Verhalenlezen.nl - Voor al uw verhalen en sprookjes. Ook hebben we liefdes verhalen en erotische verhalen.

de waterval.

U leest om dit moment het verhaal de waterval gepost door h. Dit verhaal is gepost in de categorie liefdes verhalen. Wilt u een zelf geschreven, of een mooi verhaaltje posten? Klik daarvoor hier.

Wilt u terug naar liefdes verhalen?
Categorie: liefdes verhalen
Gepost door: h
Gepost op: 2010-7-14

Verhaal:

de waterval
De waterval

Het is een warme zomerdag, de bomen in het bos hebben een dik bladerdek. Het meeste zonlicht wordt hierdoor tegengehouden maar op de plekken waar het zonlicht erdoorheen kan komen vormen zich lichte plekken op de met mos begroeide grond. De muggen zoemen zachtjes in zwermen om elkaar en de geur van de licht vochtige aarde voegt samen met de hier en daar bloeiende wilde bloemen een heerlijke geursensatie toe aan haar wandeling. Langzaam loopt ze tussen de bomen door, het slingerende met naalden bedekte pad volgend. De stilte tussen de bomen maakt dat ze zich helemaal kan ontspannen en de drukte van alledag vergeet ze al snel hierdoor. Tot nu toe is ze helemaal niemand tegen gekomen.

De vochtige atmosfeer doet haar lichaam zweten en haar witte T-shirtje en blauwe korte broek beginnen al aardig aan haar lijf te plakken. Ze ziet de grote rode bosmieren krioelen over de zwarte aarde, zich niets aantrekkend van deze hitte en naast het geluid van een vogel die af en toe zijn lied zingt hoog boven haar hoofd hoort ze ineens ook een ander geluid. Het klinkt nog wat veraf maar ze is er bijna zeker van dat ze het spetteren van water hoort. Ze is nog nooit water tegengekomen hier. Haar weg vervolgend langs het slingerpad wordt het geluid steeds duidelijker en eigenlijk zou het nu wel heel goed uitkomen als ze water vond, het is een verschrikkelijk warme dag.
Na een minuut of wat het pad te hebben gevolgd lijkt het geluid van water minder duidelijk te horen. Ze stopt even om te luisteren en een idee te krijgen waar het geluid precies vandaan komt. Daarnet leek het recht voor haar te zijn maar nu is het meer aan de linkerkant te horen. Even twijfelde ze, zou ze het pad verlaten om het water te zoeken of zou ze zich inhouden en deze route blijven volgen? Omdat dit bos niet geheel vreemd voor haar is besluit ze de gok te wagen en haar nieuwsgierigheid niet langer te bedwingen.

Een vreemd opgewonden gevoel begint zich van haar meester te maken als ze even later tussen de bomen door stappend haar weg zoekt. Takken ontwijkend en over omgevallen bomen stappend gaat ze op het geluid van water af en na een poosje lijkt het bos enigszins te veranderen. Het bladerdek boven haar hoofd wordt steeds minder dicht en de zon krijgt steeds meer kans om op haar blote armen en onbedekte hoofd te schijnen. Haar witte gymschoenen vertonen aan de zijkanten sporen van de zwarte aarde, maar ze maakt zich hier geen zorgen over want echt nieuw zijn ze niet meer. Haar lange haar achter haar oren wegstrijkend krijgt ze ineens het gevoel gade geslagen te worden. De haartjes in haar nek gaan prikkelend omhoog staan en een tinteling zoekt een weg langs haar ruggengraat naar beneden om zich te verspreiden naar de onderkant van haar beide billen. Ze blijft staan en kijkt om zich heen. Natuurlijk is er niemand te zien, ze verbeelde het zich maar, dacht ze. Zichzelf vermannend loopt ze vlug door en ze weet paniek te onderdrukken.

