Verhalenlezen.nl - Voor al uw verhalen en sprookjes. Ook hebben we liefdes verhalen en erotische verhalen.

War for the planets deel 1.

U leest om dit moment het verhaal War for the planets deel 1 gepost door Lodewijk Geboers. Dit verhaal is gepost in de categorie spannende verhalen. Wilt u een zelf geschreven, of een mooi verhaaltje posten? Klik daarvoor hier.

Wilt u terug naar spannende verhalen?
Categorie: spannende verhalen
Gepost door: Lodewijk Geboers
Gepost op: 2006-12-13

Verhaal:

War for the planets deel 1
War for the planets! DEEL1

Furians is een volk dat afstamt van de mensen. Lang geleden kwamen twee planeten in botsing. Mensen zijn van planeet overgelopen. Toen gingen de planeten terug uit elkaar. De mensen die overgelopen waren hebben zich Furians genoemd. Door het soort voedsel dat er op die planeet te vinden is, zijn ze erg veranderd. Ze hebben magische krachten gekregen, ze kunnen transformeren in iets anders, in een beest met grote scherpe tanden. De Furians hebben problemen gekregen met de planeet Zion. De leider van Zion wilde een nieuwe planeet, daarom viel hij de planeet van de Furians aan. De Furians zijn veel sterker als zij. Met hun hele leger vallen ze regelmatig Zion terug aan. Dus Zion heeft nu zeker een nieuwe planeet nodig. Een planeet waar je kunt overleven en een planeet die ver weg ligt van de Furians.

Dimmy is 16 jaar oud. Hij woont in een afgelegen huis in Nieuwerkerken, samen met zijn ouders, Ivo en Tine, en zijn zus, Liesje die 4 jaar oud is. Het huis staat als enige huis in de straat, tussen de velden. Het is een klein straatje.
Liesje is altijd al een beetje vies van water geweest. Ze lust het wel maar telkens als ze een glas water krijgt, zegt ze:�Het glas is vuil, er zit een beestje in, Dimmy heeft daaraan gedronken.� Er is altijd wel iets. Alle kasten en tafels staan altijd vol glazen met water. Dimmy zijn ouders vertrekken vandaag op vakantie, naar Parijs. Hij is een hele tijd alleen thuis samen met zijn zus.

