimlach en veegde haar blonde haar uit haar ogen terwijl ze zich omdraaide naar de anderen.
“Oké.” Riep ik haar grinnikend na.

In gedachten verzonken liep ik naar de hoofdingang, vurig hopend dat daar de kou buitengesloten was. Ik omklemde mijn sjaal stevig toen er een ijzige windvlaag mijn ogen deed tranen, het was nu wel duidelijk dat het winter begon te worden. Met tegenzin herinnerde ik mezelf eraan dat het al weer bijna December was. Ik nam maar alvast afscheid van de stralende, warme zon die zo lekker geschenen had in de zomermaanden. Met koude lippen blies ik witte wolkjes in de lucht en zag ze vervormen en vervagen tot ze opgingen in de grijze lucht boven mij.
Met een zucht van verlichting stapte ik de warme aula binnen, links van mij begroette de Conciërge mij. Hij kende me wel goed, iedereen kende mij. Zelfs die jongens die me net met Ginny zagen praten. Roddels gaan als een lopend vuurtje rond hier in Tellum.
Ik haatte het om niks te doen te heben in een plek waar ik niet bekend ben, de vaal witte muren staarden me aan. De middelbare school was een vreemde en akelige plek zonder al die galmende en drammende leerlingen. Normaal gesproken hing hier een gezellige, en vooral drukke sfeer, de sfeer waar ik altijd zo gek op was. Nu waren de enigen die aanwezig waren, de docenten en de Conciërge plus een klein groepje brugklassers die giechelig samen op een bankje huiswerk van elkaar overschreven.
Twijfelend keek ik op naar de klok, nog tien minuten voordat de meeste kinderen van mijn leerjaar wel zouden aankomen. Dat duurde nog wel even, tot die tijd zou ik mezelf moeten vermaken. Hoe? Toen kreeg ik een geniale ingeving. Eerste uur hadden we Nederlands, dan zouden we gaan discussiëren over het boek van Shakespeare. –voor een M.O. cijfer- Ik pakte het boek erbij, en begon te lezen uit het romantische toneelstuk. Het was voor school, een verplichting, huiswerk. Maar ik zwijmelde al gouw weg bij het lezen van de dramatische maar toch ook mooie woorden van Romeo, terwijl hij zijn liefde verklaarde aan Julia. Dat een persoon zo veel van iemand kon houden, genoeg om je leven op te geven, alleen maar om de liefde. In het echte leven kwam zoiets niet vaak voor.

Ik schrok op van een hand op mijn schouder. De laatste woorden galmden nog na in mijn hoofd. Dit heftige genot kent geen einde en gaat jubelend ten onder, zoals vuur en kruit in hun alles verzengende kus.
“Hé, slaap je nog?”
Ik glimlachte naar het meisje dat net naast me was gaan zitten.
“Chloë, jezus, jij bent ook vroeg!”
Ze schudde haar bijna witte haar naar achter en keek me een beetje spottend aan. Alsof ik net iets vreemds had gezegd. Ze fronste, en haar lippen vormden een vreemde uitdrukkingsloze streep tot ze deze opende.
“Je bent inderdaad nog niet helemaal wakker zeg! Kijk eens op de klok meid, het is half negen!”
Ze stond op en wachtte met haar handen in haar zij terwijl ik gehaast mijn boek weer in mijn tas propte. Ach, die laatste drie bladzijden kon ik toch wel raden. Ik had mijn huiswerk wel gedaan, zo ongeveer. Chloë liep alvast vooruit en trok me mee aan mijn arm. Toen ik haar had ingehaald zag ik een zorgelijke uitdrukking op haar gezicht staan. De frons was weer op haar gezicht verschenen en ik bedacht me dat iedereen zo meteen een vreemd bezorgde uitdrukking zal hebben als ik ze zal zien.
De aula was al weer helemaal volgestroomd, dat ik dat niet had gemerkt tijdens het lezen. Het vertrouwde rumoer en het gelach deed een glimlach op mijn gezicht verschijnen. Dat had ik wel een beetje gemist na dat weekend. Ook al klonk het rumoer lang niet zo gezellig als eerst, en was het gelach toch ietwat zenuwachtig.
Snel liepen Chloë en ik door naar ons mentor lokaal, waar Meneer de Groot ons zou gaan inlichten over de hele overplaats- situatie.

“Ga zitten jongens.. en meisjes.” Begon de Groot zenuwachtig, zich afvragend hoe hij moet beginnen tegenover al deze tieners. Hij wist dat het onderwerp dat hij ging aanslaan erg gevoelig lag bij de dorps- kinderen.
“Ehm.. Jullie weten allemaal al van het kleine ruimtelijke incidentje.”
Ik voelde hoe Chloë mijn hand vasthield en er in kneep. Dat maakte mij er nou niet echt geruster op. Maar hij ging verder.
“Er is al eerder uitgelegd hoe het zit, rond de hele ..lastige zaak, mag ik wel zeggen.”
“Pfft.. Geldnood, die lui kunnen ook niks goed doen hè..” Mopperde Vincent fluisterend, maar kwaad. Zijn gezicht stond ondanks zijn boze woorden erg gefrustreerd. Ik keek rond in het lokaal. Iedereen was lichtelijk gefrustreerd, de spanning was haast tastbaar in dit kleine lokaal vol met gespannen leerlingen. Een angstige grimas stond op Chloë’s gezicht gebeiteld, en ik had medelijden met haar. Maar ook met mezelf.
De deur naar het hoofdgebouw had dan misschien de ergste kou buiten gesloten, de lucht voelde hier alsnog onaangenaam ijzig. De lucht die ik in mijn longen zoog voelde nat en koud, en ik sloeg mijn armen voor mijn borstkas in een poging het warmer te krijgen. Ik had Chloë’s hand ongemerkt losgelaten. Vanuit mijn ooghoeken zag ik tot mijn opluchting dat ze er niks van gemerkt had. Mijn blik dwaalde weer af naar onze mentor. Ik wist dat hij erg zenuwachtig werd zodra hij de situatie niet goed meer in de hand had.
Hij zocht een paar minuten verwoed tussen allerlei papieren in zijn kleine bureaulade en hij slaakte een zucht van verlichting toen hij er een geel blaadje tussenuit viste.
Chloë stak haar hand op. Ik zag dat haar hand een beetje beefde, van de angst, de kou, of gewoon omdat dat altijd zo is wanneer je hand geen ondersteuning heeft. Meneer de Groot knikte kort in haar richting. Hij leek even de situatie volledig onder controle hebben, ondanks de chaos die je als buitenstaander niet zou kunnen zien. Maar onderling had iedereen zijn eigen verwarde gedachten.
“Wat als leerlingen niet wìllen gaan? Ze kunnen ons niet dwingen toch..” Vroeg ze twijfelend.
De Groot moest even nadenken over haar vraag voor hij antwoord gaf.
“Er zijn enkele telefoongesprekken gevoerd met ouders van leerlingen uit de tweede, derde en de vierde..” Ze kromp ineen bij het horen van haar klas. “En alleen als de ouders toestemming geven voor het veranderen van school van hun kind of kinderen, zou het toegestaan zijn.. En let op mijn woorden, alleen van locatie, het werk zal precies hetzelfde zijn en niemand hoeft te verhuizen. Eigenlijk is het niet zo’n probleem, en er waren gelukkig enkele ouders die dat ook inzagen.”
Ik haalde opgelucht adem. Yes, yes yes! Ik hoefde niet weg! Ik kon wel opstaan en een vreugde dansje maken op de tafeltjes. Ik had het er uitvoerig over gehad met mijn moeder, en ze wist dat ik er erg tegenop zag om van school of klas te veranderen. Het voelde alsof mijn maag sinds een week geleden in de knoop had gezeten, en dat deze nu pas loskwam. Het voelde fantastisch, die zekerheid. Stralend keek ik op naar Chloë en keek haar met een veelbetekenende blik aan. Ook zij leek erg opgelucht.
De spanning leek als het ware te smelten.
Maar toen kreeg ik opeens een akelige gedachte..
Er zouden toch geen ouders zijn die er toestemming voor zouden geven? Wie zou een onnodige verhuizing en stress vrijwillig aan zijn kinderen willen geven? En er moesten wel leerlingen verhuizen. Ondanks de woorden van de ouders. Ik voelde mijn gezicht bleek wegtrekken.
“Wat is er Val?” Siste Chloë, terwijl ze me met een schuin gezicht aankeek. Ze was duidelijk opgelucht dat je alleen zou worden overgeplaatst als je ouders toestemming zouden geven. En ik wilde haar opbeuring niet weer weg laten zakken, dus ik hield mijn mond.
“Niks hoor. Beetje maagpijn..” Dat laatste was niet gelogen. De knoop trok weer strakker aan in mijn maag.

