Verhalenlezen.nl - Voor al uw verhalen en sprookjes. Ook hebben we liefdes verhalen en erotische verhalen.

de kus.

U leest om dit moment het verhaal de kus gepost door fg. Dit verhaal is gepost in de categorie liefdes verhalen. Wilt u een zelf geschreven, of een mooi verhaaltje posten? Klik daarvoor hier.

Wilt u terug naar liefdes verhalen?
Categorie: liefdes verhalen
Gepost door: fg
Gepost op: 2010-7-14

Verhaal:

de kus
DE KUS

Kortverhaal door Alain Deltenre � 18/12/2002

Onlangs vroeg mijn beste vriendin me of ik nog eens naar ‘Den Aalmoezenier’ wilde gaan. Nadat ik eerst een tijdje moest bekomen van verbazing, ik dacht dat de keet verdwenen was samen met mijn jeugd, zei ik volmondig ja. We zijn beiden bijna veertig, alleenstaand en een beetje in paniek, dus waarom niet? De hele daarop volgende week dacht ik met nostalgie en lichte opwinding terug aan de heerlijke tijden die ik daar had doorgebracht volop in mijn puberteit. De vrijdagen waar ik, tot mijn grote spijt, had leren roken omdat mijn nichtje toen experimenteerde met allerhande lichte sigaretten. ‘Dumaurier’ heette het bruinkleurige stokje dat mijn longen van twee redelijk normale organen langzaam omvormde in de nicotine- en teervergaarbakken die het nu zijn geworden. Mijn nichtje rookt nog steeds niet, de trut. Met weemoed dacht ik terug aan de talloze avonden, we moesten toen om halftwee thuis zijn, dat we zorgeloos dansten, voorzichtig nipten van een peperduur pintje en eindeloos filosofeerden over muziek, films, de zin van het leven en vooral over vrouwenborsten en -billen.

Het waren de jaren dat de fuiven in het Alpheusdal om acht uur begonnen en niet in het midden van de nacht. De jaren dat de bamba nog een must was. Een niet te missen, doch meestal ontnuchterend en dramatisch moment van de avond. De onvergetelijke trauma’s die opliepen terwijl we daar als een bende geile bokken in een cirkeltje stonden te wachten tot dat ene meisje ons zou komen kussen, terwijl ze dat natuurlijk nooit deed. Nee, ze pakte elke keer die vuile snobs die naast ons stonden met hun reddingsvesten van Millet en hun geruite Burlington sokken. Nachtenlang heb ik wakker gelegen, wetende dat ik meer waard was dan zij. Tenslotte wist ik toen al wie Bob Dylan en Leonard Cohen waren. En toch koos dat meisje nooit voor ons. Gefrustreerd heb ik jarenlang in razernij mijn puistjes uitgeknepen omdat zij er waarschijnlijk de schuld van waren dat ik daar stond te hopen op drie stomme kaakkussen van een leeghoofdig, maar uiterst mooi, giechelmieke. Ik draag de littekens nog steeds mee, zowel op mijn hoofd, als erin. De puberteit, het was niet echt aan mij besteed. En toch, zal ik altijd een beetje een naïeve puber blijven. Het zal nooit echt overgaan, denk ik.

Toen ontdekten we dankzij een veel oudere en doorleefde leerling van een jaartje hoger ‘Den Aalmoezenier’. Gedaan met die rot ‘BCBG’ fuiven in de urbane zones van de stad. Nu hoorden we bij de ‘Freaks’, de echte mannen. Felgekleurde sjaaltjes, versleten jeansvesten en �broeken met hier en daar een scheurtje, buttons met daarop alles wat met vrede en wiet te maken had, een rond brilletje met groene glazen, Dr. Martens boots en natuurlijk lang vettig haar. Stilaan metamorfoseerden wij in, wat wij dachten dat het toenmalig schuim van de aarde was. Ik had toen natuurlijk nog nooit een echte punker gezien. Punker werden we pas als iedereen het beu was en naar Adam Ant begon te luisteren. Daarna werden we allemaal New Romantics, en eigenlijk is dat de enige periode die ik echt wil bannen uit mijn geheugen. Wat zagen we er ongelooflijk ridicuul en stompzinnig uit, met ons haar stijlvol naar nergens en overal gekamd, onze enorme gewatteerde schouders en de overmaatse hemden met franjes aan. Wat ben ik blij dat er geen foto’s van mij bestaan uit die tijd.