Moeder wandelt de trap af met op haar rug een rugzak. Dan komt vader naar beneden, hij draagt twee rugzakken in zijn handen.
“Dimmy, kom je even helpen?� roept moeder.
Dimmy komt uit zijn kamer en wandelt naar de kamer van zijn ouders. Hij ziet vier rugzakken. Hij draagt ze allemaal ineens naar de auto. Hij wil dat zijn ouders zo vlug mogelijk weg zijn. Er komt een vriend logeren en zijn lief komt ook al bij hem logeren zonder dat zijn ouders het weten. Liesje weet het wel maar gelukkig houdt die haar mondje toe.
“Dimmy, krijg ik een glas water?� vraagt Liesje.
Dimmy loopt naar de keuken. Hij opent de koelkast, neemt een fles water en gooit de koelkast weer toe. Hij gaat naar de glazenkast. Neemt vijf glazen en vult ze alle vijf met water. Hij geeft één glas aan Liesje. Liesje kijkt naar het glas. “Er zit stof in.� Dimmy geeft nog een glas. “Er zit een haar in,� zegt ze.
“Zoek het maar zelf uit,� zegt Dimmy. Liesje kijkt naar de andere drie glazen gevuld met water. “Deze zijn ook niet goed.� Dimmy loopt naar zijn vader. “Denk maar niet dat ik hier al die glazen van Liesje ga opruimen hoor.�
“Nee, dat hoef je niet. Dan ben je de hele dag bezig,� antwoordt zijn vader.
Dimmy gaat terug naar zijn kamer.
“Dimmy! Wij gaan vertrekken hè! Zorg goed voor je zus.�
Dimmy hoort de auto wegrijden. Hij belt onmiddellijk naar Sara, zijn liefje. Ze is ook 16 jaar. Ze woont niet ver weg. Ze kan gerust met de fiets komen. Ze zegt aan de telefoon dat ze haar hond moet meenemen want haar ouders willen er niet voor zorgen. Dimmy vindt dat goed. Er staat een hondenhok van vroeger in zijn tuin. Vroeger had hij een hond, een labrador. Maar die is nu dood. Sara heeft een Duitse herder. De bel rinkelt. Liesje laat haar binnen. Sara wandelt naar boven, naar Dimmy zijn kamer. Ze is haar hond bij haar thuis vergeten.
“Hé meisje!� schreeuwt Dimmy.
“Hé liefje.� zegt ze zacht terug, “wanneer komt Robin eigenlijk?�
“Binnen een uurtje normaal gezien.� Liesje komt de kamer binnen:“Krijg ik een glas water?�
Sara zegt: “Ik zal het je wel geven.�
Sara volgt Liesje naar de keuken. Dimmy zijn bed is een tweepersoons bed dus kan Sara bij hem slapen. Robin brengt een slaapzak mee dus alles is in orde. Robin is één jaar ouder dan Dimmy. Hij is 17 jaar. Door hem is Dimmy beginnen te roken. Zijn zus mag dat wel niet zien maar dan zullen ze wel even het veld in gaan.
De bel rinkelt weer. Dimmy loopt naar beneden, hij doet open. Het is Robin niet. Het is Steven, zijn buurman. Niet echt zijn buurman, hij woont twee kilometer verderop. Maar zijn huis is het eerste huis dat kortbij Dimmy zijn huis staat dus is dat eigenlijk zijn buurman.
“Zijn je ouders al weg?� vraagt hij.
“Ja, een uurtje geleden vertrokken.�
“Oh, ik wilde ze een prettige reis wensen.�
“Dat is dan te laat hè.�
“Maar Dimmy, nu je hier alleen zit met je zus mag je wel eens bij mij komen eten hoor.�
“Graag, maar hier blijven twee vrienden logeren.�
“Die mogen ook meekomen, over twee dagen kom je s’avonds maar eens langs. Ik zal pizza maken, je lievelingseten. “
“Oké, we komen.� Steven gaat er weer vandoor.
Dimmy gooit de deur dicht. Hij wil terug naar zijn kamer gaan maar de bel rinkelt weer. Hij doet terug open.
Het is de vader van Sara:“Sara is haar hond vergeten.�Sara komt ook naar de deur. “Och ja, die was ik vergeten.� Ze neemt de leiband en wandelt met Lesly, dat is de naam van de hond naar de tuin. Lesly is een vrouwtje. Ze bindt Lesly vast aan een boom die naast het hondenhok staat. Ze kan haar niet laten loslopen anders kan ze weglopen. De bel rinkelt weer. Deze keer is het Robin wel.
“Hé Dimmy, alles goed?�
“Natuurlijk, kom binnen.�
Dimmy en Robin lopen naar zijn kamer. Sara zit daar ook. “Hoi Sara,� zegt Robin.
Robin rolt zijn slaapzak over de grond.
“Hup, in orde. Wat gaan we nu doen?�
Dimmy loopt naar de deur:“Over twee dagen gaan we pizza eten bij Steven, mijn buurman. Vinden jullie dat goed?�
“Natuurlijk!� schreeuwt Sara.
“Geen probleem,� zegt Robin.
“We gaan een film kijken,� zegt Dimmy.
“Goed idee!� schreeuwen Sara en Robin.
Liesje heeft de glazen die Sara voor haar heeft ingeschonken laten staan op een kast. Ze gaat meekijken naar de film.