“.. en dus zal ik de lijst voorlezen met namen van de leerlingen die zullen worden overgeplaatst.” Vervolgde de Groot, met een stralende glimlach om zijn lippen. Alsof het leuk was dat er leerlingen weg moesten. Ik kon me niet voorstellen dat ook maar iemand zoiets vrijwillig zou doen.
Hij schraapte luidruchtig zijn keel en ongekreukte het vel papier waarop de namen stonden.
Nu was ik degene die Chloë’s hand vastpakte en erin kneep. Hard. En zij kneep zachtjes terug. Allebei keken we gespannen richting onze mentor, die misschien onze mentor straks niet meer zou zijn. Chloë was denk ik een stuk relaxter dan ik.
“Pedro Lancosta, Adriaan Janssen, Mike Damiens..” Ik hoorde een verdrietige, diepe zucht vanuit de hoek van het klaslokaal komen. Mike zat in mijn klas, en hij was wel een aardige knul. Een beetje kinderachtig soms, maar wel aardig. De Groot ging verder met de lijst terwijl er af en toe een diep bedroefde reactie kwam van een klasgenoot en hij even stopte. Maar meestal ging het om kinderen uit andere klassen. Gelukkig.
“... Angelique Cézan, Suzanne Utrechtse..” Arme Angelique, zij was ook een aardig meisje. “Laurent Bloemstra, Laura Peters..” Ging onze mentor verder. Hij grinnikte om de ironie van de twee bijpassende namen. Ik lachte ook zachtjes achter mijn hand, maar om een andere reden. Laura, dat onaardige kind was degene die roddels over me had verspreid de eerste week op de THS. Blij toe dat ze wegging. Ik was niet echt het type voor wrok en haat. Maar ze had iets veroorzaakt wat ik het meeste haatte, belangstelling voor mij. Maar geen aardige en oprechte belangstelling.
Ik grijnsde donker toen ik Laura verslagen hoorde snikken. Ik hoorde dat haar vriendin Marique haar troostte door sussende geluidjes te maken. Tss... Ik rolde met mijn ogen.
“Chloë Daniëls, Dennis Voorn, Becka de Lam, Valerie Owen..” Wat hij verder voor namen opsomde hoorde ik niet meer. Het voelde alsof er watten in mijn oren werden gestopt, alles om me heen en aan mezelf werd gedempt. Behalve een harde, van paniek piepende stem in mijn hoofd. “Overgeplaatst.. Maar... maar dat kunnen ze niet maken!” Het stemmetje deed pijn aan mijn oren. “Dat kunnen ze niet maken! Niet má- ken!”
“Valerie, kan je alsjeblieft je frustratie voor je houden?” Hoorde ik een brommerige stem van heel ver vragen.
De watten werden van mijn oren gehaald. Ook mijn zicht werd weer beter. Het voelde alsof ik ontwaakte, en op dat moment besefte ik dat ik inderdaad werd overgeplaatst, en dat dat piepende stemmetje van mij was. Niet alleen van mijn hoofd, het zinnetje was ook afkomstig uít mijn mond! Met een rood hoofd mompelde ik iets overstaanbaars als “Sorry Meneer..” En Amy keek me medelijdend aan, zelf ook ietwat van slag.

“Mam!”
Ik smeet de deur met een klap dicht achter mijn rug – draaide zowat mijn arm uit de kom- en gooide mijn rugzak ertegenaan. Niemand zou nu kunnen ontsnappen aan mijn woede.
“Pap!”
Rose kwam ongerust de kamer binnen hollen, de bezorgdheid droop haast van haar gezicht. Ik was normaal gesproken niet zo’n herrieschopper. Maar dit was geen normaal moment, nee. Ik was woedend! Op alles en iedereen, maar vooral op mijn ouders. Ik knarste haast met mijn tanden, toen ik mijn moeders niet- wetende- gezicht zo voor me zag. Wist ze niet wat er aan de hand was? Woede borrelde weer op uit mijn maag, en ik kreeg het gevaarlijk warm.
“Lieverd toch, wat is er aan de hand met je?” Ze wilde naar me toe lopen en me omhelzen, maar ik deinsde terug terwijl ik haar woedend bleef aankijken.
“Wat is er aan de hand met míj? Hoe kan je dat nou weer niet weten!”
“Nou zeg..” Sputterde ze, nog steeds niet begrijpend wat ik zei.
“Ik word overgeplaatst Rose! Overgeplaatst! En jij hebt daar toestemming voor gegeven, hoe kon je?!”
Ik kreeg zin om met iets te gaan gooien, om iets tegen de muur aan te gooien. Om haar te schoppen! Maar ik hield me in. Het is en blijft mijn moeder. Dacht ik, en voor een moment kalmeerde ik even.
“Heb je Meneer de Groot niet aan de telefoon gehad dan?” Vroeg ik, wat rustiger nu.
Ze schudde wild haar hoofd. Ze leek wel een klein kind dat wilde zeggen dat ze wel degelijk níet uit de snoep trommel had gegeten. Maar dit lag anders. En ik was ook geen klein kind waarvan anderen over mijn leven mochten bepalen. Het was mijn leven! Ik kon een snik niet bedwingen en een zoute traan gleed over mijn toch al hete wang.
“Echt niet?” Vroeg ik zwakjes. Mijn stem klonk schor van het schreeuwen.
“Ik denk dat Jeffrey je mentor aan de telefoon heeft gehad. Het spijt me liefje, ik wist dat je het niet graag had. Maar je vader..” Ze maakte haar zin niet af terwijl ik naar mijn kamer toe rende.
Ik voelde me zo vreselijk.

