Verhalenlezen.nl - Voor al uw verhalen en sprookjes. Ook hebben we liefdes verhalen en erotische verhalen.

de waterval des liefdesdoods.

U leest om dit moment het verhaal de waterval des liefdesdoods gepost door Marijke Prevoo. Dit verhaal is gepost in de categorie liefdes verhalen. Wilt u een zelf geschreven, of een mooi verhaaltje posten? Klik daarvoor hier.

Wilt u terug naar liefdes verhalen?
Categorie: liefdes verhalen
Gepost door: Marijke Prevoo
Gepost op: 2007-6-7

Verhaal:

de waterval des liefdesdoods
Er heerste een vloek op het water van de waterval in het dorpje Waterfield. Wie het water drinkt zal verliefd worden op het eerste meisje op de eerste jongen die hij of zij ziet. Deze liefde is wederzijds. Je zou de vloek niet boosaardig noemen maar dat is hij zeker. De liefde zal nooit maar dan ook nooit langer duren dan twaalf uur.
De vloek had al verschillende keren toegeslagen. De eerste keer kregen beide twee uur later een auto-ongeluk.
De tweede keer had het meisje dat van het water dronk nergens anders oog meer voor dan voor de jongen aan de overkant en rende pardoes zijn richting op. Ze vergat dat er water was en dreigde te verdrinken. De jongen waagde zijn eigen leven om dat van haar te redden. Dit mislukte en ze verdronken hand in hand. En zo ging het maar verder.
Op een mistige zondagmorgen trad een Jonge reiziger het dorpje binnen. Zijn dorst en het geluid van het stromende water leidde hem naar de waterval en het bijbehorende riviertje.
Onwetend van de vloek dronk hij van het zuivere water. De Kerkklok sloeg acht uur en plotseling verscheen er een meisje uit de dichte mist. De wind waaide door haar blonde krullen, haar blauwe ogen schitterde in de ochtendzon.
Met haar beeldschone handen plukte ze bloemen waarvan ze er één in haar prachtige haar had zitten. Ze wisselden een bijzondere blik uit. Het meisje rende over het brugje, dat er pas was gekomen, heen en omhelsde de jongen.

'Hoe heet je?' was de jongens vraag. 'Ik heet Loesje.' De jongen wachtte niet op haar vraag en zei dat hij Stefan heette.
Ze gingen aan de rand van het riviertje zitten met hun voeten in het water. "En dan te bedenken dat ik hier net nog van dronk" zei Stefan lachend, maar Loesje lachte niet mee. Ze sprong op, "Wat?! Heb jij van dit water gedronken?! We zullen sterven, Ookal zijn we nog zo jong. Er heerst een vloek op dat water. De drinker en het eerste meisje of de eerste jongen die hij of zei ziet zullen hopeloos verliefd worden, maar binnen twaalf uur sterven.' Loesjes sprankelende ogen keken geschokt net zoals die van Stefan toen hij het verhaal hoorde. Hij zag aan Loesjes ogen dat zij de waarheid sprak.

