Verhalenlezen.nl - Voor al uw verhalen en sprookjes. Ook hebben we liefdes verhalen en erotische verhalen.

Opwinding in de voetgangerszone van Leer.

U leest om dit moment het verhaal Opwinding in de voetgangerszone van Leer gepost door Anton de Wijk Stadskanaal. Dit verhaal is gepost in de categorie spannende verhalen. Wilt u een zelf geschreven, of een mooi verhaaltje posten? Klik daarvoor hier.

Wilt u terug naar spannende verhalen?
Categorie: spannende verhalen
Gepost door: Anton de Wijk Stadskanaal
Gepost op: 2009-6-19

Verhaal:

Opwinding in de voetgangerszone van Leer
Opwinding in de voetgangerszone van Leer

Zwoel hangt de hitte in het voetgangersgebied van Leer, de zon brandt
aan de hemel, ieder verkoelend zuchtje wind ontbreekt.
De warmte slaat tegen de gevels van de winkelpanden, deze julidag in
de zomer van 2005. De deuren staan wijd open, de airconditioning in
sommige panden draait continue op volle kracht.
Energieverspilling ten top bij deze zakenlui, zowel in de zomer als in de
winter, wanneer er hete lucht boven de ingang wordt geblazen die de kou
moet verdrijven. Maar de winkeliers menen hier, net als in Nederland, dat,
als de deuren gesloten blijven er geen klanten komen.

Om 10 uur deze morgen zie ik dat de temperatuur in de etalage van opticien
Unkel, tegenover het Hauptpostamt van Leer, is opgelopen tot 25,7 graden.
Dat belooft wat deze dag. “Laten we maar vroeg gaan”, zei mijn vrouw de
avond tevoren, “want het zal waarschijnlijk een zeer warme dag te worden.
De auto heb ik lekker koel in de parkeergarage geparkeerd, als we weg
willen zullen we niet in een bakoven plaats hoeven te nemen.
We staan voor het grote pand van modehuis Leffers en raadplegen onze
horloges.

“Om 12.30 uur sta ik hier weer bij de ingang, zullen we dan gaan eten?”
“Goed hoor”, zegt ze, en ik zie haar gestalte verdwijnen tussen de
damesrekken. Mijn vrouw kennende weet ik dat ze de eerste uren wel aan
haar trekken zal komen in deze modezaak.
Een groot pand, 3 verdiepingen hoog, men heeft plannen om de zaak
grondig te verbouwen. Ik slenter verder de Mühlenstrasse in, de
voetgangerszone van de stad. Ondanks het nog tamelijk vroege uur is het
al redelijk druk op straat. Ik ken Leer als mijn broekzak, we komen er al
jaren. Dat was al zo toen we jarenlang een vaste staanplaats hadden op een
camping aan de Thülsfeldertalsperre bij Cloppenburg, en we dan via de
Hümmling met zijn leuke dorpjes en vergezichten naar deze Oostfriese stad
reden om er te verpozen.

Zelf kwam ik hier al regelmatig toen ik nog vrijgezel was, want iets verderop
in het plaatsje Oldersum had ik een correspondentievriendin die ik af en toe
met de trein bezocht vanuit Winschoten. Thans is vlakbij Oldersum, in het
buurtschap Gandersum voor de Meyer Werft in Papenburg een groot Sperrwerk
gebouwd in de Eems. Dit ten behoeve van de grote cruiseschepen om meer
water in de Eems te kunnen stuwen zodat men niet meer afhankelijk is van de
getijden.
De correspondentievriendin van destijds was een spichtige boerendochter, en
haalde mij dan van de trein vanaf het Hauptbahnhof in Leer. Ze reed in een
Wartburg van Oostduitse makelij, die ze behendig door het verkeer de stad
uitreed.