De tranen stroomde nu onophoudelijk over mijn wangen, ik proefde het louwe vocht op mijn lippen en ze prikten in mijn rouwe keel. Ik schokte zo hevig dat het bed waarop ik mezelf had neergegooid hevig schudde, met mijn hoofd onder mijn kussen, met mijn hoofd dat zo vreselijk bonkte en zeurde van het huilen. Maar ik besteedde er geen aandacht aan, ik kon alleen maar denken aan het verschrikkelijke feit dat ik weer “die nieuwe” zou worden. En mijn ouders voelden aan als verraders, alsof ze me haatten. Maar ik wist natuurlijk dat dat niet zo was, ze hielden van me. Net zoals ik van hen hield. Maar waarom had pap dit dan gedaan? Het verdriet kwam weer boven en ik snikte weer, mijn wang plakte aan mijn waterige kussen en dekbedovertrek. Ik huilde zo hard dat ik opgeven moment verdoofd raakte.Tot ik uit eindelijk uitgeput was, uitgeput van het huilen. Uitgeput, helemaal dood. Zo voelde ik me. Leeg. Alsof ik mezelf letterlijk leeg had gehuild.

Chloëe! zegt: Heey Vallie. Ben je online?
Val zegt: Ja. Zo ongeveer wel..
Chloëe! zegt: Hoezoo????
Val zegt: we worden overgeplaatst! Hoe heeft mn pa dat nou kunnen doen? Hij wist dat ik niet wilde, we hbn erover gepraat!
Chloëe! zegt: tsja, ik begrijp het ook niet van mijn ouders.. ik was zo kwaaad!
Val zegt: ik ook!
Chloëe! zegt: ik heb zelfs mijn ma aan het huilen gekregen, niet dat dat op zich een kunst is
Val zegt: ik vind het best wel eng
Chloëe! zegt: ik ook, ik ben net gewend aan deze klas en dan moeten we weg.
Chloëe! zegt: enne ... ik weet waar we worden overgeplaatst
Val zegt: WAAAAT ???????!!!!!!!
Val zegt: vertel vertel vertel ik ben suuuperbenieuwd (niet in de goede zin) maar waarom heb je dat niet eerder gezegd tegen me Ames????
Chloëe! zegt: Tssss...Rustig nou maar.. anders krijg je straks een hartverzakking wanneer je het hoort. Als ik het je zometeen vertel en je geeft een minuut geen antwoord dat bel ik 112 hoor!
Val zegt: nee he.. is het zoo erg? 
Chloëe! zegt: kind of...
Val zegt: vrtl dan maar
Chloëe! zegt: We gaan naar het Hulst College.
Val zegt: ik ken het niet eens
Chloëe! zegt: nou wees blij. Mijn broer is daar ooit geweest en vertelde me dat het echt een soort criminelen gebeuren was, echt niet normaal

Stilletjes bedacht ik me dat het juist goed was dat het iets drukker was dan de Tellum High School. Vergeleken met mijn vorige middelbare school in Elscher, was THS een soort van kostschool maar dan met perfecte leerlingen en verveelde docenten. In Elscher was alles zo... zo vrolijk en onvoorspelbaar, en Tellum was het eigenlijk echt een beetje een saaie boel. Maar aangezien Chloë nooit verder had gekeken dan Hulst, de ‘grote’ stad – het leek in mijn ogen meer op een miniatuur stadje waar ze nog geen haast hadden uitgevonden- leek alles voor haar vast erg druk en rumoerig in Tellum.
Maar ik maakte me toch vreselijk zorgen. Wat als de kinderen er echt zo erg waren en we een soort buitenbeentjes zouden worden. Of misschien zouden we worden gepest..
Mijn maag draaide zich weer om.
Pijnlijke gewoonte werd het.

Chloëe! zegt: Buzzzzzzzzzzz!!!!
Chloëe! zegt: hee miep ben je er nog?
Val zegt: Tuurlijk mieperd... was ff denken. Aan het feit dat we morgen totaal compleet verdoemd zijn.
Chloëe! zegt: zkr, maar ik ben toch blij dat we samen kunnen gaan. En met mike en emiel. Weet je de weg?
Val zegt: ik wist niet eens dat emiel ook ging? (en ja, ik word denk ik gebracht)
Chloëe! zegt: geïnteresseerd in emiel?
Val zegt: ZKR NIET! bjgg?!!!
Chloëe! zegt: bjgg?
Val zegt: ben je gek geworden? 
Chloëe! zegt: hihi, weer iets bijgeleerd
Chloëe! zegt: en zo lelijk is hij anders toch niet...
Val zegt: focus jij je maar op je mike. Dan ga ik ondertussen langzaam dood..
Chloëe! zegt: >zucht< arme jij
Val zegt: arme wij
Chloëe! zegt: zkr.. maar ik moet gaan.  >>> Kusskusz
Val zegt: xxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxjesdoeiiiiiiidagciao
Chloëe! zegt: lufjoeeeeeeeeXxXxXxXxXxXxXx<<

Ik liet me achterover op mijn bed vallen. Helemaal niet moe meer, terwijl het klokje op mijn laptop toch aangaf dat het alweer half elf geweest was. Een raar gevoel van opwinding deed het sudderen in mijn buik. Vreemd, heel vreemd. Het was geen verkeerd gevoel, eigenlijk best wel spannend. Het bleek dus dat ik toch wel benieuwd was naar mijn nieuwe school, met nieuwe leerlingen, nieuwe docenten en in een nieuwe stad. Ik was bovendien nog nooit in Hulst geweest, ik hoopte stilletjes dat het net zo vrolijk was als Elscher, waar ik vroeger had gewoond.
Ik gleed van mijn bed af en knielde naast mijn bureau. Onder een losse plank onder mijn houten bureautje lag een klein kistje, niet groter dan mijn hand. Ik ging wat gemakkelijker zitten en leunde tegen mijn stoel aan. Toch niet zo gemakkelijk, bedacht ik me pijnlijk, toen ik de stoelpoot hard tegen mijn rug voelde porren. Maar mijn aandacht werd weer gevestigd op het kleine doosje in mijn handen. Voorzichtig tilde ik het deksel eraf, en staarde naar het stapeltje foto’s op de bodem. Het waren foto’s die gemaakt waren in Elscher, op de eerste foto zag je mijn vriendinnen en mij staan, gearmd en vrolijk lachend. Langzaam keerde ik de foto om en de tweede werd zichtbaar. Daar stond Sinon, een knappe jongen met blond haar en blauwe ogen. Ik giechelde een beetje afwezig in mezelf toen ik terugdacht aan de tijd dat ik stilletjes verliefd op hem was. Bijna hadden we verkering gehad, maar het bleek dat een ‘vaste relatie’ toch niets voor mij zou worden. Eigenlijk was ik nog nooit zo smoorverliefd geweest als al mijn andere vriendinnen beweerden, vaak waren ze zo in de roze wolken dat ze zich urenlang optutten voor de spiegel verlangend naar hun eerste zoen. Het besef dat ik dat nog nooit echt had gehad, had iets verdrietigs, en zou Chloë echt iets willen met Mike? Ik zou het haar eens vragen.. Ik had haar nummer, maar het was al te laat geworden om nog te bellen. Morgen zou een vermoeiende dag worden, dat zou mooi in contrast staan met de afgelopen week die zo dodelijk saai was geweest. Ik had wel zin in een beetje afwisseling.
Snel verstopte ik het doosje weer onder de losse plank en gleed met een zucht onder de dekens. Ik hoorde hoe Jeffrey thuis kwam van een lange werkdag en het licht uitknipte beneden. Verdoofd van de slaap dommelde ik in, maar werd even later half wakker toen ik mijn vader op de rand van mijn bed hoorde zitten. “Welterusten lieverd..” Mompelde hij. Ik draaide me om en staarde naar zijn donkere schaduw.
“Jij ook welterusten pap.” Hij gaf me een nachtzoen op mijn wang en draaide zich weer om. Ik gaapte en fluisterde, zacht alweer bijna in dromenland: “Het geeft niet hoor, van de overplaatsing.”

