Verhalenlezen.nl - Voor al uw verhalen en sprookjes. Ook hebben we liefdes verhalen en erotische verhalen.

als dromen nachtmerries worden.

U leest om dit moment het verhaal als dromen nachtmerries worden gepost door sp. ram. Dit verhaal is gepost in de categorie griezel verhalen. Wilt u een zelf geschreven, of een mooi verhaaltje posten? Klik daarvoor hier.

Wilt u terug naar griezel verhalen?
Categorie: griezel verhalen
Gepost door: sp. ram
Gepost op: 2010-3-18

Verhaal:

als dromen nachtmerries worden
Als dromen nachtmerries worden

Tom kon de gruwelheden niet meer aan, die steeds erger werden en hem nu dag en nacht kwelden. Als het iets zichtbaars was, kon hij ertegen vechten, maar waartegen zou hij zich nu verzetten! Het had hem volledig in zijn macht. Het had hem onder controle en beheerste zijn leven volledig. Tom had allang het gevoel dat hij verloren was. Hij had geen mogelijkheid om zich te verweren. Geen enkel middel of wapen had geholpen. En hij werd steeds verder in het moeras gezogen. Nee, het was drijfzand waarin hij was gevallen en steeds verder in de diepte verdween. In het begin had hij gevochten, maar nu was hij erg uitgeput en had geen kracht meer om zelfs maar een kleine beweging te maken. Door die beweging werd hij nu sneller naar beneden gezogen. Hij kon zich met moeite nog staande houden. En als het zo doorging zou hij het zeker niet overleven. Tom probeerde met alle macht tegen de nachtmerries te vechten, maar hij besefte dat hij er niet tegen was opgewassen. Als de mensen, die daar kennis van hadden, hadden gefaald, wat kon hij dan nog ondernemen. Hij genoot nergens meer van. De zon scheen heerlijk, maar als hij buiten was merkte hij dat niet eens. Met moeite kon hij voedsel binnenkrijgen. Hij dwong zichzelf te eten, maar alles was zo smaakloos. Hij dronk wel goed en dat hield hem nog op de been. Zo kreeg hij de nodige voedingsstoffen toch nog binnen. Hij wist dat hij tegen de bierkaai vocht. Hij vocht niet eens meer, dat had hij allang opgegeven. Het was een verloren strijd voor hem. Het was niet eens een strijd, dit kan je geen strijd noemen. Het was een aanval vanuit het niets en zo plotseling dat hij zich niet eens kon voorbereiden op tegenstand. Hij was zo weerloos als een kind, terwijl zijn vijand tot de tanden toe was bewapend en nog wel met gruwelijke wapens, hij merkte niet eens wanneer die toesloegen. Pas als de slag was toegebracht, merkte hij dat hij was verslagen en bloedend lag te sterven. Hij wist, dat als hij geen hulp zou krijgen, het met hem gedaan was. Bestond er dan niemand die er iets tegen kon doen? Kon niemand hem helpen? Wat moest hij allemaal nog proberen? Alle wegen leken voor hem gesloten te zijn. Hij bevond zich als het ware in een wijdvertakte tunnel waaruit hij niet kon ontsnappen. Welke weg hij ook nam, deze eindigde tegen een muur. En de olie van de fakkel raakte steeds verder op, die zou niet lang meer branden. Als die ophield dan zou zijn leven ook ophouden. Nergens zag hij een lichtpuntje, nergens een gaatje waardoor de zon in de tunnel scheen. Alles leek hem zo tegen te zitten. Hij had al zoveel geprobeerd, maar zonder resultaat. En nu leek het alsof het van hem had gewonnen, terwijl hij zich niet eens had kunnen verweren. Het leek niet alleen zo, maar het was al zo. Al die moeite was tevergeefs, maar hij had het in elk geval geprobeerd. Als het lot het zo wilde dan moest hij er zich bij neerleggen. Hij was tot het uiterste gegaan meer kon niet verwacht worden. Het was allemaal zo plotseling begonnen, hij had er nooit eerder last van gehad. En ook zonder enige directe aanwijsbare reden. In het begin was het niet zo erg, maar hij merkte dat het frequenter voor begon te komen en hij begon zich zorgen te maken. In het begin dacht hij dat het eenmalig was, en de volgende dag geloofde hij niet dat hij het weer had meegemaakt. Hij dacht dat hij het maar een keer had gehad. Maar toen hij vaker wakker schrok, wist hij dat het hem achtervolgde. Hij had een zware tijd en schreef wat hij meemaakte toe aan het feit dat hij te weinig sliep en dat dat de oorzaak kon zijn. Hij probeerde dan ook vroeg naar bed te gaan om van een goede nachtrust te genieten, maar die werd telkens verstoord. Het maakte dus niet uit of hij vroeg of laat naar bed ging. Wat hij ook deed, het was daar. Het begon Tom te irriteren. Het ergerde hem dat hij telkens door hetzelfde werd lastig gevallen. Elke keer gebeurde hetzelfde. Hij begreep dat het niet normaal was. Waarom kreeg hij telkens hetzelfde te zien? Tom had een heel goede jeugd gehad, hij was op een heel normale manier opgegroeid. Van alle vrijheid kunnen genieten en heerlijk met zijn vrienden kunnen omgaan. Hij was op school nooit gepest of in elkaar geslagen. Hij leerde goed en de leraren prezen hem. Hij was dapper en zonderde zich nooit af, hij was altijd actief en hielp andere leerlingen graag als die iets niet wisten. Zijn ouders waren lieve mensen en ze hadden niet te klagen. Ze hadden nooit tegen Tom hoeven schreeuwen en er waren nooit geen klachten over hem van zowel school als van anderen. Hij kon met iedereen goed opschieten. Tom had een zus die getrouwd was en met haar man vlakbij hun ouders woonde, zodat Tom vaak naar haar toe kon gaan. Ze hadden het altijd naar hun zin gehad. Hij kon heel goed met zijn zus opschieten. Ze kwamen uit een middenklasse familie en het schortte hen aan niets. De ouders waren zeer tevreden over hun leven. De grootouders van Tom waren boeren geweest, die het beroep hadden opgegeven en naar de stad waren verhuisd. Het boerenleven was zwaar, maar dat was niet de reden waarom ze het hadden opgegeven. Ze kregen het moeilijk, niet alleen zij, maar alle boeren leden eronder. Het ging niet goed met de landbouw en iedereen die daarmee te maken had werd getroffen. Ze hadden besloten om niet voor een karig loontje zo hard te werken en hadden de stap naar de stad genomen. Daar konden hun kinderen studeren en een leuke baan krijgen. Ze leefden nog en waren een groentezaak in de stad begonnen, dat lag in het verlengde van hun boerenleven. Zo bleven ze in dezelfde producten handelen, als ze op het platteland deden en voelden zich toch enigszins verwant met hun vroegere beroep. De vader van Tom had zijn ouders niet opgevolgd, hij had zijn kans gegrepen om verder te studeren en had HBO gedaan. Hij hielp zijn ouders vaak en verzorgde de hele administratie voor hen. Ook de moeder van Tom had een goede opleiding in de informatica en was manager in een gerenommeerd bedrijf. Het betaalde goed, meer dan wat ze met een boerenleven ooit zouden kunnen verdienen in deze tijd. De grootouders waren trots dat ze de stap gezet hadden, al had het veel voeten in aarde gehad om tot zo’n rigoureuze beslissing te komen. De zus van Tom had voor het beroep van onderwijzeres gekozen, maar na een tijdje voor de klas te hebben gestaan hield ze het voor gezien en is gaan schilderen voor de kost of broodwinning. Haar man verdiende wel aardig en zij hoefde eigenlijk niet eens te werken. Haar man had haar aangeraden om uit het onderwijs te stappen, nadat ze vaak ziek werd en omdat zij goed kon schilderen haar voorgesteld dat op te pakken. Ze kon de ellende van de kinderen niet meer aan. Het leek erop dat ze meer een sociaal werkster was, dan onderwijzeres. Haar schilderijen brachten meer op dan haar man verdiende. Ze had heel mooie schilderijen gemaakt waarvan er een paar bij haar ouders en grootouders hingen. Tom had er ook een paar op zijn kamer. Ze had een eigen atelier van waar ze veel verkocht. Haar schilderijen hingen ook in musea en mensen uit het buitenland hadden er ook interesse in. Ze was een beroemdheid. Tom zelf studeerde nog. Hij was bijna klaar met zijn studie en was bezig zijn scriptie te schrijven. Over zes maanden zou hij afstuderen en zijn bul in handen hebben. Dan wachtte hem ook een schitterende toekomst. Hij had goed zijn best gedaan om binnen vier jaar af te studeren. Dat was hem bijna gelukt ook, hij had weinig moeite met studeren en het ging allemaal van een leien dak totdat hij werd gekweld. En nu was hij zes maanden achter met zijn scriptie. Er was iets wat hem al bijna een jaar niet meer losliet. Zijn studie leed er dan ook onder. Hij zou nu al moeten afstuderen als hij al zijn tentamens had gehaald en zijn werkstukken op tijd had ingeleverd. Hij kon zich niet goed meer op zijn studie concentreren. Tom