een te grote pot voor een kleine asperge(r).
U leest om dit moment het verhaal een te grote pot voor een kleine asperge(r) gepost door Ricardo Frederiks. Dit verhaal is gepost in de categorie spannende verhalen. Wilt u een zelf geschreven, of een mooi verhaaltje posten? Klik daarvoor hier.Wilt u terug naar spannende verhalen?
Categorie: spannende verhalen
Gepost door: Ricardo Frederiks
Gepost op: 2010-5-7
Verhaal:

een te grote pot voor een kleine asperge(r)
Hallo, ik ben 15 jaar en lijdend aan het syndroom van asperger.
ik heb besloten om een boek te gaan schrijven waarin ik een aantal symptonen/kenmerken naar boven haal en een duidelijk beeld wil geven van hoe ik tegen de wereld aankijk. ik heb me niet aan alle 'regels' voor een verhaal te schrijven gehouden, maar dit is bewust, als je het leest begin je het te zien. er is een aanzienlijk grote kans dat er nog spellingsfouten in zitten, dus erger je je hier niet aan. de titel is 'een te grote pot voor een kleine asperge(r) en het is nog Lang niet af!!!!!
EEN TE GROTE POT VOOR EEN KLEINE ASPERGE(R)
Ik kon niet inzien wat ik verkeerd had gezegd, en ze was weg.
Alles werd grijs en mijn gedachten bleven hangen bij de vraag:
‘wat heb ik nou weer verkeerd gedaan’?
Ik bleef mezelf die vraag stellen maar ik kreeg geen antwoord.
Het was 14 uur en 3 minuten en 13 seconden, de zoemer ging.
Ik was uit.
Mensen zijn soms moeilijk te begrijpen voor mij,
Waarom zeggen ze niet gelijk wat ze bedoelen?
Waarom zeggen ze zoveel wat ze niet menen?
Waarom zeggen ze zoveel dingen die helemaal niet belangrijk zijn?
Geen van deze dingen zal ik waarschijnlijk ooit gaan begrijpen.
De wekker ging, hij ging zo hard dat die nog ongeveer 23 seconden in mijn hoofd bleef afgaan, oftewel ik was klaarwakker.
Ik kleedde me aan en liep naar de badkamer.
Ik waste mijn handen goed met zeep, en deed mijn lenzen in, en gelijk daarna deed ik gel in mijn haren zodat ik niet twee keer mijn handen moest wassen, dat gaat sneller.
Ik ging naar beneden en maakte een boterham met chocolade pasta en een kop earl grey thee.
Ik at het op terwijl ik het nieuws keek.
Ik zette mijn bord en kopje op het aanrecht en liep naar boven om mijn tanden te poetsen.
Eenmaal op school aangekomen stopte ik mijn spullen in mijn kluisje en liep de aula in.
Ik had nog geen tijd om te gaan zitten voordat de bel ging, en ik haastte me naar het lokaal.
Onderweg keek ik naar links en zag zo’n 2 seconden het gezicht van het meisje waar ik mijn ogen letterlijk niet vanaf kon houden, waardoor ik tegen een flinkere jongen met een blauwe trui aanknalde.
‘FLIKKER OP’ riep de jongen en hij duwde me keihard tegen de muur.
Ik kwam precies tegen een scherpe rand aan de muur en de pijn in mijn rug was onverdraagbaar. Op dat moment hoorde ik een zachte meisjesstem:
‘gaat het’? Vroeg ze.
Ik keek omhoog en zag dat het haar was, het meisje waar ik mijn ogen niet vanaf kon houden.
‘die jongen is ook zo’n etterbak’ zei ze.
Ik bleef haar aankijken, en zei niets terug.
Ze pakte mijn hand en tilde me omhoog.
‘bedankt’ zei ik
‘je kunt dus wel praten, hoor ik’ zei ze terwijl ze zachtjes lachte.
‘tuurlijk kan ik praten, anders zat ik hier niet op school’ antwoordde ik.
‘sorry’ zei ze
Ik wist niet waarom ze sorry zei, en raakte in de war.
We zeiden even niets tegen elkaar en toen besefte ik me dat de schoolbel was gegaan, en ik te laat voor de les was.
Ik zei doei en rende zo snel mogelijk de trappen omhoog naar lokaal 410, waar ik Engels had.
Eenmaal bij het lokaal aangekomen zag ik dat de docent de deur dichtdeed.
Ik hield de deur tegen.
‘waar kom jij vandaan’? Vroeg de docent.
‘ik liep door de gang en toen keek ik naar iemand en toen botste ik tegen iemand aan, en die zei flikker op en toen duwde hij me tegen de muur en toen…’
Plots werd ik onderbroken.
‘jaja, het is goed ga maar zitten maar de volgende keer moet je wel een briefje halen, begrepen’? Zei de docent.
Ik knikte ja en ging zitten.
Stel je voor: je stroomt aan op een onbekend eiland, waar een ras mensen woont die zich allemaal anders gedragen en allemaal anders reageren dan jij.
In dat geval ben jij de asperger, en zijn alle andere mensen gewone mensen die je dagelijks tegenkomt op straat, en in de supermarkt.
Eenmaal in de pauze liep ik de trap omlaag, en kwam het meisje weer tegen.
‘hey’ zei ze.
Ik zei hoi terug.
‘wat voor les had je’? Vroeg ze
‘Engels van meneer…’
Op dat moment knalde de flinkere jongen die me eerder tegen de muur had opgeduwd, met opzet tegen me aan.
‘Ga dan ook aan de kant, man’! Riep hij.
‘je vroeg het niet’ zei ik.