“Pap?”
“Ja lieverd?”
Hij keek niet op van de krant waaruit hij aan het lezen was, met zijn vrije hand bracht hij de kop koffie naar zijn lippen en nam een slok.
“Ik moet zo meteen naar school, wil je me brengen met de auto?”
“Je hebt toch een fiets? Fietsen is gezond.”
“Weet je nog dat ik vertelde over die overplaatsing?” Ik keek hem verwachtingsvol aan, maar Jeffrey had zijn krant alweer gepakt en nipte van zijn koffie die inmiddels al wel bijna op moest zijn.
“Nou, ik ben dus overgeplaatst. Ik moet nu naar Hulst, je had de Groot toch aan de telefoon gehad?” Even keek hij gepijnigd naar me op, maar mijn woede van gisteren was weer weggeëbd. Jeff hoefde zich geen zorgen meer te maken, woede is in de eerste plaats al niks voor mij. Alhoewel ik me toch een beetje verraden voelde, en geïrriteerd. Niemand leek te begrijpen hoe ik me voelde. Soms had ik wel eens zin om met Gianna te praten, zij was de enige die me echt begreep. Maar ze was de laatste tijd erg vaak weg.
“Zo ver? Ik zal blij zijn als je achttien bent zeg, betekent dit nu dat ik je elke dag naar school moet brengen?”
“Niet dat dat voor mij zo leuk is hoor, dan had je maar moeten zeggen dat ik niet mocht worden overgeplaatst.” Hij gromde iets onverstaanbaars en ik kreunde hardop terwijl ik mijn hoofd achterover gooide. “Toe nou paps, over vijf minuten moet ik al weg!”
“Natuurlijk Valerie, ik breng je wel. Maar kan je niet iemand anders vinden met wie je mee kan liften ’s ochtends? Ik moet ook naar mijn werk, mijn baas heeft een groot project voor me in petto, dat wil ik niet verpesten door te laat te komen.” Ik knikte, blij dat hij me toch wilde helpen.
“Ik zal het vragen pap! Echt heel erg bedankt hè!” Ik liep naar hem toe en gaf hem een knuffel, waarna ik met mijn hoofd op zijn schouder leunde. Hij sloeg een arm om me heen en liep toen naar boven.

Chloë stond al te wachten op het grote schoolplein, met haar mobieltje tegen haar oor gedrukt stond ze daar een beetje zenuwachtig om zich heen te kijken. Ik zag dat ze erg gespannen was en holde naar haar toe om haar gedag te zeggen.
“Val!” Riep ze duidelijk opgelucht uit. Haar gezicht stond een beetje angstig, en weer keek ze schichtig om zich heen. Toch leek het hier niet zo gevaarlijk, andere scholieren stonden gezellig met elkaar te praten in groepjes bij elkaar. Er waren veel laatstejaars bij, en ook een groepje overduidelijke bruggertjes met rugzakken om die bijna even groot waren als zij zelf. En in tegen stelling tot de Tellum High School zag het hele gebouw er best aardig uit. De muren waren niet vaalgeel, maar smetteloos wit en het toegangsbord was prima onderhouden. Het Hulst College bestond uit een groot gebouw, met meerdere verdiepingen. Ik telde er drie, tamelijk veel voor een middelbare school. Mijn maag ontspande zich al een beetje, en een vreemd, opgelucht gevoel overspoelde me.
Maar Chloë leek zich heel anders te voelen.
Ze zag er gevaarlijk bleekjes uit, eigenlijk leek het net alsof ze ging flauwvallen.
“Chloë..” Zei ik bezorgd, en ik greep haar schouders beet. Maar ze bleef maar staren naar een bepaald punt in de buurt van het hoofdgebouw en leek mij niet op te merken.
“Chloë! Wat is er?” Ik schudde haar bij de schouders lichtjes door elkaar. Bang dat als ze te hard heen en weer werd geschud, ze als een strooien pop in elkaar zou zakken.
“V.. Valerie, k kijk ..” Ze wees naar dat zelfde punt waar ze haar blik nog steeds op gevestigd had. Ze praatte haperend vanwege het feit dat ik haar nog steeds door elkaar schudde. Ze duwde me van zich af en trok me mee de andere kant op.
“Wat is er toch, je doet zo raar! Ik zag daar niks hoor. Dit is een doodnormale school, en we zijn samen dus is er niks engs aan en..” Ik maakte mijn zinnen niet af toen ik de bezorgde blik van Chloë zag. Ze staarde naar haar voeten, maar hief haar hoofd toen met een ruk op en keek me met een koppige blik aan. Ik had nog steeds geen flauw idee waar ze nou zo bang van was.
“Dat groepje daar, met die vier jongens en twee meisjes. Zag je ze niet? Dat waren het stel waar mijn broer het over had..”
“Wat?”
“Hij vertelde me dat ik, als ik naar het Hulst College ging, ik moest oppassen voor Leon, Joshua en nog een paar anderen van hun groepje. Ze zijn al een keer blijven zitten, en nu komen ze dus weer in de vierde. O ik ben echt bang Lil! Wat als ze bij ons in de klas komen, ik zou echt helemaal dood gaan, en niet meer op school komen en..”
“Toe nou, zo erg kunnen ze toch niet zijn? Ze zijn misschien wat ouder, maar wat hebben ze dan gedaan. Ik bedoel maar, dat ze zo’n slechte reputatie hebben dat zelfs jouw grote broer vroeger bang voor ze is.. eh, was.”
“God, soms vergeet ik echt dat je nog maar een nieuw komertje bent..”
Ik rolde met mijn ogen.
“Een paar jaar geleden bestond hun clubje uit zes kinderen, er zat nog een meisje bij. Madison. Ze was wat minder vreemd dan die andere zes, maar goed. Ze trok dus erg veel met ze op en toen verdween ze. Zomaar. Ze kwam niet meer naar school en haar ouders waren zo ongerust. Ik heb ze zien huilen, echt zielig. Maar een paar kinderen hebben gezien dat ze uit ging met een van die jongens en daarna is ze dus vermist geraakt.”
Ik grinnikte. Wat een gekke meid was die Chloë soms toch.
“Geloof je nou echt dat Leon of Jos ... ach, weet ik veel hoe ze heten, een meisje van hun eigen leeftijd hebben kunnen vermoorden ofzo? Ze schelen maar een paar jaar van ons! En je weet hoe erg ik vooroordelen haat, geef ze een kans. Als ze bij ons in de klas komen, dan beloof je me dat je niet raar gaat doen, alsjeblieft?”
Ze keek me aan alsof ik gek geworden was, maar erg veel tijd om verder te praten was er niet want de bel ging en het schoolplein stroomde langzaamaan leeg. Ik wilde ook richting het hoofdgebouw lopen, maar Chloë trok me aan mijn mouw zodat ik stil bleef staan.
Vier jongens en twee meisjes keken naar ons. Nee, staarden naar ons. Ze knipperden geen moment met hun ogen en bleven staren, tot een van de meisjes ze meetrok naar binnen. Ik hoorde Chloë beverig zuchten en ze liep alvast vooruit. Maar ik hield mijn adem in, ik voelde mijn hart kloppen in mijn borst, bijna in mijn keel.
Een jongen bleef staren, van ver zag ik niet goed hoe hij eruitzag. Ik zou niet eens met zekerheid kunnen zeggen dat hij naar mij keek, maar ik voélde zijn ogen haast. En zo dom als ik was, staarde ik met stomheid geslagen terug. Toen verbrak hij het oogcontact - het had maar een paar seconde geduurd- en hij liep hij razendsnel weg. Ik voelde mijn handen beven, en snel stopte ik ze in de zak van mijn vest terwijl ik vlug achter Chloë aansnelde, die niks had gemerkt.