Een eindje verderop ziet ze tussen de groene stammen door een zilverachtige twinkeling. Ze weet het nu zeker; daar is water. De sensatie van koel, helder, sprankelend water flitst door haar hoofd. Het laatste eindje wordt het haar makkelijker gemaakt, de begroeiing is minder dicht op de grond en al gauw wordt het haar duidelijk dat ze een klein paradijsje gevonden heeft. Het spetterende geluid dat ze hoorde is afkomstig van een waterval, ongeveer een meter of vijf hoog en anderhalve meter breed, dat uitmondt in een klein meertje en met een stroompje recht tegenover haar verder het bos inloopt. Verbaasd neemt ze de omgeving in haar op. Een aantal rotsblokken liggen hier en daar op de oevers en rode, oranje en gele en bloemen met grote kelken groeien aan de rand van het water. Planten met wat kleinere, prachtige paarse bloemetjes groeien over de grond en slingeren zich om de stammen van de om het water staande bomen en rotsblokken heen.
De waterval zelf is helemaal prachtig om te zien. Een robuuste donkerbruin met grijze rotspartij komt tussen de bomen vandaan, het einde vormend van een heuvel waar het water overheen gestroomd komt. Ademloos neemt ze deze bijzondere omgeving in haar op, genietend van elk detail. De bloemen scheiden een heerlijke zoete geur af en het water spettert vrolijk van de rotsen af. Langzaam loopt ze naar het water toe. In tegenstelling tot wat ze verwachtte; roestbruine drab zoals je meestal in een bos als deze aantreft, is het water in dit meertje ongelofelijk helder. Aan de randen kan ze de bodem zien en er groeien kleine waterplantjes met ronde, heldergroene blaadjes tussen de steentjes in het water. Verderop is het zo te zien erg diep, het water is daar heel donker, bijna zwart.

Behoedzaam steekt ze haar hand uit om dit wonder midden in het bos aan te raken. Haar vingers beroeren het koele water en ze schepte wat in haar hand om het over haar bezwete gezicht te sprenkelen. Heerlijk koel druppelt het water over haar voorhoofd en wangen, stroomt verder over haar lippen en loopt in een stroompje verder tussen haar borsten door richting haar navel. De smaak is heerlijk, net of het zo de kraan uit komt en ze vermoedt dat het erg zuiver is. Nogmaals om zich heen kijkend besluit ze dat het haar veilig genoeg lijkt om de rest van haar oververhitte lichaam ook wat verkoeling te geven. Haar gymschoenen zijn snel uit, maar haar kleding plakte vreselijk aan haar lijf en het kost haar behoorlijk moeite om het strakke T-shirt en korte broek uit te krijgen.
De kledingstukken, nat van haar zweet, spoelt ze even uit in het heldere water en hangt ze te drogen aan een tak middenin de zon. Nu staat ze in alleen haar witte bh en slipje en ze overweegt om deze dezelfde weg te laten vervolgen als de rest van de kledingstukken. Ze twijfelt, stel dat er iemand langskomt? Het lijkt haar niet waarschijnlijk; ze is zo’n eind verwijdert van het pad dat het wel erg toevallig zou zijn als nog iemand naar deze plek zou komen.
Haar lijf schreeuwt om verkoeling en dit gevoel wint het van haar preutsheid. Snel verwijdert ze haar laatste lichaamsbedekking, spoelt dit even snel uit, op haar hurken zittend aan de rand van het water, en hangt ze te drogen naast de rest van haar kleding. Ze doet haar horloge af en stopt deze in een van haar schoenen. Voorzichtig zet ze haar eerste stapje in het water. Het voelt heerlijk koel tussen haar tenen, maar is niet te koud om onaangenaam te zijn. De steentjes onder haar voeten verschuiven iets door haar gewicht maar blijven redelijk op hun plaats zodat ze ook haar andere voet ernaast durft te zetten. Stapje voor stapje gaat ze steeds dieper het water in om steeds een nieuw stukje huid van haar benen de heerlijke verkoeling te laten voelen. Met haar handen schept ze water op en strijkt dit over haar armen. Kippenvel verspreidt zich over haar lichaam als ze een hele plens over haar borsten en buik spettert. Haar spieren trekken samen door deze onverwachte sensatie van koud water op haar door de zon verhitte lichaam en ze glimlacht even als een blij en speels gevoel zich van haar meester maakt. Nog een stapje verder durft ze te gaan, een beetje meer richting het hoog opspattende water van de waterval. Ineens glijdt haar rechtervoet uit over een gladde steen en ze verliest haar evenwicht. Met een plons verdwijnt ze geheel onder water. Paniek welt in haar op, de bodem is verdwenen onder haar voeten, maar met een paar forse beenslagen is ze al snel weer bij het wateroppervlakte. Al proestend komt ze weer boven en haar vrolijke lach weerkaatst tegen de rotsen als ze de humor van de situatie inziet.

