Verhalenlezen.nl - Voor al uw verhalen en sprookjes. Ook hebben we liefdes verhalen en erotische verhalen.

Mama, ik mis je!.

U leest om dit moment het verhaal Mama, ik mis je! gepost door Cady S.. Dit verhaal is gepost in de categorie spannende verhalen. Wilt u een zelf geschreven, of een mooi verhaaltje posten? Klik daarvoor hier.

Wilt u terug naar spannende verhalen?
Categorie: spannende verhalen
Gepost door: Cady S.
Gepost op: 2006-3-4

Verhaal:

Mama, ik mis je!
Hoofdstuk 1. – ‘’Mama, ik mis je!’’

Marianne rent weg, de straat op. School was nog niet uit, maar Marianne was zichzelf niet meer. Ze rende langs stoplichten, langs bomen, mensen, winkels. Net zolang totdat ze al haar gedachten kwijt is. Ze stopt bij een meertje en gaat rustig zitten nadenken. ‘’Ik weet dat ik Alters heb, ik weet dat ik er mee om moet gaan. Maar hoe?! Ik ren de les uit zonder dat ik dat wil, ben bang voor alles!’’ Voordat Marianne het doorheeft rent ze al weer verder, dit keer richting huis. Ze belt aan, maar niemand doet open. Haar vader, moeder en broertje zijn er niet. Ze kijkt bij de achterdeur, die is niet open. Als ze de gieter optilt, ziet ze dat de sleutel weg is. Dan word Marianne bang en belt bij de buren aan. ‘’Help!’’ gilt ze. Als haar buurvrouw opendoet, en Marianne gilt dat de sleutel weg is, en dat alle lichten aanzijn en er mensen in haar huis zijn, vraagt de buurvrouw of ze even binnen wilt komen. Marianne neemt plaats op een stoel tegenover een raam, en ze kijkt naar buiten. Als de buurvrouw zit, begint ze te praten. Over alles. Alles wat haar dwarszit, van Automutilatie, tot Alters. Van Depressies tot zelfmoord. Dan begint haar buurvrouw te huilen. Marianne troost haar en vraagt wat er is. Langzaam begint de buurvrouw (Celia) te praten. ‘’Ik wilde vanmiddag even wat suiker lenen voor in de thee, maar er deed niemand open. De deur was op slot, maar ik hoorde dat er iemand binnen was en zag schimmen. Opeens hield het geschreeuw op, en de schim was weg. Ik pakte de sleutel onder de gieter vandaan en ben naar binnen gerend.’’ Celia begint weer te huilen. ‘’En toen?’’ vraagt Marianne, die het ergens al aan voelt komen. ‘’Nou, ik zag niemand in de keuken, en op de trap lag allemaal bloed..’’ Marianne kan niks meer zeggen, en zwijgt. ‘’Ik ben verder gelopen en het spoor gevolgd. Ik kwam uit in je ouders hen slaapkamer, en zag daar iemand op het bed liggen, dekens eroverheen. Een rode deken. Ik kan me herinneren dat je ouders niks van rood wilde weten, het was de kleur van de duivel.’’ Marianne beaamt dit met een knikje. ‘’En nouja, ik vond het raar, en er stond een teken op de deur getekend. Een rondje, met een ster erin. Ik schrok en keek onder de deken. Wat ik daaronder aantrof, hoop ik nooit meer te hoeven zien. ‘’ Dit keer loopt Celia even naar de keuken om wat drinken te pakken. Met trillende handen loopt ze weer terug en drinkt haar water op. Dan vertelt ze weer verder. Al die tijd is Marianne stil geweest. ‘’Ik trof daar dus een tekst aan, en er stond een gedicht in;

Voor altijd was ik alleen
Het enige wat ik wilde
was begrip, mensen om mij heen

Ik kreeg leugens, verdriet
maar vooral ook pijn
Pistool tegen mijn hoofd dacht ik; schiet!
Ik wil er niet meer zijn


Maar ik kan het niet doen,
nee, niet voor mijn gezin
Ik bleef stil onder de dekens liggen
en sneed toch door, tegen beter weten in.

En nu, als je dit briefje leest
ben ik in de hel, of in de hemel
Ik ben in ieder geval een geest.

Dit deed ik voor mijzelf,
egoïstisch, ja , weet ik wel
maar dit leven deed mij pijn
de dood is net een spel

Ik geef om iedereen
maak je geen zorgen
Hier ben ik niet alleen,
richt je op de dag van morgen.