Hoe oud was ik toen, een jaar of 17 denk ik. Marianne was enkele jaren
ouder, maar tussen ons is het nooit wat geworden. Ondertussen ben ik
aangekomen in de Altstadt van Leer, met zijn oude gevels in de Rathausstrasse.
Bezienswaardig is het pand van wijnhandel Wolff, waar men vrijblijvend
een kijkje mag nemen.
Ook de toren van het Rathaus kan men op bepaalde dagen beklimmen
voor een mooi uitzicht over de stad. Ook worden er rondwandelingen
georganiseerd, daarvoor dient men zich dan te verzamelen bij de trap van
het raadhuis.

Rond de hoge toren en in zijn nabijheid, wordt elk jaar de Gallimarkt
gehouden die in oktober plaatsvindt.
Op een groot terrein, dat normaal is ingericht als parkeerterrein, staan dan de
kermisattracties, maar ook circussen slaan hier hun tenten op zoals het
grote Russische Staatscircus. Ook Europa’s grootste circus Krone, Althoff,
en de uit Zwitserland afkomstige circus Knie presenteren zich hier graag.

In de haven, aan De Waag liggen de schepen van de Germania
Schiffahrtgesellschaft waarvan de Warsteiner de grootste is.
Een prachtig schip, ik weet het omdat we al eens een varende dansavond op
deze boot hebben meegemaakt van Leer naar Emden vv.
Een onvergetelijke avond met een warm en koud buffet, terwijl de lichtjes
aan de oever aan ons voorbijgleden onder de klanken van zwoele dansmuziek.

Bij de Ledabrug, langs het gelijknamige water loop ik via de ‘boulevard’
langs de aangemeerde schepen waaronder zich ook enkele Hollandse
pleziervaartuigen bevinden.
Als ik op mijn uurwerk kijk zie ik dat het kwart voor 12 is en ik besluit een
kop thee te gaan drinken voor we gaan eten.
Terug in de Mühlenstrasse vind ik een plekje onder een parasol direct aan
de rand aan het begin van het terras. Het is er al vol, zo vlak voor het
middaguur. Door het wandelen ben ik wat gammel geworden en besluit een
kleinigheid te eten. Aan de ober, een midden vijftiger, geef ik mijn bestelling
op, “Einen schwarzen Ostfriesentee und ein halbes Käsebrötchen bitte”, laat
ik hem weten. “Kommt sofort”, zegt hij en schuifelt tussen de tafeltjes
door naar het buffet.

Ik hoor opeens het geklik van hoge hakken op het plaveisel en ben meteen
opmerkzaam, omdat ik hierin het geluid herken toen ik Geeske hoorde
komen op die kille novemberdag in het Refaja ziekenhuis, die ik 38 jaar
geleden toen voor het laatst had gezien. **
Geeske was klein, deze dame die mijn vizier binnenwandelt is groot, 1.80 m,
misschien een paar centimeter meer. De aanwezigen op het terras horen nu
ook het geklik van haar haken die weerkaatsen tegen de gevels van de straat.

Langzaam verstomt het geroezemoes, iedereen heeft nu de dame in kwestie
op zijn of haar netvlies.
Ze is slank, licht als een hinde beweegt ze zich voort in de zwoele ochtend.
Lenig en soepel zijn haar bewegingen, onvoorstelbaar dat ze zich zo elegant
kan bewegen op deze hoge open pumps van een centimeter of tien waarvan
de bandjes elegant net boven haar enkels sluiten.
“Sieh’ mal Uwe”, hoor ik mijn achterbuurman zachtjes opmerken, “wer da
kommt, Mensch mein Gott, sowas hab’ ich noch nie gesehen.”,
Ik hoor hoe zijn adem sissend door zijn tanden ontsnapt.
Stap voor stap komt ze nader, de kerels op het terras houden hun adem in,
hun bloeddruk wordt de hoogte ingepompt dat is wel zeker.