Met een heerlijk opgefrist gevoel zwemt ze verder in de richting van de hard op het wateroppervlak komende stroom van de waterval. Tot haar verbazing kan ze hier weer gewoon staan en ze strekt haar handen uit om de druppels op te vangen die met een enorme snelheid naar beneden komen. Even later staat ze er helemaal onder, het water gutst over haar lijf en ze durft zelfs haar hoofd eronder te steken. De kou van het neerkomende water is veel erger, dan die van het al door de zon opgewarmde water waar ze doorheen is gezwommen en al gauw begint ze het een beetje koud te krijgen. Even verderop ziet ze een rotsplateau in het water, precies op een plekje waar de zon volop schijnt en zo te zien kan ze er vrij gemakkelijk op klimmen. Met langzame lome slagen zwemt ze richting het plateau, af en toe onder duikend. Met haar ogen open onder water kijkt ze naar de spiegeling van het wateroppervlak en de schaduwen van de bomen. Ze waant zich in een soort sprookjeswereld, zo prachtig schijnen de stralen van de zon hier onder water.

Bij het rotsblok is het weer ondieper en ze klimt behoedzaam op de machtig grote rots. De steen is glad en erg warm, maar het voelt heerlijk na dat koude water en ze strekt zich helemaal uit op het platte vlak. De zon schijnt warm op haar lichaam en al gauw begint ze een beetje slaperig te worden. Een hele tijd ligt ze daar zo, en na een poosje draait ze zich om, om haar rug en billen ook een kans te geven een kleurtje te krijgen door de zon.
Plots krijgt ze weer het onaangename gevoel dat er iemand naar haar kijkt en een lichte paniek begint zich door haar lijf te verspreiden. Ze blijft doodstil liggen om zichzelf een kans te geven het gevoel weg te denken maar het is te sterk en ze komt overeind. Op haar knieën zittend met haar handen voor haar naakte borsten neemt ze de omgeving in zich op. Ze ziet haar kleding hangen aan de takken een eindje verderop, de omgeving rondom dat gedeelte van het meertje is nog steeds verlaten, net als daarnet. Het vervelende gevoel gaat niet weg deze keer en de paniek begint zich nu echt meester van haar te maken.
Als ze zich omdraait om achter haar te kijken ziet ze naast de waterval een lange donkere man zitten. Hij zit op een rotsblok, zijn ene voet op de grond, zijn andere op een uitstekend stuk rots en hij rust met zijn elleboog op zijn knie terwijl hij haar met een glimlach om zijn lippen bekijkt. Even flitst er een gevoel van herkenning door haar heen, maar ze negeert dit, wetend dat haar oude pijn weer ongenadig op zal laaien. Nog voordat ze kan reageren of iets kan zeggen staat hij op en loopt het water in, in de richting van de waterval. Enkele seconden later is zijn lange gestalte verdwenen tussen het woeste water, hij lijkt dwars door de waterval te zijn gelopen. Verward zit ze op de rots, niet goed wetend wat ze moet doen. Er is een blos op haar wangen verschenen en een raar opgewonden gevoel heeft zich onderin haar buik genesteld. De paniek is verdwenen, maar heeft plaats gemaakt voor nieuwsgierigheid. "Hoe lang heeft hij daar al gezeten, heeft hij haar ook zien zwemmen en haar kleding uitspoelen en waar is hij in godsnaam gebleven? Hij kan toch niet zomaar in het niets zijn opgelost?" Nog een paar minuten lang blijft ze daar zitten, niet wetend of ze nu weg moet gaan of wachten tot hij terug komt. "Nee, natuurlijk moet ze niet wachten tot hij terug komt, ze is immers naakt? Hoe komt ze bij dat idiote idee?"

Snel laat ze zich van de rots zakken, huivert even als het koude water haar weer opgewarmde lichaam raakt, waadt naar de kant en trekt zo snel ze kan haar inmiddels opgedroogde kledingstukken aan, steeds om zich heen kijkend. Haar horloge zit nog in haar schoen herinnert ze zich en ze reikt achter haar om haar schoenen te pakken. Als haar hand tevoorschijn komt met de twee schoenen ziet ze dat, in haar rechter schoen, naast het horloge, een kleine paarse bloem ligt. Zo’n zelfde prachtige paarse bloem als hier over de rotsen en de boomstammen groeit.