Met heel veel liefs,
en vooral veel liefde
Mama, zus, en tante;
Alma

***
Marianne barstte nu in huilen uit. Ze zette het raam open voor wat frisse lucht. En toen ze keek, zag ze dat de wereld verderging. Postbode die brieven kwam brengen, ouder vrouw met boodschappen. Kwajongens die grappen uithalen. En ze dacht; ‘’Hoe kan dit VERDOMDE leven, doorgaan zonder mijn moeder!!!’’ en ze barstte weer in huilen uit. Na een half uur kwam er politie om details vragen, en ze lieten Marianne eventjes met rust. Toen ze weer wat bij zinnen was gekomen, kwam haar Alter weer om de hoek kijken. Het alter dat altijd doet of alles goed is, dat een egoïstisch iemand is. Ze zei tegen de buurvrouw dat alles goed was en ze ging weer naar buiten, haar masker weer opgezet. Waarom zou ze treuren? Altijd uitkijken naar de dag van morgen toch?’’ Toen begon ze zich pas af te vragen, of haar broertje dit al wist. ‘’Nee, dat kan nooit!, hij zit nu nog op school!’’ En ze besloot meteen hem op te halen. Ze deed haar masker weer op en haar alter ging langzaam weg. Ze deed de deur open en liep de eerste gang rechts, daarna weer links en dan de derde deur. Marianne klopte aan. ‘’Ja kom binnen!’’ Hoorde ze en ze deed de deur voorzichtig open. ‘’Gelukkig, de goede klas’’ dacht ze nog, toen ze een vriendje van haar broertje zag. Marianne liep naar de leraar toe en zij dat ze haar broertje even moet spreken, over iets heel ernstigs. De leraar vond het goed en vroeg of het goed was dat ze dat daarna even aan hem kwam vertellen.


Marianne wist niet precies wat ze daar op moest antwoorden, want tja.. Je moet wel alles 2 keer vertellen! ‘’Ja is goed meneer’’, en ze draaide hem de rug toe, wenkte haar broertje en liep de klas uit. Haar broertje Menno kwam haar achterna, en vroeg wat er zo belangrijk was. ‘’Menno, wil je alsjeblieft even gaan zitten? Het gaat om mama’’ Menno schrok en antwoordde; ‘’Mama is dood hè?’’ Marianne wist niet veel te zeggen daarop, zo een direct antwoord was het. Dus knikte ze maar. Menno begon te huilen, en ze ging naast hem zitten, hij kroop dicht tegen haar aan. Samen zitten ze daar, 10, 15 minuten lang. Marianne kan zich niet bedwingen en vraagt waarom Menno dit al wist. ‘’Mama zij eergisteren dat ze zich niet lekker voelde, en ik zij dat ze naar de dokter moest. Mama antwoordde dat dat geen zin meer had, dat het aan het leven lag, en toen ging ze naar buiten’’ Besluit Menno. ‘’Daarom dacht ik dat ze dood was’’ zijn lip begint weer te trillen en Marianne houdt hem stevig vast. ‘’het is toch niet mijn schuld dat mama dood is hè?, want ik heb haar niet getroost!’’ Menno begint weer te huilen, en Marianne fluistert met zachte stem; ‘’Natuurlijk niet, Menno. Je kan er niks aan doen! Als je mama getroost had, had ze zich dan beter gevoelt? Ik denk het niet. Mama wilde het zo, en wij moeten er mee leven. Papa is er ook nog Menno. Hij zal voor ons zorgen!’’ Marianne slaakt een zucht en vraagt zicht af in hoeverre haar vader er vanaf wist. ‘’Maar papa doet mij pijn!’’ fluistert Menno. ‘’Hoezo doet hij je pijn dan?’’ Vraagt Marianne. Menno schuift zijn trui iets omhoog, en daar zitten allemaal blauwe plekken, en striemen. Menno begint weer harder te huilen. Marianne denkt op een razend tempo na. ‘’Menno, blijf hier alsjeblieft rustig zitten. Ik heb je knuffel meegenomen, hier heb je hem. Ik ga even met je meester praten’’ zegt Marianne. ‘’oké..’’ en Menno blijft huilend met zijn knuffel zitten kijken. Marianne klopt weer aan, en loopt weer naar binnen. Precies op dat moment gaat de bel. Alle kinderen stormen langs haar en ze kijkt de meester aan. ‘’Ga maar even zitten, Marianne’’ Marianne loopt naar een plaats voor het bureau, en gaat zitten. ‘’Wat wilde je me vertellen?’’. Marianne slaakt een zucht, en rustig begint ze te praten. ‘’Euhm.. vanmorgen kwam ik thuis, was van school weggerend, maar er was geen sleutel. Nergens meer. Ik ben naar de buurvrouw gerend, en die vertelde me wat er was. Mijn moeder was dood. Zelfmoord. Ze had een gedicht geschreven, hier. Lees maar’’ Ze geeft het briefje aan de leraar, die het aandachtig leest. Dan begint Marianne weer te praten; ‘’Menno wist nergens van, en denkt dat het zijn schuld is. Hij wist hoe ze zich voelde, maar heeft haar niet getroost. Ik heb geprobeerd hem duidelijk te maken dat het zijn schuld niet is, maar hij kan me niet geloven. Het is misschien beter als wij voorlopig vrij krijgen van school, want concentreren lijkt me nu onmogelijk.’’ Meester kijkt Marianne aan, en geeft haar het briefje terug. Dan begint hij te praten; ‘’Ik heb hetzelfde meegemaakt met mijn vader, vroeger. Ik kon er niet over praten, sloot mezelf op. Later vertel ik je wel meer, maar je moet wel doorgaan met leven. Rusten mag, maar opgeven nooit!’’ Marianne schrok van de kracht in zijn woorden.