woonde op kamers en had niemand over zijn problemen verteld. Hij had in een studentenhuis een leuke kamer kunnen krijgen. Het was een studio met een zit- en slaapkamer en verder voorzien van een keuken, douche en toilet. Je kon zeggen dat het een klein appartementje was. Zijn familie en ook medestudenten hadden gemerkt dat hij de laatste tijd erg gespannen was, maar hij deed het af met de drukte van zijn studie. Dat was op zich te begrijpen, maar zijn vrienden dachten ook dat hij nog steeds zat met zijn vriendin die hem had verlaten. Zij hadden nooit begrepen hoe er een breuk tussen die twee was ontstaan. Ze hielden zoveel van elkaar en leken onafscheidelijk. Ze waren zelfs samen gaan wonen en van de een op de andere dag was alles over. Niemand die daar iets van begreep, zelfs die twee begrepen er niets van. Ze wisten alleen waardoor het zover was gekomen, maar daarbij hield het ook op. Ze hadden nooit ruzie of meningsverschillen. Dat leek tenminste zo, maar als er iets was dan wisten de anderen er niets van. Het kon niet anders, want zomaar uit elkaar gaan was niet iets voor hen. Of hadden ze op een dag hevige ruzie gehad? Maar waarom gingen ze dan na de breuk op een vriendelijke manier met elkaar om? Het was allemaal erg vreemd, wat scheelde die twee om uit elkaar te gaan? Maar toch was er iets, de vriendin van Tom had zelf ondervonden hoe gevaarlijk het was om met Tom samen te wonen. Ze was vaker het slachtoffer van zijn gedrag geweest, maar omdat Tom dat niet bij bewustzijn deed, was het in het begin niet zo erg. Maar het werd met de dag ondraaglijker en toen zij bijna om het leven was gebracht, was ze weggevlucht. Ze had het lang volgehouden, maar uiteindelijk werd het haar teveel. Ze kon in die toestand niet verder met hem. Ze was zo ontzettend geschrokken en was een paar dagen in een shocktoestand. Ze was bijna vermoord, het was een wonder dat ze nog leefde. Hoe zij uit die wurgende greep was ontsnapt had ze alleen aan haar geluk te danken. Silvia, zo heette de vriendin van Tom, studeerde aan dezelfde universiteit als Tom. Nadat Silvia uit haar shocktoestand was gekomen, hadden beiden de zaak besproken en besloten om ieder verder een eigen leven te gaan leiden. Als ze elkaar tegenkwamen gingen ze elkaar niet uit de weg en gedroegen zich als gewone vrienden. Dat was voor beiden erg pijnlijk. Zelf hadden ze er geen van beiden schuld aan en toch waren ze gedwongen uit elkaar te gaan. In dat ene jaar, sinds hij werd gekweld en vooral na het voorval met Silvia, had hij vele hulpverleners ingeschakeld. Psychiaters, wiens pillen niet hadden geholpen, psychologen, die adviezen gaven maar van geen nut bleken te zijn, hypnotiseurs, die hem terug naar zijn jeugd voerden en geen oorzaak vonden, paranormale genezers, die geesten opriepen zonder resultaat, natuurgenezers, die hem allerlei amuletten gaven, die ook geen heilzame werking bleken te hebben. Hij was zelfs naar het buitenland gereisd, waar hij alleen een antwoord kreeg, maar geen oplossing. Er was een oplossing, maar omdat hij daar flink was opgelicht, geloofde hij er niet in. Wat hij van die ene ziener te horen had gekregen was acceptabel, maar tegelijkertijd angstaanjagend. Die ziener had wel de oorzaak kunnen vertellen maar was niet bij machte hem verder te helpen. Hij had hem naar iemand anders doorgestuurd, die overleden bleek te zijn, net toen hij daar arriveerde. En omdat hij daar flink in de maling was genomen, die man was met al zijn geld met de noorderzon vertrokken, was Tom teleurgesteld teruggekeerd. Tom had hier ook alle hoop opgegeven, geen van de deskundigen hadden hem kunnen helpen. Ze hadden allen hun best gedaan en hem graag willen helpen, maar tevergeefs. Als het bij de ene niet hielp verwees die hem naar een ander en zo had hij iedereen al gehad. Van de psycholoog ging hij naar de psychiater, van de psychiater naar de hypnotiseur en zo verder totdat er niemand meer was bij wie hij zou kunnen aankloppen. Dat had ook geen zin. Hij had de strijd opgegeven en een tijdje geen hulp meer gezocht. Bij wie zou hij dat nog moeten doen? Nee, er was niemand die hem nog kon helpen! Hij was ten einde raad, helemaal overstuur. Hij moest er met iemand over kunnen praten. Silvia had hem juist daarom de rug toegekeerd, dus kon hij niet naar haar voor een luisterend oor. Dat had zij wel gedaan toen ze samenwoonden, maar het laatste voorval was teveel voor haar. Voor haar was het een levensbedreigende situatie. En zij had gekozen voor een veilige weg. Tom wilde er zijn ouders of zus niet mee belasten, ze zouden zich erg veel zorgen om hem gaan maken. Ook zijn vrienden kon hij dat niet aandoen, want als al die deskundigen hem niet hadden kunnen helpen, waarbij ook alternatieve genezers, dan zouden zijn vrienden hem zeker geen solaas kunnen bieden. Hij wilde iemand met wie hij in alle anonimiteit over zijn probleem kon praten. Zo zou hij zijn hart kunnen luchten, al zou dat nog geen oplossing zijn voor datgene wat hij onderging. Het maakte hem van binnen kapot, hij had geen uitlaatklep om het kwijt te raken en het leek alsof hij elk moment kon ontploffen. Het werd teveel voor hem, wat hij te verwerken kreeg. Hij kon het niet eens verwerken zo erg was het met hem. Tom was vaak in verband met zijn scriptie op het internet. Daar vond hij materiaal, dat hij goed kon gebruiken. Hij hoefde zo niet veel op onderzoek uit te gaan, veel in bibliotheken rond te hangen en veel literatuurstudie te doen. Hier vond hij heel wat waarvoor hij niet eens van zijn stoel hoefde op te staan. Het was erg handig voor hem. Hij zag bij het openen van zijn e-mail altijd de brouwser van chatten. Door de drukte, en hij wist niet wat hij daar moest zoeken, had hij nooit de moeite genomen om te gaan kijken wat er zich daar allemaal afspeelde. Tom dacht die dag een kijkje te gaan nemen op het chatgebeuren. Hij had nog geen ervaring hoe het allemaal in zijn werk ging en moest een aantal gegevens invullen voordat hij in een chatbox kon komen. Er was een lange lijst van chatboxen waar hij zich kon voegen. Aan de namen van de boxen te zien gebeurde er van alles hier. Tom koos voor die ene met de meeste chatters. Hij werd netjes verwelkomd en kon gaan chatten. Tom las eerst wat hij allemaal moest doen, want er waren nogal wat knopjes waarop je kon klikken. Tom zag dat je ook privé met mensen kon chatten. Eerst volgde hij op het scherm wat er allemaal gaande was, hij moest er wel om lachen. Hij had zich nooit voor kunnen stellen dat het er hier zo aan toe ging. Iedereen kletste maar door elkaar en soms was het voor hem moeilijk te volgen wie tegen wie sprak. En de gesprekken gingen over van alles en nog wat. Mensen die gewoon praten, zij die behoefte hadden hun verhaal of emoties kwijt te raken. En anderen die zomaar begonnen te schelden, maar meteen door de chatleider werden verwijderd. Het ging er hier dus wel streng aan toe. Hoe zou hij hier met iemand kunnen praten? Iedereen zou zijn verhaal kunnen lezen en dat wilde hij niet al wist niemand wie hij was. Goed dat de mogelijkheid er was om iemand privé aan te klikken, maar zou iemand met hem dat willen doen? Hij durfde niemand aan te spreken. De eerste dag sloeg Tom alleen maar gade wat er hier zich afspeelde, zonder een zin te hebben getypt. Nadat hij de computer had uitgedaan, amuseerde hij zich nog om de chatters en hun gesprekken. Allemaal gekken dacht hij, maar het had hem wel wat goed gedaan. De mensen hebben wel veel tijd om over onzinnige dingen te kletsen, dacht hij. Ze waren net zo eenzaam als Tom en hadden een saai en onprettig leven, dat kon je zo lezen. Het chatten maakte het wat gezelliger, omdat ze nu iemand hadden om mee te praten, wat hen hielp uit hun isolement te komen. Hij was weer wat opgevrolijkt, wanneer hij dat voor het laatst was geweest wist hij zich niet meer te herinneren. Alleen zou deze vreugde van korte duur zijn en weldra verdwijnen zodra hij in bed lag. Elke nacht ging hij met tegenzin naar bed. Hij was angstig om naar bed te gaan en bleef elke dag lang op. Tot laat in de nacht probeerde hij aan zijn scriptie te werken. Daardoor sliep hij vaak overdag door, maar desondanks kwam hij erg veel slaap tekort, wat je aan zijn roodgekleurde ogen kon zien. Die hadden niet meer dezelfde energieke uitstraling. De mooie glans was er uit weg. Ze zagen er erg vermoeid uit. Tom was een geweldige jongen