Haar volle mond is vuurrood gestift, maar ze kan het hebben, het geeft haar
niets ordinairs.
Haar armen wiegen zachtjes mee op het ritme van haar schreden.
Aan haar nagels, die eveneens vuurrood zijn gelakt, kleven geen lange
kunstnagels die mooie vrouwenhanden ontsieren.
Ze heeft koperkleurig haar die bijna tot haar schouders reikt.
Met de rug van haar hand werpt ze het haar nonchalant naar
achteren die het, nu de zon achter haar staat, plots omlijst in een purperen
krans van licht.

Achteraan op het terras zitten twee dertigers, Hollanders, die al een paar
biertjes hebben weggespoeld in hun schijnbaar dorstige kelen.
Enigszins grof hoor ik de een tegen zijn maat zeggen: “Verdomd Karel, als
je dit ziet, zou je toch je eigen wijf bij het grofvuil deponeren.”
De ander hoort het niet eens, ook de overige aanwezigen zullen het wel niet
verstaan hebben, hun aandacht is gefocust op die dame die hun gezichtsveld
binnenwandelt. De ober met een vol dienblad, blijft gefascineerd in de
deuropening staan, zijn mond valt open van verbazing.

De dame is inmiddels op een afstand van een meter of vijf het terras genaderd.
Een tafeltje van mij vandaan schuift een dikke ronde Duitser onrustig op zijn
stoel heen en weer. Het is alsof hij koorts heeft, rood en gloeiend is zijn gelaat
van al hetgeen nu op zijn netvlies verschijnt.
Zijn vrouw naast hem sist hem nauwelijks verstaanbaar toe: “Benimm dich
Lothar, um Gotteswillen!” Ik vang haar blik in een fractie van een seconde, ze
voelt zich betrapt en slaat verward haar ogen neer.
Vrouwen worden altijd onrustig als hun mannen andere vrouwen observeren.
En ze hebben altijd wat aan te merken als je opmerkt dat je deze of gene een
mooie vrouw vindt.

Onder het tv kijken mag ik mijn vrouw nog wel eens een beetje plagen door
nuchter op te merken, “gut, wat heeft die vrouw toch mooie benen.”
Ik hou bewust mijn ogen dan op het scherm gericht, maar uit mijn ooghoek
zie ik toch dat ze zich dan geagiteerd naar mij toe draait en wat bits opmerkt:
“Nou, wat je mooi vind, dat mens heeft helemaal geen enkels en veel te
dikke kuiten.” De dame op het beeldscherm schijnt opeens een rivale te
zijn geworden, en heeft dan geen naam meer maar wordt aangeduid als
‘mens.’

De dames op het terras kijken misprijzend naar de naderende vrouw, en
houden ondertussen ook tersluiks hun eigen partner in de gaten en peilen zijn
reactie. Maar dat heb je altijd onder vrouwen, ze dulden als het ware geen
vrouwspersoon in hun nabijheid waar hun man aandacht aan besteed.
Dan vlamt er iets in hun binnenste op wat wij mannen ook wel jaloezie
noemen. Maar dames, wees gerust, mannen kunnen het ook niet velen hoor
als hun vrouw belangstelling toont voor een knappe man.

Als een godin komt ze nu nader, ze schrijdt voort als een Juno in een gloed
van helder zonlicht.
De decibels van haar hoge hakken wordt door haar nadering verhoogd, ze
klikken welhaast als zweepslagen door de straat.
Deze dame hoort niet te flaneren in de voetgangerszone van Leer, flitst het
door mij heen, maar zou zich moeten voortbewegen op de boulevard van
Saint Tropez, aan de Côte d’Azur tussen het mondaine volk, waar ze niet uit
de toon zou vallen.
Hier doet ze dat zeker, want wie ziet er nou dagelijks zoiets moois langs
komen. Iedereen heeft nu vrij zicht op haar, althans, de voorste bezoekers van
het terras. De zon heeft haar lijf gebronsd, onder haar crèmekleurige rok, zo’n
centimeter 10, 12 cm boven haar knie, steken een paar prachtige benen,
gestoken in pumps van ongeveer dezelfde hoogte.

