Verhalenlezen.nl - Voor al uw verhalen en sprookjes. Ook hebben we liefdes verhalen en erotische verhalen.

elke nacht weer.

U leest om dit moment het verhaal elke nacht weer gepost door Ane. Dit verhaal is gepost in de categorie spannende verhalen. Wilt u een zelf geschreven, of een mooi verhaaltje posten? Klik daarvoor hier.

Wilt u terug naar spannende verhalen?
Categorie: spannende verhalen
Gepost door: Ane
Gepost op: 2010-3-28

Verhaal:

elke nacht weer
elke nacht weer, de pijn het gevoel. de vreselijke haat. overdag ben ik een normale jongen, ik heb de zelfde problemen als elke andere jongens: meisjes, stoer zijn, er bij horen. maar daar boven op het ik nog een probleem. een groot probleem. een probleem dat begonnen is ver voor de mensheid opstond.
even een korte uitleg:
vroeg voor de mensheid werd de wereld geleid door dinosauriërs, zeggen ze. maar dat is niet zo. de wereld werd gelijd door een sterk ras. een ras van supermachtige wezens. wezens die elke nacht erop uit gingen in verschikkelijke bloeddige jachten. ze jaagden op andere wezens, de tegen clan. deze sterke wezens leefden veschikkelijk lang. maar de meeste hadden elkaar al vermoord toen de mensen kwamen. behalve een paar stammen. mijn familie is een van die stammen. ik ben 17 jaar oud, alleen ik ben al zo'n 200 jaar 17. een normaal mens wordt elk jaar een jaartje ouder, wij worden dat elke 250 jaar. dus over 50 jaar wordt ik 18. dit bedoelde ik dus met lang leven.
maar laat ik nu maar beginnen met mijn verhaal,,

'het is jou beurt!', riep mijn zus boos.
'echt niet!', riep ik terug, 'ik heb het gister al gedaan, jij mag vandaag!'
'leugenaar!'
'hoe durf je je broer zo uit te schelden!', mijn moeder kwam tussen beiden. even dat je het weet, liegen is bij ons een dodelijk iets. dus iemand uitmaken voor een leugenaar is net zo erg bijna als iemand vermoorden.
'maar mam!', probeerde mijn zus nog.
'nee, gealie, ik wil er niets meer over horen! klaar, jij doet het', mijn zus heette thuis Gealiea. maar het werd altijd afgekort tot Gealie. buiten onze familie hadden we allemaal andere namen. mijn naam binnen de familie was Lorcán. maar buiten mijn familie heette ik Cam. onze familie is Iers, dus alle namen zijn Gealic, zoals wij dat noemen.
'goed', snauwde mijn zus, ze sjokte de tent uit. o ja, wij wonen niet in een huis, wij wonen in een groot woud waar niemand ons kan vinden, in een grote hut. zo blijven we beter in contact met onze voorouders, zegt mijn moeder.
ik plofte neer op de bank en keek naar buiten. het was bijna weer zover. Pap was zijn harnas al aan het aandoen. mijn zus moest nu de eenhoorns gereedmaken. ja de eenhoorns, wij zijn een mytisch volk, dus staan wij in contact met andere mytische wezens. ze bestaan echt. alleen aan mensen vertonen ze zich niet. mensen zijn niet puur van hart en weten nooit wat ze willen. ons volk wel. helaas.
iemand legde een hand op mijn schouder en haalde me uit mijn dagdroom.
'kom op zoon, trek je spullen aan, we gaan erop uit', zei mijn vader. hij had zijn harnas aan. het was een eenvoudig harnas, maar toch zag het er indrukwekkend uit. in zijn heupriem staken normaal twee gouden zwaarden. maar nu zaten er twee zilveren in.
'pap, waar zijn je zwaarden?', vroeg ik.
'hier', he pakte een grote lap stof tevoorschijn. ik sloeg de doek om. in de lap zaten de twee gouden zwaarden. hun handvaten waren gelegd met juwelen, het blad was een combinatie van goud en diamant, zeer krachtig. het waren magische zwaarden, machtige zwaarden.
'ik wil dat jij ze hebt'
'pap, dat kan ik niet aannemen, ik ben nog geen 18'
'in mijn ogen wel, zoon'
met trillende hand pakte ik de zwaarden. Gealie had de eenhoorns al klaar. ze hond zet bij de teugels toen wij naar buiten liepen. ze zag de zwaarden aan mijn riep en haar mond viel open. 'Maar hij is nog geen achttien!', schreeuwde ze uit.
'en jij bent nog maar een meisje', zei ik terug.
'oh!', riep ze verontwaardigd. ze draaide zich om en rende de tent in. ik liep naar Avalon, mijn eenhoorn. in de meeste sprookjes zie je altijd dat eenhoorns wit zijn toch? nou nee. eenhoorns zijn net echt paarden alleen met een hoorn en veel machtiger. Avalon was zwart, pik zwart. en hij was al bij me sinds mijn geboorte. voor elk van ons die geboren wordt, komt er een eenhoorn die bij ons past. en zodra we kunnen lopen zoekt de eenhoorn ons op. dan zijn we niet meer te scheidden en blijft hij altijd trouw. mijn vaders eenhoorn, Jres, was een zandkleurige merrie. ik sprong op de rug van Avalon. 'run Avalon, Run', we galoppeerde weg. mijn vader volgde in mijn voetsporen. ik glimlachte. maar er viel weinig te glimlachen.