geweest, maar de nachtmerries hadden hem kapot gemaakt. Hij was zowel fysiek als psychisch erg sterk. Vandaar dat hij zich nog steeds staande had kunnen houden, maar langzamerhand was hij toch bezweken en dat wist hij. Het had hem murw gemaakt. Hoe kon hij vechten tegen iets wat ongrijpbaar is, wat abstract is? Hij kon zich er zelfs niet eens tegen verzetten. Beetje bij beetje was hij verslagen. In een arena vocht hij tegen een onzichtbare tegenstander of tegenstandster in dit geval. Misschien wel zichtbaar, maar een die vele vormen kon aannemen. Was er iets mis met zijn hersenen? Maar overdag merkte hij daar niets van. Waarom gebeurde het alleen in zijn slaap? Als er iets mis was hadden de artsen het gevonden en zou het zich ook overdag manifesteren. Maar dan had hij er nooit last van. Doordat Tom de hele dag achter de computer had gezeten, deden zijn ogen pijn. Hij waste zijn gezicht en ogen om zo het brandende gevoel te verlichten. Traag liep hij naar zijn slaapkamer. Daar wilde hij het liefst niet zijn, maar hij moest toch slapen anders zou hij nog gek worden ook. Het was een wonder dat hij nog nuchter kon nadenken en niet in elkaar was gestort. Dat zou heel hard aankomen bij zijn familie. Hij kreeg medelijden met de mensen die gek waren en met al hun familie, die hen in een inrichting moesten gaan bezoeken. Dat was toch geen leven. Hij keek lang naar zijn bed en kroop er uiteindelijk toch in. Hij wist dat hij meteen ten prooi zou vallen zodra hij in slaap viel. Het begon al aan hem te knagen nog voordat hij zijn ogen dicht deed. Daarvoor al, als hij dacht te gaan slapen, overviel het hem en nam het zich van hem meester. Hij had van alles geprobeerd om de kwelling tegen te gaan, knoflookstrengen boven de deur gehangen, kruis aan het hoofdeind van het bed geplaatst, allerlei magische voorwerpen onder zijn kussen gelegd, maar niets had geholpen. Nu lagen de voorwerpen overal in de kamer. Tom had geen moeite genomen om die spullen ergens te dumpen. Het had niet geholpen, maar kwaad kon het ook niet, dus lag het er allemaal nog. Lang staarde hij voor zich uit en trok aan de trekschakelaar en was omhuld in duisternis. Hij bleef met open ogen in het donker staren, zonder iets waar te nemen. Bang om ze te sluiten, want dan zou zij kunnen toeslaan, wat ze elke dag deed. Sinds het hem dagelijks begon te kwellen, had hij nooit meer goed kunnen slapen. Zijn hoofd was helemaal leeg, alsof zijn hersens door een buitenaards wezen waren leeggezogen. Overdag kostte het hem niet zoveel moeite om de afschuwelijke verschijning uit zijn hoofd te zetten. Maar ‘s nachts en vooral in bed werd hij ermee geplaagd en zodra hij in slaap viel erdoor gekweld. Elke nacht werd hij schreeuwend en hijgend natbezweet wakker, soms meerdere keren. Dat was de situatie waarin hij zich nu bevond. Het was akelig. Deze nacht zou geen uitzondering zijn. Tom was nog maar net in slaap gevallen of hij werd meteen getergd. Eerst leek hij ervan te genieten en kreunde en hijgde hij, maar na een tijdje veranderde dat in een worsteling en geschreeuw. Natbezweet veerde hij overeind. Hij bleef een hele tijd rechtop in bed zitten voordat hij vanzelf weer wegzwijmelde. Weer was een nacht verstoord, weer had hij niet goed kunnen slapen. Keer op keer schrok hij wakker, omdat hij wist dat als hij in slaap viel, hij belaagd zou worden. De volgende dag stapte hij met moeite uit zijn bed. Zijn ogen wilden niet opengaan, maar hij had lang in bed gelegen en het was tijd om iets te gaan doen. Als hij bleef liggen zou hij nog meer achter raken met zijn scriptie. Hij nam een douche en probeerde een boterham naar binnen te werken. Daarna bezocht hij snel de bibliotheek waar hij een boek had besteld voor zijn scriptie. Hij hoefde het alleen maar op te halen. Een heel mooi meisje hielp hem met zijn boek. Normaal lette Tom nooit op de meisjes want hij zat nog steeds met de scheiding van Silvia. Maar dit meisje was zo mooi dat Tom haar maar bleef aankijken. Tom had het zelf niet in de gaten. Het meisje begon te blozen.
‘Kom ik je bekend voor?’ vroeg ze verlegen.Tom schrok en besefte hoe gefixeerd zijn blik op haar was. Hij had nooit zo naar een meisje gekeken. Wat had dit meisje dat hij zo naar haar keek! Ze was wel heel mooi, maar Tom had een hele tijd niets voor een meisje gevoeld.
‘O, nee, nee sorry, ik, ik…!’ en beiden begonnen te lachen. Tom besefte zijn stomheid en begon te hakkelen. Hij kon niets verzinnen om zich uit die netelige situatie te redden. Het was duidelijk dat hij zich tot haar aangetrokken voelde.
‘Of keek je niet naar mij en was je gedachte ergens anders?’ vroeg zij met een glimlach. Zij wilde hem niet generen, zij zag dat hij er moeite mee had. Maar ze wist dat hij niet aan iets dacht, het was heel duidelijk dat hij naar haar zo geïnteresseerd had gekeken.
‘Nee, ik keek wel naar jo…nee, sorry!’ hakkelde Tom. Het meisje keek hem lief en doordringend aan. Tom was helemaal in de war, hij wilde haar ook niet beledigen door te zeggen dat hij niet naar haar keek en zichzelf ook niet voor gek laten staan. Hij herstelde snel en begon een normaal gesprek.
‘Ik heb je hier nooit eerder gezien,’ merkte Tom op. Als student kwam hij geregeld naar de bibliotheek, maar had haar hier nooit gezien. Hij was hier vorige week nog, toen was ze er niet. Of was zij Tom niet eerder opgevallen omdat hij met zoveel problemen in zijn hoofd rondliep!
‘Ik werk hier sinds drie dagen, het is een part time baan,’ vertelde het meisje. Daarom dat hij haar niet eerder tegen was gekomen. Zo’n mooi meisje zou hem in welke situatie dan ook zeker zijn opgevallen. Al zou hij er niets achter zoeken, wat hij nu onbewust wel van plan was.
‘En wat doe je in je andere part time?’ vroeg Tom haar. Hij was door haar schoonheid bevangen en wilde meer over haar weten. Of hij er goed aan deed besefte hij op dit ogenblik niet. Het leek alsof hij al zijn ellende was vergeten. Zij had een magische uitwerking op hem. En hij had geen weerstand kunnen bieden.
‘Studeren, tweede jaar natuurkunde,’ antwoordde ze alvast op een tweede vraag, want ze wist dat Tom haar dat ook zou vragen. Zij zag in zijn ogen dat die veelzeggend waren. Zij hoefde hem niets te vragen om erachter te komen wat hij in haar zocht.
‘Natuurkunde!’ verbaasde het Tom. Er waren niet veel meiden die voor technische vakken kozen, het werd nog steeds tot een mannenvak gerekend. Moedig van haar dat zij daarvoor had gekozen, dan kan ze laten zien dat vrouwen het ook aankunnen.
‘Emancipatie hè,’ zei ze met een sierlijke glimlach. Ze had die glimlach beter in kunnen houden, want het maakte Tom helemaal gek. Hij was op het eerste gezicht al verloren. Wat zou er later van hem worden? Hij besefte niet dat dit een begin was van verliefdheid.
‘Misschien ga ik later de ruimte in,’ vermelde ze. Zij had grote plannen voor haar toekomst. Een pittige meid die durfde, daarvan hield Tom. Maar astronaut, dat was nog steeds een grote stap, niet alleen voor een vrouw, maar zeker ook voor een man. Een gevaarlijke onderneming, vond Tom.
‘Zo, zo astronaut, dat is leuk!’ riep Tom uit. Zij wilde zeker ver van deze akelige wereld, zweven in de ruimte en de onmetelijke vrijheid proeven, al was ze opgesloten in zo’n kleine ruimte met nauwelijks bewegingsvrijheid. Als ze nu al zulke voornemens had, zou ze het ver schoppen.
‘Wie weet, lijkt me interessant toch!’ zei ze. Sinds ze kon heugen, boeide het ruimteprogramma haar, daarom ging ze natuurkunde studeren. Zo had ze een grotere kans om tot een van hen te behoren. Ze zag zichzelf vaak in zo’n ruimtepak in de ruimte zweven.
‘Zeker is dat zo, avontuurlijk en uitdagend,’ merkte Tom op. Hij wilde dichter bij de grond blijven al boeide hem het hele ruimtegebeuren wel. Hij keek vaak naar documentaires die daarover gingen. Het boeide hem meer hoe explorerend de mens was en waartoe ze allemaal niet in staat waren. Tom stak zijn hand uit en stelde zich aan haar voor.
‘Tom, aangenaam,’ zei hij en keek haar diep in de ogen. Hij was als gehypnotiseerd door die betoverende ogen. Net lotusblaadjes die pas waren ontloken en verlangden door de zonnestralen gekust te worden.
‘Priscilla,’ zei het meisje en ze nam de hand van Tom aan. Tom voelde haar zachte tedere hand en er ging een rilling door hem heen. Hij wist wat die rilling betekende, hij had het eerder gevoeld, maar dat was lang geleden. Nu kwam het allemaal weer in hem op.