Achteraf weet ze niet meer hoe ze het slingerpad ooit heeft teruggevonden. Met een verward gevoel heeft ze het paradijsje in het bos verlaten, is over boomstammen geklommen en door struiken geworsteld, het bloemetje als een kleine schat tussen haar vingers met zich mee dragend. Thuis gekomen is het verwarde gevoel aardig verdwenen en ze moet zelfs een beetje glimlachen om de vreemde situatie die zich voor heeft gedaan. Het bloemetje legt ze tussen twee witte velletjes papier en stopt het veilig weg tussen het dikste, zwaarste boek dat ze in haar boekenkast kan vinden.

De dagen daarna zijn weer vol van alledaagse drukke dingen, het weer verandert niet, de zomer is op zijn hoogste punt gekomen. Veel tijd heeft ze niet om na te denken over haar kleine avontuur. Met de auto gaat ze die middag boodschappen doen bij de supermarkt in het dorp, zich voornemend maar weer een grote voorraad aan te leggen zodat ze zich weer even rustig terug kan trekken in haar huisje. Ze is net met een nieuw boek van start gegaan en heeft al haar tijd nodig om het verhaal in haar hoofd te schetsen en een vorm te laten aannemen. De hoofdpersonen heeft ze al bedacht en ook de grote lijnen van het verhaal, maar ze heeft de behoefte om een bepaalde sfeer te creëren wanneer ze schrijft, zodat ze zich helemaal kan inleven in de personages en hun gevoelens.

Met een overvol winkelwagentje rijdt ze net richting kassa als ze voor de ramen van de drukke supermarkt ineens de schaduw van een lang persoon voorbij ziet komen. Meteen gaan haar gedachten richting het bos en de man die daar op het rotsblok naar haar heeft zitten kijken. Ze voelt zichzelf rood aanlopen en het zweet breekt haar uit. De verwarring is terug, samen met een niet te omschrijven, alles verslindend opgewonden gevoel ergens diep in haar buik. De hele weg naar huis blijft ze eraan denken, maar ze kan het gevoel dat ze erbij heeft maar niet thuisbrengen. De boodschappen vinden allemaal een weg naar haar grote voorraadkast, in de kelder onder het oude huisje waar ze woont, de routine van deze klus maakt dat ze nog even ongestoord na kan denken over de wonderlijke ervaring in het bos.

Met een warme kop heerlijk geurende kruidenthee neemt ze plaats achter het bureau voor het raam van haar kleine werkkamertje om een begin te maken met haar verhaal. Ze probeert haar gedachten op gang te brengen, maar het computerscherm blijft leeg, er zijn geen woorden, die normaal gesproken als een waterval tevoorschijn komen uit haar gedachtewereld, om op te schrijven. Even blijft ze zo zitten, zachtjes trommelend met haar vingertoppen op de rand van de tafel. Dan staat ze resoluut op, pakt het dikke boek, waar ze het bloemetje in verstopt heeft uit de kast en slaat het open. Tussen de knisperende blaadjes van het dikke oude boek komt een haar welbekende geur tevoorschijn. De geur van bos, bloemen en spankelend water bereikt haar geurcentrum en ongewild gaan haar gedachten weer terug naar de prachtige ongerepte plek in het bos. Voorzichtig neemt ze het nu uitgedroogde bloemetje tussen haar vingers en ziet dat het zijn prachtige paarse kleur niet verloren heeft. Een warm gevoel doorstroomt haar onderlichaam als ze nogmaals nadenkt over de man die dit kleinood in haar schoen heeft gestopt terwijl zij daar op de rots lag te soezen.

En dan neemt ze haar besluit, ze gaat vandaag nog terug naar deze plek om uit te zoeken waarom deze geheimzinnige man de bloem in haar schoen gestoken heeft en waarom hij haar zo’n apart gevoel geeft.