Ze strijkt met haar tong over haar volle, rode lippen, die glimmen als rijpe
kersen in de vroege morgendauw.
Bij iedere stap die ze zet worden haar ronde, volle bovenbenen afgetekend in
haar rok, die precies wijd genoeg is om er in te kunnen lopen.
Weer heeft ze enkele meters overbrugd, nog een meter of drie, vier en ze is
het terras voorbij. Ze is van ongekende schoonheid, superlatieven schieten
tekort om haar in dit korte tijdsbestek dat ik haar waarneem, te omschrijven.

Ze draagt een zwarte laag uitgesneden bloes.
In de diepe kloof van haar volle borsten hangt een gouden hanger, die
zachtjes meedeint op het ritme waarmee ze loopt. Haar vrouwelijke vormen
wiegen zachtjes in haar bloesje mee, waarvan de tepels hard, vol en rond naar
voren priemen.

Borsten, liet eens een inzendster een beetje laatdunkend in
een damesblad weten, het zijn niets anders dan vetbulten. Daar raak je toch
zeker niet opgewonden van? Vetbulten akkoord, maar ervan niet opgewonden
kunnen raken zullen velen, die toen het ingezonden stuk hebben gelezen,
bepaald niet hebben kunnen volgen. Denk ik zo......

Opeens moet ik denken aan Christina, een Amsterdamse die woonde in een
buitenwijk waar ik de post bestelde. Om de 7 weken had ik weer dezelfde
wijk en nam dan 10 postzegels voor haar mee. Tien postzegels van 12 cent,
wat een gefrankeerde brief in de beginjaren ’60 kostte.
Haar ouders woonden in Amsterdam, die ze wekelijks een brief schreef.
Haar man had als bootwerker gewerkt in de haven, en had in het uitgaansleven
Christina leren kennen. Maar Martin kon in de grote stad niet aarden.
Na een jaar of vijf vertrokken ze weer naar het noorden, waar Martin een
baan werd aangeboden bij conservenfabriek Wilco in Assen.

Christina, een struise vrouw had er geen enkele moeite mee haar kindje in
mijn bijzijn de borst te geven.
Zonder gêne knoopte ze haar bloesje los en legde het kindje aan.
Ik schrok me dood toen ik het voor het eerst zag, ik was een snotaap van een
jaar of 18 en wist niet waar ik kijken moest.
Maar Christina werd er niet warm of koud van.
”Nou, sta niet zo te gapen possie”, zei ze dan in zangerig onvervalst
Amsterdams, “heb je nog nooit een blote tiet gezien, heb je nog geen meissie
soms.

Dat kind heb honger, je heb er toch zeker vroeger zelf ook aan gelegen
nietwaar? Ik zou zegge, schenk moar es effe een bakkie in, dat ken ik nou zelf
niet doen hé, begrijp je wel.”
En met een armzwaai liet ze me weten waar de koffiekan stond.
Possie, ze noemde me altijd en eeuwig possie. Prachtig klonk uit haar mond het
Amsterdamse dialect. Ze was altijd vrolijk en moppen tappen deed ze niet voor
een kerel onder. Wat heb ik aan de keukentafel bij haar wat afgelachen als ze
vertelde over Sam en Moos.

Kort voor het middaguur is de lange Mühlenstrasse in het voetgangersgebied
van Leer verandert in een catwalk waarover deze dame pareert. Tegenover mij
aan de overkant van de straat zie ik een AOW-er die haar naoogt.
Hij trekt driftig aan zijn sigaar, een lange askegel valt op zijn overhemd, hij
merkt het niet eens. Zijn vrouw, met alle respect en eerbied, wiens schoonheid
in de loop der jaren hard achteruit is gehold, doet verwoede pogingen hem
de andere kant uit te krijgen. Weg van deze, in haar ogen veel te wulpse dame.
Op iets meer dan een meter loopt deze bevallige dame het terras voorbij, ik kan
haar aanraken als ik wil. Hoe oud is ze eigenlijk, midden dertig schat ik.