‘Mooie naam, net als jij,’ complimenteerde Tom haar. Hij lag goed in de mond en was heerlijk om te horen, hij herhaalde hem in zijn gedachte en proefde de zoetigheid ervan. Zou hij nog meer kunnen proeven en waartoe zou het leiden?
‘Dank je, lief van je,’ zei Priscilla en haar blik zocht de zijne. Zij was gecharmeerd van hem, hij was een leuke jongen, die heel goed wist hoe met een dame om te gaan. In haar begonnen ook de gevoelens te roeren.
‘Ik zie je nog,’ zei Tom, nam het boek en verliet de bibliotheek. Priscilla bleef hem nakijken. Tom wilde niet gelijk de eerste keer haar helemaal het hof maken, het was niet de juiste plek, er stonden wat mensen achter hem op hun beurt te wachten. Hij zou nu vaker naar de bibliotheek komen. Hij had nu zin om alle boeken van de bibliotheek te lezen, alles leek hem plotseling interessant. Tom draaide zich bij de deur om en zwaaide naar haar. Priscilla zwaaide terug en begon een andere klant te helpen. Het was een oude dame die stond te wachten en hun gesprek had gevolgd en tegen haar glimlachte. Priscilla glimlachte terug. Priscilla had Tom niet gevraagd wat hij deed en Tom had het haar ook niet uit zichzelf verteld, maar Priscilla had aan zijn pas gezien dat hij ook een student was. Het was trouwens een universiteitsbibliotheek waar alleen docenten en studenten kwamen. Die twee zouden elkaar nog vaker zien. Priscilla nam langzaam bezit van Tom. Onderweg naar huis lette hij niet zozeer op het verkeer. In zijn hoofd spookte het gezicht van Priscilla en haar naam lag constant op zijn lippen. Tom was Silvia nog niet vergeten en nu een andere relatie beginnen leek hem niet zo geschikt. Hij hield nog steeds van Silvia, maar wist dat het over was. Hij had haar de laatste tijd vaak in het gezelschap van een andere jongen gezien. Ze gedroegen zich niet als twee verliefde mensen, maar het was voor Tom duidelijk dat er meer tussen hen was. Hij wenste Silvia dan ook alle geluk toe, meer dan hij haar ooit zou kunnen geven. Wat moest hij nu zelf doen? Nu stond Priscilla op zijn weg. Het was duidelijk dat zij in hem was geïnteresseerd. Tom besloot zich koest te houden en oppervlakkig te zijn met Priscilla. Hij wilde niet dat wat er met Silvia was gebeurd zich zou herhalen. Een keer was het op het nippertje goed afgelopen. Wie weet wat er zal gebeuren als hij zich met Priscilla inlaat. Nee, die gok moest hij niet nemen, hij kon het leven van Priscilla niet op het spel zetten. De hele dag zat Tom in de boeken te snuffelen en aantekeningen te maken. Hij voerde de gegevens in de computer in om die later te bewerken. Via het internet haalde hij ook heel wat informatie die hij nodig had voor zijn afstudeerscriptie en verwerkte die meteen. Hij moest zich met zoveel mogelijke dingen bezighouden, om zo weinig mogelijk herinnerd te worden aan datgene wat hem zo in de macht hield. ‘s Avonds ging Tom even op de chat. Wat hem ernaar toe trok wist hij niet. Misschien dat hij er wat vrolijker van werd, maar hij durfde zichzelf niet bloot te geven. Hij bezocht eerst verschillende boxen om uiteindelijk weer die met de meeste chatters te kiezen. Hij probeerde dit keer aandachtiger te lezen, maar het viel hem niet makkelijk om de gesprekken te kunnen volgen. Hij vroeg zich af hoe de mensen wisten met wie ze praatten? Soms kon hij voor een poosje een gesprek volgen, om daarna de draad weer kwijt te raken. Er waren heel wat mensen die met elkaar bevriend waren geraakt. Zodra iemand zich meldde, werd die door velen begroet alsof hij een oude bekende was. Die zaten zeker al heel lang met elkaar te kletsen. Hij dacht aan zijn eigen probleem en ging naar de profielen kijken, die je moest maken wilde je kunnen chatten, en hierin moest je dan je persoonlijke gegevens invullen. Hij wilde er zo achter komen of hij met iemand een privégesprek zou kunnen aanknopen. Hij wilde niet zomaar zijn verhaal aan iemand kwijt. Hij wilde iemand hebben met wie hij een goed en diepgaand gesprek aan zou kunnen knopen. Iemand die hem zou kunnen begrijpen. Een voor een klikte hij op de namen van de dames om te zien wie geschikt was om naar hem te luisteren. Sommige hadden heel weinig informatie ingevuld en meeste van de velden overgeslagen, die wilden zeker niet veel over zichzelf kwijt. Die wilden net als Tom in alle anonimiteit hun verhaal kwijt kunnen. Waarom hij alleen dames aanklikte, wist hij niet, misschien dat deze meer gevoel hadden en hem beter konden begrijpen. Het is normaal dat een kind zich meer tot de moeder aangetrokken voelt. Tom was net een kind, hij had ook die bescherming nodig. Een heerlijke arm om hem heen, die hem alles zou doen vergeten. Hij had nog nooit gechat en dit was voor hem dan ook vreemd terrein. Hij aarzelde nog steeds of hij de stap zou wagen en zomaar iemand lastig zou vallen. Langzaam klikte hij op de profielen en nadat hij de gegevens van al de dames had gelezen, klikte hij na lang aarzelen op een naam en daarna op het privé-knopje. Er verscheen een aparte tekstbox, waarin je je bericht kon typen. Dat is dan alleen zichtbaar voor de persoon voor wie het bedoeld is. Het is een goed systeem, dan kunnen anderen niet meelezen en kan je rustig chatten. Tom typte zijn eerste zin en drukte langzaam op het enterknop.
‘Dag schoonheid, hoe gaat het? Als ik stoor zeg het maar!’ luidde zijn tekst. Hoe zou ze reageren? Zou ze nog reageren of hem gewoon negeren? Dan zou Tom geen ander durven aanspreken. Tom wachtte even en delibereerde wat hij zou doen, iemand anders aanklikken of de chat afsluiten. Even later werd hij verrast, er verscheen een regel in zijn privébox.
‘Dag bink, geil?’ stond erin. Tom was verrast en wist niet meer hoe hij hierop moest reageren. Wat bedoelde die dame, wat wilde ze van hem? Wat voor iemand was zij, die hij had aangeklikt? Was ze uit op seks? En dat durfde ze zo direct te vragen!
‘Nee!’ typte hij kort. Hij wist niet hoe hierop te reageren en dat zocht hij hier helemaal niet. Hij had ook geen zin in die gore praatjes. Als iedereen daarop uit was dan zat hij misschien in de verkeerde box. Daarom zaten er zoveel mensen in deze box. Ze waren allemaal uit op een ding.