Snel is haar rugzak ingepakt, met een handdoek, wat te eten, en haar aantekeningen, die ze meeneemt omdat ze vermoed in het bos inspiratie te krijgen. De gympen die ze de vorige keer droeg trekt ze nu ook weer aan, ze zijn toch al vies geworden. Het voelt goed wat ze nu gaat doen, een soort rust komt over haar en ze kan al bijna niet wachten tot ze bij het bos is.
Weer volgt ze het pad door het bos, nu vanaf de ingang van het bos al steeds luisterend of ze het water hoort. De heerlijke warme geur van de aarde en wilde bloemen verwelkomen en omarmen haar en een gevoel van vertrouwdheid doorstroomt haar. Ze loopt zo snel deze keer, dat ze behoorlijk hijgt als ze eindelijk het water hoort, en ze verlaat het pad op het punt waarop ze denkt het water het luidste te horen. Doordat ze met zoveel haast op zoek gaat naar het water valt het haar niet op dat ze nu enigszins omhoog aan het lopen is. Het bos wordt niet minder dicht, de bomen blijven het zonlicht tegenhouden. Toch kan ze nog steeds het water horen.
Op een gegeven moment is het watergeraas zo dichtbij, dat ze de koelte ervan al bijna kan voelen, maar de zilverachtige twinkeling is nog steeds niet te zien tussen de bomen door. Haar zelfgezochte weg wordt nu zo steil dat ze nu heel erg klimmen moet, ze trekt zich op aan de bomen die ze tegenkomt en op het hoogste punt gekomen begrijpt ze waarom het er nu anders uit ziet. Ze is helemaal bovenaan de waterval uitgekomen.

Met ingehouden adem kijkt ze over de rotspartij naar beneden, de wonderlijke wereld onder haar bewonderend. Een enorme energie doorstroomt haar als ze de diepte in kijkt en de prachtige bloemen en rotspartijen onder haar ziet en ze ademt diep de zoete geur die hier hangt in. Even duizelt het haar en ze moet zich vasthouden om niet haar evenwicht te verliezen en naar beneden te vallen. Onder haar dondert het water met luid geraas neer in het kleine meertje dat van bovenaf veel kleiner lijkt. Zichzelf goed vasthoudend kijkt ze voorzichtig over de rand, haar hart bonkt in haar keel. Vlak voor de waterval ziet ze iets in het diepste gedeelte van het water, ze kan het nog niet thuisbrengen, maar het lijkt alsof daar iemand vanuit het water naar haar omhoog kijkt. Met kloppend hart zorgt ze dat ze snel uit het zicht komt en ze zakt trillend als een rietje neer op een omgevallen stronk. Ze slaat haar handen voor haar gezicht, haar wangen gloeien en ze haalt schokkend adem. Dit had ze niet verwacht.

Als ze weer een beetje bijgekomen is, haar angstgevoel heeft plaatsgemaakt voor nieuwsgierigheid, durft ze voorzichtig opnieuw over de rand te kijken. Het water is leeg. Even overlegd ze met zichzelf wat ze zal doen, zal ze naar beneden klimmen, of moet ze maar gewoon terug naar huis gaan en alles vergeten? Ze weet het niet, ze blijft nog even zitten om een beetje tot rust te komen.
Na een minuut of vijf waagt ze toch de gok en voorzichtig een veilige weg zoekend klimt ze over de rotsen naast de waterval naar beneden. Steeds werpt ze een blik op het meer, dat af en toe uit het zicht verdwijnt als ze een kleine omweg om een te grote rots moet nemen, maar alles hier lijkt nu volkomen verlaten.
Een klein kreetje van pijn ontsnapt aan haar lippen, de rotsen zijn scherp, ze heeft zich in haar linkerhand gesneden. Snel houd ze haar hand voor haar mond om het bloed op te zuigen dat uit het kleine wondje op haar handpalm begint te komen. Gelukkig is het geen grote snee, het bloeden is snel gestelpt en ze vervolgt haar weg naar beneden, nu beter uitkijkend.
Het laatste stukje naar beneden is behoorlijk steil en eigenlijk vind ze het te gevaarlijk om hier verder omlaag te klimmen. Om zich heen speurend zoekt ze een andere weg. Dat valt niet mee, ze zal een eindje terug omhoog moeten om een omweg te kunnen nemen.
Ze hoeft gelukkig niet ver terug, een opening tussen de rotsen geeft haar de doorgang naar een beter begaanbare route, die ze nu verder volgt tot waar ze bij het water kan komen. Daar aangekomen ziet ze dat ze toch nog een klein eindje zal moeten springen, de laatste rots steekt zo’n 1,5 meter boven de grond uit. Net als ze de sprong wil gaan wagen verschijnt hij plotseling uit het niets.