Mijn blik glijdt omhoog op zoek naar haar ogen, de kleur ervan intrigeert me.
Mooie grote ogen, bruin, als ik het zo snel kan waarnemen, lichtjes opgemaakt.
Het oogcontact dat we daarna hebben zijn fracties, ik hef mijn wijsvinger op
van mijn rechterhand die losjes op de stoelleuning ligt ten teken van groet.
Het is nauwelijks waarneembaar voor de overige aanwezigen, maar ze moet
het hebben opgemerkt.

Twee, drie passen later is ze mij gepasseerd maar ik zie nog juist dat met een
korte glimlach mijn groet beantwoord wordt.
Haar rokje zit strak om haar billen. Ze gunt ons allen op het terras nu de
achterkant van haar goddelijk lichaam, een ieder die ze voorbij loopt kijkt haar
na want voor zo’n vrouw wil je nog wel even over je schouder kijken op straat.
Zo ook een politieagent, die zich omdraait als hij haar een meter of 10
is gepasseerd. “Na, Herr Wachtmeister”, zegt een van de voorste bezoekers
van het terras, “das sah aber toll aus was? Donnerwetter!”
De agent lacht, tikt aan zijn pet en vervolgt zijn weg.

Zachtjes wiegt ze met haar achterwerk. Sommige vrouwen doen dat erg
opvallend en overdreven, zij niet, integendeel heel gracieus verwijdert ze zich
langzaam uit ons gezichtsveld.
Haar weelderige haardos, die sommige mannen prefereren omdat je daar zo
heerlijk met je handen door kunt woelen, danst mee op het ritme waarmee ze
loopt. Het monotone geklik van haar hakken sterft weg en is alleen in de verte
nog hoorbaar, nu ze wordt opgenomen door het publiek in de lange brede
winkelstraat.

Ik verlaat het terras en loop terug naar het modehuis op zoek naar mijn vrouw.
Ik ontdek haar nergens, laat ik maar eens gaan kijken bij de afdeling van Gery
Weber, schiet het door mij heen. Als je al jaren met elkaar bent getrouwd, ken
je elkaar interesses en ik weet dat ze nogal gecharmeerd is van dit modemerk.
“Hé, dat staat je goed dat shirtje”, zeg ik als ze het pashokje uitkomt.
“Koop het maar, leuke kleur, de zomer spat er vanaf.” “Hören Sie das?”, zegt
ze tegen de verkoopster, “Ich hab’ das nicht verstanden”, zegt ze, “Macht
nichts”, zegt mijn vrouw, “Er hat soeben was liebe voll gesagt.
De verkoopster kijkt mijn richting uit, “Ach so”, zegt ze met een lach, “Das
hört ja jede Frau ab und zu Mal gern!”

“Ben je ook wat tegengekomen”, zegt mijn vrouw, doelend op een of ander
aankoop. “En of ik wat ben tegengekomen”, jubel ik in haar oor.
”Vertel”, zegt ze nieuwsgierig. “Doe ik’, zeg ik, “straks, uitgebreid onder het
eten.”

** (Zie Geeske, een jeugdverhaal uit de winter van 1960 in 2 delen)


Aantal keer bekeken: 2006
Waardering: 3.00 op 10
Geef een cijfer:

Alle rechten voorbehouden 2005-2018 - www.verhalenlezen.nl


Verhalen

Wilt u een verhaaltje lezen uit één van de onderstaande categorieën? Klik dan gewoon op een categorie en u komt op de pagina met de verhalen van deze bepaalde categorie.

Verhalen posten

Hebt u zelf een verhaaltje geschreven? Of een onvergetelijke blunder tegengekomen, of iets anders. En je wilt er anderen mee amuseren, lezen? Met verhalenlezen.nl kan dat geen probleem zijn. Klik hier om een verhaal te posten!


Statistieken

Totaal verhalen: 5175
Totaal categorieën: 10
Totaal 10 bezoekers online