'Ik woon een eindje verder. Laten we daar maar heen gaan voordat de dood toeslaat.' Zei Loesje al wat kalmer, terwijl ze Stefan een kus op zijn wang gaf.
Stefan gaf haar een kus terug, maar dit keer in de nek. Loesje reep zijn hand en rende de straat over. Tot hier ging het nog goed.
Een minuut later moesten ze weer oversteken. Vijf keer keken ze om zich heen en toen besloten ze dat ze maar beter snel konden oversteken. Ze dachten dat er geen auto aankwam, maar daarin hadden ze zich vergist. Er verscheen een auto uit de dichte mist. Hij stormende in een hoog tempo op Stefan en Loesje af.
Zijn brommend geluid werd steeds harder en harder.
Elke seconde telde. Stefan zag de auto als eerste en trok Loesje snel naar de overkant. Het scheelde geen haar of ze waren overreden. De eerste poging van de vloek was mislukt.
Hijgend van de schrik liepen ze Loesje uit binnen. Loesjes moeder pakte al een pan toen ze de aanelkaarklevende handen van Stefan en Loesje zag, maar Loesje hield haar net op tijd tegen en vertelde haar moeder het verhaal. Ze keek niet echt geschokt en zei:' Een vloek is er om te overwinnen en ik voel dat het deze keer gaat gebeuren.' Ze klonk zelfverzekerd, maar Stefan en Loesje waren niet gerustgesteld. 'Ik zal jullie helpen de vloek te overwinnen. Ze kwam haar woord keurig na, doordat ze lekkere warme kippensoep aan hen voorschotelde. Voor het geval dat ze een fikse kou hadden opgelopen, toen ze met hun voeten in het water zaten.
Maar een heel goed idee was het niet, want Stefan stootte de soep om en deze kwam op de broodrooster terecht. Deze kreeg een elektrische schok, de vonken spoten in de lucht, een bliksemschicht stootte ervan af en deze stortte op Stefan en Loesje af. Ze hadden geen tijd om weg te duiken. De schicht was sneller dan het licht, maar blijkbaar was Loesjes moeder nog sneller.
Ze wierp een dienblad voor Stefan en Loesje langs. Deze ving de bliksem op en weerkaatste hem naar de vaatwasser, die pardoes begon af te wassen. Binnen één minuut was de afwas al schoon, maar bijna alle borden waren gebroken door de snelheid. Maar ja, scherven brengen geluk, zegt men.
Loesjes moeder hield Stefan en Loesje weg bij de scherven, omdat ze daaraan konden doodbloeden. Erg overdreven, maar daar was ze moeder voor.
Loesje bood aan samen haar kippensoep op te drinken, maar Stefan sloeg haar aanbod af.
Toen Loesje haar soep op had sloeg de kerkklok tien uur en gingen ze naar Loesjes kamer. Stefan vond Loesjes kamer bijna net zo mooi als Loesje zelf. En dat wilde wat zeggen. Er stonden vele vazen met boeketten van bloemen die lang de rivier groeiden. Je zag dat ze van bloemen, vooral van rozen.
Op de wand was een grote roos geschilderd en er waren nog vele andere rozen in de kamer verstopt.
Ze gingen op het rozendekbed zitten en Stefan streelde Loesje over haar gladde wang. Er viel een lange stilte waarin ze elkaars handen vast hielden. De stilte mondde uitin een diepe slaap.
Opeens schrok Stefan wakker. Hij zweerde dat hij net gebonk hoorde. Geschrokken keek hij om zich heen. Hij zag niets anders dan een als een roos slapende Loesje. Hij ploft weer neer op het bed, maar toen klonk het gebonk weer. Het kwam van het raam. Stefan stond weer op en keek door het raam naar buiten. Hij zag een paniekerige moeder die kleine steentjes tegen het raam gooide.
Stefan opende het glas ...“ in - lood raam. 'Er is brand!' klonk het van buiten. Stefan rende naar de deuren wou hem openen, maar door de laaiende vlammen bedacht hij zich. Loesje schrok wakker en zag de laaiende vlammen. Paniekerig rende ze naar Stefan en kroop ze tegen hem aan. Met Loesje aan hem vastgekleefd rende Stefan naar het raam.
Loesjes moeder had een trampoline onder het raam geschoven en beval hen te springen. Stefan en Loesje keken elkaar aan, keken naar de vlammen en gingen op de vensterbank staan.