’’ Het lijkt me inderdaad beter dat jullie volgende dagen nog even thuis zijn, bij je vader.’’ Marianne knikte en ze moest weer huilen. ‘’Zal ik jullie naar huis brengen?’’ Bied de meester aan. ‘’ja, knikt Marianne. Ze staan op en lopen naar buiten. De meester doet het lokaal op slot, en loopt even naar de directeur om het uit te leggen. Ondertussen blijft Marianne bij Menno zitten, die nog steeds tranen met tuiten huilt. Marianne tilt hem op, en troost hem. Ze loopt wat heen en weer en Menno kruipt dicht tegen haar aan. Zo vind de meester ze 10 minuten later, allebei slapend, dicht tegen elkaar aan. Zachtjes maakt hij Marianne wakker, en overlegt met haar wat er gaat gebeuren. ‘’Ik rijd jullie nar huis, jij mag voorin zitten met Menno op je schoot, en dan zien we wel even verder’’ Marianne heeft pap in haar benen, maar probeert toch te lopen. Haar gedachten gaan razendsnel. Meester Kor doet de deur open en ze gaan zitten. Hij start de motor en samen rijden ze weg. Onderweg komen ze weinig auto’s tegen, het is rustig op de weg. Menno wordt na een tijdje weer wakker en vraagt waar hij is. ‘’Je bent in de auto van je meester’’ antwoordt Marianne. ‘’ En samen rijden we nu naar de buurvrouw, waar we worden opgevangen door haar en papa’’ Menno schrikt en zegt; ‘’Maar ik wil niet naar papa! Straks stuurt hij me naar de gevangenis! Tis mijn schuld dat mama dood is!’’ Menno begint zachtjes te pruilen. ‘’Nee lieverd, het is jou schuld niet. Mama voelde zich al rot, daar kan je niks aan doen’’ Marianne zegt het met een medelijdende blik in haar ogen. Ongeloofwaardig kijkt Menno haar aan. ‘’Ja we zijn er!’’ roept kor er nog even tussendoor. ‘’Echt niet Marianne?’’ vraagt Menno met betraande oogjes. ‘’Nee’’ antwoordt Marianne zacht. Dan stappen ze uit en lopen naar de buurvrouw, die ze met open armen ontvangt. ‘’Marianne!’’ roept ze, ‘’Ik was je al kwijt, je was zo ineens weg!’’ Marianne kijkt haar aan en zegt; ‘’Ja klopt, ik herinnerde me dat Menno nog van niks wist en ik wilde graag dat hij het te weten kwam. Ik heb alles verteld.’’ Celia (de buurvrouw dus) kijkt naar Menno en zegt tegen hem; ‘’Lieve Menno, wil je samen met Marianne hier blijven slapen of in je eigen huis?’’ Menno denkt even na en zegt dan met enige twijfel; ‘’Ik wil naar huis, dan ben ik nog een beetje bij mama’’ Nadat hij dit heeft gezegd, loopt hij naar de keuken om wat te eten te pakken. Celia wisselt een blik met Marianne, en zij antwoord dat ze wel met hem mee gaat, om hem te troosten. Dan gaat meester Kor weer weg, en spreekt met Marianne af dat ze hem belt als er wat is. Hand in hand lopen Marianne en Menno samen naar hun huis. Als Marianne de deur open doet, voelt ze een bepaalde negatieve energie. Ze voelt zich er verdrietig door, maar ze wilt het niet! Ze stopt alles weer weg, om even niks te voelen. Even rustig. Menno blijft stil staan om naar de bloedvlekken op de trap te kijken. Voorzichtig draait hij zich om en zegt zachtjes tegen Marianne; ‘’Mama is bij ons, volgens mij. Het voelt hier raar maar toch vertrouwd’’ Marianne beaamt dit en samen gaan ze naar de zolder, waar ze 2 matrassen neerleggen. Zwijgend leggen ze alles klaar, en als Marianne op de klok kijkt, ziet ze dat het al laat is. Menno geeft haar een handje, kijkt verontschuldigend naar boven en zegt dan; ‘’Ik ben hier een beetje bang’’ met van die lieve kinderoogjes.