Hij kwam steeds langzamer en steeds dichterbij en toen hij bij me was deed hij zijn hoofd wat meer naar voren en keek me heel boos aan.
‘wat vroeg ik niet’?
‘of ik aan de kant wou gaan, je liep gewoon.’
Hij deed zijn mouw van zijn linkerarm tot ongeveer de helft omhoog en zei:
‘heb je daar problemen mee’? Met een enge, serieuze stem.
‘eigenlijk wel ja, want je duwde me weg’ antwoordde ik
Hij pakte me bij mijn kraag en tilde me een beetje op.
‘als je een probleem hebt, moeten we dat oplossen.’ Zei hij met een nog engere stem.
Het meisje riep ‘stop’! En de jongen liet me los.
‘straks na school lossen wij ons probleempje op’ zei hij terwijl hij van zijn handen een vuist maakte en die heen en terug tegen elkaar aan sloeg.
‘hoe lossen we dat op dan’? Vroeg ik.
De jongen lachte me uit en liep weg.
‘zullen we het tegen een docent gaan zeggen’? Vroeg het meisje.
Ik zei nee en liep weg. Ze volgde me.
‘ben je nu niet bang’?
‘nee’
‘en wat nou als hij je straks slaat, kom we moeten het even gaan zeggen’
‘nee’ zei ik wat harder waardoor ik de aandacht van een docent 10 meter verder trok.
‘ik doe het wel voor je’
‘NEE’! Riep ik keihard.
De docent liep naar ons toe en vroeg wat er aan de hand was.
Het meisje legde het verhaal uit van de wat flinkere jongen in de blauwe trui.
Ik zuchtte, en was bang dat ik helemaal werd overhoord, en werd volgegooid met moeilijk te beantwoorden vragen.
Ik wist niet wat ik moest doen en er kwam een raar geluidje uit mijn mond, waardoor het meisje en de docent me aankeken.
‘kom maar eens even mee’ zei de docent.
‘nee’
‘ik wil alleen maar even met je praten’
Ik maakte weer dat rare geluidje.
‘ik wil niet praten’ zei ik.
‘Maar dit moet toch opgelost worden, jongeman’
‘ik wil niet praten zei ik iets harder’
‘Weet je het echt zeker’?
‘ja meneer, ik wil niet praten’
‘ok dan’ zei de docent en hij liep terug naar dezelfde plek als waar hij stond voor wij zijn aandacht trokken 10 meter verderop.
Ik keek naar het meisje.
Ik was bang dat ze me nu raar zou vinden, want dat vinden de meeste kinderen mij, raar.
Tot mijn verbazing bleef ze doodnormaal tegen me doen en vroeg zelfs mijn msn-adres.
Ik vroeg of ze een papiertje en een pen had, en ze gaf me die.
Ik schreef mijn msn-adres op en ik lachte.
‘waarom lach je’? Vroeg het meisje.
‘omdat ik het grappig vind’
‘wat vind je dan grappig’?
‘normaal vragen de jongens een msn-adres of een telefoon nummer aan de meisjes, maar in dit geval is het andersom.’
Ze zei dat het klopt en we moesten beide lachen.
De volgende dag werd ik weer wakker gemaakt door de wekker.
Ik stond zo snel mogelijk op, zodat ik eerder op school aankwam waardoor ik haar nog even kon zien.
Ik kleedde me aan en liep naar de badkamer.
Ik waste mijn handen goed met zeep, en deed mijn lenzen in, en gelijk daarna deed ik gel in mijn haren zodat ik niet twee keer mijn handen moest wassen, dat gaat sneller.
Ik ging naar onder en maakte een boterham met chocolade pasta en een kop earl grey thee.
Ik at het op terwijl ik het nieuws keek.
Ik zette mijn bord en kopje op het aanrecht en liep naar boven om mijn tanden te poetsen.
Ik zei doei tegen mijn ouders en pakte de fiets uit de garage.
Ik fietste bewust een andere weg dan normaal omdat het me eerder was opgevallen dat het meisje ook zo fietste.
Ik had zo’n gevoel dat het meisje op hetzelfde moment op een bepaalde plek aan kwam fietsen, en dit bleek waar te zijn.
Er was een T-splitsing, en van links kwam zij aan, en we moesten beide van mijn kant af gezien naar rechts.
Ik bleef even stil staan en wachtte tot zij voorbij fietste zodat ik meer tijd had om na te denken over wat ik het eerste tegen haar zou zeggen.
Ik fietste door en bleef zo’n 20 meter achter haar fietsen waardoor ze mijn aanwezigheid niet opmerkte. Ik wist niet wat ik moest zeggen en besloot tot mijn teleurstelling dat ik de hele weg onopgemerkt achter haar aan bleef fietsen.
Plots hoorde ik rechts van mij een bel rinkelen, het bleek niets bijzonders te zijn.
Tot ik het gezicht van het meisje naar mij toe zag keren.
‘hey, ik zag je helemaal niet, kom hier gekkie’! Riep ze
Ik fietste door en bleef naast haar rijden.
‘ga je weer niks zeggen’? Vroeg ze
‘wat moet ik dan zeggen’? Vroeg ik
‘hoi, of doei, of dat je me niet mag’ ze keek een beetje raar toen ze dit laatste zei, ik dacht teleurgesteld, maar ik kon mij moeilijk voorstellen waarom.
‘waarom zou ik jou niet mogen’? Vroeg ik.
‘je doet stom tegen me en je zegt niks’ zei ze boos.
‘ik weet niet wat ik moet zeggen’ zei ik.
