Verhalenlezen.nl - Voor al uw verhalen en sprookjes. Ook hebben we liefdes verhalen en erotische verhalen.

Verhaal Mijn dood. Part 3.

U leest om dit moment het verhaal Verhaal Mijn dood. Part 3 gepost door Lizzy. Dit verhaal is gepost in de categorie spannende verhalen. Wilt u een zelf geschreven, of een mooi verhaaltje posten? Klik daarvoor hier.

Wilt u terug naar spannende verhalen?
Categorie: spannende verhalen
Gepost door: Lizzy
Gepost op: 2008-8-31

Verhaal:

Verhaal Mijn dood. Part 3
Reacties kunt u mailen naar lizzy_thats_me@hotmail.com

3de deel van Verhaal Mijn dood.

- Week later -

Het was weer maandag. Ik had de hele week rond gespookt overal en nergens. Vaak ging ik langs bij me ouders en naar me school. Ik vind het nog altijd fijn om de mensen te zien waarvan ik van hou. Ook al hadden ze verdriet om mij. Ik moest hoe dan ook gewoon bij ze blijven. Misschien voelde ze me aanwezigheid wel. Dat weet ik natuurlijk niet. Of ik moet toevallig op een plek zijn waar iemand tegen zichzelf praat. Het was de dag van de begrafenis. Ik had ontdekt dat me moeder vaak naar me kamer ging en dan op me bed ging zitten. Ik had toch maar me stoute schoenen aangetrokken en een brief geschreven als volgt:

Als ik vroeg dood zou gaan.
Dan zou ik willen dat niemand zwarte kleding aan trok.
Zou ik geen kerkelijke gezang willen horen, maar mijn favoriete muziek.
Dat zou je kunnen vinden op mijn mp3 of op de computer.
Veel fleurige zijn bloemen zijn welkom witte bloemen niet.
Behandel het ook niet als een echte begrafenis, maar wees dankbaar dat ik er mocht zijn.

Ik had alles in een kladblok gezet en midden op me bureau gelegd. Ze zou vast denken dat ze het over het hoofd had gezien en misschien was ze wel nieuwsgierig om in te kijken. Ter afleiding zette ik er ook nog een datum op. Dat al een paar maanden eerder geschreven zou moeten zijn. Ik zag het absoluut niet als een begrafenis, maar als een feest waarmee ze mij bedankte dat ik hier op aarde was. Eigenlijk ben, maar dat weten hun natuurlijk niet.