Samen lopen ze naar de badkamer, en poetsen daar de tanden. Daarna gezicht wassen en dan naar bed. Marianne stopt Menno in, en hoort ondertussen Cheyenne praten (een van haar Alters). Cheyenne zegt; ‘’Waarom doe je dit? Je weet dat je vader niet voor jullie wilt zorgen? Hij is er nu toch ook niet? Jij doet alles! Geef het toch op!’’ Zachtjes zegt Marianne dan voor zich uit; Soms mag je rusten, maar opgeven nooit! Waarop Menno reageert; ‘’Mjanne! Rustig maar’’ en slaat een arm om haar heen. Marianne stopt hem in, geeft hem zijn knuffel en een kusje, en samen vallen ze in slaap. Later in de nacht, rond 3 uur word Marianne wakker. Ze hoorde een deur kraken. Als ze rond kijkt ziet ze dat alles er normaal uitziet. Dan springt er in de badkamer ofzo een lampje kapot. Omdat het nu donker is ziet Marianne niks meer. Menno slaapt rustig door, in een diepe slaap. Marianne probeert rustig naar de badkamer te gaan, om te kijken wat het is, als ze haar vader op de overloop ziet liggen. ‘Pap!!!! Wakker worden!’’ Gilt Marianne. Haar vader toont geen reactie, en ze ziet dat er allemaal flessen alcohol bij hem liggen. In zichzelf denkt ze; ‘’Pap, waarom doe je dit? Juist nu Menno en ik je zo hard nodig hebben, ben je er niet voor ons’’ en dan ontwaakt hij. Hij vraagt; ‘’Waar ben ik?’’ en Marianne antwoord: ‘’Thuis, op de overloop. Je had weer eens teveel gezopen’’ Haar vader word kwaad; ‘’JEMIG! Marianne! Kom op! Ik heb niet teveel gedronken! Rot toch eens op! ROTKIND! Ik heb je nog NOOIT gemogen!’’ En hij gooit een fles naar haar toe. Marianne schrikt, en rent huilend naar beneden. Menno is wakker geworden van het kabaal en ziet wat er gebeurt. Ook hij begint te huilen en zegt heel zachtjes, zodat zijn vader het net hoort; ‘’Papa, waarom doe je dat nu? Marianne was zo lief voor mij, toen met mama…!’’ ‘’HOU OP OVER MAMA! ‘’ schreeuwt zijn vader. Ook Menno rent naar beneden. Marianne trekt hem een jas aan, trekt zelf een jas aan en vertrekken met zijn tweeën naar de buurvrouw. Marianne laat een brief voor haar vader achter, die ze al eerder had gemaakt;

’’ Lieve papa
Jij wilde mijn vader niet zijn, je vond me altijd al een rotkind. Ik wil je laten zien, dat het je eigen schuld is. Je hebt jezelf aangepraat dat je me haat. Waardoor je me nu ook echt haat. Door de dood van mama ben je meer gaan drinken en werd je alcoholist. Nu moet ik alleen voor Menno zorgen, weet je wel hoe moeilijk dat is! NEE! Je was altijd weg als je moest helpen! EIKEL! Als je tot bezinning bent gekomen, bel je me maar. Als het niet normaal kan moet je maar weggaan.. Naar iemand of iets anders ofzo!
Liefs,
Marianne’’

Waar Marianne geen rekening mee gehouden had, was dat haar boze alter weer mee had geschreven, waardoor er meer woede in kwam dan ze wilde. Ze rende snel langs haar vader, pakte Menno zijn knuffel en gingen naar de buurvrouw toe. Menno belde aan, en de buurvrouw deed open.