Er kwam een bocht, ze fietste wat sneller waardoor ze mij passeerde en als eerste de bocht door reedt. Ik haastte me en reed weer naast haar.
‘ik vind je leuk’ zei ze.
‘l…le….leuk’?! antwoordde ik haperend.
‘ja leuk ja, Jezus ben je een mongooltje ofzo’!
‘ik ben geen mongool’ zei ik.
‘hoe was het gisteren nog gegaan met die dikke jongen’? Zei ze op een chagrijnige, beetje sarcastische, maar toch geïnteresseerde manier.
‘ik heb hem niet meer gezien, en ben gewoon weggegaan’ zei ik.
‘ik vind jou ook leuk’ zei ik.
‘waarom doe je dan zo stom’?
‘ik begrijp mensen soms niet, en weet niet altijd hoe ik op ze moet reageren, waardoor ik anders over kan komen’ zei ik.
Ze zei even niets.
‘ik heb iets, genaamd het syndroom van asperger’ Zei ik.
‘asperger’? ‘volgens mij heb ik dat wel eens gehoord’.
‘maar, als ik dus soms verkeerde dingen heb gezegd, of raar heb gedaan, wil ik dat je weet dat het niet aan jou ligt, en ik het niet zo bedoel’ zei ik.
‘ik begrijp het’ zei ze.
We kwamen op school aan, en zette onze fietsen naast elkaar in de fietsenstalling.
‘vind je me nu nog steeds leuk’? Vroeg ik.
‘natuurlijk, ik neem je niet kwalijk dat je dat asperger hebt’ zei ze
Ik was gerustgesteld.
We liepen de school naar binnen, maar de dikke jongen in de blauwe trui, die hij nu al 3 dagen aanhad, hield ons tegen.
‘waar was je gister’? Vroeg hij.
‘dat kan ik beter aan jouw vragen’ antwoordde ik.
‘nu geen grote mond hebben hé, want daar hou ik niet van’ zei hij.
‘en ik hou er niet van als jij zo doet’
Hij probeerde me bij mijn kraag te pakken, maar ik ontweek.
Ik hou er niet van als mensen aan me zitten.
Met zijn andere hand probeerde hij me te slaan, maar dit ontweek ik ook.
Ik was heel boos omdat hij me probeerde aan te raken en trapte hem in zijn kruis, waardoor hij van de pijn een beetje door zijn knieën zakte.
Ik rende weg, en het meisje rende achter me aan.
‘dat heb je goed gedaan’ zij ze.
Ik zei bedankt en op dat moment ging de bel.
Het 2e uur had ik tussenuur.
Ik wou op de computers gaan om iets op te zoeken over hoe iemand met asperger omgaat met liefde, en of ik enige ervaring kon opbouwen door het lezen van enige artikelen, maar het netwerk bleek eruit te liggen en niemand kon inloggen.
Dit vond ik jammer, en ik had geen rekening gehouden met dit feit, waardoor ik niet wist wat ik moest doen. Ik liep de aula in en ging op de brede vensterbank zitten bij het grote raam.
Ik zette mijn mp3 aan om naar Marco Borsato te luisteren, hierdoor kalmeer ik en word ik rustiger, en kan ik beter nadenken.
Ik keek door het raam naar buiten, en zag een jongen voor kapperszaak ‘de gouden schaar’ staan. In de verte zag ik een groep jongeren op scooters staan, en ze keken de jongen bij de kapperszaak aan. Ze reden met hun scooters keihard op de jongen af, waardoor de jongen schrok, en tegen een meter hoge bloemenpot aanknalde die vervolgens kapotviel.
Op dat moment liep de eigenaar van de kapperszaak naar de jongen toe, en trok hem bij zijn oor mee naar binnen. De jongens op de scooters reden zo snel mogelijk weg, waardoor ze geen moeilijkheden konden krijgen. Dit vond ik oneerlijk en laf van de jongeren op de scooters, want als je zoiets doms in je hoofd haalt, moet je ook verantwoordelijk zijn voor de negatieve gevolgen die eraan vasthangen, vind ik. Maar ik zal het vast wel weer verkeerd hebben, en raar denken.
Plots werd ik op mijn rechterschouder aangetikt door een onbekend meisje.
Dit vond ik niet fijn, omdat ik in gedachte was, en muziek aan het luisteren was.
Hierdoor reageerde ik fel.
Het meisje liep weer weg en liep naar een groepje van 5 meisjes en 2 jongens toe.
Het meisje stond er nog geen 10 seconden en ik zag iedereen van het groepje zachtjes lachen, en zo onopvallend mogelijk naar me kijken door even een seconde naar me te kijken en daarna weer snel hun hoofd weg te draaien.
Ik vind deze situaties niet fijn, omdat ik niet weet wat hun zeggen en denken, maar ik probeerde me er met alle moeite niks van aan te trekken en keek weer naar buiten.
Ineens zag ik de flinkere jongen buiten staan. Dit vond ik raar, want ik had eerder gezien dat hij les had, namelijk Nederlands in lokaal 104.
Hij wachtte op iets, en ik vroeg me af wat.
In de verte zag ik een wat oudere man, met een zwarte pet, zwarte jas, zwarte broek, en zwarte laarzen aankomen, met een zonnebril op en een baard. Ik vertrouwde de man totaal niet, en zag dat hij richting de flinkere jongen liep. Ik vond het wel interessant, en vond het jammer dat ik niet erbij kon staan om hun af te luisteren, alhoewel, ik makkelijk naar buiten kon gaan. Er zijn genoeg mensen die moeten opletten of er geen mensen spijbelen, of zonder toestemming het schoolplein verlaten, maar mij vielen eerder al een paar dingen aan hen op.