‘Waarom stoor je mij dan, lul!’ kwam de reactie. Tom reageerde niet meer en bleef de tekst keer op keer lezen. Hij klikte op het kruisje om de privébox af te sluiten en leunde achterover. Zit iedereen hier te geilen? dacht hij. Dan zat hij hier helemaal verkeerd. Was dit de goede box? Hij kon beter naar een andere gaan? Maar de namen van die andere boxen lieten geen twijfel over wat er zich daar afspeelde. Plotseling knipperde er een balkje onder aan het scherm. Wat moest hij nu doen, reageren of niet? Maar hij kon niet doen alsof hij het niet zag, wat iemand ook wilde, hij zou zich netjes gedragen en een correct antwoord geven. Tom klikte erop en er ontpopte zich een privébox tevoorschijn met de tekst:
‘Hoi, lekker ding! Zin in cyberseks?’ Tom glimlachte, moest hij hierop antwoorden of doen alsof hij het niet zag. Hij besloot voor het laatste en sloot de box af. Hij had het voor gezien en deed de computer uit. Wat voor zin had het allemaal? Het verbaasde hem dat iedereen erop uit was om een andere te verleiden. Ze zochten vertier hier, konden ze in het echt niemand versieren? Was het zo moeilijk voor die mensen of was het hier zo makkelijk? Dus daarvoor was die privébox, dat je lekker je gang kon gaan. Hij was erg moe door zijn studie en besloot te gaan slapen. Hij liep naar de koelkast, nam een pakje melk en dronk het voor de helft leeg. Daarna spoelde hij nog eventjes zijn mond en sleepte zich net als alle andere dagen naar de slaapkamer. Het was geen slaapkamer, maar een martelkamer. Het leek net alsof iemand verslaafd was en elke dag zijn portie joints nodig had, zo ging Tom ook elke dag naar bed om zijn portie marteling te ondergaan. Hij viel languit op het bed, staarde naar het plafond totdat zijn ogen zich vanzelf sloten. Hij vocht tegen de gedachte om niet te dwalen op die vreselijke nachtmerrie, waarvan hij wist dat die zou komen. Het licht brandde nog. Het kwam vaker voor dat hij met het licht aan sliep. Hij vergat het gewoon uit te doen. Of het licht aan was of niet, dat maakte niets uit, hij kreeg toch bezoek van haar zodra hij sliep. Een sinistere wind begon in de kamer te suizen. De ramen waren niet open maar de wind was toch binnen gedrongen. Het klonk net alsof het onheil naderbij kwam. Langzaam nam het in volume toe. Het was een angstaanjagend geluid wat je de stuipen op het lijf joeg. Een zwak persoon zou door het geluid al een hartaanval hebben gekregen. Het leek alsof de kamer was veranderd in een kerkhof en de lijken uit hun graven zouden herrijzen om op jacht te gaan. Vreemde schaduwen vulden de kamer van Tom. Gesluierde verschijningen in het wit zweefden door de kamer en leken uit de muren tevoorschijn te komen. Ze begonnen Tom te grijpen en er schoten armen als slierten naar hem toe. Tom leek eerst lekker te genieten van het bezoek maar begon na een tijdje te woelen en leverde een gevecht op leven en dood. De schaduwen veranderden in griezels en vlogen door de kamer. Ze namen telkens andere vormen aan. Al waren ze erg wazig je kon duidelijk de tanden en nagels tot een afgrijselijk wapen zien groeien. Ze vielen Tom van alle kanten aan die zich in zijn slaap verweerde. Hij sloeg, schopte en schreeuwde. Hij pakte het kussen en zwaaide ermee. Plotseling schrok hij wakker, de schaduwen verdwenen in de duisternis. De kamer was verlaten alsof er niemand geweest was. Tom hijgde hevig, Hij was bezweet en het had hem erg veel energie gekost. Weer was zijn nachtrust op een gruwelijke wijze verstoord. Hij leunde met zijn hoofd in zijn handpalmen en zijn handen op zijn knieën en zat zo voorover gebogen voor zich uit te staren. Zijn hart bonsde hevig en hij kwam langzaam tot rust. Wanneer houdt dit alles op, als ik dood ben? Wat wil het, wil het mij dood hebben? Door die dagelijkse marteling had hij geen leven meer. Hij kon niet goed eten en studeren, en hij kreeg veel tekort aan slaap. Het was ondraaglijk wat hij doormaakte. Je kon beter ziek worden dan wist je dat er medicijnen waren die je beter konden maken, maar wat hij meemaakte daartegen bestond geen middel. Het leidde je regelrecht naar de afgrond. En dat op een manier waarbij je bewust je einde meemaakte. Tom stapte uit bed, hij wilde nu niet in dat bed blijven. Het liefst sliep hij daar nooit meer. Moeizaam sleepte hij zich naar de zitkamer en nam achter de computer plaats, keek er een tijdje naar en zette hem toen aan. Hij had nu wat afleiding nodig en dit was het enige wat hij nu had. Tom begaf zich weer naar de chatroom en volgde zonder aandacht de gesprekken. Er kwamen heel wat mensen en er gingen er ook veel weg. Tom keek naar de profielen van de dames die binnenkwamen. Hij wilde hen, die al in gesprek waren, niet storen. Toen een dame zich aanmeldde, ging Tom naar haar profiel kijken. Studente SPW stond erin. Tom klikte haar privé aan en typte weer dezelfde zin.
‘Dag schoonheid, hoe gaat het? Als ik stoor zeg het maar!’ Hij moest even wachten en dacht dat ze niet zou reageren. Ze was daar zeker niet om privé gesprekken te voeren. Misschien had ze al een vaste chatpartner voor wie zij kwam. Tom had het bijna opgegeven en wilde een ander aanklikken, als die ook niet zou reageren of een geil gesprek zou willen, zou hij naar een andere wat respectabelere box gaan zoeken.
‘Hi, goed hoor dank je, nee je stoort niet!’ kwam op dat moment het lieve antwoord van haar. Tom was blij dit keer een normale reactie te krijgen. Hij verwachtte al een raar antwoord, zoals de vorige keer. Dit verraste hem. Eindelijk een beleefd persoon, dacht hij.
‘En met jou?’ kwam het er achteraan. Die is erg aardig, ging het door zijn hoofd. Het gaf hem meteen een ander gevoel, hij was vergeten wat hij net had meegemaakt. Er waren ook aardige mensen op de chat, dacht hij. Goed dat hij iemand trof met wie hij een leuk gesprek kon voeren.
‘Fijn, dank je,’ typte Tom. Hij bedacht wel dat zij misschien ook uit was op iets geils, maar het subtiel aanpakte. Misschien had ze ervaring en wist dat vele mannen daar niet voor kwamen en afschrokken. Maar als ze hen dan op een lieve manier kon verleiden voerde dat juist de spanning op.
‘Wat brengt de mooie dame zo laat nog op de chat?’ vroeg Tom haar. Hij wilde haar niet lastig vallen als zij voor iemand anders was gekomen. Dan zou hij netjes afscheid van haar nemen en naar iemand anders op zoek gaan. Nu wist hij dat er behalve rare mensen ook aardige mensen op de chat kwamen of tenminste zij die beleefd waren.
‘O, verveling en ik dacht een chatmate te kunnen ontmoeten,’ zei de dame aan de andere kant. Ja, de chat is een goed alternatief om je verveling kwijt te raken. Het verbaasde Tom wel dat er zo laat nog zoveel mensen waren die op de chat zaten te kletsen. Die konden zeker net als hij niet slapen en zochten dan gezelschap op.
‘En is die er al?’ vroeg Tom een beetje teleurgesteld, want hij wilde haar dan niet storen. Zij leek wel iemand te zijn met wie hij kon opschieten nu hij dat nodig had. Het korte gesprek had hem al goed gedaan, hij was vergeten door welke hel hij net was gegaan.
‘Nee, ik zie haar niet, misschien slaapt zij al,’ zei het meisje. Dat kwam Tom goed uit, maar hij besefte wel dat zij nu misschien ook meteen weg zou gaan. Teleurgesteld wachtte hij op haar reactie of ze de chat ging verlaten of nog even bleef.
‘En wat brengt jou zo laat op de chat?’ vroeg zij. Ze had als chatnaam Esther opgegeven. Tom chatte gewoon onder zijn eigen naam, die was toch al zo algemeen. Misschien had Esther ook haar eigen naam opgegeven.
‘O, ik wil je daarmee niet lastig vallen,’ zei Tom. Plotseling wilde hij Esther niet meer met zijn probleem opzadelen. Ze leek zo’n lief en aardig meisje te zijn. Hij was juist hier om met iemand over zijn problemen te praten en nu durfde hij het niet meer. Hij durfde wel, maar hij wilde zo’n lief meisje daarmee niet belasten, straks spookte het in haar hoofd ook en had zij geen rust en zou ze ook vol angst naar bed gaan.
‘Waarom niet dan? Kom op lucht je hart maar, waarmee zit je?’ vroeg ze. Zij kon wel vermoeden dat hij iets kwijt wilde, want zij studeerde juist om mensen te helpen. Tom twijfelde nog steeds, moest hij het haar allemaal vertellen? Dit zou de eerste keer zijn dat hij zijn probleem aan iemand anders dan aan hulpverleners ging vertellen. Maar Esther studeerde er ook voor. Misschien zou zij het niet erg vinden naar zijn akelige verhaal te luisteren.
‘Het is heel erg en ik wil je daarmee niet lastig vallen,’ zei Tom. Hij wist hoe griezelig zijn geval was en dat hij daarmee haar vrees zou inboezemenen. Als je zoiets hebt gehoord zou je weken niet goed kunnen slapen. Dat probeerde hij haar niet aan te doen.
‘Je mag het mij gerust vertellen hoor, ik ben gewend om naar problemen van anderen te luisteren,’ zei Esther. Maar wat hij had, dat zou haar echt doen schrikken, het was niet iets wat je voor mogelijk zou achten.
‘Ja, weet ik, ik zag in je profiel dat je daarvoor studeerde,’ gaf Tom aan. Hij was blij te zien dat zij studeerde om anderen te kunnen helpen. Het had hem wel verbaasd dat zo iemand voor iets geils op de chat was. Maar nu leek dat ze, al zou ze daarvoor hier zijn, wel naar zijn verhaal wilde luisteren. Dat vond hij erg goed en waardeerde het van haar.
‘Dus kom maar met je verhaal, ik vertel het aan niemand verder,’ verzekerde Esther hem. Veel mensen zijn te verlegen om hun verhaal te doen, bang dat het openbaar zal worden of dat anderen hen zullen uitlachen of anders zullen gaan behandelen. Het is een schaamtegevoel wat zoveel mensen weerhoudt om deskundige hulp te zoeken en dan gebeurt er meestal iets vreselijks met hen. Ze kroppen alles op wat ze niet kunnen verwerken en raken in de war.
‘Ik krijg vreselijke nachtmerries,’ typte Tom heel bedenkelijk. Hij was opgelucht dat hij die zin had kunnen typen. Er zijn veel mensen die last van nachtmerries hebben, mensen die trauma’s in hun jeugd hebben opgelopen en die hen het hele leven blijven achtervolgen. Deze mensen waren talrijk, het was een bekend probleem.
‘Dat alleen, ha ha!’ lachte Esther. Esther scheen de ernst van de zaak niet te begrijpen. Als iemand een nachtmerrie vreselijk vond, dan zou die voor elke windvlaag en schaduw bang zijn. Die leefde dan constant in angst. Maar ze had meegemaakt dat er hele rare mensen op de wereld liepen en het verbaasde haar tegenwoordig helemaal niet meer als ze van zulke verhalen kreeg te horen.
‘Dat is toch niet echt, waarom maak je er een probleem van?’ probeerde zij hem te overtuigen. Ze deed het zo lief en het leek alsof Tom haar prachtige, lieve stem hoorde.