‘’Hé, wat is er ?’’ ‘’Papa is dronken, en schold mij en Marianne uit! En toen bennen wij boos weggelopen!’’ zegt Menno beetje bedroefd. ‘’Ik weet niet zo goed wat ik daar op moet zeggen, maar kom snel binnen lieverds, straks vatten jullie nog kou!’’ antwoord Celia daarop.
Menno loopt door naar de huiskamer, en Marianne volgt hem. ‘’We maken de bedden op de zolder voor jullie op, en als er wat is dan mag je me roepen hoor!’’. Marianne antwoordt met een afwezig knikje, en haar gedachten razen verder. ‘’Waarom moet ons dit gebeuren? Waarom juist nu, Papa, waarom doe je ons dit aan?’’ Zelf weet ze het antwoordt niet. Menno kruipt bij haar op schoot, veegt haar haren uit haar gezicht en vraagt of het wel gaat. Door zijn tedere woorden moet Marianne weer huilen, en dit keer troost Menno haar. Samen zitten ze zo op de bank, Marianne met Menno op haar schoot, knuffelend. Menno laat haar los en zegt tegen haar; ‘’Weetje Marianne, wat de meester eens zij tegen mij? Is al poosje geleden hoor, maar hij zij: Soms mag je rusten, maar opgeven nooit!’’ Menno geeft Marianne een kusje en gaat de trap op om daar ingestopt te worden door Celia. Marianne blijft alleen achter, met teveel vragen en gedachtes om op te lossen. Ze herinnert zich ook, dat ze bij bepaalde dingen anders reageert, weer die stomme alters!! Uit haar woede slaat ze haar glas kapot, tegen haar pols/arm. Het begint hevig te bloeden en Celia komt naar beneden gestormd. ‘’Wat is er hier aan de hand?’’ zegt ze met grote ogen. ‘’Het glas viel kapot, op de grond’’ Celia heeft haar zwarte T-shirt er overheen geslagen, zodat je niks ziet. Ze was geschrokken, van de pijn. Nee, van het fijne gevoel. Het was geen pijn, nee, ze vond het fijn. ‘’Was dit wat mama bedoelde? Was dit wat zij voelde? Deed ze dit ook? Is ze daarom nu weg? Zijn er meer redenen?’’ Marianne haar hoofd zit vol met raadsels, en ze moet het kwijt! De volgende dag gaat ze wel weer even op school meekijken, Menno blijft nog thuis de komende dag. Ze heeft geen boeken meegenomen, ze denkt dat de leraren het wel begrijpen. Als ze het schoolplein op komt lopen komt heel de groep op haar afgestormd. ‘’Waar was je? Hoe is het ? gaat het wel?’’ Maar gelukkig red haar beste vriendin haar. Marcella (die vriendin dus) zegt: ‘’He lief, gaat het een beetje?’’ en ze slaat een arm om haar heen. ‘’Ik overleef het wel, maar moet even met een persoon praten die ik goed vertrouw, iemand die mij begrijpt en ev. Verder kan helpen’’ beantwoord Marianne de vraag. ‘’Ik weet wel iemand, Mevr. Ziermans!’’
’’Ja, dat is een goed idee. Misschien dat zij mij verder kan helpen, het is een poging waard hè?’’ En Marcella knikt. Dan gaat de bel en lopen ze gearmd naar binnen. Het eerste uur wiskunde, een van de favoriete vakken van Marianne. Haar hele klas staat er al, maar voordat iemand iets kan zeggen is de leraar er al en heeft hij het lokaal opengedaan. De klas gaat erin, en Marcella en Marianne gaan vooraan zitten. Zoals gewoonlijk vraagt de leraar iedereen persoonlijk of ze het huiswerk hebben gemaakt.