Het is middernacht. Liesje komt de kamer binnen van Dimmy. Ze maakt Dimmy wakker. “Dimmy, ik kan niet slapen.� fluistert ze.
Dimmy gaat rechtop zitten:“Waarom kun je niet slapen?�
“Lesly is aan het blaffen.� Inderdaad, nu hoort hij het ook. De hond van Sara is aan het blaffen. Dimmy staat recht en brengt Liesje terug naar haar kamer.
“Slaap nu maar, ik zal Lesly wel laten stoppen met blaffen.�
Hij wandelt naar beneden en staat voor het raam naar buiten te kijken. Hij gaat naar buiten en wandelt naar Lesly.
“Lesly, ga zitten.� Lesly blijft doorblaffen. De hond blaft naar iets in de lucht. Dimmy kijkt naar de lucht. Er is niks te zien. Alleen maar sterren. Maar wel één grotere ster. Hij is groter dan de andere sterren. Dimmy loopt terug naar zijn kamer. Hij maakt Sara wakker. “Sara, kom eens mee kijken.� Sara staat recht en volgt Dimmy naar buiten.
“Kan het zijn dat je hond schrik heeft van grote sterren?� vraagt Dimmy.
“Nee, hoezo?� Dimmy wijst naar de lucht, naar de plek waar de grote ster was. Maar de ster is er niet meer.
“Hé! Hij is weg!� schreeuwt Dimmy.
“Wat is weg?� vraagt Sara.
“Die grote ster!� Dimmy kijkt rond. Hij ziet de ster aan de andere kant van de tuin staan.
“Er klopt iets niet.� zegt hij.
Sara kijkt naar de grote ster:“Het kan wel zijn dat Lesly daar schrik van heeft.� Lesly bleef maar door blaffen. Dimmy opent de deur en wandelt terug naar binnen. Hij wil verder slapen.
“Dimmy! Dimmy! Kom snel!� Dimmy loopt terug naar buiten.
“Wat is er?� vraagt hij. Sara wijst met haar vinger in de lucht. De grote ster beweegt. Hij is terug naar die andere kant waar hij eerst stond te zweven.
“Weet je wel zeker dat dit een ster is?� vraagt Sara.
“Volgens mij is het een vliegtuig.� zegt Dimmy. Het grote lichtgevende vliegend ding verdwijnt. De hemel is terug zwart met hier en daar een klein sterretje. Dimmy en Sara gaan terug naar de slaapkamer.
“Wat zou het geweest zijn?� vraagt Sara.
“Alleszins geen marsmannetjes want dat is zever,� antwoordt Dimmy.

De volgende morgen is Robin vroeg wakker. Hij neemt zijn klein rugzakje dat hij had meegenomen en rent naar beneden en dan naar buiten. Hij heeft stiekem enkele joints meegenomen. Dimmy mag er niets van weten. Dimmy weet wel dat hij joints rookt maar hij weet best niet dat hij joints bij heeft. Hij wandelt naar de maïsvelden. Daar kan hij er wel één op roken. Het is nog vroeg en het gras is nog een beetje nat. Dat vindt hij niet erg. Hij staat voor het maïsveld, hij kijkt achter zich. Niemand te zien. Hij steekt zijn hand in zijn rugzakje om er een joint uit te halen. Plots hoort hij geritsel tussen de stengels. Hij haalt vlug zijn hand uit zijn rugzak en laat de joint steken. Hij blijft een tijdje staan en hoort niets meer. “Zou er iemand in het veld zitten?� denkt hij.
“Hallo!� roept hij. Er komt geen antwoord. Hij raapt een steen op en gooit die in het maïsveld. Hij hoort een aantal rare geluidjes. Allemaal geluidjes met medeklinkers, geen klinkers. Geen klank. Alleen maar ‘t’ en ‘p’ en andere medeklinkers. Robin krijgt schrik en rent vlug weg. Hij komt binnen, holt naar boven en legt snel zijn rugzak terug op zijn plaats en gaat terug in bed liggen.

