Verhalenlezen.nl - Voor al uw verhalen en sprookjes. Ook hebben we liefdes verhalen en erotische verhalen.

Phasianus.

U leest om dit moment het verhaal Phasianus gepost door Rudolf Paul. Dit verhaal is gepost in de categorie dieren verhalen. Wilt u een zelf geschreven, of een mooi verhaaltje posten? Klik daarvoor hier.

Wilt u terug naar dieren verhalen?
Categorie: dieren verhalen
Gepost door: Rudolf Paul
Gepost op: 2009-2-22

Verhaal:

Phasianus
‘Je moet ze overtroeven. Zoals ik dat doe met af en toe een latijnse spreuk er tussen door te gooien. Dat verleent het gesprek een zeker cachet. Even over ze heen pissen om ze te laten weten dat je er bent, dat je een gymnasiale opleiding hebt genoten. Even je superieuriteit tonen.’
De man kwam de houten trap afgelopen. Ik had al heel wat over de mensenwereld geleerd van deze luidruchtige kerel. Zijn zoon Willem, die hij spottend Guillaume le Taciturne noemde, was gekleed in joggingpak en sportschoenen. Die ging dus weer in de duinen rennen, zich afmatten tot hij er zowat bij neerviel. Vele malen had ik hem op afstand gevolgd als hij weer eens een weekendje aan zee kwam uitwaaien. De laatste tijd kwam hij steeds minder vaak.
‘Ik heb een dure auto - zij ook. Ik heb een kapitale villa en verscheidene vakantiehuizen - zij ook. Onze boten in de jachthaven zijn allemaal even duur. We zijn lid van dezelfde exclusieve clubs, hebben de zelfde topinkomens. Maar ik kan zomaar een latijnse spreuk uit m’n mouw schudden - zij niet. Dat heb ik toch maar aan het seminarium te danken.’
Ze kwamen mijn kant op; ik kon nog net een veilig heenkomen zoeken onder de veranda. M’n vaalbruine schutkleur moest zorgen dat ik niet opviel tussen de houten palen en de schaduwen onder het huis. M’n veelkleurig maatje was - niet zo snugger van hem - de andere kant op gefladderd toen men in de duinen begon te schieten. Het jachtseizoen was weer geopend.
Onder aan de brede trap bleven vader en zoon staan en ik kon zoals ik al zo vaak gedaan had hun mensengesprek volgen.
‘En nu kom je me vertellen dat je verkering hebt met zo’n donker meisje uit... waar komt ze ook weer vandaan?’
‘Martinique,’ zei de zoon bedeesd. Hij richtte z’n gekwelde blik op mij maar bleek me niet te zien. Ik verroerde me niet.
‘Ah,Martinique. WaarJosephine Baker oorsponkelijk ook vandaan kwam. Maar die naam zal je wel niks zeggen. Maar wat ik bedoel te zeggen is dit. Het klinkt een beetje cru misschien, maar heb je er wel eens aan gedacht wat het betekent voor je carriere, zo’n vrouw beneden jouw niveau?’
‘Ze studeerd internationaal recht.’
‘Je zult op zakendiners toch moeten komen met iemand die een beetje representief is, een meid die goed oogt en die, als ze al iets zegt, goede nederlandse zinnen gebruikt, geen dialect, geen buitenlands accent. Eentje die past in het gezelschap. Niet zo’n derde wereld-vrouwtje dat begaan is met die zielepoten en uitgehongerde stakkers daarginds. Daar willen de mensen uit het bedrijfsleven hier niet over horen.’
Even zweeg de man, alleen om weer op adem te komen. Ik wist hoe hij over alles dacht. Vaak genoeg had ik het moeten aanhoren als ik onder het huis zat en zijn stem door de houten vloer dreunde. Als hij zakenvrienden had meegebracht naar z’n zomerhuis aan zee. Veel had ik zodoende over de zakenwereld geleerd. Alles over subsidies voor bedrijven, manieren om belasting te omzeilen, onkosten declaraties - een zakendiner van 600 euro voor vier personen was aftrekbaar. Ook hoorde ik ze praten over auto’s en de huizenmarkt.
‘Ik weet het, de schrijver Hermans die je zo bewondert had een zwarte vrouw, en ook een of andere politicus. Allebei maatschappelijk geslaagden. Maar die echtgenotes kreeg je nooit te zien op TV. Die werden angstvallig buiten beeld gehouden.’