Als hij bij Marianne komt, vraagt hij het ook; ‘’Heb je je huiswerk gemaakt?’’ ‘’Nee meneer, sorry. Wegens omstandigheden’’ Dan valt de leraar tegen haar uit; ‘’WAT NU OMSTANDIGHEDEN?! NIET AANSTELLEN EN GEEN SMOESJES!!’’ Marianne begint te huilen en Marcella legt het zachtjes uit. ‘’Haar moeder heeft eergistermiddag zelfmoord gepleegd.’’ Dan wat harder, zodat iedereen het hoort; ‘’Het is een SCHANDE dat u zo uitvalt meneer! Schaam u!’’ en ze draait hem de rug toe. Zich Schamend gaat hij verder met de les, want tja, wat moet hij anders doen hè? Aan het eind van de les vraagt hij of Marcella en Marianne even willen blijven. Hij vraagt wat er aan de hand is en of hij kan helpen. Marcella legt het hele verhaal uit en Marianne rust wat uit. Dan zegt hij; ‘’Marianne, het spijt me. Echt. Ik wist nergens van, en aangezien ik hier nog niet zo lang ben hebben ze me niks verteld. Sorry..’’ Zielig kijkt hij haar aan, en Marianne zegt; ‘’ Nouja, sorry helpt niet! U weet niet hoe het is! Een moeder die zelfmoord pleegt en een vader die zichzelf helemaal kapot drinkt!’’ Ze schrikt van haar eigen uitval. ‘’Je hebt gelijk, Marianne. Maar ik kan er nu niks meer aan veranderen. Is er iets wat ik voor jullie kan doen?’’ En hij kijkt naar Marianne en Marcella. ‘’Ja, antwoord de laatste, vragen of mevrouw ziermans even tijd voor ons heeft, we willen het haar vertellen en ev. Hulp voor Marianne vragen. Zo kan ze niet verder met leven, het gaat steeds slechter. De leraar is het hier mee eens en zoekt haar meteen op. Na een tijdje gaat de deur weer open, en is mevrouw Ziermans daar. Marcella vraagt of ze het erg vind dat ze even met haar willen praten. ‘’Nee hoor, maar is het goed als we in mijn kamertje gaan zitten? Is het wat knusser enzo’’ ‘’Is goed,’’ klinkt er vanachter het lokaal. Marianne was achterin gaan zitten omdat ze weer stemmen in haar hoofd had en weg wilde. ‘’Kom je, Marianne?’’ Marcella wacht onderaan bij haar en samen lopen ze erachter aan. Marianne had polsbandjes en verband om gedaan, en gelukkig ziet niemand het! De stemmen in haar hoofd worden harder, en ze verstaat nog net geen woorden. ‘’Toe dan!’’ schreeuwt ze, en ze schrikt van zichzelf. Maar het is al te laat, Mevrouw ziermans en Marcella hebben het al gehoord, maar zeggen niks. Als ze in het kamertje zijn nemen Marcella en Marianne plaats op de stoelen, terwijl mevrouw Ziermans tegenover hen gaat zitten. ‘’Wat is er gebeurd meiden?’’ valt ze met de deur in huis. Marianne kan niet praten, ze klapt dicht, Marcella merkt het en vertelt het hele verhaal. Vanaf dat Marianne naar huis wilde, totdat ze nu hier zitten. Mevrouw ziermans schrikt, en vraagt hoe het met haar gaat. Marianne doet haar haren voor haar gezicht en weet niks te zeggen. ‘’Niet zo goed, neem ik aan?’’ Marianne knikt. ‘’is er nog meer aan de hand, wil je me nog meer vertellen of gaan we hier even op door?’’ ‘’er is nog wat meer, dat ik moet vertellen.’’ En dan stort ze in, alles komt eruit. Van haar Alters, naar haar automutilatie, van haar stemmen naar haar beelden, van haar gedrag tot haar broertje, van haar moeder tot haar vader. Als ze klaar is met haar uitstorting, begint ze hevig te huilen en word ze bang. Ze doet de deur open, als ze de deur open heeft, rent ze weg de gang in. Nooit meer daarheen! Nooit meer!. Na 5 minuten hebben mevrouw Ziermans en Marcella haar gevonden, en praten rustig op haar in. Mevrouw ziermans neemt Marianne mee naar haar kamertje, en zo praten ze over de volgende oplossing. Wat er moet gebeuren om alles rustig te krijgen. Marianne weet het niet, en als de bel gaat vertelt mevrouw ziermans dat ze moet gaan. Marianne gaat naar huis, samen met Marcella.