Sara, Dimmy, Robin en Liesje hebben juist middag gegeten.
“De pannenkoeken waren lekker Dimmy,� zegt Sara, “bedankt.�
“Krijg ik een glas water?� vraagt Liesje.
Sara loopt naar de koelkast en geeft haar een glas met water. Liesje zet het weer ergens op een kast.
“Ik ga even Lesly eten geven,� zegt Sara.
“Doe maar,� zegt Dimmy.
Sara gaat naar boven om eten voor de hond uit haar rugzak te nemen. Liesje komt terug aan tafel zitten bij Robin en Dimmy. Robin durft niets zeggen over wat hij vanmorgen heeft meegemaakt. Anders zou Dimmy kunnen vragen waarom hij daar was. “Morgen gaan we toch bij Steven eten? Toch?� vraagt Robin aan Dimmy.
“Zeker,� zegt Dimmy. “Wat voor iemand is hij eigenlijk?� vraagt Robin. “Hij heeft vroeger in het leger gezeten, als generaal. Maar hij is ermee gestopt. Hij heeft nu geen werk niet meer. Hij vindt dat hij genoeg geld heeft.�
Sara komt er terug bijzitten.
“Wat gaan we doen?� vraagt ze.
“Laten we een watergevecht doen!� schreeuwt Dimmy.
“Heb je waterpistolen?� vraagt Robin.
“Ja, ik zal er ééntje halen.�
Dimmy gaat naar de kelder, waar het waterpistool ligt. Dimmy komt terug naar boven.
“Wat zijn de regels?� vraagt Sara.
“Mag ik ze zeggen?� vraagt Robin.
“Ja, doe maar.�
Robin neemt het geweer uit Dimmy zijn handen. “Wie het geweer heeft moet getikt worden, als hij getikt wordt moet hij het geweer afgeven aan diegene die hem getikt heeft. Diegene die het geweer heeft, mag de tikkers zoveel nat spuiten als hij de kans heeft. De tikkers moeten dus proberen niet nat te worden.�
“Oké, dat zijn goede regels,� zegt Dimmy.
Ze gaan naar buiten en beginnen te spelen. Liesje wil niet meedoen. Het geweer heeft een sterke vuurkracht van water. Vroeger had zij ook een geweer. Maar dat was maar een kleintje. Het was eentje dat nog geen meter ver spoot. Dat geweer is nu stuk. Ze gaat dan maar een beetje tv kijken.