Maar dat was later, eerst was er dus de Aalmoezenier periode. Het ziekenkas brilletje, dat tien jaar eerder door John Lennon ontdekt was, werd weer eens terug mode en daar liepen we dan, trots als een pauw op ons lang haar en onze nonchalante look, die voorzichtig georchestreerd was. Onze hormonen draaiden nog steeds op volle toeren, maar het lag er niet meer zo vingerdik op. Als je er nu op terugkijkt waren het schitterende jaren, maar toen was het kommer en kwel. De constante erecties, waaruit bleek dat hij inderdaad compleet onafhankelijk van ons functioneerde. De zwarte puntjes die zich razendsnel ontpopten tot dikke paarsrode puisten. Ze waren altijd op vrijdagavond op hun hoogtepunt. Pas op zondag kon je ze quasi pijnloos uitknijpen, als de fuiven afgelopen waren. Die knalrode rotzweren verschenen daarenboven op de meest onzinnige plaatsen, zoals midden op het topje van je neus, midden op je voorhoofd zodat je er als een hindoe bijstond, of het ergste van allemaal tegelijk één op elke kaak, waardoor je eruit zag als een misvormde clown met lepra. En dan was er natuurlijk het constante mijmeren over meisjes en seks. Als je toen de hormonen uit ons lijf kon halen zou er niets van ons overblijven behalve een twintigtal schaamharen en een teennagel. Hoe voelt een blote borst aan? Hoe moet je tongdraaien? Is een nat kutje zo fluweelzacht als men ons wijsmaakt? Is de binnenkant van een vrouwendij inderdaad zo opwindend? Zou een orgasme anders zijn als je met een meisje vrijt in plaats van met je rechterhand? De eindeloos boeiende en dromerige uren dat wij met de beste wil van de wereld niet konden luisteren naar het onmetelijk gezwets van onze leraren, maar intens gefascineerd waren door het open bloesje van Mandy of het stukje naakt dijbeen van Gwenda.

Eindelijk zaterdagavond. We stapten in mijn BMW, je kan tenslotte niet heel je leven een antimaterialistische anarchist blijven, en reden naar de Aalmoezenier. Waar was het nu ook weer? Een zijstraat van de Nationalestraat, dat wist ik nog. En dan volgde er nog een reeks smalle straatjes en steegjes die plots doodliepen tot je voor de deur stond van de befaamde jeugdclub. De inkomhal was, net als vroeger, een grote ruimte waar een bijdehante jonge dame inkomkaartjes en drankbonnetjes verkocht. Bij het binnenkomen zag je meteen dat de vestiaire jongen ook nog niets veranderd was. Hij was nog steeds een jonge, in het zwart geklede homo die uitbundig stempeltjes verkocht zodat je heel de avond ‘gratis’ kon plassen. De toiletten, juist naast de vestiaire stonken nog altijd naar brakke urine en beschimmelde muren. Toch voelde ik mij een beetje thuiskomen. Ik was zelden zo nieuwsgierig geweest als nu. Hoe zou het binnen zijn? Zou de dansvloer nog steeds plakken van het gemorste bier en het zweet des aanschijn? Zou de D.J. nog steeds in dat donker kot zitten boven de bar? Zouden er nog steeds van die angstaanjagende Gothic aanhangers rondlopen en punks en freaks? Ik popelde om binnen te stappen, wandelde snel de lange, donkere gang door en slaakte een zucht van verlichting. Alles was veranderd en toch was het net dezelfde keet als toen. Wat mij als eerste opviel waren de glazen koelkastdeuren volgestouwd met Bacardi Breezer en Eristoff Ice. Gelukkig dat die buchtige drankjes nog niet bestonden toen ik jong was. Ik had mij waarschijnlijk nog meer binnenste buiten gekotst. De verlichting in de barzijde was ook nog niets veranderd. Geel en rood licht, een beetje te fel en toch door en door gezellig. De toog plakte, waarschijnlijk van het bier dat ik er twintig jaar geleden op gemorst had, en de rode stenen vloer zat nog steeds vol kappen en barsten van de glazen die er door de jaren heen op waren neergestort. Al het drinkgerij was nu vervangen door plastiek, alsof de generatie na de onze niet meer vertrouwd kon worden met een glas in de hand. Het geheel zag er uit als een taverne uit de jaren zeventig, maar dan volgestouwd met raar geklede jongeren en plastieken bekertjes. Er liepen zelfs nog een paar Gothic’s rond en daar zelfs nog een eenzame punker. Er schoot niet veel meer over van de ‘Anarchy in the U.K.’.