Zijn bewegingen zijn traag en onwerkelijk alsof hij naar haar toe zweeft en zijn ogen zijn donker als het diepste diepe van het meertje. Een enorme hoeveelheid liefde vult haar hart als ze in die zo bekent voorkomende ogen verdrinkt, de tijd gaat over in een slow motion terwijl hij op haar af komt en ze zichzelf van de rots naar beneden voelt vallen. Diepe duisternis omringt haar terwijl ze verder en verder valt. Golven van emoties overspoelen haar diepste innerlijk en een wonderlijk maar heerlijk genot komt in haar lichaam omhoog drijven als ze voelt dat ze in aanraking komt met de handen die haar altijd als warm water met een enorme tederheid konden omringen en haar lichaam nu op alle plaatsen tegelijk lijken te aan te raken.

En dan is er helemaal niets meer.

Duisternis maakt plaats voor zonlicht als ze haar ogen opent en ze merkt dat ze op het gras naast de rotsen ligt. Doodstil blijft ze liggen, zich afvragend wat er gebeurd is. Ze tast haar lichaam voorzichtig af en ontdekt ze dat er niets is dat pijn doet. Ze heeft geen schrammen, geen bulten, geen kneuzingen en er is geen spoortje bloed te bekennen. Ze opent voorzichtig haar linkerhand om de snee te bekijken, maar haar hand is helemaal gaaf.

Haar maag laat zich met een duidelijke rommel horen, ze heeft een verschrikkelijke honger. Als ze op haar horloge kijkt begrijpt ze waarom. De wijzers van haar horloge wijzen een tijd aan die ze niet kan bevatten. Ze kwam vlak voor het middaguur naar het bos en nu is het al tegen vijven. Naast haar ligt haar rugzak die ze naar zich toe trekt en opent om haar boterhammen eruit te pakken. Een nieuwe kleine paarse bloem ligt bovenin haar tas op haar te wachten. Met een glimlach pakt ze voorzichtig de bloem tussen haar vingers en brengt deze in een impuls naar haar lippen. Een zachte kus drukt ze op de tere bloemblaadjes die fluweelzacht aanvoelen. Ineens schieten de tranen in haar ogen en ze loopt naar het water. Zonder dat ze weet waarom legt ze de bloem voorzichtig op het wateroppervlak. Als de bloem drijvend zijn weg vind naar het midden van het meertje staat ze met een diepe zucht op en begint haar weg terug te zoeken door de bomen, zichzelf belovend om morgen terug te komen.

In het midden van het meertje verrijst een hand uit de diepte omhoog. Vingers sluiten zich om de kleine bloem om deze met zich mee te trekken de zwarte duisternis in.

Dromen overspoelen haar meteen als haar hoofd ’s avonds het kussen raakt, haar meenemend het bos in, naar de bijzondere emoties die ze vandaag heeft mee mogen maken. De volgende morgen voelt ze zich uitgerust en een loom, tevreden, gelukzalig gevoel doorstroomt haar als ze met een glimlach terugdenkt aan de dromen, die haar vannacht een heleboel duidelijk hebben gemaakt.

Een lichte bries waait door haar lange haren als ze aan de rand van het kerkhof uit de auto stapt. Dauwdruppels liggen op de blaadjes en het gras terwijl zij over de paden loopt en zoekt naar de haar welbekende steen. Ze is hier in geen jaren geweest, de pijn in haar hart was te hevig. Als ze de steen gevonden heeft zakt ze krachteloos op de grond en huilt met stille tranen. Haar dromen hebben haar niet voorgelogen, het gevoel van zijn aanwezigheid op deze plek is inderdaad verdwenen.

De warmte van de vorige dag hangt nog tussen de bomen als ze haar eerste stappen zet op de met mos begroeide grond. Halverwege het pad door het bos kan ze zijn aanwezigheid al voelen, als een zachte warme aanraking. De waterval en het meertje zijn niet moeilijk te vinden. Een onzichtbare maar dwingende hand neemt haar mee steeds dieper het bos in, zonder dat ze enige notie heeft van de weg die ze moet volgen. Er is geen angst, geen verwardheid, alleen een liefdevolle herinnering die haar onzekerheid wegneemt en haar gewillig haar gids doet volgen.