we stopten in de verzamelplek. we stapten af en gingen bij de andere mannen zitten.
'Lor!', hoorde ik een van de jongens zeggen. ik klopte Avalon op zijn nek en liep naar de jongens toe.
'eindelijk man', zei Kreadra. 'we hebben op jullie gewacht'
'sorry, Gealie was weer eens stom bezig'
'dat heb je met vrouwen', zei Trijka.
'dus wat is de missie?'
'infiltreren in de mensheid', zei de leider die opeens achter ons stond.
'wat?', zeiden alle jongens tegelijk.
'we moeten onze stammen uitbreiden. ons volk is aan het uitsterven. als de jongeren nieuw bloed in onze stammen krijgen worden we weer machtig'
'maar, mensen leven veel korter'
'we turnen ze ook'
'turnen?', riep mijn vader uit. 'dat is gevaarlijk Ozui'
'we moeten het proberen. Jongeren, luister mij aan. vind je andere helft in de wereld der mensen. Turn ze als jullie op het punt staan te turnen'
'maar, we weten niet hoe dat moet!', riep kreadra.
'alles zal duidelijk worden kreadra. alles' Kreadra knikte. Jongens, rij terug verzamel je bezittingen, morgen rijden jullie naar nieuwe adressen in de mensen wereld'
we stonden een voor een op en liepen terug naar onze paarden. ik klom op Avalon en reed als de wind terug naar mijn huis.
'Lor?', vroeg mijn moeder verbaasd. 'is de zitting nu al voorbij?'
'nee, de jongens hebben een missie'
'wat?'
'we moeten morgen uitrijden naar de mensen wereld, onze andere helft vinden en haar terug brengen in onze wereld. door haar te Turnen'
'wat?! dat is te gevaarlijk!'
'mam, we kunnen niet tegen Ozui ingaan'
'oh god, mijn jongen. ik moet je iets laten zien', ze pakte mijn hand en lijde mij naar haar en papa's kamer. ze openede met de ketting om haar hals een koker. in die koker zaten twee dingen. een: een rol perkament, 2: een ketting.
'bij de eerste stammen werd deze ketting gemaakt, er is een andere helft van', ze gaf de ketting aan mij. 'het was gemaakt door jou overgrootvader de tweede helft gaf hij aan zijn geliefde, zijn tweede helft. dit is de helft van jou overgrootvader. de andere helft is beland in de Mensen wereld. alleen diegene, bedoeld voor jou, zal de ketting kunnen dragen. andere niet'
ik keek haar onbegrijpend aan.
'de magie in deze kettingen zal hun naar elkaar drijven. je zal je tweede helft vinden, door deze ketting. dat weer ik zeker'
ik knikte en deed de ketting om. een rijke gloed vulde mijn hart, wijsheid en liefde en magie stroomde in mijn aderen. toen voelde ik het weer. de pijn. het begon. mijn moeder zag het en leidde mij de kamer uit en sloot me op in de stal bij Avalon. hij was het enige wat mij kon beschermen tegen mezelf. de pijn begon bij mijn benen. een vurige pijn. alsof ik verbrande. de pijn steeg. langzaam bereikte het mijn benen en mijn middel. uiteindelijk was mijn hart aan de beurt. de pijn was ondraagelijk. ik sloot mijn ogen. de pijn de vurige pijn die door mijn hart stak was alles waar ik aan kon denken. een duisternis maakte mijn hart koud. het voelde alsof er een groot zwart zeil over mij heen gelegd werd. het zeil bracht een verlichting. het zorgde voor wat verlichting van de pijn. ik voelde er bijna niets meer van. langzaam was de pijn helemaal weg. alleen wist ik niets meer. ik kon me niets meer herinneren. helemaal niets. ik stond op en opende mijn ogen. ik stond in de schuur, met Avalon naast me. hij keek me onzeker aan. ik keek terug. zijn hoorn tikte mijn voorhoofd aan. ik wist het weer. Avalon, mijn eenhoorn. ik liep naar zijn waterbak. en dronk wat. ik keek in de weerspiegeling. en tot mijn schrik stond ik daar niet. het was een monster. een groot zwart donker moster met rode ogen en scherpe tanden. de dorst was niet gelesd door het water. ik wilde iets anders. ik voelde met mijn tong langs mijn hoek tanden, ze waren scherp en puntig en klaar om hun doel te dienen. ik sprong op Avalon and stuurde hem naar het bos. we gallopeerde weg. mijn moeder keek ons na, zoals ze dat elke avond deed. je moet begrijpen dat ik dit niet vrijwillig deed. ik ben puur van hart. maar een vampier zijn heeft nare bij werkingen. vooral voor de jongens. pas bij de leeftijd van 18 begin je je vampier zijn onder controle te krijgen. meisjes hadden hier geen last van, zij hadden het maar eens in de maand. jongens niet. maar ik hoefde nog maar 50 jaar zo door te gaan, dan kon ook beginnen met het controleren van de duistere kant.


einde deel 1,
moet het verder? geef je cijfer!

Aantal keer bekeken: 2127
Waardering: 7.00 op 10
Geef een cijfer:

Alle rechten voorbehouden 2005-2018 - www.verhalenlezen.nl


Verhalen

Wilt u een verhaaltje lezen uit één van de onderstaande categorieën? Klik dan gewoon op een categorie en u komt op de pagina met de verhalen van deze bepaalde categorie.

Verhalen posten

Hebt u zelf een verhaaltje geschreven? Of een onvergetelijke blunder tegengekomen, of iets anders. En je wilt er anderen mee amuseren, lezen? Met verhalenlezen.nl kan dat geen probleem zijn. Klik hier om een verhaal te posten!


Statistieken

Totaal verhalen: 5175
Totaal categorieën: 10
Totaal 8 bezoekers online