Willem bleef zwijgen. De vader ging maar door: ‘Loop nou eens door de hoerenbuurt van onze hoofdstad, in Groningen zal dat ook wel zo zijn: allemaal vrouwen met een donkere huidskleur. Dat zegt toch al genoeg. En dat bedoel ik helemaal niet racistisch hoor.’
De man gaf een diepe zucht. ‘Kom toch weer eens werken op de zaak. In de vakantie. Je weet wat voor mooie meiden we daar hebben. Misschien is er wel iets leuks voor jou bij.’
De jongen hield zich koest. Hij keek in mijn richting. Alsof hij steun bij me zocht, alsof we elkaar konden begrijpen. Maar hij zag me helemaal niet. Ik zat roerloos en wachtte af.
‘Even Hannibal uitlaten,’ zei de vader. Ik dook dieper weg. Ik wist wat er komen zou. De eerste keer dat hij het over Hannibal had dacht ik dat hij een hond bij zich had, een jachthond misschien. Want ik had begrepen dat hij wel lid was van de plaatselijke jachtvereniging. Uit latere gesprekken leerde ik dat dat maar voor de status was, omwille van de entree in het exclusieve wereldje rondom Prins Bernhard die ook wel in de duinen kwam jagen op fazanten. De halftamme beesten, verre familieleden van me, moesten dan wel door drijvers met stokken en veel geschreeuw de lucht in gejaagd worden zodat de prins kon laten zien tot welke sportieve jachtprestaties hij in staat was.
Maar Hannibal bleek toen niets anders te zijn dan een koosnaam voor het lichaamsdeel dat Olaf - ik wist sinds kort zijn naam - uit z’n broek haalde. Ik zat toen onder de struiken naast het huis en was te verschrikt geweest om te vluchten. Hij kletterde zijn plas over me heen. Het heeft daarna nog uren geduurd voordat de zeewind de urinegeur uit mijn veren had verjaagd.
‘Ik begrijp je afkeer van de reclamewereld niet,’ vervolgde de vader het gesprek nadat hij het stompje bij z’n nekvel had gepakt en er alle druppels van af had geschud. ‘Zeker, reclame is bedrog. Maar mundus vult decipi, decipiatur ergo, de wereld wil bedrogen worden, laat ze bedrogen worden. Doe het dan pecuniae causa, ter wille van het geld. Hoe zou ik anders dit alles bereikt hebben: een villa, drie zomerhuizen, een business met een miljoenenomzet...Alles wat we ons maar kunnen wensen. Beati possidentes, schrijft Horatius: gelukkig zijn de bezittenden. Felix meritis, mi fili, gelukkig door eigen verdiensten.’ Zijn stem klonk zalvend, zijn gebaren waren die van een priester.
Ik had al heel wat van de mensentaal geleerd zo vlak bij het huis in de bosjes of onder de veranda waar ik in het voorjaar mijn nest had. De tirades van deze man, Olaf Rijkaard heette hij - nomen est omen - die ik moest aanhoren als hij zo nu en dan met wat zakenvrienden naar het zomerhuis kwam! Vaak kwam hij hier met vrouwen, met die mooie zelfbewuste vrouwen uit de reclamewereld. Of met een secretaresse. Laatst nog met een heel onnozel kipje, een aanstellerig Zeeuws juffertje uit Den Briel dat net bij hem gesolliciteerd had. Haar zangerig stemmetje kwam door de naden van de slaapkamervloer. Ze had hier moeite mee, o wat had ze hier moeite mee. Moest dit nou echt?
‘Ja, ja. Wat zullen we nou hebben.’ Zijn brandy-stem klonk gemaakt verontwaardigd, als dat van een niet geheel overtuigende acteur uit een nederlandse soap-serie. Vanuit de struiken naast het huis had ik vaak beelden die verschenen op de draagbare TV op de veranda kunnen zien.
‘Nu ineens kruidje-roer-me-niet met me spelen zeker, noli me tangere. Hannibal denkt daar heel anders over. Kijk maar eens. Hannibal ad portas. In naam van Oranje doe open die poort, de watergeus staat voor Den Briel. Nolens volens zul je er aan moeten geloven. Ik worstel en kom boven op je. Kip ik heb je.’