De conciërges hebben een uitzicht over alle camera’s in het gebouw, maar het 2e en 6e uur hebben 2 mooie meisjes uit het vierde leerjaar, tussenuur.
De conciërges hebben wel een oogje op deze meisjes, en dit was dus een perfecte afleiding, om langs hun te komen. En aangezien dit het 2e uur was, was het erg gunstig voor mij.
Buiten staat nog een ‘fietsenstalbewaker’, dit is hoe ik hem altijd noem, omdat ik het goede woord niet weet. Deze man is redelijk dom, en al tegen leeftijd.
Als je tegen hem zou zeggen dat je 3 uur tussenuur hebt, terwijl je er maar 1 hebt, zou hij je laten gaan, en als je 1 uur later weer op school komt, zou hij dit niet eens verdacht vinden.
Ik maakte hier gebruik van, en liep langs de conciërges, en langs de ‘fietsenstalbewaker’ naar buiten. Eenmaal buiten aangekomen liep ik in de richting waar ik de flinkere jongen en de enge man in het zwart door het raam had zien staan. Ze mochten mij uiteraard niet zien, dus ik schuilde achter een muurtje.
‘heb je het bij je’? vroeg de enge man in het zwart.
‘ja, als dit het goede is’ antwoordde de flinkere jongen, met een onzekere stem, die ervoor zorgden dat de man hem bij zijn kraag pakte en zei ‘ik hoop het maar voor je’.
De enge man liet hem los, en de flinkere jongen, pakte een klein plastic zakje, met wit spul erin uit zijn zak.
‘hoeveel gram’?
‘200’ zei de jongen angstig.
‘200’?! ‘ik zei 500’! Zei de man.
‘hoe moest ik dat weten, ik gebruik dat spul niet’ zei de jongen.
‘dan wordt het eens tijd dat je het gaat gebruiken, jongen’
De man sleepte de jongen aan zijn kraag mee een steegje in.
Ik volgde hun en schuilde achter een vuilnisbak.
Ik zag hoe de enge man de jongen een pijpje gaf, waar hij vervolgens het witte spul indeed.
De flinkere jongen moest huilen.
‘nee pa, niet doen’! Riep hij.
Op dat moment raakte ik door de war, en zag ik even alles wazig.
De enge man is zijn vader!
‘noem me geen pa, want ik heb veel spijt dat ik jou gemaakt heb’.
‘wat heb ik verkeerd gedaan pa’? Riep de jongen wat harder, en de tranen liepen als een waterval langs zijn wangen.
‘alles, je bent een grote fout, een mislukkeling, hou nu je mond en rook dat spul, anders heb je een heel groot probleem’ zei de man.
De jongen deed wat zijn vader zei, en rookte het spul, waarna hij op de grond viel en zo erg hoestte dat het leek of hij stikte.
‘nu ben je al een wat betere zoon’ zei de vader, en hij liep weg in mijn richting.
Ik was bang dat hij me zou zien, en zag twee lichte vuilniszakken naast me liggen.
Ik kroop in het hoekje van de vuilnisbak, en legde de twee zakken op mij, met als gevolg dat de man mij niet zag.
De jongen lag huilend op de grond.
Ik zette de twee vuilniszakken langzaam op de grond, en kroop zo stilletjes mogelijk weg.
Ik vond het zielig voor de jongen, maar als ik naar hem toe liep, dan wist hij dat ik hun had afgeluisterd, en had ik een nog groter probleem.
Ik liep de school weer naar binnen. De bel ging.
Na school kwam ik het meisje weer tegen.
Ik vroeg haar waar ze woonde, en zei dat ik moest gaan.
Ik liep naar de bloemist om een roos te kopen, en ging die om 16:45 afleveren bij het meisje.
Ik fietste door de straat die ze me had gezegd, maar ik was het nummer vergeten.
Ik wist niet wat ik moest doen, en er kwam weer een raar geluidje uit mijn mond.
De roos gleed bijna uit mijn hand, maar ik hield hem net op tijd tegen en prikte me aan een van de doorns. ik keek om me heen, of ik iets zag waar ik uit kon halen waar zij woonde.
Ik zag voor nummer 42 een fiets staan, een damesfiets. Ik besloot om daar aan te bellen en zette mijn fiets neer. Ik belde aan. Een man met een zware stem deed open.
‘goedendag meneer’ zei ik vriendelijk.
‘hallo jongen, kan ik je ergens mee helpen’?
Ik vroeg of het meisje hier woonde en de man zei dat die niet hier woonde, maar 2 deuren verder. Ik zei netjes bedankt, en wenste hem nog een prettige dag verder.
Ik liep naar nummer 46, en belde aan.
Ik zag door het glas dat het het meisje was, en verstopte de roos achter mijn rug.
Ze maakte open.’heej’ zei ze blij, ik zag duidelijk dat ze vrolijk was om het feit dat ik langs was gekomen. Ik zei niets en haalde de roos voorzichtig achter mijn rug vandaan.
‘ik heb een roos voor je gekocht’. Zei ik
Het meisje keek me met open mond aan.
Ik wist niet wat dit betekende, en dacht dat ze de roos misschien niet leuk vond.
‘had ik hem niet moeten kopen’? vroeg ik.
‘jawel, ik ben hartstikke blij’! ze gaf me een knuffel.
Ik voelde me opgelucht, omdat ze het leuk vond dat ik de roos had gekocht.
‘ik weet niet wat ik nu moet zeggen’. Zei ik.