Het is nu middernacht. Ze hebben Lesly binnen laten slapen. Voor het geval dat ze weer zo hard moest blaffen. Die ligt nu mooi in de zetel te slapen. Liesje komt Dimmy waker maken. “Dimmy, krijg ik een glas water. Er zit een monster buiten.�
Dimmy staat recht en gaat samen met Liesje naar beneden. Hij schenkt één glas vol.
“Lust ik niet, er zit een beestje in.�
Dimmy schenkt er nog één vol, dat drinkt ze wel op. Ze laat het ander glas op de tafel staan.
“Nu moet je dat monster wegjagen.� zegt Liesje.
“Monsters bestaan niet,� zegt Dimmy. Liesje gaat terug naar boven om verder te slapen. Dimmy wil de fles met water nog terug in de koelkast steken. Hij zet de fles erin, gooit de koelkast dicht en wandelt naar de trap. Plots staat hij stil, hij hoort voetstappen. Voetstappen die heel zachtjes kraken. Nu gaan ze voorbij de voordeur.
“Een inbreker!� denkt Dimmy. Dimmy rent snel naar boven en loopt zijn kamer binnen. Hij maakt Robin wakker.
“Wat scheelt er?� vraagt Robin.
“Er is een inbreker die naast ons huis wandelt.� Robin schiet recht. Hij voelt in zijn rugzak en haalt zijn zakmes eruit. Sara wordt ook wakker.
“Wat scheelt er?� vraagt ze.
“Ik denk dat er een inbreker is,� antwoordt Dimmy. “Blijf hier, we gaan hem wegjagen.�
Robin en Dimmy gaan naar beneden. Dimmy neemt uit de lade een keukenmes.
“Hij denkt waarschijnlijk dat ik en mijn zus mee op vakantie zijn,� zegt Dimmy.
“Wat gaan we nu doen?� vraagt Robin.
“Hem wegjagen door op hem te vloeken,� zegt Dimmy.
“Hoe bedoel je?�
“We roepen dat we hem in elkaar willen rammen en hem willen vermoorden. Zou jij dan niet bang zijn?� Ze lopen naar de voordeur.
“Robin, jij loopt naar links en ik naar rechts. We ontmoeten elkaar hier weer.�
Dimmy trekt de deur open. Robin loopt naar links, en Dimmy naar rechts. “Lelijke dief dat je bent! We rammen je in elkaar!� roept Dimmy.
“Ik steek je neer!� roept Robin. Ze komen allebei tegelijk aan de achterdeur.
“Waar is hij nu?� vraagt Robin. “Misschien is hij al weg.� zegt Dimmy. Plots horen ze geluid dat van het dak komt. Ze kijken allebei naar boven.
“Hoe komt hij… Zou dat Liesje zijn?� vraagt Robin.
“Ik weet niet, dat geluid komt van de kamer van mijn ouders, ze heeft daar niets te zoeken.� Het geluid is weg. Robin en Dimmy lopen snel naar binnen en dan naar boven. Ze kijken op Ivo en Tine hun kamer. Er is niets te zien. Het raam is wel kapot geslagen. Sara komt ook de kamer binnen. “Gaan we nu de politie bellen?� vraagt ze.
“Ben je zot!� schreeuwt Robin.
“Ik denk niet dat hij nog terug zal komen hoor.� zegt Dimmy.
“Maar er is toch niets verkeerd aan als we de politie bellen?� zegt Sara.
“Natuurlijk niet, laten we dat doen.� zegt Dimmy.
“Nee! Niet doen!� schreeuwt Robin.
“Waarom niet?� vraagt Dimmy. “Ik zal het toegeven.� zegt Robin.
“Wat toegeven?� vraagt Sara.
Robin antwoord: �Ik heb wiet bij.�
“Wat?� zegt Dimmy.
“Gewoon om in het veld te roken, maar jullie moeten dat niet doen als jullie niet willen hoor.�
Sara is kwaad:“Gooi al uw rommel dan weg en dan bellen we de politie!� schreeuwt ze.
“Dat is wel duur hoor!� schreeuwt Robin terug.
“Stil!� schreeuwt Dimmy.
Liesje is er terug wakker van geworden en komt ook in de kamer van de ouders.
“We bellen de politie als hij nog eens terug komt.� zegt Dimmy.
Robin gaat op het bed zitten. “Hij speelde met onze voeten.� zegt hij.
“Hoe bedoel je?� vraagt Sara.
“Hij was in drie tellen op het dak, in deze kamer. Terwijl wij buiten heel hard zaten te schreeuwen op hem. We hebben hem ineens niet kunnen zien.�
Dimmy wijst naar Liesje en zegt: �Zij heeft hem volgens mij gezien. Ze zegt dat het een monster was, maar dat is het waarschijnlijk niet.�
“Het zou best kunnen, op drie tellen op het dak. Een dak dat vier meter hoog is. Dat kan niemand volgens mij, daar moet je een ladder voor hebben.� zegt Sara.
“Hoe groot was hij?� vraagt Dimmy aan Liesje.
“Het monster bedoel je?�
“Ja, hoe groot is hij?�
“Zo hoog als een deur.�
Dimmy kijkt naar de deur die openstaat. Die deur is ongeveer twee meter groot.
“Het moet wel iemand groot geweest zijn.� zegt hij.
“Weet je dat licht nog waar Lesly zo hard op blafte?� vraagt Sara.
“Ik weet het nog.� zegt Dimmy.
“Volgens mij heeft het een verband.� zegt Sara.
Robin staat op:“Volgens mij hebben dat geritsel in het maïsveld en die rare geluidjes die ik gisteren hoorde terwijl ik een joint wou roken er ook iets mee te maken,� vertelt hij.
“We zullen morgen aan Steven vragen of hij ook rare dingen heeft meegemaakt. Laten we nu terug slapen.� zegt Dimmy.
Sara, Robin en Dimmy gaan terug naar hun kamer.
“Mag ik bij jullie slapen?� vraagt Liesje. “Mijn bed is groot genoeg,� zegt Dimmy.

Het is 11 uur ‘s morgens. Alleen Liesje is wakker. Ze heeft in Dimmy zijn kamer geslapen omdat ze niet alleen durfde slapen. Vandaag gaan ze allemaal bij Steven lekkere pizza eten. Dimmy wordt ook wakker. Hij dekt de tafel voor het middagmaal en het ontbijt. Eigenlijk gaan ze dus brunchen. Terwijl Dimmy de tafel dekt, stelt hij een paar vragen aan Liesje. “Liesje, hij was twee meter groot. Vertel iets meer, zijn kleur van haar…�
Liesje ging aan de tafel zitten die Dimmy aan het dekken was. “Ik kon het niet goed zien, het was nogal donker.�
De tafel is gedekt. Dimmy komt naast Liesje zitten.
“Liesje, ik geloof niet in monsters. Maar kan je een bewijs geven dat het een monster is. Bijvoorbeeld dat hij een drakengezicht heeft.� Liesje staat recht:“Zijn ogen waren rood en gaven licht. Hij was twee meter groot,� zegt ze.
“Waren zijn ogen rood, gaven ze licht?� vraagt Dimmy. Liesje gaat terug zitten op de stoel.
“Ja, maar mag ik nu een glas water?� Dimmy neemt uit de koelkast de fles met water en neemt een aantal glazen. Hij vult ze allemaal en zet ze op een kast waar nog geen glazen staan.
“Kijk! Nu staat ons hele huis vol glazen, alleen omdat jij het vies vindt,� zegt hij.
Lesly wordt ook wakker. Dimmy maakt haar vast aan haar leiband en hangt ze terug buiten aan de boom die naast het hondenhok staat.