Na een uitgebreid zakenlunch en drankgebruik minder in staat enig weerstand te bieden, moest de Zeeuwse schone zich wel gewonnen geven. Haar poorten bezweken onder Hannibals stormram. De nietsontziende Hannibal kende geen genade en liet ook dit kuikentje niet intact. Daarna was Olaf zoals gebruikelijk in een opperbeste stemming en liep luid neuriënd en zingend door het huis en in de tuin. ‘Op de blanke top der duinen’ gaf hij ten gehore, en ook ‘Wien Neerlands bloed door de aderen vloeit van vreemde smetten vrij’. Ja, de geheimen van het menselijk liefdesleven zijn me niet bespaard gebleven. Tegenover zijn zakenvrienden schepte Olaf op over de vrouwlijke medewerkers op kantoor en de reclame meisjes die hij gehannibald had. Vooral de meisjes die op de markt sigaretten uitdeelden om de verkoop van een bepaald merk te bevorderen waren zijn genotmiddel.
‘Zie je die middelste hoge duintop,’ hoorde ik hem zeggen tegen zijn zoon. Beiden keken in de verte. ‘Welnu, je moet je het leven, of de maatschappij waarin we leven, voorstellen als een enorme borst ter grootte van die duintop, waar wij als miljoenen mieren tegenop kruipen om de tepel te bereiken van waaruit constant heerlijke melk en honing vloeit. Rondom deze tepel des overvloeds liggen de bevoorrechten zich te laven. Zij zijn het die er geboren zijn of het gemaakt hebben zoals Prins Bernhard en de zakenlieden van Lockheed en andere multinationals die je daar verderop hoort knallen op halftamme fazanten.’
Inderdaad klonken er in de verte nog steeds schoten. Het was nog niet veilig om m’n maatje te gaan zoeken. Die zou wel bij een van z’n andere wijfjes zijn.
‘De kleine groep rondom de mana-verstrekkende tepel, bestaande uit het koninklijk huis, self-made miljonairs zoals Heineken en Albert Hein, de havenbaronnen, internationale wapenleveranciers en dergelijke, hoeven zich er slechts te handhaven. Hoe luidt ook al weer het devies van die studentenvereniging waar je niet langer bij wilt horen? Ach ja, Vindicat.’
De jongen hoorde je niet. Die hield zich net zo stil als ik me hield onder het huis.
‘De uitverkoren en bevoorrechte groep vormt een gesloten kring,’ ging de vader verder. ‘Ze houden elkaar vast rondom de levensbron. Manus manum lavat, de ene hand wast de andere. Degenen die zich zoals wij net onder hen op de heuvel bevinden, de beter-gesitueerden die de absolute top nog niet hebben bereikt, trappen ze van zich af: non plus ultra, tot hier toe en niet verder. Maar af en toe, bij hoge uitzondetring, wordt toch iemand tot hun cirkel toegelaten. Niemand maakt het linea recta naar de top. Tenzij je er geboren bent natuurlijk, zoals leden van het koninklijk huis en van vooraanstaande families die het geld al generaties in hun beheer hebben. Die hebben een prae boven het gewone ploeterende mensdom. Tussen twee haakjes, die Oranje-prinsjes zijn toch ook lid van Vindicat? Ik ben benieuwd of Bernhard junior net zo’n groot jager zal worden als zijn beruchte grootvader.’
Uit afgeluisterde gesprekken had ik al begrepen dat hij niet veel op had met de oude prins, deze schertsfiguur met witte anjer.
‘Wij zijn er nog niet,’ ging de vader verder met zijn betoog. ‘Het is een strijd van vele generaties. Maar we zijn wel zo ver op de berg gevorderd dat de zoetvloeiende stroom ons net bereikt. Voor ze helemaal opdroogt voor de stakkers en de vertrapten onder ons op de helling. Op weg naar de top worden velen van de onderop liggenden vertrapt. Dat kan niet anders. Je trekt je op aan degenen die boven je zijn, excelsior, hoger, en trapt degenen die onder je komen van je af. Je doet mee, of je het wilt of niet. Zo is het leven. Alleen helemaal onderaan de berghelling liggen de miljoenen vertrapten die geen enkele kans hebben om zelfs maar op weg te gaan naar de top. Dat is de Derde Wereld bevolking, de zwarten, verzwakt door ellende. En de armen en werklozen in ons land. Hen zal de rijke levensstroom nooit bereiken: de zwarten, de hongerigen, de ellendigen, de zieligen. Zorg ervoor dat je daar in ieder geval nooit toe behoort.’