Ze had inderdaad mijn kladblok open geslagen en even verscheen een glimlach op haar gezicht. Ze wist nu dat ze een perfecte begrafenis voor me kon regelen wat ik echt wou. En daar wou ik haar ook zo graag mee helpen. En inderdaad toen ik vandaag mijn huis binnen liep droeg iedereen vrolijke kleding. Niet te overdreven, maar zo werd er toch rood, oranje, groen, blauw enz. gebruikt. En geen enkel zwart stuk kwam ik tegen. Het zag er zo al een stuk minder gedeprimeerd uit. Ons huis liep langzaam vol met huilende familieleden. Ze zouden straks allemaal samen naar de kerk gaan. Ze hadden een klein kamertje waar ik opgebaard lag. Wat ik zelf nogal een eng idee was, maar dat zou wel aan mezelf liggen omdat ik mezelf zag. Dat was natuurlijk wel wat schrok wekkende. Ik stapte bij me gezin in de auto. De plek in het midden waar ik altijd had gezeten. Weer raakte ik mijn broer per ongeluk aan. ‘Deze auto is ook veel te klein’ Mopperde ik. Het was nog altijd een raar idee dat je constant tegen jezelf aan zat te praten. Mijn broer keek weer mijn kant uit en wreef zoals toen naar het ziekenhuis weer over zijn arm. Hij voelde me nog steeds. Sommige konden mijn beter voelen dan andere. Als ik mijn zusje aanraakte voelde ze niks. Deed ik het wat harder dan voelde ze me een klein beetje. Zo deed ik steeds meer ontdekkingen. We stopten voor de kerk. Niemand was er nog maar de kerkdienst zou ook pas over 2 uur beginnen en over 1 uur zou de condoleance zijn. Mijn kaartje was erg mooi geworden. Het was precies mij. Ik was er trots op ook al zag niemand het. Er stonden broodjes, koffie en thee op tafel. Toen we naar binnenliepen. Sommige pakte gretig wat te drinken of een broodje, maar mijn ouders en broer en zusje kregen geen hap door hun keel. Ik had het zo druk met mijn familie dat ik pas na 10 minuten merkte dat er in een mooi versierde hoek mijn kist stond. Kippenvel trok over mijn hele lichaam. Er stonden mooie fleurige bloemen om heen in allerlei kleuren. Mooie kransen lagen op het deksel. Het bovenste stuk van het deksel was weg. Mijn hele lichaam kriebelde toen ik die kant op liep. Ik zou zomenteen weer recht tegen over mezelf staan. Ik had mij sinds het ziekenhuis bezoek niet meer gezien. Mijn ouders zijn nog een paar keer geweest, maar ik kon het niet verdragen. Het vreemde was als ze bij me stonden. Bij mijn lichaam kon ik ze toch horen. Ook in het ziekenhuis hoorde ik de stemmen al was ik er zelf niet bij.
Nog altijd wist ik niet wat er was gebeurd. Na de begrafenis zou ik dat ooit gaan uitvogelen. Ik was toch wel erg nieuwsgierig. Ik was nog een paar stappen verwijderd van het open gat in de kist een paar plukjes haar zag ik al. De rillingen liepen over me rug. Ik verzette nog twee stappen en zag toen mijn gezicht. Mijn ogen waren dicht en leek net of ik sliep. De wonden prijkte nog altijd op me gezicht. Tja logisch ik was dood. Mijn bloed pompte niet meer rond en konden mijn wonden niet meer genezen. Mijn blauwe plekken en wonden waren wel wat bijgewerkt en ook hadden ze me make-up opgedaan. Toen ik toch maar even onder de klep keek. Zag ik ook dat mijn favoriete kleding was aangetrokken. Een glimlach verscheen op mijn gezicht. ‘Goed gedaan’ Zei ik zachtjes. Ik keek nog even naar me zelf en liep toen weer terug. Mijn ouders bogen zich nu over de kist. Het rare was toen mijn moeder me aanraakte ik dat ook daadwerkelijk voelde. Ik voelde hoe ze met haar hand over mijn wang streek. Hoe ze woordje in me oor fluisterde. Het hielp ik werd er rustig van. Ik vond het heerlijk om naar haar stem te luisteren. Ook me vader fluisterde me alles toe. Wat was dat fijn om nog even te kunnen horen. Er kwamen steeds meer mensen. Mijn ouders, broer en zusje begonnen braaf handjes te schudden terwijl ze moeite deden om niet te huilen. Langzaam liep de kerk vol. Veel mensen keken nog even naar me en ook al was ik al in de kerk. Ik hoorde alle stemmen in me oor. Ik zat op de voorste rij in de kerk en genoot van alles wat ze tegen me zeiden.

Na een uur was de hele kerk stamp vol. Ik was er zelf verbaasd van. ‘Zo, zo ik ben wel erg liefde vol zeg’ Zei ik lachend tegen mezelf. Ik had het zelf niet verwacht, maar ik vond het erg prettig om te zien. Iedereen zat in een vrolijk kloffie en nergens zag je zwarte kleur. Zelf werd ik er vrolijk van. Zoals ik mijn kladblok begon mijn favoriete liedjes af te spelen. Mijn hele gezin had een klein verhaaltje gemaakt. Geen één redde de laatste zin zonder te huilen. Ik vond het nog steeds vreselijk dat ik niet kon huilen. Het lukt me nog steeds niet al deed ik nog zo mijn best. De dienst was mooi. Gewoon perfect. Al vond ik jammer dat het mijn dienst was. Opeens flitste er iets in mijn gedachten rond en schrok er van. Als ik straks begraven word zou ik dan verdwenen zijn? Ga ik dan naar de hemel? Ik raakte in paniek. Ik wou nog niet weg nu nog niet! Ik wou nog zoveel doen, maar misschien was dit nu wel mijn laatste dag. Ik werd als maar onrustiger op mijn stoel en toen de dienst afgelopen was en tijd was om naar de begraafplaats te lopen was ik ongeveer de eerste die gauw de zaal verliet en rende naar de begraafplaats. Gauw zocht ik mijn plekje op. Een grote gat was al gegraven toen ik mijn plek naar lang zoeken vond. Zou dit echt mijn laatste dag zijn?