Zonder te aarzelen sprongen ze hand in hand naar beneden. De trampoline brak hun val, maar weerkaatste hen en ze vielen met een klap naast de trampoline neer, maar zouden wel, als ze het overleefden, vol blauwe plekken zitten.
Opeens hoorden ze de brandweer naderen. Stevig bepakte mannen stapten uit en begonnen met het blussen van de laaiende vlammen. Verschillende buurtbewoners hadden zich rond het huis gevestigd en Stefan hield de bange Loesje stevig vast.
Een brandende tak suisde in hun richting naar beneden, maar een brandweerman redde hen net op tijd door middel van zijn brandweerslang.
Een vriendin van Loesje genaamd Veertje kwam aanhollen en vroeg wat er gebeurd was. Toen zag ze Stefan en keek ze hem afkeurend aan. Dat nam Stefan haar niet kwalijk, ze kende hem nog helemaal niet en hij had haar vriendin stevig vast.
Hij stelde zich voor en vertelde het verhaal, omdat Loesje een brok in haar keel had en alleen maar ja kon knikken, maar Stefan zag dat hij Veertje niet overtuigd had. Maar dit gebeurde al gauw toen Loesje Stefan een kus gaf. Ook Veertje beloofde hen dat ze hen er doorheen zou slepen. Als eerste bracht ze hen onderdak in haar huis, maar dit was niet zo een goed plan.
Een half uur na hun aankomst werd er aangebeld en haastig op de deur geklopt. Aan de hoeveelheid klanken hoorden ze dat de persoon aan de deur veel haast had.
Vlot liep Veertjes vader naar de deur om deze te openen. Een lange smalle jongen met vlot haar kwam letterlijk naar binnen gestormd. Loesje keek gespannen. Ze liet Stefans hand los en deed alsof ze aan een gewoon gezellig theekransje zaten, maar dit was al te laat. De voor Stefan nog onbekende jongen had het al gezien. Hij begon harder en sneller te ademen, alsmaar harder en sneller.
Loesjes moeder kwam de keuken uitgehold. Ze begreep meteen wat er aan de hand was. 'Hij is aan het hyperventileren.'schreeuwde ze om boven het geluid uit te komen.' Veertje, help me even en Loesje, vertel het aan Stefan!' beval ze aan Loesje en Veertje.
Stefan, die volgde het niet meer helemaal. Terwijl Veertje en Loesjes moeder met de jongen bezig waren pakt Loesje Stefans handen vast en begon te vertellen: ' Dat is Carlo. Voordat ik jou leerde kennen.. euhm... ' Loesje wist niet zo goed hoe ze het moest zeggen.' Had ik al zo een beetje verkering met hem, maar mijn liefde voor jou is veel sterker. Ik hou van joú! Met Carlo is het nooit echt serieus geweest, omdat ... Loesje maakte haar zin niet af, maar verbrak hem met een kus. Dit keer op de lippen, het was voor beide hun eerste kus.
Hun harder gingen sneller kloppen en hun warme bloed sneller stromen. Hun liefdesvuur spreidde vonken van vreugde en was duidelijk niet door de brandweermannen geblust. De kus werd verbroken door een schreeuw. Deze was van Carlo hij kon er niet meer tegen.
Hij pakte een op de tafel liggende schaar en stormde op Stefan af. Loesje wou koste wat het kost Stefan beschermen. Ze sprong voor Stefan toen Carlo de schaar in zijn middel wou steken. Veertje en Loesjes moeder probeerden Carlo tegen te houden, maar dit was tevergeefs.
In plaats van Stefan stak hij Loesje en zij viel pardoes op de grond neer. Ze had een grote wond op haar schouder. Ze moest meteen naar het ziekenhuis. Stefan en Loesjes moeder probeerden contact met haar te maken. Met moeite bracht ze uit dat ze van hun hield, maar daarna sloot ze haar ogen. Toen Stefan haar een wangkus gaf deed ze haar ogen weer even open.
Ondertussen waren de ouders van Veertje naar benedengelokt door Carlo's oorverdovende gil en had Veertjes moeder Carlo haar politiepenning getoond en hem meegenomen naar het bureau.