Naast de lange bar, schijnbaar nog ver weg in het duister, lag het Walhalla van mijn jeugd. Achter de opflitsende lichten en de rokerige lucht, onder de tientallen fuivende adolescenten lag daar de dansvloer. Daar waar ik pleegde mijn kunsten ten toon te stellen op de tonen van The Talking Heads, T.C. Matic, The Clash en zelfs Spandau Ballet. Ik voelde een oncontroleerbare drang om naar dat zwarte gat te lopen. Die plaats waar al die jaren geleden mijn benen uren aan een stuk konden op en neer springen en bijna spastisch bewegen. De plaats waar ik liters zweet verloor door het headbangen, alsof mijn leven zelf ervan af hing. De plaats waar we, wanneer we even uitrustten, keken naar de kortgerokte meisjes met benen als uiterst welgevormde marmeren zuilen. Naar de strakke bloesjes die zo hun best deden om nog niet alles te onthullen. Naar de lange haren en de volle, getuite lippen van die onbereikbare schoonheden. En naar hun glanzende ogen die op het ene moment blinde haat op ons afstuurden en soms een kleine blijk van intrige deden vermoeden.

Ik voelde me terug jong. Ik was gelukkig. Langzaam stapte ik naar het dansende licht, schrok mij een hoedje toen de rookmachine juist boven mijn hoofd opsprong, liep discreet voorbij de dreunende luidspreker en bevond mij plots op de rand van de dansvloer. Ook hier was niets veranderd behalve de muziek. De D.J. had al onze vroegere idolen vervangen door Rammstein, Nickelback, Audioslave en Sum 41. Wat ik op zich niet zo erg vond, vermits mijn zoon dat soort platen dagelijks beluisterd en mij ondertussen ook heeft weten overtuigen van hun talent. Vele nummers kende ik gewoon niet, maar de huidige jeugd des te meer. Elk deadmetal nummer werd enthousiast meegezongen als waren het psalmen. Het was dan ook een soort tempelruimte. Ik vond het schitterend om te zien hoe een nummer langzaam op gang kwam en dan net op het juiste moment dat de drums en de loeiharde gitaren hun solo’s inzetten, de hele zaal opsprong en begon te dansen zoals we dat vroeger ook deden. Het was heerlijk om hen te zien kwelen tegen elkaar. Hoe ze elk woord, elke intonatie, elke rustpauze perfect van buiten kenden en volledig vergaten dat daarbuiten nog een wereld bestond. Het frappeerde me dat in onze tijd de teksten helemaal anders waren. Toen was de muziek ook rebels, maar Arno Hintjes zong toen liedjes als ‘Viva Boema patatten en saucissen’, Byrne en de zijnen scandeerden ‘Once in a lifetime’ en David Bowie had het over ‘Golden Years’. Nu, zo net na het magische jaar 2000, lag het iets anders. Anouk placht te verkondigen dat ze ‘Nobody’s wife’ zou worden, Blink 182 schreeuwde iets van ‘Happy holidays you bastard’ en de woorden ‘Fuck’ en ‘Bitch’ werden in bijna elk nummer zo hard gebruld dat ik de boosheid van de huidige jeugd ook diep in mij voelde opborrelen. Was ik gewoon oud aan het worden of was de vrijheid die wij onze kinderen hadden meegegeven drastisch uit de hand aan het lopen? Plots hoorde ik een oud nummer van Front 242 door de speakers galmen en zonder dat ik er iets aan kon doen begaf ik mij midden in de dansende meute en ondernam een vage poging om ook als een wilde gek mee te springen. In mijn ooghoeken zag ik hun blikken in mijn lijf priemen. Even keken ze verbaasd, maar wat kon het hen ‘fucking’ schelen? Al snel werd de springende mierenhoop terug een homogene groep en iedereen freakte uit alsof de planeet morgen aan zijn einde zou komen. De dansvloer plakte nog steeds, net als vroeger. De zwarte muren dropen nog steeds van het condens en het zweet. Mijn verstand stond op nul. Ik was hier op mijn plaats. Weg van de kunstmatige Tupperware-mentaliteit van de Museumplaats en de Waalse kaai. Weg van het theater dat daar elke avond gratis wordt opgevoerd door de Yuppie’s en de Sups. Weg van de ‘place to be’ en de ‘hard to get’-houding die nu zo populair is. Hier voelde ik me goed, op mijn gemak, vrij. Bezweet en volkomen voldaan stapte ik na enkele nummers van de dansvloer af. Trouwens ik voelde me een beetje belachelijk. Weer speelde er zo’n nummer dat zij helemaal van buiten kenden en waar ze volledig in opgingen, en ik stond erbij als een prei in een aspergeveld. Genietend keek ik naar het zootje ongeregeld tot ik plots een denkbeeldig maar levensecht wit kruis zag verschijnen ergens aan de linkerkant van de dansvloer. Daar was het gebeurd, exact op die plek, nu zo’n drieëntwintig jaar of langer geleden. Een herinnering die ik jaren was vergeten schoot door mijn neuronen als een stille stuiptrekking. Daar, op dat kruis stond ik.