Ik ging naast het gat op de grond zitten en staarde de diepte in. In de verte hoorde ik de mensen al aankomen. Mijn kist werd op de draagkettingen gelegd boven het gat. Nog even werd er wat gezegd en werden door veel vriendinnen nog een roos op mijn kist gegooid. Toen zakte mijn lichaam langzaam de diepte in. Het regende zachtjes. Ik zelf voelde het niet en ik werd tot me verbazing niet nat. Het gaf me raar gevoel hoe ik daar de diepte in gleed, maar verder gebeurde er nog niks met mij. Nog even liep iedereen langs me graf. Doorweekt en met tranen. De meeste zeiden nog zachtjes een groet en liep toen vluchtig weg. Ik zelf bleef zitten ook toen iedereen al was verdwenen. Bleef ik zitten. Er kwam al een klein wagentje aan die het zand er weer in zou kieperen. Langzaam werd het gat steeds minder diep tot het helemaal dicht was. De bloemen die er naast lagen werden er netjes op gelegd. Nog steeds zat ik aan het randje van me graf, maar er gebeurde niks. Ik ging niet naar de hemel. Ik verdween niet. Nee, ik zat nog steeds tegen mijn graf aan te kijken. Langzaam sta ik op en loop terug naar het gebouwtje waar nog een aantal mensen zitten na te praten. Ik ben nog steeds bang dat ik plotseling verdwijn of dat ik het licht zie of wat het dan ook mag zijn, maar tot nu gebeurd er nog niks.


Het was al nacht toen ik terug naar me graf liep, maar toen ik een paar passen van me graf af was zag ik dat er iemand voor stond. Verbaasd liep ik er na toe. Diegene zag me toch niet dus waar voor moet ik bang zijn, maar toch vond ik het een beetje spannend het was tenslotte 2 uur. Het was een jongen ongeveer van mijn leeftijd. Er stond een kleine steen op me graf die zou er een jaar blijven staan en dan kwam mijn echte graf. Als je nou de echte er op zou zetten zou het graf op den duur schreef gaan staan. Dus ik moest het eerst even doen met een klein bordje. De jongen zat het met aandacht te lezen. Al stond alleen mijn naam en de datums van geboren en overlijden der op. Voorzichtig ging ik naast hem staan niet te dichtbij. ‘Hoi’ Hoorde ik opeens achter me. Ik draaide me om maar ik zag alleen de jongen voor de rest was er niemand. Ik haalde me schouders op en zakte naast me graf neer. Verbaasd keek ik op toen de jongen ook naast me neer zakte. ‘Ben jij Amy?’ Vroeg hij nu. Mijn ogen werden groot. Hij zag me. ‘J-ja’ Stammelde ik. Zijn gezicht draaide naar me toe. ‘Waarom ben je dood, Amy? Je hoeft voor me niet bang te zijn. Ik doe je niks.’ Zei hij met een glimlach. Op één of andere manier stelde me dat gerust. ‘Ik weet het niet.’Zei ik voorzichtig.

‘Oh, nee?’ Vroeg hij verbaasd. ‘Ik heb nog geen idee. Ik kan het nog niet bedenken het komt maar niet weer in mijn gedachten’ Zei ik zuchtend. Hij keek me bedenkelijk aan. ‘Weet je al hoe je moet verplaatsen?’ Vroeg hij nieuwsgierig. ‘Verplaatsen?’ ‘Ja, of wil je beweren dat je alles nog lopend aflegt?’ Vroeg hij met grote ogen. ‘Uh ja, of ik ga met een auto mee’ Zei ik aarzelend. De jongen schudde zijn hoofd. ‘Als jij je kunt verplaatsen kunnen we voor een klein tijdje terug naar het verleden. Niet voor lang maar voor even.’ Zei hij ernstig. ‘Echt?! Geweldig. Ga jij me dan leren hoe ik moet verplaatsen’ Riep ik enthousiast. ‘Prima’ Grinnikte hij. Hij stond op en ik volgde. ‘Oja, Ik ben Sem en ik ben een half jaar geleden verongelukt’ Zei hij serieus. ‘Amy’ Antwoordde ik zachtjes. Samen liepen we het kerkhof af. ‘Heb je enig idee waar je dood hebt kunnen gaan?’ Ik begon na te denken en dacht toen aan de lintjes. ‘Misschien in het park een dag na me dood stonden er lintjes’ Zei ik bedenkelijk.