Bij het water gekomen is zijn warme aanwezigheid, even plotseling als hij bij haar was gekomen, ineens verdwenen. Verlaten staat ze aan de kant van het water kijkend naar de waterval die een eenzaam lied met de waterdruppels speelt. De felgekleurde bloemen laten hun kelken hangen en de paarse bloemen hebben de blaadjes gesloten. Alsof ze allemaal stilletjes wachten op de beslissingen die genomen gaan worden. Ze zakt op haar hurken neer bij het koele water en laat langzaam haar handen vollopen. Iets in haar zegt dat ze het water in moet gaan, en mag verwelkomen wat ze al die jaren gemist heeft.

Zonder enig gevoel van schaamte of preutsheid begint ze zich uit te kleden, net zo lang tot ze geheel naakt aan de waterrand staat. Koud heeft ze het niet want het warme gevoel dat ze net ervaren heeft is teruggekomen. Haar kleding en schoenen rolt ze tot een bundeltje op en legt deze naast de rotsen.

Dan stapt ze met een diepe zucht het water in. Met elke stap lijkt het water haar meer te omarmen. De paarse bloementjes openen op dat moment langzaam hun blaadjes en de grote kelken richten zich op. Hun bekende heerlijke zoete geur bereikt haar en met een vredig gevoel sluit ze haar ogen en laat ze zich langzaam het water in zakken op het punt waar het dieper wordt. Zo licht als een veertje drijft ze langzaam met de stroom mee naar het midden toe. Haar ogen openen zich als ze een warme stroom water haar lichaam voelt omsluiten en ze langzaam richting de waterval wordt geleid. Zijn gezicht doemt plots vlak voor haar uit het water op en ze kijkt nu recht in de haar zo bekende donkere ogen die al die tijd op haar gewacht hebben. Zijn glimlach verraad zijn opluchting, ze strekt haar armen naar hem uit en hij omringt haar volledig met heel zijn aanwezigheid.
Prachtige muziek speelt zich af in haar hoofd als hij haar verder meetrekt, de diepte in. Even toch nog paniek als alle zuurstof uit haar longen opgebruikt is, maar hij drukt zijn lippen op de hare. Als ze samen naar de donkere onderwaterwereld afdalen maakt paniek plaats voor een vredig, alles overweldigend gevoel van intense echte liefde. Voor hem.

.....
Niemand begrijpt wat er met de stille jonge vrouw gebeurt is die zo plotseling een aantal jaar geleden haar man verloor en sindsdien alleen woonde in het kleine huisje aan de rand van het dorp. Buren vertellen dat haar huisje al sinds de zomer verlaten is en de agenten die de huiszoeking verrichten vinden in de kelder een overvolle voorraadkast. In de kleine werkkamer wacht een zachtjes brommende computer op de terugkeer van zijn eigenaresse. Haar auto wordt een aantal kilometer verderop gevonden aan de rand van een bos, dat ze met een klein team met speurhonden doorzoeken. De honden leiden het team naar een plek in het bos waar vroeger ooit een waterval geweest moet zijn, maar nu alleen nog een donkere modderpoel ligt onderaan een grote rotspartij. De herfst heeft zijn roestbruine kleed uitgespreid over de oevers en het enige dat ze daar vinden is een met zorg naast een rots neergelegd bundeltje kleding onder een bed van kleine paarse bloemen. Eenzelfde bloem zoals ze ook hebben aangetroffen, veilig opgeborgen in een oud boek, op het bureau naast haar computer.

Aantal keer bekeken: 1464
Waardering: 8.00 op 10
Geef een cijfer:

Alle rechten voorbehouden 2005-2018 - www.verhalenlezen.nl


Verhalen

Wilt u een verhaaltje lezen uit één van de onderstaande categorieën? Klik dan gewoon op een categorie en u komt op de pagina met de verhalen van deze bepaalde categorie.

Verhalen posten

Hebt u zelf een verhaaltje geschreven? Of een onvergetelijke blunder tegengekomen, of iets anders. En je wilt er anderen mee amuseren, lezen? Met verhalenlezen.nl kan dat geen probleem zijn. Klik hier om een verhaal te posten!


Statistieken

Totaal verhalen: 5175
Totaal categorieën: 10
Totaal 11 bezoekers online