Ik had mij juist compleet gegeven een nummer van The Knack. En dan begonnen de slows. In die tijd werden er nog slows gespeeld in zulke keten, echte tegelplakkers, onvervalste ‘kruip maar eens lekker dicht bij elkaar’ platen. Ik stond nog even te bekomen van ‘My Sharona’, toen plots een meisje zich in mijn armen gooide. Ze pakte mij stevig vast en instinctief deed ik hetzelfde. Een oogopslag later bestond de rest van het heelal niet meer. En 0,21 milliseconden daarna zat ik met een zo’n enorme erectie dat het pijn deed. Het stoorde haar niet, en mij nog minder. We dansten dichter en dichter bij elkaar en werden stilaan één vormeloze massa vlees en lust. Ze streelde mijn haar en ik deed iets soortgelijks bij haar, maar dan lager. Ik was zo stoned als een rots en had niets gebruikt, noch gedronken. Ik zweefde. Ik was tot over mijn oren verliefd en wist zelfs niet hoe ze eruit zag. Het nummer stierf uren te vroeg uit en plots draaide ze mij een tong. Een innige, hete, natte en bovenal passionele kus die ik beantwoordde met meer overtuiging dan Martin Luther King ooit in zijn speeches kon leggen. Het was, bij nader inzien zowat het mooiste moment van mijn leven en ik was het gewoon vergeten. De tongzoen duurde lang, was hevig en ineens afgelopen. Ze raakte nog even mijn wang aan, draaide zich om en verdween in de menigte. Ik heb haar nooit meer teruggezien. Ze was het mooiste meisje dat ik ooit gekust heb. De slow herinner mij niet meer, maar nooit zou nog zo’n geweldige plaat gemaakt worden. Ik was compleet de kluts kwijt en heb hem sindsdien ook nooit meer teruggevonden. Mijn allereerste tongzoen. Mijn eerste lief. Ik was een laatbloeier, maar ik had er op dat moment geen spijt van. Hoe zou mijn leven er hebben uitgezien als zij niet was verdwenen zonder een woord te zeggen? Wat was het heerlijk om te leven in een tijd waar aantrekkingskracht genoeg was om zo’n subliem moment op te wekken. Toen was verliefdheid alleen genoeg, terwijl nu alles zo moet afgewogen worden omdat iedereen al zoveel heeft meegemaakt en zo gekwetst is geweest sinds hun eigen eerste kus. Ergens denk ik dat heel veel alleenstaande en zelfs sommige getrouwde mensen bewust of onbewust hunkeren om terug zo’n ogenblik te kunnen beleven. Ergens zijn we allemaal wat melancholisch, de één al wat meer dan de andere. Wat de rest van de wereld doet zal me een zorg wezen, maar ik wil terug een soortgelijk moment. Een ogenblikkelijke, oncontroleerbare verliefdheid die diep vanuit je hart en onderbuik komt en niet uit je behoedzame hersenpan. Een kus zoals die van toen, in de hoop dat het meisje deze keer niet wegloopt zonder een woord te zeggen.

Aantal keer bekeken: 1966
Waardering: 7.17 op 10
Geef een cijfer:

Alle rechten voorbehouden 2005-2018 - www.verhalenlezen.nl


Verhalen

Wilt u een verhaaltje lezen uit één van de onderstaande categorieën? Klik dan gewoon op een categorie en u komt op de pagina met de verhalen van deze bepaalde categorie.

Verhalen posten

Hebt u zelf een verhaaltje geschreven? Of een onvergetelijke blunder tegengekomen, of iets anders. En je wilt er anderen mee amuseren, lezen? Met verhalenlezen.nl kan dat geen probleem zijn. Klik hier om een verhaal te posten!


Statistieken

Totaal verhalen: 5175
Totaal categorieën: 10
Totaal 11 bezoekers online