‘Mm oké.’ Zei hij bedachtzaam. ‘Heb jij hier vroeger ook gewoond?’ Vroeg ik nieuwsgierig. ‘Zo, zo gaan we nieuwsgierig wezen?’ Zei hij met een glimlach. Ik knikte lachend terug. Het was heerlijk om weer normaal met iemand te kunnen praten. Ik besefte nu wel dat ik het erg had gemist.’Ik heb hier vroeger gewoond. Wat zou ik hier anders doen?’ ‘Geen idee, Misschien reis je wel over de hele wereld.’ Zei ik met een knipoog. ‘Ik ben 1 keer in Duitsland geweest, maar als je dood bent voel je je in een ander land echt niet prettig geloof me. Hier voel ik me fijn.’ Zei hij tevreden. ‘Waarom stond je bij me graf?’ ‘Meestal kijk ik altijd even over er nieuwe mensen zijn. De meeste gaan door naar de hemel, maar toen ik voor jou graf stond voelde het anders dan de andere. Het voelde nog zo aanwezig. En ik had gelijk.’ ‘Zijn er dan maar weinig mensen die blijft steken dan?’ Vroeg ik vol nieuwsgierigheid. ‘Klopt. Ik ken er 4. Twee zijn nu overgevlogen en 2 lopen hier ook nog ergens rond. 1tje houdt wel van reizen, maar dat is zijn smaak. En de andere is meestal bij zijn gezin.’ Ik knikte. ‘Zo stop maar’ Zei hij toen ik wou doorlopen. Ik stopte en draaide me om. ‘Gaan we beginnen’ Vroeg ik nieuwsgierig. ‘Ja, Oké denk een makkelijk beeld in. Bijvoorbeeld je wilt je vader heel graag zien nu. Ga je daar goed op concentreren. Langzaam verdwijn je en als het goed is kom je op de goede plek uit. Kan fout lopen, maar ik kom achter je aan. Het is mij ook een paar keer overkomen. Gebeurd me soms nog steeds’ Zei Sem grinnikend.

‘Oké, dan kies ik voor me beste vriendin Lindsey, maar stel je voor dat de deur op slot is knal ik er dan niet tegen aan?’ vroeg ik beangstigend. Weer moest hij lachen en ik voelde me ontzettend dom. Als hij lachte werd hij wel knapper. Hij was eigenlijk helemaal wel knap. Halflang bruin haar en helderblauwe ogen. ‘Amy, je weet er dus echt niks van. Je bent een geest als jij je alleen maar op die persoon concentreert dan gebeurd er niks. Als je op een deur gaat concentreren dan kan je al weten wat er gebeurd natuurlijk. Dan kom je bij een deur. Je zou zomenteen wel merken hoe het er aan toegaat.’ Zei hij terwijl hij me een bemoedigde kneepje in me hand gaf. Ik begon me te concentreren op Lindsey. Al gauw merkte ik dat me voeten van de grond kwam. Het was een raar gevoel alsof je zweefde. Naja, dat deed je natuurlijk ook. ‘Goed zo’ Hoorde ik in de verte een bemoedigende stem. Toen ik naar me handen keek werden ze onzichtbaar. Ik concerteerde me nog beter. En zo werd ik langzaam helemaal onzichtbaar. Met grote ogen belandde ik in een zwarte tunnel. Vanzelf zweefde ik er doorheen. Tot mijn verbazing zweefde er nog veel meer mensen rond. Vast allemaal doden die hun eindbestemming moest bereiken.

Zo was ik in die tunnel gekomen, zo werd ik er ook weer uitgesmeten. Al direct merkte ik dat het niet helemaal goed was gelukt. Mijn aandacht was vast verslapt, want ik was op de helft blijven steken. Naast mij verscheen Sem. ‘Nou je bent in ieder geval op de helft’ Zei hij met een klein lachje.’Mijn aandacht verslapte geloof ik, maar ik heb dit ook nog nooit mee gemaakt.’ Hij knikte ‘Probeer nog eens’ Weer ging ik me concentreren en zorgde dat ik niet werd afgeleid. Net zo als de eerste keer begon ik weer te zweven en werd ik weer onzichtbaar. Al snel kwam de tunnel en toen ik er weer uitgezet werd. Stond ik in de kamer van Lindsey. Ik was zo blij dat ik per ongeluk een kaarsstandaard opgooide op de grond gooide. Automatisch bleef ik heel stil staan, maar natuurlijk had Lindsey het gehoord. Toen ze zich omdraaide en mijn kant op keek. Begon ik te gillen. Sem verscheen naast haar. ‘Wat is er?’ Vroeg hij bezorgd zodra hij er weer ‘Normaal’ er uitzag. ‘Lindsey ziet er vreselijk uit. Allemaal mijn schuld’ Bazelde ik.