‘Ja, ik weet het maar ik krijg dezelfde nachtmerrie elke dag, soms meerdere keren op een avond,’ verklaarde Tom. Hij kon de opmerking van Esther wel begrijpen, als iemand naar hem kwam en hem hetzelfde zou vertellen zou hij het ook zo licht hebben opgenomen. Maar daar hij zelf het slachtoffer was, wist hij wat het betekende om zo te leven.
‘Dus kan je niet goed slapen?’ merkte Esther op. Ze kon zich wel indenken dat als iemand elke dag met iets raars werd geconfronteerd, en dat ook waar het zijn slaap betrof, dat het voor die persoon erg was. Maar hoe erg besefte ze niet.
‘Ja, maar niet alleen dat, ik ben er helemaal overstuur van, ik weet niet wat ik moet doen,’ zei Tom die allang ten einde raad was. Hij voelde de spanning al wat afnemen door dit gesprek, al hadden ze nog maar weinig met elkaar gesproken. Maar omdat zij zo lief tegen hem sprak, scheen dat voldoende te zijn om hem te laten ontspannen. Wat een gesprek al niet kan betekenen!
‘Neem je slaappillen?’ vroeg Esther toch een beetje bezorgd. Als hij daardoor in een diepe slaap zou raken, zou dat moeten helpen.
‘Ja, maar ook die helpen niet, soms denk ik de hele fles maar in te nemen en niet meer wakker te worden,’ beweerde Tom. Hij was zo wanhopig dat hij die stap vaker had overwogen. Maar was er niet tegen opgewassen om dat tegen zijn wil te doen.
‘Nee, nee, niet doen!’ schreeuwde Esther. Ze was wel geschrokken van de reactie van Tom. Dat kon toch niemand doen, alleen vanwege een nachtmerrie? Was Tom zo zwak van geest? Tot nu toe was daarvan niets gebleken. Hij praatte heel goed en Esther had nergens uit kunnen concluderen dat hij niet goed bij zijn hoofd was.
‘Is het dan allemaal zo erg?’ wilde Esther weten. Zij moest hem dat wel uit zijn hoofd praten, dat was het domste wat iemand kon doen, maar ze wist dat mensen in wanhoop, die geen hulp kregen, tot die fatale handeling waren overgegaan.
‘Heb je het aan je arts verteld?’ vroeg ze. Die zou hem wel pillen kunnen voorschrijven om tot rust te komen of hem door kunnen verwijzen naar een psychiater. Die wisten veel meer over zulke dingen. En als hij dat op tijd deed, voorkwam hij dat hij in een spiraal terechtkwam en dan zou hij opgenomen moeten worden. Mensen die zulke dingen niet serieus nemen en geen professionele hulp zoeken, belandden meestal in een inrichting.
‘Ja, en die heeft mij naar de psychiater gestuurd, maar die kon mij ook niet helpen.’ Dat was een geval apart. Wie was die psychiater, die voor hem niets had kunnen doen? Dan was hij zeker niet geschikt voor zijn beroep. Als hij een simpele nachtmerrie niet aankon, wat deed hij dan als psychiater!
‘O!’ schrok Esther. Wat was er zo erg met hem dat een psychiater hem niet had kunnen helpen? Het was toch iets simpels, waarmee een psychiater vaker te maken krijgt en die kon het niet verhelpen! Die psychiater was zeker niet goed bij zijn hoofd of had geen al te beste opleiding gehad, zeker een kwakzalver.
‘Waarom heb je geen andere psychiater geprobeerd?’ was Esther van mening. Als de ene het niet wist betekende dat niet dat een andere geen oplossing had. Misschien had een andere meer ervaring op dat gebied en kon hij toch geholpen worden.
‘Ik ben al bij velen geweest, heb ook psychologen geraadpleegd, je weet niet wie ik allemaal al heb gehad,’ klaagde Tom. Hij had zoveel hulpverleners gehad, dat hij niet meer wist bij welke hij nu nog zou kunnen aankloppen. Hij had de rij helemaal doorlopen en kende geen andere meer die hem uit de penarie konden helpen.
‘Maar je moet nooit aan zelfmoord denken hoor!’ benadrukte ze. Dat was het laatste wat een mens moest doen, zelfmoord. Het leven is zo waardevol en dan voor iets wat misschien tijdelijk is en verholpen kan worden, daarvoor doe je toch zoiets niet. Het maakte haar wel ongerust.
‘Ik weet het niet meer, ik ben ten einde raad,’ klaagde Tom. Dat gevoel begon Esther langzamerhand ook te krijgen. Als iemand met de gedachte van zelfmoord speelt, dan is er behoorlijk wat mis.
‘Als ik niet snel hulp krijg, overleef ik het niet meer,’ gaf Tom te kennen. Wat kon zo vreselijk zijn dat Tom zulke negatieve dingen zei? Voor een nachtmerrie hoef je toch niet zover te gaan, al herhaalde die zich elke dag. Het is maar een nachtmerrie, waarom begreep Tom het niet?
‘Nee, zeg dat niet, zo erg kan het toch niet zijn!’ Tom was zeker erg zwak van geest, al sprak hij helder, hij kon zeker maar heel weinig aan. Die moest zeker door zijn ouders zijn onderdrukt en flink onder handen zijn genomen. Misschien had hij geen ouders meer en was in tehuizen en pleeggezinnen opgegroeid. Meestal hebben deze kinderen er zo’n complex van overgehouden en kunnen het leven niet aan.
‘Wat gebeurt er dan in je nachtmerrie?’ wilde Esther weten. Ze moest hem zien te overtuigen dat die nachtmerrie hem geen schade kon toebrengen en dat hij dus niet bang hoefde te zijn.
‘O, ik wil je niet bang maken, maar het is vreselijk,’ zei Tom. Hij wist dat Esther, als zij zijn verhaal hoorde, zeker ook bang zou worden. Want hij herinnerde de hulpverleners die bang werden en hem niet verder hadden willen helpen.
‘Nee, vertel maar, ik word niet bang hoor!’ drong Esther aan. Ze was nieuwsgierig geworden, een nachtmerrie die iemand zo erg in de greep hield en tot wanhoop leidde, daar wilde ze wel meer van weten.
‘Zodra ik in slaap val, begint het al, ik vind het allemaal zo gênant,’ merkte Tom op. Hij was een man en toch zo hulpeloos tegenover een nachtmerrie. Esther had hem in het begin wel uitgelachen, maar was daarna serieus geworden. Ze had ingezien dat er iets ernstigs aan de hand was met hem. Maar als je het zo hoorde, was het in eerste instantie wel iets om over te lachen. Zelfs een kind zou je uitlachen als hij het hoorde. Iemand die bang is voor een nachtmerrie, dat klonk zo grappig.
‘Niet doen, we zitten toch anoniem te praten en misschien kan ik je helpen,’ beweerde Esther. Zij zou misschien haar studie in praktijk kunnen brengen en zien of het resultaat had.
‘Ja, daarom klikte ik je aan, ik zag dat je SPW doet, welk jaar?’ vroeg Tom. Het gesprek ging nu een heel andere kant op, maar misschien was het beter om elkaar een beetje beter te leren kennen.
‘Derde jaar, volgend jaar afstuderen,’ zei Esther. Zij was al bijna hulpverleenster en inderdaad in staat iemand van advies te dienen. En dat deed ze ook goed, want Tom voelde zich op zijn gemak en de last waarmee hij zolang had gelopen, verminderde. Waarom was hij niet in het begin al op de chat gegaan en met iemand als zij gesproken, dan had hij dit alles beter kunnen verwerken.
‘En wat doe jij?’ vroeg zij aan Tom. Wat achtergrond informatie zou haar kunnen helpen om hem van advies te voorzien. Die hulpverleners hebben het zo druk tegenwoordig dat ze geen moeite meer doen om iemand echt aan een degelijk onderzoek te onderwerpen en alle mogelijkheden na te gaan.
‘Ik studeer ook en ben bezig met mijn scriptie, wil over zes maanden afstuderen,’ legde hij haar uit. Iemand die aan het afstuderen is! Nee, het klinkt niet logisch dat zo iemand dan voor gek te verklaren is. Of was al die jaren studeren hem teveel geworden? Dat hij een beetje overspannen was geraakt. Tot nu toe leek het niet dat hij geflipt was.
‘Leuk en lukt het met je scriptie?’ vroeg Esther om erachter te komen of het met zijn studie te maken had. De laatste loodjes wegen meestal het zwaarst, maar om nu gefrustreerd te raken was ook niet best, het kon je studie schaden. Het zou een ramp zijn als hij nu door zijn problemen zijn bul niet kon halen door net op het eind op te geven.
‘Beetje, ik ben door die nachtmerries zes maanden achtergeraakt,’ beweerde Tom. Het was niet te geloven dat in de laatste fase iemand zoveel achter kon raken door iets onbenulligs.
‘O, dat is niet zo best, ik merk hoe erg je eronder te lijden hebt,’ meende Esther, die wel inzag dat Tom erg leed, maar nog niet kon aannemen dat het door een nachtmerrie kwam. Het leek haar niet zo best, als hij zes maanden achter was geraakt, dan was het inderdaad een zwaar geval.
‘Het is echt vreselijk en ik wil je niet bang maken,’ herhaalde Tom, die moeite had om het haar te vertellen. Nu wilde zij wel weten waarom al die hulpverleners hadden gefaald en wat het was dat zijn studie zo in de weg stond.