We liepen samen de aula in, ik volgde Chloë op de voet. Nog steeds was ik een beetje van slag door de vreemde manier waarop de jongen mijn aankeek, aanstaarde. Het gaf me een onprettig gevoel, niet alsof hij me leuk vond, of mooi. Eerder interessant, op een manier waar geen emotionele redenen bij betrokken zijn.
Midden in de aula bevond zich een groot bord, waarop veel kinderen aandachtig naar keken. Een grote massa leerlingen verzamelde zich rond het bord. Er waren er zelfs een paar bij die vanachter het bord eronder door probeerden te kruipen om het zo beter te kunnen zien. Ik herkende nergens het mysterieuze groepje kinderen, die ons toen zo aan had gekeken. Chloë trok me mee naar het bord, ik liet mezelf vandaag gewoon meeslepen. Ik voelde me een beetje als een accessoire.
Toen we dichterbij kwamen zag ik dat er op het bord acht lijsten waren opgehangen, lijsten met namen. Ik voelde mijn maag weer samentrekken.
“Hey Val, hierop staan de klassen die zijn samengesteld.” Zenuwachtig ging ze op haar tenen staan om over een jongen heen te kunnen kijken naar het bord. Hij keek geïrriteerd opzij en bromde iets dat Chloë volkomen negeerde.
“Nee hè, wat als we niet bij elkaar komen!”
“Natuurlijk komen we bij elkaar, zo grof zou onze mentor toch niet zijn. We moeten bij elkaar komen!” Dat laatste kwam er haast smekend uit. Ze gaf het spingen op en ging rustig naast me staan –wat je rustig noemt- ze wipte van de ene voet op de andere, haar armen over elkaar heen geslagen. Haar ogen gingen als een razende door de aula.
“Chloë, ik word nerveus van je.”
“Was je dan niet al nerveus, ik ga hier bijna dood van de zenuwen!”
“Ik ook, ik vind het echt zo oneerlijk dat juist wij hierheen moeten.”
“Bedank je ouders maarVal.” Ze zei het kwaad, en even leek het alsof ze niet gespannen was. Maar het duurde niet lang.
“Yes! Eindelijk, er gaan kinderen al naar hun klas!” En inderdaad, een voor een schoof de rij kinderen vooruit, terwijl er langzamerhand leerlingen afdropen naar de verschillende deuren aan weerszijden van de aula, waar vast de lokalen zaten. Toen stonden wij met onze neus tegen de lijsten aangedrukt, wanhopig zoekend voor onze namen.

“Heb jij de jouwe al gevonden?” Mompelde ik, terwijl ik de derde rij namen afging. Ik was al bij lijst nummer vijf. Ik zag dat Chloë doorgeschoven was naar lijst acht.
“Nee, ik heb zeven ook al bekeken, daar zit je niet bij. Check lijst zes voor me, en sta ik trouwens bij lijst een, twee of drie? Vier heb ik ook al gedaan.”
“Nee, ik heb alleen lijst drie en vier gedaan.. Zo meteen kijk ik ook even naar een en twee. Wat is dit vreselijk verwarrend..!” Dat laatste woord kwam er rafelig uit, mijn vinger ging langs de namen en mijn ogen tuurden ingespannen naar de kleine lettertjes op het witte papier. Toen maakte mijn hart een zenuwachtig sprongetje.
“Chloë! Je naam staat bij lijst zes! Kom snel kijken.” Ik hield mijn vinger naast de naam Chloë Daniëls, en met een snelle verschuiving van haar voeten stond ze al naast me. Ze slaakte een hoog, verschrikt gilletje.
“Jouw naam staat er niet bij! Dat kunnen ze toch niet maken!” Ze trok een gezicht alsof ze zou gaan huilen, en zo voelde ik me precies.
“Dit is zo oneerlijk! En ik sta ook niet bij zeven en acht?”
Ze schudde haar hoofd, waardoor haar blonde plukjes haar die uit haar staart hingen wild om haar hoofd kwamen te zitten. Ze liep voor me langs naar de eerste lijst en ik snelde naar de tweede. Ik voelde me een beetje paniekerig worden. Mijn naam stond niet bij lijst twee. Ik keek vragend naar Chloë maar zij haalde haar schouders op.
“Hè? Hoe kan dat nou? Heb je echt goed gekeken of ik er wel bij zit?” Mijn stem was een paar octaven omhoog geschoten aangezien ik haast verdoofd raakte van de spanning die door mijn lijf gierde. Maar ze haalde een beetje onthutst haar schouders op.
“Wacht! Ik weet het..”
“Wat weet je?” Vroeg ik, nog steeds paniekerig hoog.
“Ga even naar de receptie, we zullen wat laat zijn maar dit moet een misverstand zijn! Ze zijn je naam vergeten op een van de lijsten te zetten. En dan kan je misschien ook wel regelen dat je bij mij in de klas komt, tot ze zeker weten waar je zit. En dat zal ongetwijfeld toch wel in dezelfde klas als die van mij zijn!”
“Goed idee! Kom, we gaan.” Ik wilde me al omdraaien maar nogmaals werd ik teruggetrokken.
“En raad eens..” Zei ze met een plotseling stralende glimlach om haar lippen.
“Wat?”
“We, of ik, zit niet bij die vreselijke club waar mijn broer ons zo voor waarschuwde.”
Ik glimlachte schaapachtig, vreemd dat ik me niet net zo uitgelaten voelde als Chloë, die haast danste van vreugde. Zou het te maken hebben met de jongen die me zo had aangestaard.. Om eerlijk te zijn was ik best door hem gefascineerd, zoals hij dat blijkbaar ook in mij was.
Nee.. ik droomde vast maar wat.
“Weet je wat, ga jij maar alvast naar je klas. Dan loop ik naar de receptie, en ben ik denk ik sneller terwijl jij in elk geval een goede eerste indruk maakt.”
“Weet je het zeker?” Vroeg ze twijfelend, en ze wierp een blik op de klok. Ze had nog maar een minuut of twee. Ik hoefde niet te antwoorden, ze draafde al vooruit naar de deur waarop haar plattegrond van de school aangaf waar ze moest zijn.
“Bedankt, je bent een schat!” Riep ze me nog na, terwijl ik al richting de hoofdingang liep waar de receptioniste verveeld achter een loket zat.
“Tot zo.” Zei ik nog, maar Chloë verdween net achter de deur die met een zacht geluidje dichtviel. De aula was inmiddels al helemaal leeg.