Veertjes Vader was dokter en had Loesjes schouder gebonden met een bloeddempend verband. Veertje kwam na haar telefoontje naar het ziekenhuis ook erbij zitten. 'de ambulance komt eraan.' Had ze gezegd.
Enkele minuten van stilte verstreken, totdat de ambulance arriveerde. Veertje opende haastig de deur en liet twee stère ambulancedokters binnen. Op een sneeuwwitte brancard droegen ze Loesje de ambulance binnen.
Er mochten maar liefs twee mensen mee. Veertje besloot samen met haar vader thuis te blijven. Ze vond dat Stefan en Loesjes moeder wat tijd alleen nodig hadden met Loesje. Zij nam afscheid van Loesje en met laaiende sirene vertrok de ambulance, zonder Veertje.
Terwijl Loesjes moeder een medisch praatje maakte met hield met een ambulancedokter hield Stefan Loesjes hand stevig vast en begon hij in zichzelf te spreken: ' Ga niet dood, zonder jou kan ik niet leven. Het lijkt of we elkaar al een eeuwigheid kennen. Al is het maar een paar uur. Als jij dood gaat is het mijn schuld! Waarom moest ik zo nodig van dat water drinken?' Een glinsterende druppel liep over zijn wang naar beneden.
' Het is net zo goed mijn eigen schuld. Als ik niks met Carlo was begonnen of je op dat moment niet had gezoend, was hij niet zo jaloers geweest en had ik had je niet hoeven beschermen.' Zei Loesje plotseling. Stefan schrok, had zij nou alles gehoord wat hij had gezegd? Hij bloosde, maar dit was niet nodig. Loesje was juist blij dat ze het gehoord had.
Stefan keek naar buiten. Ze kwamen langs een middeleeuws kerkje, waarvan de kerkklok net half twee uur sloeg. Eenmaal aangekomen bij het ziekenhuis kreeg Loesje haar eigen kamer. Stefan liet Loesje even met haar moeder alleen, terwijl hij een cadeau voor Loesje ging kopen in het ziekenhuiswinkeltje.
Daar eenmaal aangekomen was het best moeilijk iets voor haar te inden. Hij besefte dat hij nog bijna niets van haar wist. Drie keer liep hij langs het snoep, de tijdschriften en de boeken, maar er was niets speciaal genoeg voor zijn Loesje. Toen zag hij in een hoek bij de kassa een hoek vol kleurrijke bloemen staan. Van rozen tot margrieten, in alle kleuren van de regenboog.
Stefan besloot een groot boeket rozen te kopen in alle kleuren die ze hadden. Trots met het boeket in zijn handen en met een flink legere beurs liep hij het winkeltje uit. Het was een lange weg naar loesjes kamer, maar Stefan vond het zonder ook maar één keer fout te lopen.
Toen Loesje de rozen door de deur naar binnen zag schuiven kon ze haar ogen niet geloven. Nog nooit had ze zoveel bloemen in één boeket gezien. Zelfs niet op haar eigen kamer.
Het achtjarige dochtertje van de zuster stond te trappelen haar moeder te helpen en haalde meteen een vaas en zette het boeket erin. Terwijl Losjes moeder Loesjes vader probeerde te bereiken, vertelden Stefan en Loesje het hele verhaal aan de verpleegster en haar dochtertje.
Toen ze klaar waren met het verhaal zei het dochtertje meteen:'wow, ik meteen de tegenvloek op het Internet opzoeken!' Stefan en Loesje moesten beide hun lach inhouden. Het dochtertje rende de deur uiten haar moeder zei:'Die is wel een paar uurtjes zoet.'
Loesjes moeder staakte na duizend keer met bellenen besloot Loesjes vader zelf te gaan halen. De verpleegster stelde voor hen wat eten te halen, zodat zij even alleen waren.
Stefan die doodop was van alle gebeurtenissen van die dag en van het gebrek aan slaapplaats die nacht, vroeg of hij bij Loesje mocht gaan liggen. Loesje stemde toe en schoof een beetje op. Stefan ging aan de kant van Loesjes goede schouder liggen en binnen tien minuten lagen ze beide te dutten.
Enkele minuten later kwam de verpleegster het eren brengen, maar toen ze de twee slapende roosjes zag kon ze het niet over haar hart krijgen om hen te wekken en zette het eten op een tafeltje naast het bed.