‘Je maakt me niet bang hoor! Trouwens ik studeer ervoor en moet straks mensen helpen,’ maakte Esther hem duidelijk. Zij moet dan alles kunnen aanhoren en zich niet persoonlijk de verhalen aantrekken, hoe erg die ook mogen klinken. Ze zijn ervoor om mensen te helpen en als ze zichzelf niet kunnen afsluiten voor de problemen van anderen, dan zouden ze binnen de kortste keren zelf overspannen raken.
‘Ja, je hebt gelijk,’ zei Tom. Hij voelde dat hij zijn verhaal aan Esther kwijt kon. Iets in hem overtuigde hem dat zij de juiste persoon was. Ze leek een sterk iemand te zijn, die daarmee niet rond zou blijven lopen en het makkelijk van zich af kon zetten. Hij had het gevoel dat zij hem verder kon helpen, al was het alleen maar door naar hem te luisteren.
‘En je hebt het toch aan velen verteld,’ herinnerde Esther hem eraan om het voor hem makkelijker te maken zijn verhaal ook aan haar te vertellen. Hij besefte dat zij ook net als die andere hulpverleners was, alleen moest ze nog haar studie afmaken. Hij overtuigde zichzelf ervan dat het geen kwaad kon als hij haar zijn verhaal vertelde. Het zou hem alleen maar helpen.
‘Goed, luister dan, het is allemaal zo plotseling begonnen, zonder enige aanleiding. Niet dat ik ooit ernstig ziek ben geweest of dat ik een ongeluk heb gehad of een beroerte gekregen,’ vertelde Tom haar want al die vragen had hij al zoveel keer moeten beantwoorden. De deskundigen hadden zijn hele verleden uitgediept. Ze probeerden de oorzaak ergens in het verleden te kunnen vinden.
‘En je jeugd, hoe was die?’ vroeg Esther. Want meestal hebben kinderen iets traumatisch in hun jeugd meegemaakt wat zich op latere leeftijd uit. Dan weten ze niet van waar het komt.
‘Ook een leuke jeugd gehad, mijn beide ouders leven nog, zelfs mijn grootouders leven nog,’ verklaarde Tom. Voor zover hij het zelf kon herinneren, had hij een goede jeugd gehad, nooit was hem iets overkomen. Hij was ook nooit voor iets plotseling bang geworden, zeg maar een schaduw of iets anders, wat hij voor spook zou hebben kunnen aanzien, niets van die enge dingen kon hij herinneren, wat hem nu zo dwarszat.
‘Echt niks van je jeugd waardoor je nu getraumatiseerd kan zijn?’ vroeg Esther voor de zekerheid. Zij wilde dat Tom goed nadacht over zijn jeugd. De meeste gevallen hebben met gebeurtenissen uit de jeugd te maken, vooral nachtmerries. Zulke gebeurtenissen graven diep in je onderbewustzijn en komen op latere leeftijd naar boven.
‘Nee, ik weet het zeker, er is nooit iets in mijn jeugd gebeurd, trouwens de nachtmerrie geeft niet eens aanleiding om zoiets terug te voeren naar mijn jeugd,’ benadrukte Tom. Maar dat zou wel kunnen als hij in zijn jeugd een horrorfilm had gezien of een griezelboek had gelezen, wat hem tot nu toe niet had losgelaten. Zoiets vergeet je altijd, terwijl het in je onderbewustzijn wel degelijk een rol speelt.
‘Oké, ga door, wat gebeurt er dan?’ vroeg Esther om zijn verhaal aan te horen. Volgens haar zouden psychiaters wel iets voor hem kunnen doen, die hadden het waarschijnlijk niet zo nauw genomen en dachten zeker dat het zou overgaan. En wat voor schade kon een nachtmerrie verrichten! Maar het scheen dat Tom er erg onder leed.
‘Vroeger was het niet zo erg. Ik bedoel het was erg, maar het kwam niet zo frequent voor, niet elke dag. Eerst kreeg ik het eens in de week en nam het niet serieus op,’ vertelde Tom haar. Het was langzaam in zijn leven geslopen en diep in hem kunnen nestelen, net een Alien die bezit neemt van een mensenlichaam, het beheerst en van binnenuit langzaam kapot maakt.
‘Je moet het ook nu niet serieus nemen, het is maar een nachtmerrie, een slechte droom en niks anders,’ probeerde Esther hem te overtuigen. Hij trok het zich zeker erg aan en dan was het logisch dat je eronder ging lijden. Tom leek een zwak geestesgesteldheid te hebben, als hij niet opgewassen bleek te zijn tegen een nachtmerrie. Het was een kwestie hem te overtuigen in te zien dat het een enge droom was die hem niet kon schaden. De schade richtte hij zichzelf aan en dat hoefde niet.
‘Ja, maar eentje die mij helemaal kapot heeft gemaakt, geestelijk ben ik net een wrak,’ beweerde Tom. Alleen hij wist door welke hel hij elke dag moest gaan en hoe het hem als lava van een vulkaan opslorpte. Hij voelde het branderige gevoel dat hem van binnenuit verteerde en langzaam zag hij zijn huid smelten door de hitte.
‘Luister, je moet goed beseffen dat het niet echt is en dat het alleen in je dromen gebeurt,’ probeerde Esther hem te overtuigen. Het was erg belangrijk dat hij dat besefte. En hij moest ook veel rust hebben, misschien was hij te intensief met zijn scriptie bezig en gunde hij zichzelf geen rust, waardoor zijn hersenen overspannen raakte.
‘Het verscheurt mij van binnen, zo duivels is het,’ maakte Tom haar duidelijk hoe ernstig de situatie was. Het was verschrikkelijk dag in dag uit hetzelfde mee te maken. Iemand die het zelf niet ondervindt, kan het moeilijk begrijpen wat er in zo’n persoon omgaat.
‘Ik ben er voor je, ik help je wel, vrees niet, vertel verder zodat ik je advies kan geven.’ Esther zag waarmee Tom worstelde en wilde hem graag helpen. Ze dacht hem te kunnen overtuigen dat hij het los moest laten, want het was maar een nare droom. En als je wakker werd dan was die er niet meer, waarom je dan zoveel zorgen maken. Het gebeurde in je droom en overkwam je toch niet echt.
‘Het begint allemaal zo mooi en plots verandert het in een monster, het is zo gruwelijk, zo…zo…!,’ Tom kon de juiste woorden niet vinden om de zin af te maken. Wat hij meemaakte was erger dan elk woord om het te kunnen beschrijven.
‘Wat verandert in een monster?’ vroeg Esther nieuwsgierig. In dromen kom je de raarste dingen tegen, soms zijn het logische zaken, weer andere keren heel ongecoördineerde gebeurtenissen waar je geen touw aan vast kan knopen.
‘Als ik in slaap val, zie ik een meisje verschijnen, ze is zo mooi, net een wonder uit de hemel. Ze heeft een doorzichtige nachtjapon aan en je kan zo haar prachtige figuur en rondingen zien en ze betovert mij met haar sierlijke glimlach,’ typte Tom en stuurde deze regel naar Esther. Dan ging hij weer verder met zijn relaas. Hij stuurde korte stukjes omdat het makkelijk leesbaar was.
‘Elke keer heeft ze een ander gezicht, maar als ik haar zie lijkt het alsof ik haar al jaren ken en dat wij bij elkaar horen. Ze gedraagt zich zo lief en heel teder,’ vervolgde hij verder. Esther wachtte zonder hem te interrumperen. Ze las het heel aandachtig om te zien of ze iets zou opmerken wat haar kon voeren naar de oorzaak van zijn dromen.
‘Ik lig altijd in bed en dan loopt ze zo uitdagend naar me toe en kruipt bij mij in bed. We beginnen te vrijen en ik voel haar fluweelzachte huid, haar stevige prachtige rondingen. Ik raak helemaal gek van haar. We raken erg opgewonden en ik vergeet alles om me heen.’ Het viel Tom lastig om over dit geile stuk te vertellen. Hij wilde juist met anderen, die dat zelf aangaven, het hierover niet hebben en nu deed hij hetzelfde. Wat zou Esther niet denken! Misschien dacht ze dat hij haar op deze gladde manier probeerde te verleiden. Hij zou zich doodschamen als ze hem daarvan zou betichten en het gesprek eindigde. In Esther was die gedachte al opgekomen, maar zij wilde hem toch uit horen, als hij echt uit was op cyberseks, zou ze er meteen mee kappen. Voorlopig ging ze ervan uit dat hij serieus was.
‘Ik luister.’ Esther gaf hem aan dat zij nog steeds aanwezig was en zijn verhaal volgde. Het leek haar nog steeds op een simpele droom. Er was niets bijzonders aan dat iemand er zo onder kon lijden. Er zijn mensen die van iets kleins een groot probleem proberen te maken alleen om wat aandacht te krijgen, misschien was het bij Tom ook zo. Deze mensen leven in eenzaamheid en verliezen alle sociale contacten, waarnaar hun ziel wel verlangt.