“Goedemorgen liefje, waar kan ik je mee helpen?” Een mollige vrouw van middelbare leeftijd, met een krullend, rood kapsel keek me aan vanonder een luipaard-print gemontuurde jampot-bril. Om haar knalrode lippen stond een beleefde, maar oprechte glimlach. Ze maakte in elk geval een vriendelijke indruk.
“U ook goedemorgen mevrouw..”
‘Noem me maar Roberta.” Onderbrak ze me met een glimlachje.
“Roberta, ik ben nieuw hier, overgeplaatst van de Tellum High School. Maar ik kon mijn naam niet op de lijst vinden, dat moet vast een vergissing zijn geweest. Ik heet Valerie Owen.”
“O, dat geloof ik best. Onze directeur is tegenwoordig nogal verstrooid zie je. Het was vast gewoon een klein typ foutje, dat komt wel goed. Eens even kijken...” Roberta bladerde in een map tussen allerlei papieren en vond uiteindelijk wat ze zocht, met een mollige vinger waarop een trouwring glinsterde trok ze de namen na.
Het duurde voor mijn gevoel wel een kwartier voordat ze klaar was en de map dichtsloeg.
“Inderdaad, je staat er niet tussen. Nou, lekker zeg, op je eerste dag hier nog wel! Ik zal de directeur eens flink op zijn donder geven. Valerie Owen zei je hè.. Volgend mij heb ik hier de goede lijsten.”
Dit keer duurde het niet erg lang met het zoeken tussen de namen. Ik zuchtte opgelucht toen ze weer opkeek.
“Ja, ik zie het. Je zit in klas 4b, VWO neem ik aan.”
Ik knikte. Mijn maag kromp paniekerig ineen terwijl in de lijst aannam.
“M.. Maar dat moet vast nog een typ fout zijn..” Klonk lekker logisch, siste een stemmetje in mijn hoofd. Alweer? “Ik moet bij Chloë Daniëls in de klas komen, ze is de enige die ik ken hier!”
“Als haar naam in een andere lijst staat, dan kan ik er niets aan doen lieverd. Ik weet dat het eng is, maar wees niet bang! Je kunt vast heel goed opschieten met de leerlingen uit je klas, je bent een prima meid. En nou hup naar de les, geef dit briefje maar aan je leraar. Dan weet hij waarom je wat aan de late kant bent.”
Met mijn lippen stijf op elkaar geklemd draaide ik me om en liep naar de aula toe. Ik frommelde wat aan de plattegrond die ik van Chloë had gekopieerd. Ik begreep niets van al die lijntjes en cijfers en bleef aarzelend staan in het midden van de aula. Van het verkreukelde papiertje werd ik niet veel wijzer.