‘zeg maar niks’. Ze pakte de roos uit mijn hand en legde hem neer op het tafeltje met een rood tafelkleed, en maar liefst 6 tafelpoten. Ze pakte mijn handen vast en ging langzaam met haar hoofd naar voren en vormde haar lippen tot een soort sterretje.
Ik begreep dat ze me wou zoenen, maar ik had dit nog nooit eerder gedaan, en wist niet wat ik moest doen. Ik maakte weer dat rare geluidje, en begon het heel erg warm te krijgen.
Ik besloot om het niet te doen, nog niet.
‘sorry, ik heb nog nooit gezoend dus ik wil nog even wachten’ zei ik.
‘oh, ok het maakt niks uit’ zei ze.
‘zullen we een keer naar de bioscoop gaan’? vroeg ik.
‘ja, dat lijkt me leuk’. Antwoordde ze.
Ik vroeg haar of ze zaterdag kon, en ze zei ja.
Ik besloot om weer te gaan, en zei doei.
Op het moment dat ik naar mijn fiets liep, keek ik naar de lucht.
Nog voordat ik bewust ervan werd dat er een ooievaar bovenop de schoorsteen van een groot huis zat naast me, hoorde ik voor me een geluid.
Ik keek, en het was een man die mijn fiets probeerde te stelen.
Hij pakte de fiets, en op dat moment viel mijn tas, die ik achterop vast had gezet, van mijn fiets af.
De dief liet de tas liggen en fietste ervandoor met mijn fiets.
Ik kon dit niet laten gebeuren, wat zouden mijn ouders ervan zeggen?
Hoe kon ik nu nog op school komen?
Ik moest iets verzinnen.
Als ik de tas zo liet liggen en achter de dief aan rende, was de kans aanzienlijk groot dat mijn tas gestolen werd. Ik gooide de tas in de bosjes rechts, zodat niemand hem kon zien.
Ik rende zo hard als ik kon achter de man aan, maar ik was te langzaam.
Naast me zag ik een steen met de omtrek van een schildpad liggen.
Ik pakte de steen op en gooide hem in de richting van de dief op de fiets, mijn fiets.
Raak. De dief viel op de grond.
Ik rende naar de dief toe en keek naar zijn gezicht.
Ik schrok toen ik zag dat het de vader van de flinkere jongen in de blauwe trui was.
U bent het! Riep ik zonder erbij na te denken.
‘waar ken je mij van’? riep de man kreunend van de pijn.
‘uhh… nergens van, ik dacht even dat U iemand anders was”.
Ik pakte de fiets en reed zo snel mogelijk terug naar de bosjes waar ik mijn tas in had gegooid.
Ik pakte mijn tas en reed naar huis.
De volgende dag werd ik weer wakker gemaakt door de wekker.
Ik kleedde me aan en liep naar de badkamer.
Ik waste mijn handen goed met zeep, en deed mijn lenzen in, en gelijk daarna deed ik gel in mijn haren zodat ik niet twee keer mijn handen moest wassen, dat gaat sneller.
Ik ging naar onder en maakte een boterham met chocolade pasta en een kop earl grey thee.
Ik at het op terwijl ik het nieuws keek.
Ik zette mijn bord en kopje op het aanrecht en liep naar boven om mijn tanden te poetsen.
Ik zei weer doei tegen mijn ouders en fietste naar school, via de weg wat het meisje ook fietst.
Ik kwam weer langs de T-splitsing en zag het meisje niet.
Ik fietste door, misschien was ze eerder vertrokken, maar ik zag haar nog steeds niet.
Plots hoorde ik iemand huilen. Ik keek om me heen en kon niemand zien, alleen een fiets.
Ik stapte van mijn fiets af, en ging op het snikkende geluid af.
Ik zag het meisje liggen, met een wond aan haar arm.
Ik rende naar haar toe, en bukte me.
‘wat is er gebeurt’?! riep ik terwijl er duizenden gedachtes in mijn hoofd ronddwaalde, zoekend naar een uitweg.
‘hij heeft me in mijn arm gestoken’ zei ze.
‘wie’?! vroeg ik bezorgd.
‘mijn ex-vriend, oooh ik heb zo een pijn’! riep ze.
Ik dacht na over wat ik ging doen, en ik besloot om haar op te tillen, en naar een huis ging om voor hulp te vragen. Ik wou alleen niet dat mijn fiets weer gestolen werd, dus ik zette hem tegen een hek op, en deed hem goed op slot.
Ik tilde haar op, en sleepte haar naar het eerste huis wat ik zag.
Ik legde het meisje neer, en belde aan.
Niemand deed open; of er was niemand thuis, of er was wel iemand thuis, maar die deed gewoon niet open omdat ze het niet hoorde, of omdat ze ons al door haar linkerbovenraam met grijzachtige gordijnen, en bloemen op de vensterbank, had zien staan, en daardoor bang werd dat ik haar iets aan ging doen, en daarom de deur niet opende.
Ik pakte het meisje weer op en liep zo snel mogelijk naar het volgende huis ernaast.
Ik legde haar weer neer, en belde aan.
Een oude vrouw met gehoorproblemen en tevens half-blind deed open, en nog voordat ik iets kon zeggen vroeg ze: ‘is dit de belastingdienst’?
‘nee’ antwoordde ik.
‘oh je bent wel laat, kom maar binnen’
Ik tilde het meisje weer op en liep naar binnen.
Met mijn rechtervoet duwde ik de deur achter me dicht.
Ik liep de woonkamer naar binnen en de vrouw keek me aan, terwijl ze haar ogen voor de helft dichtkneep, hierdoor kon ze mij waarschijnlijk beter zien.
‘je bent wel een kleine man voor de belastingdienst’ zei ze.