‘En als we een tijdje bezig zijn en ik haar streel begin ik iets vochtigs te voelen. Mijn vingers dringen in haar vlees en ik voel het bloed langs mijn vingers stromen. Maar door de opwinding let ik er niet op. Ik ga gewoon door, streel in de bloederige massa haar rug en kont. Haar vlees begint uit elkaar te vallen wat ik niet in de gaten heb. Ik begin haar haren te strelen en dat schuift met hoofdhuid en al van haar schedel af,’ liet Tom haar weten. Zoiets had ze inderdaad nog nooit gehoord, maar toch leek het haar niet dat iemand daar zo van slag kon raken. Het was duidelijk dat Tom aandacht nodig had. Hij zat ver van zijn ouders in een vreemde stad en zwaar onder studiedruk. Als hij dan ook een zwakke geest had, werd dat misschien teveel voor hem.
‘Dat is inderdaad afschuwelijk,’ beweerde Esther. Zij kon de afschuwelijkheid van zo’n droom zich best wel voorstellen. Zij zou het ook vreselijk vinden als er in haar droom een knappe jongen kwam, met wie zij het niet erg vond om te vrijen en die dan in een akelige monster zou veranderen. Ze huiverde wel even bij de gedachte. Maar het was geen reden om buiten je droom je daarover nog zorgen te maken en dat ook nog zo erg als Tom dat deed.
‘Als ik dan mijn ogen open, in de droom tijdens het vrijen, zie ik een bloederig gezicht voor me met uitpuilende ogen. En ze kust me, haar tong dringt diep in mijn mond, ik voel het bloed en stukjes van haar tong in mijn mond. Het bloed en de pus druppelen op mijn gezicht. Het mooie meisje is veranderd in een duivelin. Een zombie is ze geworden, een echte monster,’ klaagde Tom. Hij nam even een pauze voordat hij weer begon met zijn verhaal. Het leek alsof hij het allemaal weer beleefde tijdens het vertellen. Hij moest even op adem komen en zich bewust worden dat hij niet sliep en dat het geen droom was.
‘Ja, dat is wel om van te schrikken!’ meende Esther. Het is een enge droom, die zij zelf niet zou willen hebben. Maar als ze die had, dan zou ze haar leven er niet door laten beïnvloeden. Ze zou het met een korreltje zout nemen en overdag gewoon vergeten.
‘Ik duw haar van me af, maar ze laat me niet los en gaat door met kussen. Ik begin erin te stikken. Ik zie de botten van haar gezicht, haar vleesloze kaken. Ik word misselijk, duw haar met man en macht van me af, maar het mag niet baten. Ze grijpt mijn hoofd met haar bloederige klauwen zonder vlees,’ hervatte Tom zijn angstwekkende verhaal weer. Esther huiverde toen ze dit alles te horen kreeg, dat was wel iets om bang van te worden. Maar alleen tijdens de droom, niet daarbuiten. Buiten haar droom zou ze er gewoon om lachen.
‘Ik probeer uit alle macht los te komen, ik probeer te schreeuwen, maar er komt geen geluid. Ik vecht, sla om me heen, trek aan haar, maar hoe meer ik trek, hoe meer ze uit elkaar valt. Op een gegeven ogenblik lukt het me onder haar vandaan te komen. Dan ren ik voor mijn leven het huis uit de duisternis in. Ik weet niet waar ik mijn toevlucht moet zoeken. Ze achtervolgt me, ze rent met die bloederige massa achter me aan. Ze kan me elk ogenblik weer grijpen en met haar lange en scherpe klauwen toeslaan,’ Tom pauzeerde even, hij moest weer even op adem komen, het vertellen kostte hem veel moeite. Esther wachtte want zij wist dat Tom er moeite mee had en gaf hem alle tijd.
‘Ik ren voor mijn leven, maar ze haalt me in. Ik val hard op de grond, zij springt op me en probeert me de keel dicht te knijpen. Ik krijg geen adem en vecht voor mijn leven. Ze is zo sterk dat ik niks tegen haar kan beginnen, al mijn energie raakt op en ik besef dat ik de strijd aan het verliezen ben. Ik wil niet opgeven en schreeuwend en slaand word ik wakker.’ Even blijft het stil, het heeft Tom veel moeite gekost om in een keer alles te vertellen.
‘Ben je er nog?’ vroeg Tom aan Esther. Hij voelde zich zo eenzaam en wilde dat Esther iets zei. Normaal als hij bij een hulpverlener was zat die altijd bij hem, nu sprak hij tegen iemand die hij niet zag en dat maakte wel een verschil.
‘Ja, ik ben er nog, zat te lezen en na te denken!’ antwoordde Esther zorgelijk. Wat moest ze met dit verhaal? Iets dat eerst als een mooi en lief meisje verschijnt, om dan later in een afgrijselijk monster te veranderen. En dat herhaalde zich meerdere malen per nacht, zoals Tom het haar had verteld. Ja, dat schijnt niet normaal meer te zijn.
‘Ik heb je toch niet bang gemaakt?’ vroeg Tom. Hij wist hoe afgrijselijk het allemaal klonk en hij wilde niet dat zij er ook nog van zou gaan dromen. Om die reden wilde hij het haar in het begin ook niet vertellen. Want als iemand iets afgrijselijks had gehoord, kon die daar zelf ook over gaan dromen.
‘Nee, hoor! Ik vind het wel een enge droom, om het zo uit te drukken,’ gaf Esther toe. Ze was zich bewust dat het maar een droom was en dat zou op zich niet schadelijk moeten zijn. Maar toch gaf Tom aan dat hij er flink onder leed.
‘Ja, vooral als je er dagelijks mee wordt geconfronteerd,’ beweerde Tom. Hij kreeg door die nachtmerries zo weinig slaap dat hij overdag weinig kon doen. En het was zo vreselijk dat het hem ook overdag bezighield. Hij wist dat hij het niet moest doen en van zich af moest schudden, maar hoe meer hij dat probeerde, hoe dieper hij erin zonk. Er leek geen ontkomen aan.
‘Ik kan het begrijpen, en wat kan ik voor je doen?’ vroeg Esther, ze wist geen raad hoe om te gaan met deze situatie. Als zij de reden ervan niet wist, kon ze ook geen oplossing bieden. En zoals Tom haar al zei, hadden de deskundigen niet eens achter de oorzaak kunnen komen.
‘Dat moet ik aan jou vragen, jij studeert ervoor,’ zei Tom hoopvol. Hij was al naar zoveel deskundigen geweest, maar hoopte elke keer weer dat hij geholpen kon worden. Nu was dat ook het geval.
‘Zo een twee drie heb ik er ook geen antwoord op,’ gaf Esther eerlijk toe. Het enige wat zij hem kon adviseren was er niet in te geloven, maar dat wist Tom ook maar al te goed.
‘O, help me, laat me niet in de steek!’ smeekte Tom haar. Zo radeloos was hij. Ja, je kan ook niet anders verwachten als iemand zolang, op die afschuwelijke manier, elke keer wordt gekweld.
‘Ik wil je wel helpen alleen moet ik zelf weten hoe. En ik laat je helemaal niet in de steek hoor. Als je iemand nodig hebt om naar je te luisteren, zal ik er altijd voor je zijn,’ verzekerde Esther hem.
‘Alleen met luisteren gaat het niet over,’ zei Tom want die anderen hadden ook naar hem geluisterd maar zonder resultaat. Tom wist dat luisteren hem goed deed, en daarvoor was hij Esther ook dankbaar, maar hij wilde af van die nachtmerrie en daarvoor zocht hij naar een oplossing.
‘Ja, maar wat kan ik anders doen. Ben je al naar iemand geweest die dromen kan uitleggen?’ vroeg Esther. Dat was nu, na al die deskundigen, het eerste wat Tom moest doen. En als iemand hem op een goede manier die droom kon uitleggen, zou dat zeker een aanleiding zijn om het uit te bannen.
‘Geloof je ook in die dingen?’ vroeg Tom aan haar. Het was wel vreemd van iemand die zo wetenschappelijk onderricht was dat te horen.
‘Nou, ben wel sceptisch, maar als het helpt is het altijd goed,’ verklaarde ze. Het was goed, als je zoveel deskundigen al had gehad, om dat ook te proberen.
‘Ja, ik heb meerdere geraadpleegd maar iedereen vertelt weer een ander verhaal en wie moet je dan geloven,’ treurde Tom. Hij had bij die mensen ook geen baat gehad. Een teleurstelling werd weer aan zijn lange lijst toegevoegd. Hij was in ieder geval niet opgelicht. De mensen hadden hem, voor zover ze het konden geprobeerd te helpen.
‘Ja, dat is waar ook, het biedt je in dat geval geen houvast,’ zei Esther. En koortsachtig zocht ze naar een oplossing voor hem. De nachtmerrie was op zich wel vreselijk, maar dit was iets heel simpels en toch leek de oplossing niet voor de hand te liggen. Kon het toch niet iets met de werke

Aantal keer bekeken: 2569
Waardering: 5.85 op 10
Geef een cijfer:

Alle rechten voorbehouden 2005-2018 - www.verhalenlezen.nl


Verhalen

Wilt u een verhaaltje lezen uit één van de onderstaande categorieën? Klik dan gewoon op een categorie en u komt op de pagina met de verhalen van deze bepaalde categorie.

Verhalen posten

Hebt u zelf een verhaaltje geschreven? Of een onvergetelijke blunder tegengekomen, of iets anders. En je wilt er anderen mee amuseren, lezen? Met verhalenlezen.nl kan dat geen probleem zijn. Klik hier om een verhaal te posten!


Statistieken

Totaal verhalen: 5175
Totaal categorieën: 10
Totaal 12 bezoekers online