Ik hoorde de jongen zuchten. Ik zag dat hij aanstalten maakte om te gaan rennen. De vader merkte het ook.
‘Goed,’zei hij.’Ga maar voordat het donker wordt. Mens sana in corpore sano.’ Hij liep de trap weer op terwijl zijn zoon naar het duinlandschap rende.
Boven op de waranda hoorde ik Olaf nog tegen iemand over zijn zoon praten, die rara avis, die gewoonlijk het liefst cum libello in angello, met een boekje in een hoekje zat. Maar nu was die gekomen om Groningen even te ontvluchten omdat tegen deze tijd van het jaar de stank van de suikerfabriek aldaar hem te veel werd. De weeë babypoepgeur die de fabriek over de stad uitblies, een soort zure diarreelucht, maakte hem dan dagenlang misselijk en hij moest in de duinen en aan de zee de vuile-luier geur uit zijn longen en zijn hoofd zien te krijgen. Vis medicatrix naturae, de genezende krachten van de natuur zou haar werk doen.
‘Zeg Karel, ouwe potator, zal ik je nog eens inschenken? Als consolatio animi, troost van de ziel?’
Ik hoorde hem verder over zijn zoon uitweiden. Zoonlief voelde er niks voor om bij hem in de zaak te komen. Hij wilde zijn Management-studie in Groningen voortijdig beëindigen en het lidmaatschap van het studentencorps opzeggen omdat hij de andere leden niet kon uitstaan.
Voor mij werd het tijd om m’n maatje te gaan zoeken. Het geknal van jachtgeweren was opgehouden. Ik rende fladderend de jongen achterna. Het kroondomein, jachtterrein van de Oranjes, wilde ik nog een poosje vermijden in geval de jagers er nog waren.
Van achter het helmgras zag ik Willem door de duinen rennen. Toen hij de hoge duin die zijn vader hem had aangewezen wilde opgaan kwam hij niet echt ver. Het scheen hem niet te lukken. In het rulle zand aan de voet van de heuvel zonken zijn schoenen weg. Hij kwam maar niet vooruit. Alle kracht scheen uit z’n jongensbenen te zijn weggevloeid. Hij gaf het op en liep in een sukkeldrafje naar het verlaten strand.
Even later was ik er getuige van dat hij zich stond uit te schreeuwen over de zee. Pijnkreten van opgekropte wanhoop en ellende kwamen uit zijn keel. Zijn stem steeg uit boven het angstigmakende krijsen van meeuwen die geluiden van huilende baby’s maakten. Mare, mare, riep hij, de zee. Het was voor het eerst dat ik hem de taal hoorde gebruiken waarmee z’n vader altijd imponeerde. Of misschien hoorde ik verkeerd en riep hij Mamma, mamma. Toen liep hij met kleren en al de zee in hoewel het water daar deze tijd van het jaar veel te koud voor is. De zee nam hem in zich op.
Van een veilige afstand volgde ik de zoekaktie uren later. Dezelfde jagers en drijvers die de duinen onveilig hadden gemaakt hielpen mee. Willem heb ik daarna nooit weer gezien.



Aantal keer bekeken: 2709
Waardering: 6.25 op 10
Geef een cijfer:

Alle rechten voorbehouden 2005-2018 - www.verhalenlezen.nl


Verhalen

Wilt u een verhaaltje lezen uit één van de onderstaande categorieën? Klik dan gewoon op een categorie en u komt op de pagina met de verhalen van deze bepaalde categorie.

Verhalen posten

Hebt u zelf een verhaaltje geschreven? Of een onvergetelijke blunder tegengekomen, of iets anders. En je wilt er anderen mee amuseren, lezen? Met verhalenlezen.nl kan dat geen probleem zijn. Klik hier om een verhaal te posten!


Statistieken

Totaal verhalen: 5175
Totaal categorieën: 10
Totaal 18 bezoekers online