‘wat draag je, zijn dat de papieren, wat een hoop, leg maar neer op de bank daar’.
Ik besloot hier niet op te antwoorden en legde het meisje neer op de bank.
‘ik ben niet van de belastingendienst’ zei ik.
‘wat heb je niet verdiend’? vroeg ze
‘ik ben niet van de belastingendienst’ zei ik wat harder.
‘jaja ik versta je wel’ zei de vrouw, terwijl ze de keuken inliep.
Ze kwam terug met servies. ‘koop volgende keer wel zelf je servies’. Zei de oude vrouw.
ik pakte het servies niet aan en riep keihard dat ik niet van de belastingendienst was.
‘waar ben je dan van’? vroeg de vrouw angstig.
‘mijn vriendin is neergestoken en ik heb hulp nodig’ schreeuwde ik.
Het meisje kreunde, en viel flauw.
Ik wist niet wat ik moest doen en kreeg het warm.
De vrouw pakte een telefoon, en draaide 112.
Nog voordat ik het wist stond de ambulance voor de deur.
Ik deed de deur open en er kwamen 2 donker getinte mannen het huis binnen, met een soort draagbaar bed.
Ze legde het meisje erop en tilde haar achterin de ambulance.
Ik bedankte de oude vrouw en liep ook naar de achterkant van de ambulance.
‘sorry jij kunt niet mee, jongen’ zei een van de 2 mannen die al achterin zaten.
‘Maar ik wil bij haar blijven’. Zei ik.
‘sorry, het gaat echt niet’. Zei de man.
Nog voordat ik kon antwoorden werden de achterdeuren dichtgegooid, en startte de chauffeur de motor op.
Ik rende naar mijn fiets en haalde hem zo snel mogelijk van het slot af.
De motor begon hevige geluiden te maken, en stond op het punt om te vertrekken.
Uit de haast liet ik mijn fietsensleutel op de grond vallen, en hij viel bijna in een put.
Ik pakte de fietsensleutel op en haalde de fiets van het slot af.
Ik stapte op de fiets en keek de andere kant op.
De ambulance was al weg.
Ik fietste zo hard als ik kon de richting in waar de ambulance heen was gegaan, en zag hem verderop een afslag ingaan.
Ik wou bij het meisje zijn, dus ik volgde de ambulance.
Het ziekenhuis was niet zoveel verderop, en de auto stopte voor de ingang.
De achterdeuren werden opengegooid, en de 2 mannen renden met het meisje op het draagbare bed de ingang naar binnen.
Ik zette mijn fiets op slot tegen een lantaarnpaal aan, en rende het ziekenhuis naar binnen.
Ik liep op de zelfde snelheid als de 2 mannen, wat behoorlijk snel was, naast hun.
‘hoe kom jij nou hier’? vroeg de man die me eerder zei dat ik niet achter in de ambulance kon komen. Ik legde hem uit dat ik hun had achtervolgd met de fiets.
We liepen naar links een kamer naar binnen.
Ze legde het meisje vanuit het draagbare bed op een normaal bed.
Een vrouwelijke dokter met gigantische oorbellen, en heel veel make up op kwam de kamer naar binnen. Ze duwde me aan de kant, en liep naar het meisje.
‘sorry jongen, je moet buiten op dat bankje wachten’ zei de vrouw met de lange oorbellen en heel veel make up. Ik deed wat ze zei en ging op het bankje wachten.
Ik keek om me heen en zag links een oude man lopen met een lange paal met een zakje eraan.
Ik vroeg me af wat in het zakje zat, en besloot het te gaan vragen.
Ik stond op en liep naar de man toe.
‘wat zit er in dat zakje’? Vroeg ik aandachtig.
De man draaide zijn gezicht in mijn richting.
‘wat gaat jouw dat aan, rotjoch’! zei de man boos.
Ik begreep niet waarom de man boos was en vroeg dat.
De man negeerde me en liep verder. Ik wou weer terug op het bankje gaan zitten maar zag dat er 2 volwassen, een vrouw en een man, op zaten.
‘wie ben jij, als ik vragen mag’? vroeg de man.
Ik zei mijn naam en legde uit waar ik het meisje van kon.
‘ooh dus jij bent die jongen waar ze het altijd over heeft’! zei de vrouw met een glimlach op haar gezicht. ‘wij zijn haar ouders’. Op dat moment kwam de vrouw met de lange oorbellen en heel veel make-up naar ons toe, en zei dat één iemand van ons naar binnen mocht.
Ik vroeg netjes of ik naar binnen mocht, omdat ik haar had gevonden, en langs een huis was geweest waar niemand open deed, en toen naar een huis was geweest waar een oude, dove, half-blinde vrouw opendeed, die dacht dat ik van de belasting dienst was, en omdat ik achter de ambulance aan had gereden. De ouders begrepen het, en lieten mij als eerste naar binnen.
Ik liep rustig de kamer naar binnen, en liep heel rustig naar het meisje toe.
Ze sliep, of was nog buiten bewustzijn en ademde hard, net niet snurkend.
Ik pakte een krukje en ging naast haar zitten. Ik keek naar haar gezicht.
Ik zag haar ogen heel lichtjes knipperend opengaan, en leunde wat meer met mijn hoofd naar voren zodat ze mij als eerste zag, en wist dat ik voor haar had gezorgd.
Ze werd wakker en keek me aan. Ze zei niets.
Ze pakte mijn hand vast en fluisterde dankjewel.
De vrouw met de lange oorbellen en heel veel make-up deed de deur langzaam op een kiertje open, en stak haar kop naar binnen.