Het is 5 uur namiddag. Ze vertrekken met de fiets naar Steven. Het is 2 kilometer fietsen. Liesje zit op haar eigen kleine fietsje. Ze kan al goed fietsen, maar nog niet zonder hulpwieltjes. Dimmy belt aan de voordeur. Steven doet open. “Hé, kom binnen. Laat de fietsen maar naast het huis staan.�
Dimmy, Robin, Sara en Liesje gaan naar binnen. Steven is de pizza’s al aan het bakken. Dimmy komt naast hem staan. Sara, Robin en Liesje gaan buiten spelen. “Alles goed?� vraagt Steven.
“Niet echt,� antwoordt Dimmy.
Steven haalt de doorbakken pizza’s uit de oven.
“Leg eens uit.� vraagt Steven.
“Ik denk dat er gisterenavond een inbreker langs ons huis liep.� vertelt Dimmy.
Steven lacht. Hij haalt de laatste doorbakken pizza’s uit de oven. Hij legt ze allemaal op een bord en loopt naar de eetkamer.
“Waarom lach je?� vraagt Dimmy.
“Hij heeft zeker niets gestolen?� vraagt Steven.
“Nee, hoe weet jij dat?�
Steven gaat zitten op een stoel.
“Je bent niet de enige.� zegt hij.
“Heeft hij bij jou ook ingebroken?� vraagt Dimmy.
Steven vertelt: �Gisteren had ik de deur laten openstaan. Ik heb voetstappen gehoord, ik liep heel snel de trap af en toen ik rondkeek was hij weg. Alles was het zelfde, niks gestolen en dat is niet alles.�
“Hoe bedoel je?� vraagt Dimmy.
“Er zijn nog huizen in de buurt waar dit gebeurd is. Heb je het nog niet gezien op het journaal?�
“Nee, daar kijken we niet naar,� zegt Dimmy.
“Moet je eens doen.� zegt Steven. Dimmy gaat ook zitten op een stoel.
“Waarom doen ze het? Waarom breken ze in en stelen niets?� vraagt hij.
“Volgens mij willen ze niets stelen.�
Dimmy lacht. “Hoe kun jij dat nu weten?�
Steven kijkt heel serieus naar Dimmy. Met een blik waar je kippenvel van krijgt.
“Ik zat vroeger bij het leger. Ze zijn met meer. Zie je het niet?�
“Nee,� antwoord Dimmy. “Het is een militaire operatie. Alleen ‘s nachts komen ze. Ze komen niet om te vechten, alleen om de risico’s te bepalen. Het geval van gevaar.�
“Waarom zouden ze dat doen?� vraagt Dimmy. “Voor de anderen natuurlijk.� Dimmy bibberde na deze woorden.


Aantal keer bekeken: 3741
Waardering: 1.49 op 10
Geef een cijfer:

Alle rechten voorbehouden 2005-2018 - www.verhalenlezen.nl


Verhalen

Wilt u een verhaaltje lezen uit één van de onderstaande categorieën? Klik dan gewoon op een categorie en u komt op de pagina met de verhalen van deze bepaalde categorie.

Verhalen posten

Hebt u zelf een verhaaltje geschreven? Of een onvergetelijke blunder tegengekomen, of iets anders. En je wilt er anderen mee amuseren, lezen? Met verhalenlezen.nl kan dat geen probleem zijn. Klik hier om een verhaal te posten!


Statistieken

Totaal verhalen: 5175
Totaal categorieën: 10
Totaal 12 bezoekers online