Lindsey haar make-up zat meer op haar wangen dan rond haar ogen. Haar ogen leken net twee holle gaten. Het leek net of zij degene die dood was in plaats van ik. Naja, ik wist ook niet hoe ik er nou uitzag. Ik was nieuwsgierig er in geweest, maar zodra ik voor een spiegel stond veranderde ik in een schim. Mijn lichaam zag er dood normaal uit, maar voor een spiegel veranderde dat. Ik voelde een hand op mijn schouder. ‘Met lindsey komt het wel weer goed’ Zei Sem. ‘Hoe weet jij dat zo zeker’ Riep ik fel. Sem verroerde zich niet zijn hand bleef op mijn schouder. ‘Wie is er nou langer dood jij of ik.’ Zei hij terwijl hij met zijn hand in me zij porde. Even glimlachte ik doordat het kietelde, maar me gezicht vertrok weer snel. ‘Hoe weet je dat nou zo zeker’ Vroeg ik onzeker terwijl ik naar lindsey keek. Ze liep naar de kaarsenstandaard die ik net had om gegooid en zette die weer overeind. ‘Ze heeft een sterk persoonlijkheid. Dat weet ik gewoon zeker. Ik heb al veel rouwende mensen gezien’ Zei hij serieus. ‘Ik zou zo graag een keer contact willen maken, maar ik zou niet weten of ze in geesten of dergelijke gelooft. Zo niet, word dat alleen maar moeilijker’ Zei ik met een zucht.

‘Dat klopt, maar er valt altijd wel wat aan te doen. Je kunt het proberen, maar geef haar eerst even de tijd om een beetje op te knappen.’ ‘Dat was ik ook al van plan’ Zei ik. ‘Kom we gaan. We gaan nog een paar keer oefenen en morgenavond vertrekken we naar het verleden.’ Ik knikte en begon me op nieuwe personen te concentreren. Zo ging ik langs bij me ouders, mijn broer die bij een vriend was, nog een paar vriendinnen en familieleden. Af en toe liep het nog fout en belandde ik halverwege of helemaal ergens in een weiland, maar verder ging het erg goed. Het was ondertussen alweer laat in de ochtend. Sem en ik zaten in een bankje in het park. ‘Weet je ook dat je door mensen heen kunt gaan?’ Vroeg Sem terwijl hij een paar mensen zag lopen. Verbaasd keek ik hem aan ‘Kan dat dan? Ik kan ze wel gewoon aanraken.’ ‘Kijk daar krijg je het concentreren weer. Het is wat spannender dan verplaatsen en wat gevaarlijker. Als het fout gaat knal je daadwerkelijk tegen de persoon aan’ Zei hij lachend.

‘Dat is je zeker al een keer overkomen’ Zei ik lachend. Hij knikte ‘Het gebeurd me nog wel eens. Sommige mensen reageren er amper op, omdat ze me minder voelen, maar sommige schrikken zich kapot en weten niet hoe gauw ze moeten rennen.’Zei hij met een glimlach. ‘Wat is eigenlijk de nut om door mensen heen te gaan?’ ‘Als het heel druk is. Dan kun je er simpel doorheen. Zo laat je mensen minder erg schrikken dan dat ze tegen je aanlopen, omdat ze je niet zien. Dan kan jij voordat ze tegen je aanbotsen jezelf onzichtbaar maken en lopen ze gewoon door je heen. Sommige mensen voelen wel wat hoor en jij zelf ook. Het is een beetje vreemd kriebelig gevoel.’ Ik dacht na. ‘Ja daarvoor zou het wel handig zijn’ Zei ik uiteindelijk. ‘Als je door mensen kunt. Kun je ook door voorwerpen. Heel handig.’ Zei hij lachend toen hij me met grote ogen zag. ‘Heb ik niks voor niks constant de deur opgedaan en weer dicht gedaan en nog wel zachtjes ook.’