Loesje werd dit keer het eerst wakker. Toen ze op de klok aan de wand keek schok ze, het was al zeven uur! Over twee uur was de vloek al verbroken> in de hoek zag haar vader en moeder zitten. E begon nu wel zenuwachtig te worden. De kans was groot dat ze over een uur niet meer leefde. Ze voelde haar maag knorren. Ze had honger als een paard en vermoedde dat Stefan dat ook had, ze wekte hem. Haar vermoedens klopte. Samen aten ze het door de zuster gebrachte eten.
Met gemak kregen ze alles op. Nadat ze beide hun laatste hap hadden doorgeslikt begon Loesjes vader te spreken;'Ik heb nog iets voor jullie' Zijn stem klonk schor en bedroefd. Hij haalde een pakketje uit zijn rugzak en gaf het aan Stefan en Loesje. Het bevatte foto's van de eerste dagen dat Loesjes vader en moeder elkaar kenden, zodat ze iets hadden om henzelf mee te vergelijken.
Loesjes vader had zijn rugzak open laten staan. Een dikke harige spin kroop er poot voor poot uit. Loesje zag het en gooide van schrik het lege dienblad weg. Loesje kreeg geen woord uit haar mond en wees naar de spin.
Toen zagen de anderen het ook. Loesjes moeder ging op een stoel staan en haar vader probeerde de spin met een krant dood te slaan. Stefan probeerde Loesje te beschermen. Hij keek op de klok. Nog vijf minuten te gaan. De gifgroene ogen van de spin zochten het bed.
Loesjes vader had zijn krant al weggelegd en probeerde de spin af te leiden, maar tevergeefs. De spin had het bed al bereikt. Hij klom langs het dekbed naar boven.
Haastige sprongen Stefan en Loesje van het bed. Ze verschuilde zich achter Loesjes vader, maar de giftige spin volgde hen. De spin spoot kleverig spul uit zijn achterste. Stefan en Loesje ontkwamen er net op tijd aan, maar Loesjes vader en Moeder raakten erin verwikkeld.
De spin dreef hen in een hoek. Ze zaten in het nauw. Ze konden geen kant meer op. De kerkklok begon te slaan...één...twee... de spin begon zijn gifkaken klaar te maken...drie....vier zijn behaarde poten trippelde over de plastic vloer...vijf....zes hij had Stefans schoenen al gevonden. ... Zeven... net toen De spin zijn gifkaken in Stefans been wilde zetten sloeg de klok voor de achtste keer.
De bloem in Loesjes har steeg op. De straal van licht verblindde de spin. et fonkelende blauwe sterren verdween hij als sneeuw voor de zon. Het nam het spinnenweb met zich mee en dezelfde blauwe sterren genazen Loesjes wond. En Loesje had het idee dat hun huis ook weer het oude was. Uit dezelfde nog steeds zwevende bloem dook een klein rood gekleed elfje op.
Stefan Loesje en haar ouders keken vol verbazing toe terwijl het elfje begon te spreken: " Dankjewel, jullie hebben de vloek overwonnen. Laat ik maar bij het begin beginnen. Ik was een vredig elfje dat iedere dag een goede daad verrichtte. Op een dag veranderde ik het water van de waterval in een liefdesdrank, maar mijn boze stiefzuster betrapte me.
Ze had de macht niet om het ongedaan te maken, maar veranderde het naar haar zin. Ze liet het koppel binnen twaalf uur sterven, maar volgens de elfenwet moet een vloek, goed of kwaad, altijd een keerzijde hebben.
Ze koos het onmogelijke. Alleen als één iemand van het koppel het gehele twaalf uur deze liefdesbloem bij zich droeg overleefde ze het. Ze sloot me op in de Liefdesbloem en verween, maar als jullie het nu niet erg vinden ga ik nu, want ik heb nog veel goede daden in te halen.' Met een plof verdween ze en de Bloem viel in Loesjes handen.
Nog steeds zaten ze er allemaal verbijsterd bij. Met een klap werd de deur geopend. Het dochtertje van de verpleegster kwam binnen hollen en schreeuwde: ik heb het! Je moet de liefdesbloem...... oh, Jullie hebben het al ontdekt zie ik.' En ze sloot de deur weer.
Loesje werd uit het ziekenhuis ontslagen en opgelucht keerde iedereen veilig terug naar Loesjes huis. Het huis was inderdaad weer het oude.
Loesjes ouders adopteerden Stefan toen hij vertelde dat zijn ouders jaren geleden waren verongelukt. Hij kreeg de logeerkamer en bleven voor altijd samen.
Op een dag vroeg Loesje waarom Stefan eigenlijk aan het reizen was. Stefan had zichzelf al voorbereid op deze vraag en zei: ' Zoals je weet zijn mijn ouders dood en toen ik wandelde zag ik een beeldschoon meisje in de verte bloemen plukken. Ze verloor haar handtasje en sindsdien ben ik naar haar op zoek. En nu moet jij opbiechten waarom het nooit serieus was geworden met Carlo." Stefan bloosde en hoopte dat Loesje niet jaloers zou worden.
Loesje zuchtte en zei:' Ik was hopeloos verliefd op een jongen die ik één keer heb gezien. Ik verloor mijn handtasje...' 'wacht eens even,' zeiden ze tegelijk. ' volgens mij hebben we beide de ander gevonden' beide schoten ze in een lach en Stefan gaf Loesje haar handtasje terug.

Aantal keer bekeken: 2348
Waardering: 7.89 op 10
Geef een cijfer:

Alle rechten voorbehouden 2005-2018 - www.verhalenlezen.nl


Verhalen

Wilt u een verhaaltje lezen uit één van de onderstaande categorieën? Klik dan gewoon op een categorie en u komt op de pagina met de verhalen van deze bepaalde categorie.

Verhalen posten

Hebt u zelf een verhaaltje geschreven? Of een onvergetelijke blunder tegengekomen, of iets anders. En je wilt er anderen mee amuseren, lezen? Met verhalenlezen.nl kan dat geen probleem zijn. Klik hier om een verhaal te posten!


Statistieken

Totaal verhalen: 5175
Totaal categorieën: 10
Totaal 12 bezoekers online