“Verdwaald?”
Ik schrok op van een stem achter me en met een ruk draaide ik me om. De jongen die me zo had aan staan kijken staarde me nu weer aan, met dezelfde, vreemde geïnteresseerde blik in zijn ogen. Ik kon niet precies uitleggen hoe hij naar me keek, niemand had me ooit zo aangekeken dus ik kon het nergens mee vergelijken.
“Ik kan je de weg hier wel wijzen.” Zei hij zachtjes, op een soort verzoenende toon die je niet uit zijn mond zou verwachten. Nu pas bekeek ik hem goed, al die tijd had ik een beetje naar het papiertje in mijn handen staan staren maar na zijn woorden durfde ik hem pas echt aan te kijken. Wat ik zag benam me de adem. Donkerblonde, warrige haren vielen half voor zijn ogen, en met een vloeiende beweging veegde hij het uit zijn gezicht. Zo werden de twee prachtigste ogen die ook ooit had gezien bij een jongen beter zichtbaar, en die fascineerde me nog wel het meest. Ze hadden een bruine, normale kleur, maar wat me vooral opviel was de goudgele glans die over zijn irissen gleden en nooit leken stil te staan. Zijn gezicht leek een gehouwen beeld, perfect gestroomlijnd, met strakke, hoekige lijnen die toch geen onaardige uitwerking hadden. Een donkerblauwe kol trui zat strak om zijn bovenlijf en verraadde een gespierd bovenlichaam, maar mijn ogen gleden direct weer naar zijn gezicht. Ik merkte dat ik hèm nu zat aan te staren, en voelde me betrapt. Snel keek ik naar beneden, naar mijn voeten.
“Oké, als je dat wit.” Was het enige dat ik zachtjes over mijn lippen geperst kreeg.
“Ik heet David Silvano.” Hij liep richting de derde deur aan de linkerkant van de aula, waar ik Chloë ook door had zien lopen. Dat gaf me een beetje een gevoel van opluchting, dat ik dichter bij mijn beste vriendin in de buurt zou zitten, naast deze vreemde jongen. David. Ik vond de naam niet bij hem passen, ik had meer iets verwacht als Stephan, of Daniël. Iets ongewoons had zijn naam moeten hebben, deze was te normaal op bij hem te horen. Hij bleef me aankijken en ik besefte dat ik mezelf ook moest voorstellen.
“Valerie Owen, nieuw hier.”
“Dat had ik al gemerkt ja.” Hij lachte even en als antwoord glimlachte ik een beetje sullig naar hem terug, toch leek hij het te waarderen.
“Jij bent overgeplaatst zeker?”
“Ja, van de Tellum High School. Ken je het?”
Hij knikte kort.
“Er waren er nog meer die zouden worden overgeplaatst denk ik, jij bent niet de enige die hier nieuw is. Op het schoolplein was je met nog iemand van de THS nietwaar?”
“Ja, mijn vriendin Chloë.”
“Volgens mij is ze bang voor ons.”
Ik was even van mijn stuk gebracht, hoe wist hij dat? Was het zo duidelijk geweest van zo ver? Maar hij ging verder.
“Waarom is ze zo bang voor ons?”
“Wie bedoel je met ons?”
“God, ik dacht dat iedereen onze namen wel kende inmiddels. Zelfs de nieuwe kinderen hier.”
Ik trok een gezicht bij het horen van die naam.
“Oh.. Sorry.” Vreemd genoeg leek hij werkelijk ongerust te zijn over het feit dat ik door zijn woorden misschien van streek was geraakt.
“Nee hoor, het is niet erg. Zeg maar dat ik ook nieuw ben in Tellum. Eh.. Hulst bedoel ik.”
“O, dus daarom. Ik zal je tijdens de lunchpauze voorstellen aan nog een paar vienden van me, waar jou vriendin zo bang voor is.Joshua, Leon, Emily en Loreley. Ik zit altijd bij ze tijdens de middagpauze. Zou je een keer bij ons willen komen zitten?”
“Ja oké, en.. kan mijn vriendin er misschien ook bij komen?”
“Van mij mag het, maar wil zij dat ook?”
Ik voelde dat ik rood werd. Hij leek het op te merken en keek me aan.
“Tsja.. eh... Daar dacht ik even niet aan. Misschien.. Ik eh, zie dan wel.” Ik kreeg nu daadwerkelijk een kop als een boei. Ik wenste vurig dat ik op dit moment door de grond zou kunnen zakken, maar ik wilde hem nog zoveel vragen stellen over dat ongeluk met het meisje. Zou David echt degene zijn met wie ze was uitgegaan? Hij was zo knap, hij kon elk meisje wel hebben, niet alleen omdat hij zo mooi en buitengewoon perfect was, maar ook omdat hij nog charmant bleek te zijn ook. Ik voelde me echt nietig naast hem, met mijn gewone bruine, krullerige, wilde haar en bruine ogen die fel afstaken tegen mijn huid.
“Hier is het.” Onderbrak hij mijn gedachten. Ik vond dat hij daartoe het recht wel had, aangezien mijn gedachten alleen maar over hem gingen.
Door Davids aanwezigheid tijdens het lopen, had ik niet gemerkt dat we naast een deur waren blijven staan. We waren er al. Ik knipperde even met mijn ogen, wat vreemd dat ik het niet had gemerkt! En nu wist ik vast ook niet meer hoe we waren gegaan, ik kon mezelf wel vermoorden.
“In lokaal drieëntwintig moest ik zijn.” Ik keek naar de deur waar we naast stonden, we waren er al. Dit was klaslokaal drieëntwintig. Vreemd keek ik David aan, en hij keek terug. Zijn donkere ogen leken nu wel op donkere karamel. Ik schudde die gedachte snel van me af.
“Hoe wist je dat ik hier moest zijn?”
Hij haalde zijn schouders op en maakte een luchtig gebaar.
“Toeval denk ik. Maar ik moet nu onderhand ook wel naar mijn les.” Ondanks zijn woorden bleef hij toch staan, zijn blik strak op mijn ogen gericht. Ik vloekte binnensmonds. Mijn rode kleur was net weggetrokken, maar ik voelde het alweer aankomen. Waarom keek hij me elke keer zo aan, alsof ik een of ander vreemd dier was.
“Ja, dat geloof ik ook. Ik heb een briefje van de receptioniste, heb ik je in de problemen gebracht?” Hij glimlachte om mijn bezorgdheid, waardoor een rij prachtige witte tanden zichtbaar werden.
“Nee hoor, ik heb zo meteen Engels. Ik heb een lichte voorsprong op de anderen en mijn docent zou er niet zo’n probleem van maken als ik iets te laat zou zijn. Ik bedenk wel een smoes. Ga jij nou maar gouw naar de les en overleef het eerste uur in je nieuwe klas.”
“Dat gaat wel lukken... hoop ik tenminste. Ik ken hier nog niemand.” Zenuwachtig staarde ik door het glazen raampje in de deur van het lokaal. Niemand merkte het maar toch trok ik snel mijn hoofd weer terug. Ik begon sneller te ademen bij de gedachte aan al die gezichten die mijn kant op zouden draaien als ik binnen zou komen.
“De kinderen hier zijn wel makkelijk om mee om te gaan hoor. Durf je het aan?” Grapte hij. Maar het maakte mij er niet geruster op. De zenuwen gierde onderhand al door mijn lijf, en mijn hart bonkte. Niets bijzonders eigenlijk, dat deed het al vanaf het moment dat David tegen me begon te praten..
“Dan ga ik maar hè. Voordat ik een nog slechtere indruk maak de eerste dag.”
“Ik zie je wel in de pauze,Valerie. Tot zo.” Hij zwaaide even en liep toen met een wonderbaarlijk vlugge pas de gang uit naar de trap die naar beneden liep. Ik zuchtte even diep en duwde toen de deurklink naar beneden en liep het klaslokaal in.
Zoals ik al had verwacht draaiden alle hoofden zich om richting het vreemde meisje dat net door de deur was komen lopen. Ik dus. Iedereen staarde me aan en ik fluisterde mezelf in dat dat harstikke normaal was, en dat ik mijn hoofd cool moest zien te houden. Niet rood wordenVal, alsjeblieft..
“En waar kom jij zo laat nog vandaan ..”