Hoofdstuk 2. – ‘’Waarom doe je me dit aan?’’

Als Marianne wakker word, heeft ze een veilig gevoel. Menno ligt dicht tegen haar aan, vredig te slapen. Met haar handen onder haar hoofd staart ze naar het plafond. Dan hoort ze weer stemmen in haar hoofd, en word ze onrustig. Menno voelt het en wordt wakker. ‘’Marianne wat is er?’’ vraagt hij en kijkt haar aan. ‘’Niks lieverd, ga maar lekker verder slapen’’ en Menno sluit zijn ogen weer. Na een paar minuten hoort ze een constante ademhaling, als teken dat hij slaapt. Marianne kijkt weer naar het plafond en vraagt zich af waarom haar vader haar niet heeft teruggebeld. Ze heeft hem sinds gisteren niet meer gezien. Dan gaat de deur open, en komt er een straal licht binnen. Celia komt even om het hoekje kijken en vraagt of alles goed is. ‘’Ja hoor, Menno ligt lief te slapen en ik was even aan het nadenken enzo’’ zegt Marianne. Celia loopt weer weg en komt even later weer, met een soort schrift. Ze komt naast Marianne zitten en vertelt haar het volgende; ‘’Lieve Marianne, toen ik zo oud was als jij had ik veel problemen. Ik zat totaal met mijzelf in de knoop. Toen mijn zusje overleed aan een longziekte, kreeg ik van mijn ouders een schrift, een soort dagboekje. Altijd als ik me slecht voelde of er zin in had, schreef ik er iets in. Meestal was het in de vorm van gedichtjes. Die heb ik allemaal bewaard, en zo had ik altijd alles op een rijtje. Misschien is het ook iets voor jou?’’ Marianne weet niet wat ze hoort en bekend dat ze zich ook lang niet altijd goed voelt. Dat ze in de knup zit en dat ze gister naar de lerares is geweest. ‘’ja ik weet het’’ vertelt Celia haar ‘’Ze belden me op of je vandaag ook nog hier bent, ivm hulp die de lerares voor je zou zorgen’’ Marianne schrok ervan, en keek haar aan. ‘’Maar… Maar.. het was helemaal mijn bedoeling niet… ik.. dat kan ik toch.. nooit?’’ ‘’Tuurlijk wel meisje! Beetje vertrouwen in jezelf. Het komt echt allemaal wel weer goed, ooit.’’ Met een zucht antwoordt Marianne daar weer op; ‘’Ja.. ooit’’.. ‘’Nouja, je denkt maar even over het boekje na. Als je het een goed idee vind, dan leg ik het hier neer. Als je het liever niet doet dan hoor ik het wel van je hè?’’ ‘’Ja, is goed hoor.. maar lijkt me wel een goed idee’’ ‘’oké’’ fluistert Celia en ze sluipt de kamer weer uit. Menno gaat even beter liggen en valt weer terug in een diepe slaap. Dan gaat haar telefoon trillen. Ze kijkt en ziet dat het Marcella is. Valse hoop, dus. ‘’Papa zal wel nooit meer bellen’’ denkt ze. Snel stuurt ze een sms’je naar Marcella.

Lieve Marcella
Ik kan nu even niet bellen, Ik lig op de zolder bij onze buren met Menno op mijn schoot. Ik kan hem niet wakker maken. Ik vind je lief en ik zie je morgen weer. Hvj, Marianne.

****
Hoofdstuk 1 en een deel van Hoofdstuk 2.

Aantal keer bekeken: 3792
Waardering: 6.17 op 10
Geef een cijfer:

Alle rechten voorbehouden 2005-2018 - www.verhalenlezen.nl


Verhalen

Wilt u een verhaaltje lezen uit één van de onderstaande categorieën? Klik dan gewoon op een categorie en u komt op de pagina met de verhalen van deze bepaalde categorie.

Verhalen posten

Hebt u zelf een verhaaltje geschreven? Of een onvergetelijke blunder tegengekomen, of iets anders. En je wilt er anderen mee amuseren, lezen? Met verhalenlezen.nl kan dat geen probleem zijn. Klik hier om een verhaal te posten!


Statistieken

Totaal verhalen: 5175
Totaal categorieën: 10
Totaal 11 bezoekers online