‘oh ze is al wakker, goed, als ze wilt kan ik haar ouders naar binnen sturen, laat maar wat horen’. Zei ze.
Ik vroeg aan het meisje of ze dat wou.
‘nee, ik wil nog even met jouw alleen zijn.’ Zei ze.
‘waarom’? Vroeg ik.
‘dat maakt niks uit blijf nu maar even’.
Ik luisterde naar haar, en bleef.
‘ik vind je echt heel lief, niemand anders zou een roos voor me gekocht hebben, en voor me gezorgd hebben op momenten zoals deze.’
Ik wist niks hierop te zeggen, dus bleef stil.
‘zeg wat, asjeblieft’. Vroeg het meisje een beetje opdringerig.
‘i….ik.. ik weet niet wat ik moet zeggen’. Zei ik haperend.
Het meisje zuchtte en zei dat het niks uitmaakte.
Ze vroeg of ik haar ouders nu naar binnen kon laten komen, en ik liep naar de deur.
Ik maakte de deur open en keek naar het bankje.
De ouders waren weg. De vrouw met de lange oorbellen en heel veel make-up liep naar me toe, en zei dat de vader een belangrijk telefoontje van het werk kreeg, en de moeder met hem was meegegaan. Ik kon mij dit niet voorstellen, en vond dat het slechte ouders waren.
Ik liep naar binnen en vertelde het meisje dat haar ouders wegwaren.
Het meisje begon te huilen.
Ik begreep niet waarom ze huilde, en raakte door de war met het welbekende inbegrepen rare geluidje uit mijn mond erbij. ‘waarom huil je’? vroeg ik.
‘mijn ouders zijn er nooit voor me, ze hadden liever een ander kind’. Zei ze snikkend.
‘ik weet niet wat ik nu moet doen’. Zei ik.
‘je hoeft ook niks te doen, ga maar naar school ofzo’.
‘ik wil niet naar school, ik wil bij jouw blijven’. Zei ik.
Ze stopte langzaam met huilen, plots kwam er een doktor naar binnen.
Zonder netjes een hand te geven, en zijn naam te zeggen liep hij naar het meisje toe.
‘we moeten je nog even hier houden, meid’.
‘waarom, wat heb ik dan’? vroeg het meisje.
‘het is niks ernstigs, je hebt alleen wat veel bloed verloren’. Zei de dokter.
De dokter keek me aan. ‘en wie mag dit zijn, je broer’? vroeg hij.
‘dit is mijn vriendje’ zei het meisje glimlachend, met een nadruk op het woord ‘vriendje’.
Ik zat even te denken aan de oude man die ik in de gang tegenkwam.
Waarom deed hij zo lullig? Misschien dacht hij dat ik zo’n asociaal kind was met slechte bedoelingen. Opeens drong het tot me door dat het meisje mij haar vriendje noemde.
De dokter was al weg, ik was kennelijk zo lang in gedachte over de oude man in de gang dat ik niet had gemerkt dat de dokter wegging.
‘vriendje’? vroeg ik zonder een bedoeling. Soms vind ik het fijn om iets wat iemand anders heeft gezegd te herhalen, dit helpt mijn hersenen met het verwerken van dingen.
‘wil je mijn vriendje niet zijn’? vroeg ze.
Ik voelde me een beetje raar en door de war, ik wist niet meer wat ik moest denken, moest ik nou blij zijn omdat ik waarschijnlijk een vriendinnetje had of moest ik geschrokken zijn omdat ze me haar vriendje noemde zonder mij iets ervan te vertellen?
‘ik wil wel je vriendje zijn’ zei ik.
‘maar’? vroeg het meisje.
Ik begreep niet wat ze bedoelde met maar, en wachtte tot ze iets bevestigends erachteraan zei.
Ze zei niets, en we waren al 16 seconden verder.
‘wat bedoel je met maar’? vroeg ik.
Ze begon te lachen. ‘niks, gekkie, hebben we nu verkering’?
Ik kreeg het warm, maar net niet zo warm dat ik door de war raakte.
Ik kreeg koude rillingen, maar net niet genoeg rillingen om door de war te raken.
Ik kreeg vlinders in mijn buik, maar deze waren ook niet genoeg om me in de war te laten raken. Ik raakte niet in de war, ik was blij, heel erg blij. Als ik nu ja zei, dan had ik een vriendinnetje! Nog voordat ik de j van ‘ja’ kon uitspreken, kwam de vrouw met lange oorbellen en heel veel make-up naar binnen.
‘Jongeman, je moet gaan, ze moet rusten’. Zei ze.
Ze liet me geen woord meer zeggen, en drong me naar buiten.
Ik liep naar buiten en probeerde mijn fiets weg te pakken, maar was vergeten dat hij op slot zat. Ik haalde hem van het slot af en reed naar school, ik was 124 minuten te laat.
26 minuten en ongeveer 34 seconden later kwam ik op school aan, het was 11 uur.
Ik liep naar de administratie, waar de conciërges werden afgeleid door de meisjes, die waarschijnlijk uitval hadden, want vandaag was het donderdag en op donderdag hadden de meisjes nooit tussenuren. ‘meneer’? vroeg ik.
De conciërge keek me aan.
Met zijn ogen gericht op de meisjes vroeg hij wat er aan de hand was.
‘ik ben te laat’. Zei ik.
‘hoelaat moest je hier zijn dan’? vroeg de conciërge, terwijl hij glimlachte naar de meisjes.
‘half negen’ zei ik.