- Nacht -

Het was zo ver. We zouden naar het verleden gaan. Ik vond het spannend, maar ik was ook bang. Ik had nog steeds geen idee hoe ik dood had kunnen gaan. En nou was bijna het moment van de waarheid. Ik was bang voor wat ik zou komen te zien. Wat zou er mij gebeurd zijn. Zou ik gelijk dood zijn gegaan of een langzame dood? Ik hoopte voor het eerste. Ik had nou niet zoveel zin om zelf zien te lijden. We zaten samen op een bankje in het park. Zenuwachtig begon ik heen en weer te wiebelen en met mijn vingers tegen het bankje te tikken. ‘Ben jij eigenlijk wel eens naar je eigen verleden geweest?’ Vroeg ik aan Sem. ‘Ja, ik wist al waar ik aan dood was gegaan. Ik heb stiekem een krant gepakt en die gelezen. In mijn advertenties was het duidelijk dat ik dood was door een ongeluk, maar toch blijf je nieuwsgierig. Ik wist ook niet meer hoe het was gegaan en ik wou het heel graag weten hoe ik dood ben gegaan. Ik ben toen ook samen met iemand mijn verleden ingegaan en heb mezelf een halve dag gevolgd tot aan het ongeluk aan toe. Het was een fatale klap ik op mijn scooter en de andere man met zijn vrachtauto. Hij had me over het hoofd gezien. Ik werd van de achterkant geraakt en vloog dus direct van me scooter af en kwam onder de vrachtwagen terecht.’

‘Mis je je leven?’Vroeg ik. ‘Soms, als ik zie dat mijn vrienden zich vol op vermaken. Dan wil ik er bij zijn. En dat soort dingen, maar voor de rest is het aardig te doen.’ ‘Waarom ben je de hemel nog niet in?’ ‘Ik weet het niet. Volgens mij ligt het er aan of jij je klaar voelt voor de hemel. Dan word je volgens mij naar de hemel gebracht. Meestal blijven jongeren hier rondlopen die niet dood wouden, maar die nog van het leven wouden genieten. Over een poos ben je klaar om naar de hemel te vertrekken. Zo is het ook bij me andere vrienden gegaan. Op gegeven moment hadden ze genoeg van de wereld en wouden gaan. En daar gingen ze’ Vol bewondering zat ik te luisteren. Dus ik wou nog helemaal niet gaan. Ik had dus nog niet genoeg van de wereld. Ik was blij dat ik Sem had ontmoet. Ik werd met de dag wijzer.

‘Zullen we maar eens gaan, ben je er klaar voor?’Vroeg Sem bezorgt. Ik zat nog steeds als een gek te wiebelen op het bankje. ‘Ik ben er meer dan klaar voor. Denk ik’ Twijfelde ik nog een beetje. ‘Dan gaan we. Je moet me hand vast pakken en aan de datum van je overlijden te denken meer hoef jij niks te doen. We gaan naar de tijd van ’s middags waar was je rond 14.00 uur?’ Vroeg Sem terwijl hij me hand vast pakte. ‘Op school. Laatste 2 uur drama.’ Zei ik. ‘Oké concentreer je goed heel goed. Dan gaan we’ Zei Sem op een rustige geconcentreerde toon. Ik ontspande me en onze voeten gingen van de grond. Samen werden we onzichtbaar en vlogen de tunnel weer in. Het deed wat langer dan de andere keren, maar niet veel later vielen we weer uit de tunnel. We stonden in de klas bij drama. Ik zag mezelf. Ik kon me direct herinneren wat we hier gedaan hadden. Op school had ik nog zoveel lol gemaakt die dag.


Aantal keer bekeken: 1433
Waardering: 5.80 op 10
Geef een cijfer:

Alle rechten voorbehouden 2005-2018 - www.verhalenlezen.nl


Verhalen

Wilt u een verhaaltje lezen uit één van de onderstaande categorieën? Klik dan gewoon op een categorie en u komt op de pagina met de verhalen van deze bepaalde categorie.

Verhalen posten

Hebt u zelf een verhaaltje geschreven? Of een onvergetelijke blunder tegengekomen, of iets anders. En je wilt er anderen mee amuseren, lezen? Met verhalenlezen.nl kan dat geen probleem zijn. Klik hier om een verhaal te posten!


Statistieken

Totaal verhalen: 5175
Totaal categorieën: 10
Totaal 12 bezoekers online