“Ik ben Valerie, ik kon het lokaal niet zo goed vinden.” Mompelde ik schor terwijl ik het briefje van de Roberta liet zien.. Ik schraapte mijn keel, en een jongen uit de voorste rij gniffelde, het meisje naast hem stootte hem geïrriteerd aan.
“Val wie?” De docente, een tengere vrouw met lang zwart haar tot ver over haar rug, leek verbaasd over het feit dat ze een naam nog niet kende uit klas vier VWO.
“Valerie Owen, ik ben nieuw hier. Overgeplaatst van de Tellum High School.”
“O natuurlijk! Ik had het moeten weten, het staat hier. Ga maar gouw zitten, dan gaan we verder met de les. Omdat je nieuw bent, en ik het je niet te moeilijk wil maken, zal ik het niet erg vinden dat je te laat was. Maar volgende keer ben je op tijd, oké Valerie?”
“Ja mevrouw, bedankt.” Zuchtte ik dankbaar.
“Noem mij maar mevrouw Meyer.”
Toen ik rond keek in het klaslokaal zag ik Chloë niet zitten en daardoor voelde ik me nog kwetsbaarder. Maar de kinderen waren wel aardig, erg braaf. Dat verbaasde me dan wel weer, door David had ik op de een of andere manier verwacht dat de andere kinderen wat luidruchtiger zouden zijn.
Ik ging zitten op de enige lege plek, achterin het lokaal, naast een stil meisje met een grote bril met een opvallend, paars montuur. Met haar krullende, oranje rode haar deed ze me een beetje denken aan Roberta. Zou ze de dochter van haar zijn, of de kleindochter? Ik dacht aan het gerimpelde, mollige gezicht van de receptioniste. Ze begroette me vriendelijk, en ik zag dat haar neus en jukbeenderen bedekt waren met schattige sproeten. Ze pasten bij haar.
“Hoi Valerie Owen. Ik heet Marieke.” Het viel me op dat ze me aansprak met mijn achternaam erbij, zoiets deed ik zelf nooit. Ik groette terug en de hele les lette ze verder niet echt op me, maar keek ze geboeid naar mevrouw Meyer. Ik staarde de klas rond, en onderzocht de kinderen. Af en toe wierp een of andere jongen met bruin, stekeltjes haar een blik op me, maar ik sloeg mijn ogen niet neer. Ik staarde gewoon brutaal terug, en hij ook. Mevrouw Meyer vroeg mij niks over de les, en ik had al snel de neiging om niet meer op te letten. Waardoor ik een gesprek begon met Marieke, die erg verrast was door mijn spontaniteit. We fluisterde samen wat over van alles en nog wat en eindelijk ging de bel. Snel pakte ik mijn boeken in en liep het lokaal uit. De jongen met het bruine stekeltjes kapsel kwam naast me lopen.
“Hoi.”
“Hallo.” Ik glimlachte terug en klemde mijn tas stevig tegen mijn buik. Een oude gewoonte als ik zenuwachtig werd.
“Ik heet Sander. Hoe vind je de school?”
“Leuk hoor, gezellig.”
“Dat is een leugen! Vind je het niet eng, zo in een nieuwe klas?” Lachte hij vrolijk.
Ik voelde me nogal betrapt, maar ik was wel gevleid door zijn gedurfde actie om mij zomaar aan te spreken.
“Tja, het is wel een beetje spannend. Maar er zijn nog drie kinderen die samen met mij werden overgeplaatst naar Hulst. En vanochtend hielp een aardige jongen me bij het vinden van het klaslokaal. Roberta is ook erg aardig dus tot nu toe lijkt alles wel oké.”
“Ja Roberta is wel aardig, maar wel een beetje gek als je het mij vraagt.” Hij glimlachte breed en ik vond hem al aardiger worden. Zijn gezicht had iets jongens achtigs, vriendelijk. “Wie wees je dan de weg?”
“David , ken je hem?” Domme vraag, als Chloë hem al kende, wie niet?
“David Silvano? Natuurlijk, beetje een vreemde gozer maar ik neem aan dat hij wel aardig is.” Toch verdween de glimlach op zijn gezicht. We liepen de trap af en toen we door een deur gingen herkende ik de aula. Nu was deze echter gevuld met pratende leerlingen die een korte pauze hielden voordat de volgende les begon. Het gaf me een veilig gevoel, al die drukke en rumoerige kinderen deden me denken aan mijn oude school.
“Zeker vanwege dat ongeluk met dat meisje. Wat was er toen nou precies aan de hand?”
“Tja, niemand weet het precies. David zegt er nooit zoveel over, en dat begrijp ik wel. Hij wil zijn vriend Leon niet verraden natuurlijk..”
“O, dus het was Leon die toen met Madison uitging. Waarna eh..”
“.. ze vermist raakte ja, Leon. Hij doet wel kalm, maar volgens mij is hij er nog steeds niet helemaal overheen.”
Ik knikte begrijpelijk. Ook voelde ik een soort opluchting, David had er niks mee te maken. Hij was oké, en zo had ik nog een goede reden om in de grote pauze naast hem te gaan zitten. Èn nog een argument om Chloë te overtuigen dat het geen ‘harde criminelen waren’. Er schoot me nog een andere vraag te binnen, nu deze Sander zo aardig was om me het eerst aan te spreken zou ik daar ook wel gebruik van moeten maken. Want wat als er verder niemand meer met me wilde praten?
“Hebben jullie nu al pauze?”
Hij lachte vrolijk, ik vond hem wel charmant maar hij kon niet tippen aan David. Niemand zou dat kunnen, dacht ik terwijl ik terugdacht aan het knappe gezicht van de jongen die zo aardig was om me de weg te wijzen.
“Nee, over vijf minuten moeten we alweer naar de volgende les. We hebben vijf lessen op een dag. Drie voor de pauze, en twee na de pauze. De laatste les voor de pauze is altijd gym..”
“Wàt! Gym?” Onderbrak ik hem ruw. Ik had me helemaal niet voorbereid!
“Ja, je hebt je spullen toch wel bij je?”
Ik werd rood, en hij begreep mijn reactie onmiddellijk.
“Ik ken een meisje dat je wel wat kan lenen, ze heeft vaak twee setjes mee. We moeten naar de volgende les, wat heb je nu?”
Ik keek aandachtig naar mijn rooster.
“Wiskunde, nee hè.” Ik zuchtte. Wiskunde was mijn slechtste vak, ik hoopte maar dat ze mij me de eerste dag zouden sparen.
“Geen zorgen, ik heb ook wiskunde. Kom je naast me zitten?”
“Graag!” Zei ik iets te enthousiast. Sander grijnsde breed, uitgelaten over het feit dat ik zo gretig op zijn aanbod inging.
‘Kom!”
Hij haastte zich naar een andere deur – het leek wel een doolhof hier - en ik draafde achter hem aan, een beetje gegeneerd omdat hij waarschijnlijk nu dacht dat ik hem wel leuk vond. Wat een afgang, gelukkig bleef mijn rode kleur even op de achtergrond. Verder voelde ik me wel opgelucht, de dag ging tamelijk goed. Behalve dan dat Chloë niet bij me zat tijdens de eerste les dan, maar de kans bestond nog steeds dat ze een andere les wel bij me zou zitten. Opgelucht haalde ik adem, al dat gepieker was voor niks geweest.
Leerlingen stroomden langs me naar de lokalen, ik werd haast geplet tussen al de rug tassen. De drukte verbaasde me toch niet echt, in Tellum woonden dan wel weinig mensen, maar omdat de Tellum High School zo klein was leek het alsof deze was volgestouwd met kinderen. Ik vroeg me af of de vijfentwintig overgeplaatsten een groot verschil zouden maken.


Aantal keer bekeken: 3404
Waardering: 8.48 op 10
Geef een cijfer:

Alle rechten voorbehouden 2005-2018 - www.verhalenlezen.nl


Verhalen

Wilt u een verhaaltje lezen uit één van de onderstaande categorieën? Klik dan gewoon op een categorie en u komt op de pagina met de verhalen van deze bepaalde categorie.

Verhalen posten

Hebt u zelf een verhaaltje geschreven? Of een onvergetelijke blunder tegengekomen, of iets anders. En je wilt er anderen mee amuseren, lezen? Met verhalenlezen.nl kan dat geen probleem zijn. Klik hier om een verhaal te posten!


Statistieken

Totaal verhalen: 5175
Totaal categorieën: 10
Totaal 9 bezoekers online