‘HALF NEGEN’?! riep de docent geschokt, waardoor hij met zijn knie tegen zijn bureau stootte, waardoor zijn hete koffie, die hij waarschijnlijk net had gezet, want de rook kwam er nog vanaf, van zijn bureau afviel en ernaast op de broek van een van de meisjes landde, met als gevolg dat het meisje door de pijn haar been in de lucht schopte, en daardoor de koffie van de andere conciërge eraf stoot die weer op de schouder belandde van het meisje die aan deze conciërge’s kant stond, waardoor dit meisje met een reflex de conciërge naast haar op zijn gezicht sloeg. Ik was geschokt, maar vond het ook wel een grappig ervaring, en moest zachtjes lachen. ‘WAT LACH JIJ NOU’? vroeg de conciërge aan de linkerkant boos.
‘ik vond het grappig, meneer’. Zei ik.
‘ga je onmiddelijk melden bij de directeur’! riep de conciërge aan de rechterkant.
Ik deed wat de rechter conciërge zei en liep de trap naar onder, richting de kamer naar de directeur. Er hing een wit blaadje op van A3 formaat, waar met koeienletters ‘niet aanwezig, melden bij de conciërges’ stond. Ik liep terug naar de conciërges.
De meisjes waren weg. ‘meneer’? vroeg ik voorzichtig.
‘wat moet jij nou weer’? vroeg de linkse.
‘de directeur is niet aanwezig’.
‘ok, vertel mij dan maar eens een hele goede reden waarom jij zo laat bent, anders word je geschorst voor 2 dagen, en geen smoesjes’. Zei de rechtse.
Ik legde de situatie van het meisje in het ziekenhuis uit.
‘goed bedacht’ zei de linkse. ‘voor een smoesje’ erachteraan gevolgd door de rechtse.
‘het is geen smoesje, echt niet’! zei ik bezorgd.
‘ik ga nu het ziekenhuis bellen en vragen of ze daar is’ zei de linkse.
‘en als het niet zo is………’ zei de rechtse op een rare, enge manier.
Ik begreep niet wat hij hiermee bedoelde en wou het vragen, maar op dat moment vroeg de linkse, die onlangs de telefoon al had gepakt en het nummer van het ziekenhuis had ingetoetst, hoe het meisje heette. Ik zei haar naam, en hij kreeg een vrouw aan de lijn. Het geluid van de telefoon stond matig tot hard, waardoor ik moeiteloos kon meeluisteren.
‘een ogenblik geduld, ik moet nog even iets checken en dan help ik U’ zei een hele trage vrouwenstem die er zo’n 10 seconden over deed om het woordje ogenblik te zeggen, en zo’n 30 seconden voor de hele zin. De vrouw met de trage stem legde de telefoon tegen de radio aan, waar op dat moment een liedje van Marco Borsato opstond, waardoor ik raar genoeg in een situatie als deze kalmeerde en tot rust kwam. Na zo’n 40 seconden wachten kregen we de trage vrouw weer aan de lijn.
‘Kan ik U van dienst zijn’? vroeg de vrouw traag.
De linkse vroeg of het meisje in het ziekenhuis lag.
‘nog een ogenblik geduld, dat moet ik nakijken in de database van de computer.’
Ze deed nu 2 keer zo snel over het woordje ogenblik, maar wel 4 keer zo langzaam over de woordjes nakijken, database en computer.
‘ja die ligt hier’. Zei de vrouw.
‘ok bedankt voor Uw trage medewerking’. Zei de linkse, en hij fluisterde het woordje trage zodat de vrouw het niet kon horen.
De linkse hing zuchtend op en keek me aan.
‘ok, hier heb je een briefje, ga maar snel naar je les’. Zei hij.
Ik nam het briefje aan en bedankte hem, en liep door de gang naar de les.
‘hij zei snel’! Riep de rechtse, en ik rende door naar het lokaal.
Na school pakte ik zo snel mogelijk mijn fiets en reed naar het ziekenhuis.
Ik liep naar de kamer waar het meisje lag, en zag door het kleine raampje dat haar ouders en de vrouw met de lange oorbellen en heel veel make-up op binnen zaten. Het meisje stond op uit bed en gaf de vrouw met lange oorbellen en heel veel make-up een hand.
Ze liepen in mijn richting. Ik deed de deur voor hun open.
Het meisje liep glimlachend naar me toe en omhelsde me.
De ouders liepen door en riepen dat als het meisje klaar was ze naar de auto moest komen.
‘wat lief dat je weer bent gekomen’. Zei ze.
Ik wist niet wat ik hierop moest antwoorden en maakte het rare geluidje weer.
‘mag je al naar huis’? Vroeg ik.
‘ja, zo ernstig was het ook weer niet’. Zei ze.
‘maar ik moet nu gaan want mijn ouders zitten op me te wachten’. Zei ze erachteraan.
Aantal keer bekeken: 16324
Waardering: 9.02 op 10
Geef een cijfer:
Verhalen
Wilt u een verhaaltje lezen uit één van de onderstaande categorieën? Klik dan gewoon op een categorie en u komt op de pagina met de verhalen van deze bepaalde categorie.- blunders
- dieren verhalen
- erotische verhalen
- griezel verhalen
- humor verhalen
- kinderverhalen
- liefdes verhalen
- sex verhalen
- spannende verhalen
- sprookjes
Verhalen posten
Hebt u zelf een verhaaltje geschreven? Of een onvergetelijke blunder tegengekomen, of iets anders. En je wilt er anderen mee amuseren, lezen? Met verhalenlezen.nl kan dat geen probleem zijn. Klik hier om een verhaal te posten!Statistieken
Totaal verhalen: 5088Totaal categorieën: 10
Totaal 136 bezoekers online